Het stadhuis van Antwerpen

Wie het stadhuis van Antwerpen al bezocht, merkte dat het bekendste huis van ’t stad toe is aan een grondige restauratie. Via de Open Oproepprocedure van de Vlaams Bouwmeester schreef de stad een wedstrijd uit voor een restauratieconcept. Ontwerpteam ‘Huis van de Stad’ (HUB architecten, restauratiearchitecten Origin Architecture & Engineering, Bureau Bouwtechniek, Daidalos Peutz, RCR, BAS en FPC) kwam als winnaar uit de bus. Het stadhuis moet een hedendaags en open huis van bestuur worden. De restauratie gaat een stap verder dan enkel herstellen. Na de restauratie moet het stadhuis: een open huis zijn, een icoon van waardevol onroerend erfgoed op de Grote Markt, een huis waar een politiek beleid wordt vormgegeven en bovendien ook een duurzaam gebouw.

Het ontwerp door “Huis van de Stad”

Het stadhuis krijgt zijn oorspronkelijke functie terug. Het gebouw is het kloppende hart van de Antwerpse politiek waar alle schepenen en politieke medewerkers thuis zijn. Maar het stadhuis moet ook deel uitmaken van de Grote Markt en open zijn voor Antwerpenaars en bezoekers.

Open Huis

Na de restauratie is de gelijkvloerse verdieping toegankelijk voor het publiek. De grote poorten worden letterlijk weer open gezet. De centrale inkomhal, die zich nu aan de zijde van de Suikerrui bevindt, verplaatst weer naar de Grote Markt. Door het geheel van gangen en kamertjes op het gelijkvloers terug open te werken, ontstaat bovendien een centrale foyer.

ontwerp stadhuis, open huis Antwerpen

‘Verlicht Verdiep’ op de tweede verdieping

Op de tweede verdieping vinden de meest ingrijpende wijzigingen plaats. Het ontwerpteam ‘Huis van de Stad’ stelt daarbij de erfgoedwaarde steeds voorop, maar architect Bart Biermans geeft ook aan dat je moet ‘snoeien om te bloeien’.

Ook de kabinetten die zich momenteel niet in het stadhuis bevinden, zullen na de restauratie een plaats krijgen op de eerste of tweede verdieping. Deze tweede verdieping wordt door het ontwerpteam omgedoopt tot ’t Verlicht Verdiep. In het ontwerp worden namelijk aan weerszijden van de centrale koepel nieuwe, dubbelhoge ruimtes opgetrokken die ruimtelijk verwijzen naar de gemeenschappelijke zones op de eerste verdieping en ’t Schoon Verdiep. Dankzij deze dubbelhoge ruimtes valt er zeer veel daglicht binnen en worden de omliggende daken en de campanile toren weer zichtbaar. De ruimte tussen de beschermende koepel en de historische glas-in-loodkoepel verkleint waardoor de historische gevels, hun kroonlijsten en de toren weer volledig zichtbaar zijn.

ontwerp stadhuis, open huis Antwerpen

Behoud erfgoedwaarde

’t Schoon Verdiep wordt in ere hersteld. Ook de buitengevel wordt gerestaureerd. Hiervoor baseert het ontwerpteam zich op een gravure uit 1565 waarin het oorspronkelijke kleurenpalet duidelijk te zien is. Het behoud van de erfgoedwaarde staat bij deze ingrepen op de eerste plaats.

Duurzaam gebouw

Om het stadhuis klaar te maken voor de toekomst, trekt de stad resoluut duurzaamheidskaart. Hierbij wordt gekozen voor BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method), een methode om de duurzaamheid van het gebouw te meten en te verbeteren. Dit is een hele uitdaging voor een monumentaal gebouw zoals het stadhuis, maar de methode laat toe om door allerlei ingrepen, die rekening houden met de erfgoedwaarde van het gebouw, heel goed te scoren op vlak van duurzaamheid.

Ontwerper Bart Biermans, HUB architecten, aan het woord (video)

1/13   top

Deel dit artikel

Een hedendaags en open huis van bestuur

Ann Volders, projectleider stad Antwerpen van de restauratie en renovatie van het stadhuis, houdt de plannen van het ontwerpteam nauwlettend in het oog. “De laatste grote renovatie en verbouwing van het stadhuis dateert van de 19e eeuw en de laatste kleinere deelrestauraties van onder andere het interieur zijn ook al 60 jaar geleden. Het is dus hoog tijd voor een nieuwe duurzame verbouwing” vertelt ze.

Ann Volders, projectleider van de restauratie en renovatie van het stadhuis

Het stadhuis verkeert in slechte staat

Het stadhuis is echt aan restauratie en renovatie toe. Anders dreigt het onherstelbare schade op te lopen. Nu zijn de waardevolle schilderijen in slechte staat, de gouden wandbekleding in het kabinet van de burgemeester komt los en het gebouw voldoet niet meer aan de comforteisen van vandaag. “Daar moeten we echt wat aan doen. Bovendien willen we het stadhuis meer openstellen voor het publiek en er werkplek bieden voor àlle schepenen en hun medewerkers . Redenen genoeg voor een grondige renovatie, dus.” legt Ann uit.

Historische waarde en modern comfort

De restauratie van het stadhuis is een erg uitdagende opdracht. Het stadhuis is Unesco Werelderfgoed. Ann vervolgt: “Dat wil zeggen dat we alle plannen altijd eerst goed doorpraten met een team erfgoedexperten. We zoeken voortdurend naar een evenwicht tussen de historische waarde en modern comfort. En dat is niet altijd vanzelfsprekend. Hoe installeer je bijvoorbeeld nieuwe leidingen en elektriciteitskabels als je niet in de gouden wandbekleding of eeuwenoude muurschilderingen kan snijden? Of hoe isoleer je een gebouw zonder de monumentale ramen uit te breken of aan de waardevolle gevels en vloeren te raken? Het ontwerpteam is steeds op zoek naar creatieve oplossingen.”

“We willen het stadhuis meer openstellen voor het publiek en er werkplek bieden voor àlle schepenen en hun medewerkers.”

Ann Volders, projectleider van de renovatie van het stadhuis

Opnieuw open voor het publiek

“De benedenverdieping wordt van en voor het publiek. Bezoekers zullen weer binnenkomen langs de centrale inkomhal op de Grote Markt. En we laten de vele historische poorten overdag allemaal open. Binnen worden kleinere ruimtes en gangen samengevoegd zodat een grote centrale foyer ontstaat.” Ann gaat verder: “Aan de kant van de Suikerrui en de Grote Markt voorzien we verschillende lokalen waarin allerlei publieke initiatieven mogelijk zijn. Zo wordt het gelijkvloers terug toegankelijk voor de burger. De gesloten gevel van het stadhuis terug opentrekken, is het uitgangspunt van dit project.”

Het ‘Schoon Verdiep’ herstellen in haar glorie

Aan het ‘Schoon Verdiep’ en de eerste verdieping zal niet zo veel veranderen. Daarvoor zijn deze verdiepingen te waardevol. “Hier beperken we ons tot een restauratie van het erfgoed. De historische trouwzaal en raadzaal worden helemaal hersteld. Trouwers zullen dus weer op dezelfde stoelen plaatsnemen als hun voorgangers in de 19e eeuw. Ook de gemeenteraadsleden krijgen de oorspronkelijke banken, al veranderen we ze wel van plaats en verbeteren we het zitcomfort. De oppositie en de meerderheid zullen niet langer tegenover elkaar zitten, maar naast elkaar, zoals het hoort in een hedendaags debatmodel.” legt Ann uit.

Een ‘Verlicht Verdiep’

De tweede verdieping zal er wel helemaal anders uitzien dan vandaag. Aan weerszijden van de centrale 19e-eeuwse glas-in-loodkoepel zullen er twee dubbelhoge ruimtes ontstaan die het daglicht binnenlaten en de campaniletoren en omliggende daken van het stadhuis terug zichtbaar maken. Dit ‘Verlicht Verdiep’ wordt extra werkruimte zodat opnieuw alle kabinetten een plek hebben in het stadhuis.

Opgefriste gevels

Ann vervolgt: “Ook de buitengevels worden gerestaureerd. Het bestaande kleurenspel, door het gebruik van verschillende steensoorten, wordt opgefrist en waar nodig hersteld. We onderzoeken volop hoe we de rode marmeren stenen het best kunnen restaureren.”

De werken aan het stadhuis starten na de zomer van 2017. Tegen de zomer van 2020 zullen alle kabinetten opnieuw naar het stadhuis kunnen verhuizen.

3/13   top

Op zoek naar de perfecte opvulling voor de beschadigingen in de marmeren gevel

Het Belgische rode marmer aan de gevel van het stadhuis moet gerestaureerd worden. Er zitten nogal wat holtes en scheurtjes in. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) onderzocht hoe dat het best gebeurt. Met een heel team en enkele gespecialiseerde onderaannemers bekeken zij hoe en met welke materialen ze de beschadigingen het best kunnen restaureren. Lode De Clercq, Freya Joukes en Sam Huysmans vertellen wat ze ontdekten.

Het rode marmer is in slechte staat

“Tijdens de renovatie van het stadhuis in de 19e eeuw, werd de hele buitengevel van het stadhuis vervangen”, vertelt bouwhistoricus Lode De Clercq. “Enkel wie goed kijkt, kan in de binnenbogen nog sporen terugvinden van marmerstenen uit de 16e eeuw. Marmer is heel gevoelig aan de gevolgen van buitenlucht, regen en wind. Deze factoren hebben de steen in al die jaren flink beschadigd. In de jaren ‘70 en ‘80 van de 20e eeuw werd het marmer al een eerste keer gerestaureerd. Toen werden de holtes en scheurtjes opgevuld met een soort kunststof. Nu, 30 jaar later,  komen die vullingen los en zijn ze opnieuw aan vervanging toe.”

Made in Belgium

“Voor de bouw van het stadhuis werden materialen uit verschillende windstreken gebruikt”, gaat Lode De Clercq verder. “Dat was heel bijzonder in die tijd. De unieke ligging van Antwerpen aan de Schelde heeft daar alles mee te maken. Maar het rode marmer dat voor de gevel gebruikt werd, is wel helemaal Belgisch.” Om dat te achterhalen, nam Lode De Clercq enkele monsters van de steen onder de loep. “Dankzij een combinatie van microscopisch, macroscopisch en archiefonderzoek ontdekten we dat de blokken rode rustica, gebruikt voor de renovatie in de 19e eeuw, ontgonnen werden in de groeve Beauchateau te Senzeilles bij Philippeville. Die marmergroeven zijn er nog, maar ze mogen niet meer geëxploiteerd worden. Voor deze renovatie moeten we dus op zoek naar andere groeven, met een vergelijkbare marmer.“

Op zoek naar het juiste marmer

Freya Joukes van Group Monument  zocht uit hoe de diepe holtes en scheuren in het marmer kunnen worden opgevuld met andere stukjes marmer. “Maar daarvoor moesten we dus eerst op zoek naar een geschikte, vergelijkbare marmer”, vertelt ze. “Daarvoor kregen we de hulp van een geologe in Wallonië. Zij deed een eerste prospectie naar een voorraad marmer die heel erg lijkt op het rode marmer dat in de 19e eeuw gebruikt werd. Daarna gingen we met ons team ter plaatse om een aantal stukken uit te zoeken. Die stukken hebben we intussen gebruikt om een aantal holtes in te vullen tijdens een proefrestauratie.”

Een primeur: restaureren met behulp van een robot

Om die holtes op te vullen, maken we eerst een 3D-scan van de schade van de gevel”, gaat Freya Joukes verder. “Op die manier meten we elk stukje dat moet worden aangevuld. Per holte of scheurtje verkrijgen we zo een complexe puntenwolk. Die zetten we om in een driedimensionale tekening met een tekenprogramma. En dan gaat onze robot aan het werk. Die freest op basis van de tekening met een reusachtige arm een exact stukje uit het nieuwe ontgonnen marmer dat precies past in de holte in het marmer van het stadhuis, een zogenaamde ‘marmerprothese’. Een steenhouwer verlijmt het stukje in de gevel en poliert alles bij tot het helemaal goed zit. Deze manier van werken is trouwens helemaal nieuw”, vertelt Freya nog. “De robot wordt reeds geruime tijd gebruikt voor het vervaardigen van natuurstenen onderdelen, maar nog nooit om dergelijke beschadigingen aan bouwkundig erfgoed op deze manier te restaureren. Dat is een primeur.” In onderstaande video kan je zien hoe deze methode in zijn werk gaat.

Op zoek naar het perfecte kunstmateriaal om het marmer te imiteren

Tanaquil Berto, Laurent Fontaine, Roald Hayen en Sam Huysmans, een interdisciplinair team van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA), voerde een grondig materiaal-technisch onderzoek uit. “Zo konden we de soort, de samenstelling en het gedrag van het marmer bepalen”, vertelt Sam Huysmans. “Pas wanneer we alles, maar dan ook alles over het marmer weten, kunnen we op zoek gaan naar een geschikte mortel om de scheurtjes en kleine holtes mee op te vullen. Daar komt heel wat labowerk bij kijken. We moeten bijvoorbeeld perfect weten welk verweringsmechanisme het marmer heeft en dat vergelijken met dat van de mortels. Dat moet bijna identiek zijn. De twee materialen moeten straks immers helemaal samen evolueren doorheen de tijd en de weersomstandigheden. Anders heeft het geen zin. Pas wanneer we alles over het marmer wisten en een geschikte mortel vonden, met dezelfde eigenschappen, konden we aan onze proefrestauratie beginnen.”

Van mortel naar marmer

“Scheurtjes in een rode rustica voeg je niet zomaar op, daar komt wel wat bij kijken”, legt Sam Huysmans verder uit. “Allereerst reinigen en schuren we een stuk van de gevel om de juiste kleur van het marmer bloot te leggen. Die is immers grijs en verbleekt, waardoor de tekening en exacte kleur niet meer duidelijk is. Daarna kleuren we onze mortel in het juiste rood en brengen we die zorgvuldig aan in de holtes. Wanneer die half uitgehard is, snijden we er aders in die we opnieuw opvullen met witte mortel. Op deze wijze  bootsen we de tekening van het marmer helemaal na. Nadien brengen we nog verschillende beschermlagen aan om het marmer en de ingevoegde mortel te beschermen tegen de weersomstandigheden.”

Op basis van de verschillende onderzoeken en proefrestauraties werken Sam Huysmans, Lode De Clercq en Freya Joukes aan een rapport met een voorstel tot aanpak voor de restauratie van de marmeren gevelsteen. “Allicht zullen we voor de restauratie een combinatie van beide uitgeteste technieken gebruiken”, besluiten de onderzoekers.

4/13   top

Deel dit artikel

Marie-Hélène Ghisdal, restaurator van muurschilderingen

We schilderen de raadzaal opnieuw zoals in 1885

Het stadhuis van Antwerpen telt heel wat muurschilderingen. Naast 19de-eeuwse figuratieve schilderingen van onder andere Henri Leys, vindt u er ook rijk versierde zalen met een lange geschiedenis. Marie-Hélène Ghisdal, restaurator van muurschilderingen, onderzocht hoe de muren er oorspronkelijk uitzagen en hoe we ze best kunnen bewaren, restaureren en reconstrueren.

De figuratieve muurschilderingen van Henri Leys worden gereinigd

De muurschilderingen van Henri Leys in de gelijknamige Leyszaal zien er niet meer erg fris uit. Daarom werd aan Marie-Hélène de opdracht gegeven om te onderzoeken hoe ze best kunnen behandeld worden. “Samen met Linda Van Dijck en Begga Vermaelen, beiden conservator-restorator van muurschilderingen, voerden we proefreinigingen uit op verschillende plaatsen om na te gaan op welke wijze en met welke producten de schilderingen best gereinigd worden. Dit deden we eerst op kleine schaal, nadien op grotere oppervlakken. Daaruit bleek dat de olieverfschilderingen uit de 19e eeuw reeds meermaals gerestaureerd en bijgeschilderd werden. We raden daarom aan om deze schilderingen enkel licht te reinigen. Hoe dieper we reinigen, hoe meer risico we lopen dat eerdere retouches beter zichtbaar en dus storend worden. En dan is er heel wat extra restauratiewerk.”

De raadzaal wordt terug zoals in 1885

Marie-Hélène vervolgt: “In de raadzaal hebben we net een stratigrafisch kleuronderzoek afgerond. Met een scalpel en een vergrootbril onthulden we, laag per laag, alle verflagen die de raadzaal doorheen de jaren kreeg. Zo weten we dat ze minstens vijf keer geschilderd werd met telkens marmerimitaties en bladgoud naast warme effen kleurvlakken. De hele mooie marmerimitatie van de eerste fase kan jammer genoeg niet opnieuw te voorschijn gehaald of gereconstrueerd worden. De deurlijsten en een aantal beeldhouwwerken die er nu zijn, bestonden toen nog niet. We moeten dus terug naar een fase waarin die extra elementen al aanwezig waren, anders klopt het geheel niet.

“De muren worden opnieuw geschilderd zoals in de 19de eeuw en dus gereconstrueerd. Daarvoor doen we beroep op een decoratieschilder gespecialiseerd in oude verftechnieken.”

Marie-Hélène Ghisdal, restaurator van muurschilderingen

Daarom zullen we in de raadzaal de derde schildering reconstrueren, die deel uitmaakte van een belangrijke restauratiecampagne onder leiding van architect Dens, in 1883-1885. De verdeling tussen marmer, goud en effen vlakken blijft ongeveer zoals ze nu is, maar de effen vlakken worden lichter en groener. Een mooie rode marmerschildering op de deuromlijstingen en op de plint, met een subtiele combinatie van bruingroene tinten op de wanden, opgehoogd met bladgoud, zal de raadzaal weer laten schitteren. Als proef en voorbeeld voor de volledige restauratie reconstrueerde decoratieschilder Marianne De Wil alvast één muurvak, met dezelfde kleuren en technieken als in 1885.”

Een raadzaal restaureren is werk voor verschillende specialisten

“Om de raadzaal weer in haar oude pracht te herstellen, gebruiken we heel verschillende technieken. Sommige zaken, zoals de vergulde lijsten en figuren, zullen we fixeren, reinigen en retoucheren. Maar de muren worden opnieuw geschilderd zoals in de 19de eeuw en dus gereconstrueerd. Daarvoor doen we beroep op een decoratieschilder gespecialiseerd in oude verftechnieken. De plafondschilderingen zijn schilderingen op doek. Die zullen gerestaureerd worden door iemand die specialist is in het behandelen van deze materialen”, besluit Marie-Hélène.

5/13   top

Deel dit artikel

Onderzoek dakkap in kader van restauratiewerken

De staat van de dakkap van het stadhuis werd in kaart gebracht met het oog op de restauratieweken die van start gaan in de zomer van 2017.

De tweelingbroers Martijn en Klaas Remmen bouwden in de vier jaar dat ze hun eigen conservatie- en restauratiebedrijf hebben, reeds een stevige reputatie op. In de zomer 2016 waren de twee broers te vinden op de zolder van het Antwerpse stadhuis. De broers controleerden er in opdracht van het architecten- en ingenieurskantoor Origin de houten dakkap, de constructie die de dakbedekking draagt. Hun rapport zal gebruikt worden als basis voor de restauratie.

Aan de hand van een zogenaamd pathologisch onderzoek wordt gezocht naar de mogelijke zwakke plekken. Hout kan bijvoorbeeld worden aangetast door houtworm of schimmel. Ook plaatsen waar stenen en hout elkaar raken, kunnen nogal eens problemen geven omdat daar condensatie ontstaat.

“Waarschijnlijk dateert een aanzienlijk deel van de dakkap nog uit de zestiende eeuw, van net na de Spaanse Furie van 1576”, vertelt Martijn. “Het stadhuis moest toen al een eerste keer worden gerestaureerd, want de brand had zware schade toegebracht. Het dak is toen in de vlammen opgegaan. De dendrochronologische analyse, het jaarringenonderzoek, moet nog uitsluitsel geven, maar we zijn er vrij zeker van.”

6/13   top

Deel dit artikel

Esther Humbeeck, restaurator

Ook alle erfstukken gerestaureerd

Esther Humbeeck, afgestudeerd als restaurator, werkt nog maar een half jaar voor de stad Antwerpen. En toch kent ze al de hele erfgoedcollectie van het stadhuis. Zij coördineert de verhuis en renovatie van alle erfstukken. En dat zijn er wel wat.

Oplijsten, bestuderen en keuzes maken

In 2007 werden alle erfgoedstukken uit het stadhuis al een eerste keer geregistreerd. De stad richtte in 2014 een Commissie Roerend Erfgoed op, speciaal voor het stadhuis. Deze commissie met zowel interne als externe specialisten bekeek nauwkeurig welke stukken absoluut in het stadhuis moeten blijven. Omdat ze waardevol zijn én deel uitmaken van het stadhuis.

Niet alles blijft

Esther: “Alles met een erfgoedwaarde en een link met het stadhuis blijft. Sommige stukken moeten op dezelfde plek terugkomen. Andere stukken moeten blijven, maar mogen een betere plek krijgen. In het stadhuis staan of hangen momenteel ook wel wat langdurige bruiklenen van andere musea. Die gaan terug. En een aantal objecten die geen erfgoedwaarde hebben, krijgen een nieuwe thuis”.

Verhuizen

“In ieder geval moeten alle stukken tijdens de renovatie van het gebouw tijdelijk verhuizen naar een opslagplaats. Dat wordt best spannend. Sommige schilderijen zijn wel drie meter hoog. Die halen we uit hun kader en zetten we op een rol. En voor sommige heel grote luchters bouwen we speciale frames” vervolgt Esther. “Vanuit de tijdelijke bewaarplaats worden alle stukken naar gespecialiseerde firma’s getransporteerd waar ze worden gereinigd of gerestaureerd.”

“Het historisch meubilair zoals de stoelen in de trouwzaal en de banken in de raadzaal worden al eeuwen echt gebruikt.”

Esther Humbeeck, restaurator

Meer dan schilderijen

Bij waardevolle erfgoedstukken denken mensen vaak aan schilderijen. En zo zijn er heel wat in het stadhuis. Maar er staat ook heel wat waardevol historisch meubilair. En die meubels hebben een dubbele waarde. Ze zijn niet enkel kostbaar omwille van hun leeftijd, ook hun gebruikswaarde is groot. Esther: “Denk bijvoorbeeld maar aan de stoelen in de trouwzaal of de banken in de raadzaal. Die worden al eeuwen echt gebruikt. Dat is toch ongelofelijk? Ook die gaan we restaureren. En die meubels moeten niet alleen in hun oorspronkelijke staat hersteld worden. Ze moeten ook comfortabel zijn en tegen een stootje kunnen zodat ze opnieuw decennia gebruikt kunnen worden. De historische verlichting, tapijten en gordijnen worden ook gereinigd. Dit gebeurt door gespecialiseerde firma’s.”

Een geheim orgeltje

“Tijdens de inventarisatie botsten we op een harmonium (traporgeltje) waar niemand van wist dat het er stond. Dit orgeltje werd in het begin van de 20ste eeuw tijdens de trouwerijen gebruikt” vertelt Esther enthousiast. “De orgelspeler zat achter een doekschildering verstopt zodat je de muziek hoorde, maar niemand zag. Dat orgeltje hebben we in 2014 gerestaureerd zodat we het opnieuw kunnen gebruiken tijdens de huwelijken van de 21ste eeuw.”

7/13   top

Deel dit artikel

Drie jaar werken, debatteren en trouwen op verplaatsing

De verbouwing van het stadhuis zal drie jaar duren. Een werkgroep ging op zoek naar een locatie waar de kabinetten intussen kunnen werken, aanstaanden kunnen huwen en gemeenteraadsleden kunnen debatteren. En die vonden zij niet op één, maar op drie verschillende plekken. Hendrik Sneyers, stad Antwerpen, die tijdelijk werd aangesteld als verhuiscoördinator voor het stadhuis, vertelt.

Felixpakhuis, zuilenzaal als trouwzaal

Een statige trouwzaal aan het water

Hendrik: “Alle Antwerpenaars die elkaar tussen 2017 en 2020 het ja-woord geven, zullen dat doen in de zuilenzaal van het Felixpakhuis. Deze moderne, lichte zaal met zicht op het water vormt een uniek decor. Helemaal anders dan de historische trouwzaal in het stadhuis, maar eveneens prachtig. De inkom langs de binnenstraat levert mooie beelden op. En na de ceremonie kunnen trouwers hun genodigden nog een drankje aanbieden in de horecazaak op het gelijkvloers of elders op het Eilandje.”

De kabinetten verhuizen om de hoek

Het Havenbedrijf trok onlangs uit hun kantoor in de Hofstraat, net om de hoek van de Grote Markt. De ligging en indeling van dit gebouw zijn precies wat de burgemeester, schepenen en al hun medewerkers nodig hebben. “En ze zullen zich er snel thuis voelen, want ook alle schilderijen en waardevolle meubels verhuizen naar daar. Deze worden in een aparte ruimte bewaard en in verschillende fasen overgebracht naar het restauratieatelier waar ze minutieus worden gereinigd en hersteld. Dit gebeurt gelijktijdig met de restauratiewerken aan het stadhuis zelf zodat alles klaar is tegen de heropening in 2020” legt Hendrik uit.

Hendrik Sneyers, verhuiscoördinator voor het stadhuis

Drie jaar gemeenteraad in een bisschoppelijk paleis

“De Provincie houdt haar raadszittingen in het Bernarduscentrum of bisschoppelijk paleis op de Schoenmarkt. Mits de nodige afspraken, kunnen de gemeenteraadsleden perfect van dezelfde zaal gebruik maken.” Hendrik gaat verder: “Ze zullen wel even moeten wennen aan de nieuwe opstelling, want oppositie en meerderheid zijn het nu niet gewoon om naast elkaar te zitten. Maar op die manier wennen ze er al aan, want in het gerenoveerde stadhuis zal de opstelling ook veranderen.”

8/13   top

Deel dit artikel

Elektrische sloten op deuren uit de 16e eeuw

Ingenieur Dirk Vermeerbergen, stad Antwerpen, denkt samen met het ontwerpteam na over de beveiliging van het stadhuis. En dat is een creatieve opdracht, vertelt hij. “Kaartlezers en elektrische sloten zijn voor mij niet nieuw, maar wanneer je ze op deuren uit de 16e eeuw moet plaatsen, is het toch wat anders.”

Een open stadhuis

Dirk: “Het stadhuis moet na de renovatie opnieuw een open huis worden. Dat wil zeggen dat iedereen er opnieuw in en uit kan lopen zonder daarvoor eerst een balie of kaartlezer te passeren. Maar het stadhuis is tegelijk een werkplek voor de kabinetten van de schepenen en burgemeester. En die moeten ook in alle rust kunnen werken. Wanneer bezoekers de werkruimtes van de kabinetten naderen, zullen ze op deuren botsen die voor hen niet opengaan. De stadsmedewerkers met een toegangskaart kunnen hier wel door. Het schoon verdiep, met de trouwzaal en raadszaal, zal enkel toegankelijk blijven onder begeleiding.”

Heel veel verschillende soorten deuren

“De twee verkeersstromen van bezoekers en stadsmedewerkers tekenen we helemaal uit. Zo weten we precies welke deuren we moeten plaatsen. Er zijn verschillende mogelijkheden, namelijk schuifdeuren, deuren die met een sleutel op slot kunnen, deuren die enkel met een toegangskaart geopend kunnen worden, deuren die maar aan één kant open gaan, deuren met bewegingssensors,... En dan zijn er nog een heleboel historische deuren die een elektrisch slot moeten krijgen” legt Dirk uit.

oude sleutels

16e-eeuwse poorten met moderne elektrische sloten

De grote middeleeuwse poorten die uitgeven op de Grote Markt zullen overdag weer allemaal opengezet worden. “Maar dat wil ook zeggen dat we deze poorten ’s avonds goed moeten kunnen afsluiten. Deze monumentale poorten krijgen daarom moderne sloten. Dat wordt geen alledaagse opdracht. En ook de historische deuren van de kabinetten op het schoon verdiep krijgen automatische sloten. Ook hier moeten we creatief te werk gaan zodat we deze erfstukken zeker niet beschadigen.” besluit Dirk.

10/13   top

Een duurzaam renaissancegebouw

Hoe restaureer je een gebouw dat al 450 jaar bestaat tot een duurzaam gebouw anno 2020? En wat is duurzaamheid? Hebben we het dan over isolatie, ecologie, weinig verlies van energie? Tim Van Dyck en Sam Verbelen, stad Antwerpen, weten er alles van. Tim staat met beide voeten in het stadhuis en volgt het ontwerpteam nauwgezet op. Sam denkt mee vanuit de dienst Milieu en onderzoekt de haalbaarheid van warmtenetten in het centrum van de stad.

Een comfortabel en duurzaam monument

Tim: “Duurzaamheid en behoud van het erfgoed zijn de twee grote uitgangspunten voor de renovatie van het stadhuis. De factor duurzaamheid speelde mee in de keuze van het ontwerp en ontwerpteam. En dat is een primeur.” Sam vult aan: “Dat in combinatie met de grenzen van het erfgoed waar we tegenaan lopen, maakt deze renovatie durvend en vooruitstrevend. De hoge comforteisen van vandaag integreren in een monument uit de 16e eeuw is een hele uitdaging.”

“We onderzoeken of het mogelijk is om het stadhuis en haar omgeving te verwarmen via een warmtenet, maar voor die buurt is dat geen gemakkelijke oefening.”

Sam Verbelen, dienst Milieu

Het nieuwe stadhuis scoort ‘Zeer goed’

“Duurzaamheid omvat zoveel thema’s. Ik denk dan aan het gebruik van duurzame materialen of de manier waarop je je afval sorteert, maar ook aan ecologie, bijvoorbeeld. Om de duurzaamheid van het ‘nieuwe’ stadhuis te meten, maken we gebruik van de beoordelingsmethode BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method)” licht Tim toe. Een onafhankelijke onderzoeksinstelling uit Groot-Brittannië controleert of de meting correct wordt uitgevoerd en levert een duurzaamheidscertificaat af. BREEAM meet de duurzaamheid in maar liefst negen categorieën: beheer, gezondheid en comfort, energie, mobiliteit, water, materialen, afval, landgebruik en ecologie en vervuiling. Elke duurzaamheidscategorie levert punten op. Die punten worden samengeteld tot een totaalscore. Een gebouw is duurzaam als het voldoende punten haalt om ‘geslaagd’ te zijn. Tim: “Maar de stad Antwerpen wil beter doen. Het stadhuis wil het label ‘zeer goed’ krijgen.”

stadhuis Antwerpen

Creatieve oplossingen

“Op veel punten is het niet moeilijk scoren met het stadhuis, op andere dan weer wel. Het stadhuis doet het bijvoorbeeld goed op vlak van mobiliteit; het is heel goed bereikbaar met het openbaar vervoer. En we herbruiken heel wat materialen. Dat zit ook goed” verklaart Tim. “Op andere punten is er wel wat werk of moeten we creatief zijn.” Sam pikt in: “De gevel isoleren of splinternieuwe ramen plaatsen gaat bijvoorbeeld niet. Daarvoor zijn de oorspronkelijke ramen en gevel te waardevol. Die moeten blijven. En het ventilatiesysteem is ook een hele uitdaging.” “Binnen de categorie ‘Gezondheid en Comfort’ is het uiteraard ook heel belangrijk om alle ruimtes voldoende te ventileren. Maar in het stadhuis is het niet mogelijk om overal ventilatiebuizen te plaatsen. Dan beschadigen we historische muren en schilderingen. We gaan dus op zoek naar ruimte tussen bestaande gewelven of schouwschachten” gaat Tim verder. “Ook het gebouw optimaal benutten is duurzaamheid. Opnieuw alle kabinetten er een plek geven en het meer openstellen voor de burger draagt daar zeker toe bij.” Sam: ”Het is inderdaad duurzamer om een levend monument te hebben dan een museum. Maar we maken het ons daarmee niet gemakkelijk.”

“Duurzaamheid en behoud van het erfgoed zijn de twee grote uitgangspunten voor de renovatie van het stadhuis.”

Tim Van Dyck, teammanager techniek en energie

Verwarmen op restwarmte

“We onderzoeken of het mogelijk is om het stadhuis en haar omgeving te verwarmen via een warmtenet. In dat geval maak je gebruik van groene warmte of restwarmte, bijvoorbeeld van een bedrijf, om de ruimtes en het water te verwarmen. Het warmtenet zorgt voor het transport van de warmte van het bedrijf of groene bron naar de gebruikers. Dit gebeurt ondergronds via een buizenstelsel met warm water, vergelijkbaar met het systeem van centrale verwarming. Daardoor heeft elk gebouw niet langer een eigen verwarmingsketel nodig” legt Sam uit. “Nu werken we vooral in nieuwe wijken, zoals Nieuw Zuid, bijvoorbeeld. Bij zulke grote nieuwe projecten kunnen we van nul beginnen. Daar leggen we simpelweg geen aardgasleiding aan. Ook grote woonprojecten met één eigenaar zijn gemakkelijker aan te spreken. Maar voor de buurt rond het stadhuis is dat geen gemakkelijke oefening. In het centrum van de stad zijn er veel verschillende eigenaren betrokken. Bovendien is het vaak moeilijk onder de grond werken in al die smalle straatjes. Maar de haalbaarheidsstudie loopt nog, dus we kunnen nog niet zeggen of er op termijn een warmtenet wordt aangelegd.” Tim: “En wij maken het stadhuis intussen hoe dan ook klaar om te verwarmen op een warmtenet. Want dat is de toekomst.”

11/13   top

Deel dit artikel

handan Narin, publiekswerker van het stadhuis

Het stadhuis van morgen

Handan Narin, stad Antwerpen, bereidt het publieksbeleid van het stadhuis voor. “Het stadhuis opent in 2020 opnieuw voor het publiek” vertelt ze enthousiast. “En een publiek, dat vraagt interactie en betrokkenheid” Hiervoor heeft Handan veel ideeën. En ze hoopt ook dat de mensen tijdens haar activiteiten niet té veel zullen wegdromen bij het prachtige interieur.

Het publiek betrekken

“We willen de bezoekers echt bij het stadhuis betrekken. Het mag er nog meer gaan leven dan vandaag. Zoals het in de 16de eeuw ook was. Toen was het gelijkvloers een open plein waar iedereen in en uit kon lopen. Dat zal opnieuw kunnen, maar dan overdekt. Bezoekers zullen niet zoals in een museum overal kunnen gaan kijken, maar op het gelijkvloers openen we een grote foyer waar iedereen tijdens de openingsuren welkom is. En daar willen we van alles organiseren, mogelijk in samenwerking met een externe partner. Ik denk bijvoorbeeld aan tentoonstellingen, lezingen, allerlei evenementen, concerten…. Alles kan, zolang het maar past binnen het historische kader van het stadhuis” verduidelijkt Handan.

Samenwerken met andere organisaties

Handan gaat verder: “Voor het aanbod in het stadhuis willen we samenwerken met andere organisaties en musea. We willen immers iedereen met open armen ontvangen. En daarbij hoort een gevarieerd aanbod. Ik ga zeker ook eens een kijkje nemen in de stadhuizen van andere grote steden. Bedrijven en particulieren zullen de beschikbare ruimtes ook kunnen huren om eigen activiteiten te organiseren, zoals we al deden met het concept ‘Open Stadhuis’.”

Op de hoogte blijven tijdens de werken

“We hebben ook nagedacht over hoe we iedereen goed kunnen informeren over de voortgang van de werken. Er komen elke dag zoveel bezoekers naar de Grote Markt, die kunnen we niet in de kou laten staan. Daarom komt er een mooie werfafsluiting helemaal rond het stadhuis met daarop informatie en beelden over de restauratie en renovatie. Bovendien nemen we zeker deel aan Open Wervendag en mogelijk zullen we de werken volgen met webcams.”

Tentoonstelling 450 jaar stadhuis

“De expo ‘450 jaar stadhuis’ is inmiddels afgesloten. Meer dan 117.000 bezoekers vonden hun weg naar de gratis tentoonstelling. We kunnen het dus zeker een groot succes noemen!” rondt Handan af. Een korte samenvatting van de tentoonstelling is te bekijken in onderstaande filmpje.

12/13   top

Deel dit artikel

Het stadhuis is meer dan 450 jaar oud

Het stadhuis is één van de oudste gebouwen van de stad. En hoewel een grondige restauratie broodnodig is, is dit natuurlijk niet de eerste keer dat het stadhuis een ‘opfrissing’ krijgt.

1565

Eindelijk een stadhuis voor de Metropool

Antwerpen beleeft een gouden zestiende eeuw. De economie en cultuur bloeien volop. Het raadhuis dat zich bevindt tussen de Grote Markt en de Suikerrui, voldoet niet meer. De metropool heeft nood aan een stadhuis dat even veel pracht en praal uitstraalt als de stad zelf. In 1561 legt Burgemeester Nicolaas Rockox de eerste steen. Vier jaar later heeft Antwerpen eindelijk een echt stadhuis.

1576

Het stadhuis in brand

In de tweede helft van de 16e eeuw staat Antwerpen onder Spaans bewind. Om zijn macht te verzekeren, zendt Filips II van Spanje Spaanse soldaten naar de stad. Maar die komen in opstand omdat ze niet worden uitbetaald. Tijdens de zogenoemde Spaanse Furie plunderen ze de hele stad en steken ze het stadhuis in brand. Het dak en interieur gaan bijna volledig in de vlammen op. Alleen de muren blijven overeind staan. Enkele jaren later wordt het gebouw in amper zes maanden hersteld.

Het bisschoppelijk paleis als terugkerend toevluchtsoord

Tussen 1576 en 1579 verbleef het stadsbestuur tijdelijk in het bisschoppelijk paleis op de Schoenmarkt. Ook nu, meer dan 400 jaar later, zal de gemeenteraad tijdens de renovatie van het stadhuis opnieuw tijdelijk doorgaan in datzelfde bisschoppelijk paleis.

1585

Antwerpen verliest haar toppositie

Vanaf 1585 blokkeren de Nederlanders de scheepvaart op de Schelde. Antwerpen verliest daardoor haar economische toppositie. Bestuurlijk verandert er twee eeuwen weinig.

1794

Het stadhuis is verouderd

In de 18e eeuw komt Antwerpen in handen van de Franse revolutionairen. De stad leeft weer helemaal op.

Na meer dan 200 jaar wordt de Schelde opnieuw opengesteld voor de scheepvaart. Het stadhuis wordt aangepast aan de moderne tijd en het nieuwe bestuur.

1851

Een nieuw dak

In de 19e eeuw ondergaat het stadhuis een grondige restauratie en renovatie. De voorgevel wordt gerestaureerd en binnenin verandert de indeling helemaal. Er ontstaan nieuwe ruimtes voor de nieuwe activiteiten van de stadsadministratie. De oude binnenplaats, tot dan een open plein, wordt overkoepeld. Zo ontstaat de monumentale trapzaal, die we vandaag nog kennen. Ook de inrichting en decoratie van de kamers worden ingrijpend vernieuwd.

Een open huis

De invoering van de burgerlijke stand zorgt ervoor dat ook gewone burgers hun weg naar het stadhuis vinden voor persoonlijke gebeurtenissen zoals geboortes, huwelijken en overlijdens. Dat vraagt om loketten en een trouwzaal. Er vinden ook meer evenementen en ontvangsten van belangrijke personen plaats. En een aantal vroegere functies verdwijnen. Het stadsbestuur is niet langer betrokken bij de rechtspraak die eerder nog in de raadkamer plaatsvond en de scheiding van kerk en staat maakt de kapel overbodig in het stadhuis.

Vandaag

Stadhuis in nood

Op dit moment is het gebouw verouderd. Authentieke elementen zoals de schilderijen en de gouden wandbekleding zijn in slechte staat. Zonder restauratie dreigen ze onherstelbare schade op te lopen. Daarom plant de stad van 2017 tot 2020 een totaalrestauratie. De restauratie wordt een mooi evenwicht tussen historische waarde en modern comfort. Het stadhuis wordt opnieuw hét bestuurscentrum met alle politieke kabinetten onder één dak en meer plaats voor de burger.

13/13   top

Deel dit artikel