6 BIJLAGEN

 

1 BIJLAGE 1: FEITELIJKE TOESTAND

 

1.1 Bestaande functies, morfologie, groenstructuur

 

Het plangebied omvat vijf aangrenzende percelen in de Maatsweg (nrs. 2 t.e.m. 12) die bebouwd zijn met woningen in gesloten bebouwing. Het voorste gedeelte (ca. 3 meter) van deze percelen (totale diepte ca. 16 meter) ligt vooruitgesprongen ten opzichte van de hoekpanden in de Maatsweg. De percelen maken deel uit van het bouwblok dat gevormd wordt door de Maatsweg, de Maatsstraat, de Boerhaavestraat en de Pothoekstraat. Qua functies sluiten de percelen aan bij het omliggende bebouwde weefsel, namelijk woongebied.

 

De woningen betreffen vier arbeidershuizen (Maatsweg nrs. 6 t.e.m. 12) en één appartementsgebouw (Maatsweg nr. 2). De arbeidershuizen zijn opgebouwd uit één (uitzonderlijk twee) bouwla(a)g(en) onder een pannen zadeldak. De gevels zijn zeer smal (circa 4,50 meter). Het appartementsgebouw omvat overwegend vier bouwlagen onder een plat dak. Het linker deel van het appartementsgebouw is lager en omvat twee bouwlagen (gedeeltelijk plat dak, gedeeltelijk pannen zadeldak), als aansluiting op de aangrenzende arbeidershuizen. De morfologie van de rijwoningen binnen het plangebied is enigszins atypisch ten opzichte van het omliggend woonweefsel. Enerzijds door de beperkte bouwhoogte (met uitzondering van nr. 8), in een omgeving die gekenmerkt wordt door rijwoningen van twee à drie bouwlagen. Anderzijds door de vooruitgesprongen bebouwing in de straat, in een omgeving met rechtlijnig afgebakende bouwblokken.

 

Tot voor kort werden de lage rijwoningen vermeld in de inventaris van het bouwkundig erfgoed als ‘rij arbeiderswoningen’. Voorafgaand aan de vaststelling van deze inventaris in 2019 werd deze rij woningen echter uit de inventaris geschrapt. Op de inventaris bouwkundig erfgoed wordt het verlies van erfgoed expliciet aangegeven met die reden dat de oorspronkelijke erfgoedwaarden niet meer aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn er structurele en ingrijpende veranderingen gebeurd aan de arbeidershuizen zoals sloop en ingrijpende verbouwingen (onder meer de toevoeging van de verdieping bij pand nr. 8, de omvorming tot garage bij pand nr. 6,… zie onderstaande foto’s).

 

Binnen de afbakening van het plangebied is er geen groen aanwezig. Ook in de omgeving is het groenaandeel beperkt. Binnen de directe omgeving van het plangebied is enkel groene ruimte rond het ZNA Ziekenhuis Stuivenberg terug te vinden. In de ruimere omgeving, op minimum 350 meter van het plangebied, zijn grootschaligere groenstructuren terug te vinden zoals het Stuivenbergplein en het park Spoor Noord.

 

 

 
[image]

Afbakening rijwoningen opgenomen in wetenschappelijke inventaris (bron: inventaris.

onroerenderfgoed.be)

 

 [image]

Vlaamse Gemeenschap op 31-08-1981:

rij van 5 arbeidershuizen (bron: inventaris.onroerenderfgoed.be)

 

 

Foto genomen door Vlaamse Gemeenschap op 31-08-1981:

Foto genomen door Vandevorst, Kris op 15-10-2008:

appartementsgebouw (nr. 2) in opbouw, ter vervanging van arbeidershuis nr. 2; woning nr. 8 opgehoogd tot 2 bouwlagen onder pannendak; pand nr. 6 omgevormd tot garage (bron: inventaris.onroerenderfgoed.be)

 

 [image]

Foto september 2020 (bron: Sweco)

 

 

1.2 Bestaande ontsluiting

 

Het plangebied wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten door de Pothoekstraat ten westen en de Maatsstraat ten oosten. De Maatsweg zelf is enkel toegankelijk voor bewoners en bevoorrading en is enkel bereikbaar via de Maatsstraat. Het plangebied wordt via het omliggende wegennet ontsloten met het bovenlokale wegennet: Noordersingel (R10) en de kleine ring rond Antwerpen (R1).

 

Ook met openbaar vervoer is het plangebied vlot bereikbaar. Binnen een afstand van 500m (ca. 5 minuten wandelen) wordt het ontsloten door de volgende lijnen:

  • Buslijn 23: Centraal Station – Dam – Noorderplaats

  • Buslijn 38: Zuid Station – Berchem – Schijnpoort

  • Buslijn 30: Sint-Jansplein – Berchem Station – Waterpoort

  • Tramlijn 12: Centraal Station – Sportpaleis

  • Premetrolijn 2: P+R Merksem – Hoboken

  • Premetrolijn 3: P+R Merksem – P+R Melsele

  • Premetrolijn 5: Wijnegem – P+R Linkeroever

  • Premetrolijn 6: P+R Luchtbal – P+R Olympiade

 

Het openbaar vervoersnetwerk in de omgeving van het plangebied zorgt zo voor een verbinding met de omliggende deelgemeenten Merksem, Borgerhout, Berchem en Hoboken. De aanwezige premetrolijnen zorgen overigens voor een vlotte verbinding met het centrum van Antwerpen (met een rechtstreekse verbinding naar treinstation Antwerpen Centraal en Linkeroever).

 

Voor de zwakke weggebruikers zorgt een fietsroute doorheen de Pothoekstraat (richting Merksem ten noorden en richting Borgerhout ten zuiden) voor een vlotte bereikbaarheid van het plangebied. Deze fietsroute takt overigens aan op een fietsroute doorheen Park Spoor Noord richting het Eilandje. Ook zijn er twee fietsostrades te vinden in de omgeving van het plangebied: fietsostrade FR10, oftewel het ‘ringfietspad’ langsheen de binnenring rond Antwerpen, en de fietsostrade F5 Antwerpen-Herentals-Hasselt. Daarnaast zijn er in de omliggende straten rondom het plangebied steeds voetpaden aanwezig.

 

 

 

 [image]

Bestaande ontsluiting plangebied

 

 

 

1.3 Wandeling omgeving plangebied

 

 

 [image]

Aanduiding fotostandpunten

 

 

 

 

 

 [image]

 [image]

1. Maatsweg t.h.v. Pothoekstraat

2. Pothoekstraat richting ZNA Stuivenberg

 

 [image]

 [image]

3. Pothoekstraat richting Schijnpoortweg

4. Maatsweg vanuit Pothoekstraat

 

 [image]

 [image]

5. Maatsweg vanuit Pothoekstraat

6. Maatsweg nr.2-6 (binnen plangebied)

 

 [image]

 [image]

7. Maatsweg nr.8 (binnen plangebied)

8. Maatsweg nr.10 (binnen plangebied)

 

 [image]

 [image]

9. Maatsweg nr.12 (binnen plangebied)

10. Maatsweg nr.12-14 vanuit Maatsstraat

 

 

 

 

 [image]

11. Maatsweg vanuit Maatsstraat

 

 [image]

 [image]

12. Maatsweg vanuit Maatsstraat

 

13. Maatsstraat richting Boerhaavestraat

 

 [image]

 [image]

14. Maatsstraat richting Maatsweg

15. Boerhaavestraat richting Pothoekstraat

 [image]

 [image]

16. Boerhaavestraat richting sporen

17. Pothoekstraat richting ZNA Stuivenberg

 

 [image]

 [image]

18. Pothoekstraat richting Maatsweg

19. Pothoekstraat richting Maatsweg nr.2

 

 [image]

 [image]

20. Pothoekstraat richting Maatsstraat

21. Maatsstraat richting Schijnpoortweg

 

 [image]

 [image]

22. Maatstraat richting Maatsweg

23. Maatsstraat richting Maatsweg

 

 

 

 

2 BIJLAGE 2: JURIDISCH KADER

 

2.1 Algemeen overzicht

 

plangebied

omgeving plangebied

 

 

 

Gewestplan

Gewestplan Antwerpen

Gewestplan Antwerpen

Plannen van aanleg

/

BPA Stedelijk Park Spoor Noord; BPA nr. 16 Stedelijk Slachthuis en omgeving

Ruimtelijke uitvoeringsplannen

GRUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Antwerpen; RUP 2060

GRUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Antwerpen; RUP 2060;

RUP Slachthuissite – Noordschippersdok – Lobroekdok; GRUP Oosterweelverbinding; GRUP Oosterweelverbinding – wijziging

 

Overstromings-gevoelige gebieden

/

/

Beschermde monumenten

/

Parochiekerk Sint-Eligius en pastorie (ID: 5991); Spoorwegbrug (ID: 7032);

Beschermde landschappen

/

/

Beschermde stad- en dorpsgezichten

/

Watertorens met omgeving (ID: 5873)

Inventaris bouwkundig erfgoed

 

Apotheek Peeters (ID: 102810); Stuivenberggasthuis (ID: 98748);

Habitatrichtlijngebied

/

/

Vogelrichtlijngebied

/

/

VEN-gebied

/

/

VHA-waterlopen

/

Lobroekdok; Klein Schijn pompstation; Groot Schijn

Atlas der Buurt- voetwegen

Buurtweg n.9

 

 

 

 

8.2 Gewestplan Antwerpen

 

Volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen, wordt het plangebied volledig ingetekend als woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

 

 [image]

 

Gewestplan Antwerpen met aanduiding afbakening plangebied RUP Maatsweg

 

Overige bestemmingen die terug te vinden zijn in de omgeving volgens het gewestplan Antwerpen zijn:

 

  • Gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen

  • Gebied voor stedelijke ontwikkeling

 

Noot: Sinds 20 december 2012 is het RUP 2060 (zie paragraaf 2.3.1 ‘RUP 2060’) van kracht (definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 oktober 2012), welke het gewestplan Antwerpen overstijgt. Het gewestplan is dus niet meer van toepassing op het plangebied. In het RUP 2060 worden de percelen binnen het plangebied deels ingekleurd als zone voor wonen (art.1) en deels als zone voor publiek domein (art.7).

 

 

2.2 Gewestplan Antwerpen

 

Volgens het gewestplan Antwerpen, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen, wordt het plangebied volledig ingetekend als woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.

 

 [image]

Gewestplan Antwerpen met aanduiding afbakening plangebied RUP Maatsweg

 

Overige bestemmingen die terug te vinden zijn in de omgeving volgens het gewestplan Antwerpen zijn:

 

  • Gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen

  • Gebied voor stedelijke ontwikkeling

 

Noot: Sinds 20 december 2012 is het RUP 2060 (zie paragraaf 2.3.1 ‘RUP 2060’) van kracht (definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 oktober 2012), welke het gewestplan Antwerpen overstijgt. Het gewestplan is dus niet meer van toepassing op het plangebied. In het RUP 2060 worden de percelen binnen het plangebied deels ingekleurd als zone voor wonen (art.1) en deels als zone voor publiek domein (art.7).

 

 

 

2.3 Plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen

 

Het plangebied van het RUP Maatsweg valt binnen de contouren van het RUP 2060, alsook binnen de afbakeningslijn van GRUP Afbakening Grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

In de nabije omgeving situeren zich een aantal andere plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen, die hieronder eerder bondig worden toegelicht.

 

 

2.3.1 RUP 2060

 

Het RUP 2060 werd definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 oktober 2012 en goedgekeurd door de deputatie op 20 december 2012. Dit RUP omvat het volledige plangebied van voorliggend RUP Maatsweg.

 

Het plangebied van het RUP 2060 situeert zich in het noordelijk gedeelte van de 19e-eeuwse gordel van Antwerpen en wordt begrensd door: park Spoor Noord, de Touwstraat en de Vlagstraat ten noorden, de as Helmstraat – Van Monfortstraat – Groeningerplein – Kortrijkstraat ten oosten, de as Gemeentestraat – Carnotstraat ten zuiden en de Italiëlei ten westen. Het gebied kan grosso modo verder worden ingedeeld in de wijken Amandus-Atheneum en Stuivenberg.

 

 [image]

Afbakening plangebied RUP 2060 (bron: RUP 2060), inclusief aanduiding plangebied RUP Maatsweg

 

 

Het RUP 2060 heeft tot doel het revitalisatieproces dat in dit stadsdeel aan de gang is in goede banen te leiden en bij te dragen tot een evenwichtige verweving van wonen, diensten, handelszaken en horeca, en dit zowel vanuit een sociaal als economisch oogpunt.

 

Het plangebied van voorliggend RUP wordt binnen het RUP 2060 ingevuld als enerzijds zone voor wonen (artikel 1) en anderzijds zone voor publiek domein (artikel 7). Bij de opmaak van het RUP 2060 werd tevens (zoals reed vermeld in paragraaf 1.2. ‘Aanleiding’) de bestaande rooilijn opgeheven en rechtgetrokken, waardoor de vooruitgeschoven woningen op de Maatsweg per vergissing gedeeltelijk in openbaar domein kwamen te liggen. Met voorliggend RUP zal deze vergissing worden rechtgezet d.m.v. een bestemmingswijziging zodat de zoneringen overeenkomen met de perceelstructuur.

 

De relevante stedenbouwkundige voorschriften van RUP 2060 worden maximaal overgenomen binnen het RUP Maatsweg met als doel te streven naar uniformiteit voor alle gebouwen binnen het betrokken bouwblok.

 

 [image][image]

grafisch plan RUP 2060 met situering plangebied (wit) (bron: RUP 2060)

 

 

 [image]

 [image]

 [image]

Uitsnede grafisch plan RUP 2060 met aanduiding plangebied (wit) (bron: RUP 2060)

 

 

Hieronder worden enkele relevante stedenbouwkundige voorschriften van beide zones toegelicht. Voor een compleet overzicht van de voorschriften van RUP 2060 wordt verwezen naar bijlage 6 ‘op te heffen voorschriften’ van deze toelichtingsnota.

 

Artikel 1 – zone voor wonen

 

Bestemming

De volgende functies zijn toegelaten:

  • Wonen

  • Gemeenschapsvoorzieningen

  • Detailhandel is niet toegelaten met uitzondering van het hoekperceel waar detailhandel toegelaten is op het gelijkvloers.

  • Reca is niet toegelaten met uitzondering van het hoekperceel waar reca toegelaten is op het gelijkvloers, met een maximale netto handelsoppervlakte van 200m².

  • Vrije beroepen zijn toegelaten met een maximum van 200 m² en onbeperkt op het hoekperceel.

  • Kantoren en diensten zijn toegelaten met een maximum van 200m² en onbeperkt op het hoekperceel.

  • Kleinschalige verblijfsaccomodatie is toegelaten met een maximaal aantal van 3 kamers, gekoppeld aan een woning.

 

Er kan slechts één nevenfunctie toegelaten worden per gebouw naast de hoofdfunctie.

 

 

 

Inrichting – bouwdiepte

De bouwdiepte wordt bepaald door de harmonieregel die gebaseerd is op de vergunde toestand. Een afwijking van 2 meter is toegelaten, indien de opgegeven maten een logische structurele afbraak van het gebouw in de weg staan.

Voor nieuwbouw, functiewijzigingen en verbouwing met volumewijziging geldt ook een minimale bouwdiepte en een maximale bouwdiepte. De minimale bouwdiepte is 8 meter. De maximale bouwdiepte is afhankelijk van de perceelsdiepte en wordt vastgelegd op 5 meter afstand van de achterste perceelsgrens. Deze 5 meter wordt gevrijwaard van constructies en is bestemd als tuinzone. De minimale bouwdiepte primeert op de maximale.

 

Opdelen van huizen

Het is verboden om een huis op te delen in meerdere woongelegenheden indien het huis beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en minder dan 250 m². Hierop kan een uitzondering gemaakt worden indien na opdeling 1 woongelegenheid wordt behouden met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en het aantal bijkomende woongelegenheden wordt beperkt tot maximaal 3 kamers of 1 andere woongelegenheid. Indien een huis dat beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en minder dan 250 wordt verbouwd, uitgebreid of vervangen door een nieuwbouw, dan zijn de bepalingen van bovenstaande paragraaf eveneens van toepassing op de woning die ontstaat na verbouwing, uitbreiding of vervanging, ongeacht de oppervlakte van de binnenruimte na de werken.

 

Samenvoegen van percelen

Indien een huis dat beschikt over een bruto vloeroppervlakte van meer dan 90 m² en minder dan 250 m² wordt samengevoegd met een of meer andere woningen, gebouwen of kavels, dan kunnen in het gebouw dat ontstaat na samenvoeging voor elk oorspronkelijk huis met een binnenruimte van meer dan 90m² ten hoogste 3 kamers of 1 andere woongelegenheid worden ingericht.

 

Artikel 7 – zone voor publiek domein

 

Bestemming

De volgende functies zijn toegelaten:

  • openbare weg

  • publieke verblijfsruimte

  • ondergrondse buurtparkings

 

Permanente bebouwing is toegelaten in deze zone in hoeverre deze:

  • deel uitmaakt van de inrichting van het publiek domein en/of

  • de beleving van de omliggende publieke ruimte versterken en/of

  • het openbaar nut dienen.

 

Inrichting

De zone is bestemd voor de aanleg van het publieke domein en de daarbij horende infrastructuur zoals groenaanleg, parkeervoorzieningen op maaiveldniveau, ondergrondse buurtparkings, laad- en loszones, fietspaden, straatmeubilair… De constructies dienen te voldoen aan de redelijke eisen van welstand, in harmonie met de aanleg van de zone.

 

 

 

2.3.2 GRUP Afbakening Grootstedelijk Gebied Antwerpen

 

Het GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen werd definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 19 juni 2009. Dit GRUP omvat het volledige plangebied van voorliggend RUP.

 

Met dit GRUP stelt de Vlaamse Regering twee zaken voor:

 

  1. een afbakeningslijn die aangeeft waar een stedelijk gebiedbeleid gevoerd zal worden. Deze houdt op zich geen bestemmingswijzigingen in.

  2. een aantal deelprojecten binnen het gebied die noodzakelijk zijn om het stedelijk gebiedbeleid vorm te geven en het stedelijk gebied ruimtelijk in te vullen. Deze deelprojecten houden wel bestemmingswijzigingen in.

 

Het plangebied ligt binnen de afbakeningslijn van het GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen maar er is geen grondbestemming van kracht. Dit brengt met zich mee dat hier een stedelijk gebiedbeleid zal gevoerd worden. Dit betekent dat vanuit het principe van gedeconcentreerde bundeling het stedelijk gebied wordt versterkt. Hierbij vormen ontwikkeling, verdichting en concentratie de uitgangspunten. Om uitzwerming, lintbebouwing en wildgroei van activiteiten in het buitengebied te vermijden, is dit beleid gericht op het creëren van een aanbod aan bijkomende woningen in een kwalitatieve woonomgeving, het voorzien van ruimte voor bedrijven, het versterken van stedelijke activiteiten en het stimuleren van andere vormen van mobiliteit. Zo wordt een versnippering van de ruimte voorkomen. Er moet echter ook rekening gehouden worden met de draagkracht van het stedelijk gebied, niet alleen kwantiteit maar ook kwaliteit van ruimte en woonomgeving staat voorop. Het is noodzakelijk om de stedelijke gebieden te vernieuwen door het doorvoeren van onder andere een meer dynamische stadsvernieuwing en door strategische projecten. Het ontwikkelen van nieuwe woontypes en kwalitatieve leefomgevingen is een doelstelling.

 

 

 [image]

Situering plangebieden met verordenend grafisch plan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen (bron: GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen), inclusief aanduiding plangebied RUP Maatsweg

 

 

 

2.3.3 BPA nr.16 Stedelijk Slachthuis en omgeving

 

Dit BPA werd goedgekeurd door Vlaamse overheid op 26 juni 2001. Het BPA is ten noorden van het plangebied gesitueerd, in de Damwijk.

 

 [image]

Afbakening plangebied BPA nr.16 Stedelijk Slachthuis en omgeving (bron: BPA nr.16 Stedelijk Slachthuis en omgeving), inclusief aanduiding plangebied RUP Maatsweg

 

Het plangebied van dit BPA behelst een zone van circa 1ha. Het beperkt zich tot de site van het slachthuis en de omliggende private bedrijven die op moment van opmaak een concessie hadden lopen van 30 jaar en grote investeringen maakten in hun bedrijf.

 

Het doel van het BPA is door middel van een kleine bijsturing van het gewestplan Antwerpen (vastgesteld bij KB van 3 oktober 1979) gunstige voorwaarden tot ruimtelijke en sociaal-economische heropleving van de buurt creëren en nieuwe impulsen mogelijk maken. Concreet wordt het behoud van de schapenslachterij, de inrichting tot een nieuw slachthuis en de herinrichting van een snijzalencomplex vastgelegd.

 

 [image]

Grafisch Plan BPA nr.16 Stedelijk Slachthuis en omgeving

(bron: BPA Stedelijk Slachthuis en omgeving)

 

 

Noot: Sinds 20 december 2012 is het RUP Slachthuissite – Noordschippersdok -Lobroekdok van kracht, welke het BPA overstijgt (zie paragraaf 2.3.5 RUP Slachthuissite – Noordschippersdok – Lobroekdok). Dit BPA is dus niet meer van toepassing op het plangebied van voorliggend RUP.

 

 

 

 

2.3.4 BPA Stedelijk Park Spoor Noord

 

Dit BPA werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 29 juni 2005. Het BPA is ten noordwesten van het plangebied gesitueerd.

 

 [image]

Afbakening projectgebied en plangebied BPA Stedelijk Park Spoor Noord (bron: BPA Stedelijk Park Spoor Noord), inclusief aanduiding plangebied RUP Maatsweg

 

Het plangebied van het BPA Stedelijk Park Spoor Noord behelst een zone van circa 30ha en wordt begrensd door: de Kempenstraat, de achterzijde van de huizenrij aan de Hardenvoort, Viaduct Dam, Damplein en de ring spoorweg Antwerpen-Roosendaal in het noorden, Schijnpoort-Pothoekstraat, Halenstraat, Viséstraat, Trapstraat en Ellermanstraat in het oosten en zuiden en het noordelijke deel van de Italiëlei ten westen. Met uitzondering van de ring spoorweg Antwerpen-Roosendaal en de Schijnpoort-Pothoekstraat zijn alle bovengenoemde structuren opgenomen in het BPA.

 

Het doel van het BPA is de realisatie mogelijk maken van een nieuw stedelijk park als motor voor de heropwaardering van de omliggende wijken Dam en Stuivenberg-Seefhoek, waarbinnen deze laatste het plangebied van RUP Maatsweg gelegen is. Het BPA dient tevens als juridische basis voor het winnend ontwerp van de stedenbouwkundige wedstrijd “Spoorwegemplacement en omgeving, een stedelijk parklandschap voor de 21e eeuw” die voor het park werd uitgeschreven.

 [image]

 

Grafisch Plan BPA Stedelijk Park Spoor Noord (bron: BPA Stedelijk Park Spoor Noord)

 

 

 

2.3.5 RUP Slachthuissite – Noordschippersdok – Lobroekdok

 

Het RUP 2060 werd definitief vastgesteld door de gemeenteraad op 22 oktober 2012 en goedgekeurd door de deputatie op 20 december 2012. Dit RUP is ten noorden van het plangebied gesitueerd, in de Damwijk.

 

 [image]

Afbakening plangebied RUP Slachthuissite – Noorschippersdok – Lobroekdoek (bron: RUP Slachthuissite – Noordschippersdok – Lobroekdok), inclusief aanduiding plangebied RUP Maatsweg

 

Het plangebied van het RUP Slachthuissite – Noordschippersdok - Lobroekdok behelst een zone van circa 18ha en wordt in wijzerzin begrensd door: de kaaien van het Lobroekdok, de Ceulemansstraat , de Lange Lobroekstraat, de Kalverstraat, de Weilandstraat, de zuidelijke grens van sporthal All In, het Noordschippersdok tot aan de Samberstraat, de Slachthuislaan en de Denderstraat.

 

De definitieve sluiting van het stedelijk slachthuis in 2006 had tot gevolg dat de bestemmingen van deze site zoals bepaald in het ‘BPA Stedelijk Slachthuis en omgeving’ achterhaald werden. Dit RUP heeft dan ook tot doel de herontwikkeling van dit plangebied tot een gemengd kwalitatief project met hoofdbestemming wonen, verweven met diensten, recreatie en bedrijvigheid mogelijk te maken. Ter uitwerking van de gewenste transformatie van dit gebied werd in 2017 een masterplan opgesteld waarin een totaalvisie op het plangebied werd uitgewerkt. Het RUP Slachthuisiste – Noordschippersdok – Lobroekdok vertaalt de ruimtelijke krachtlijnen van dit masterplan en legt de nodige randvoorwaarden vast.

 

 [image]

 [image]

Grafisch Plan RUP Slachthuissite – Noorschippersdok - Lobroekdoek (bron: RUP Slachthuissite – Noorschippersdok - Lobroekdoek)

 

 

 

2.3.6 GRUP Oosterweelverbinding (- wijziging)

 

Het GRUP Oosterweelverbinding werd definitief vastgesteld door de Vlaamse Regering op 16 juni 2006. In 2015 werd het GRUP Oosterweelverbinding – wijziging opgesteld (goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 20 maart 2015), welke een aantal wijzigingen aan het oorspronkelijk GRUP Oosterweelverbinding omvat. Deze twee ruimtelijke uitvoeringsplannen vormen dus samen de juridische basis voor het gehele project Oosterweelverbinding.

 

Het doel van het GRUP Oosterweelverbinding is de nodige bestemmingswijzigingen door te voeren om de realisatie van de Oosterweelverbinding mogelijk te maken. Volgende bestemmingen worden vastgelegd: gebied voor wegeninfrastructuur, gebied voor ongelijkvloerse wegeninfrastructuur, natuurgebied, groengebied, werfzone en leidingenstroken en hoogspanningsleidingen.

 

Het GRUP is een belangrijke stap in de uitvoering van het Masterplan Mobiliteit Antwerpen dat in 1997 door de Vlaamse Regering werd opgesteld (en in 2000 werd goedgekeurd) om een antwoord te bieden op de congestieproblemen op de Antwerpse ring en de zware gevolgen voor de bereikbaarheid van de Antwerpse agglomeratie die deze met zich meebrengen. Dit plan is geen globaal mobiliteitsplan, maar reikt een lijst prioritaire projecten aan die op korte termijn een oplossing moesten bieden voor een groot deel van de mobiliteitsproblemen. Het gaat hierbij onder andere om de sluiting van de kleine Ring (de Oosterweelverbinding), waar het GRUP Oosterweelverbinding uitvoering aan geeft.

Het project ‘Oosterweelverbinding’ omvat het sluiten van de R1 aan de noordzijde van de stad Antwerpen ter hoogte van Oosterweel d.m.v. een bijkomende tunnelverbinding tussen de Linker- en Rechterscheldeoever. De hoofdfunctie van de Oosterweelverbinding is een verbindingsfunctie op Vlaams niveau. De Oosterweelverbinding wordt opgedeeld in vijf projectonderdelen, waarvan één in de omgeving van het plangebied RUP Maatsweg gelegen is, namelijk projectonderdeel 5: R1-Noord. Dit projectonderdeel situeert zich ten noordwest-zuidoosten van het plangebied.

 

 [image]

Grafisch plan GRUP Oosterweelverbinding – wijziging (bron: GRUP Oosterweelverbinding – wijziging), inclusief aanduiding plangebied RUP Maatsweg

 

 

Met het GRUP Oosterweelverbinding – wijziging worden een aantal bestemmingswijzigingen t.o.v. het GRUP Oosterweelverbinding doorgevoerd om de realisatie van het op dat moment meest actuele project Oosterweelverbinding mogelijk te maken.

 

 

 

 

3 BIJLAGE 2: BELEIDSKADER

 

3.1 Relatie met de bovenlokale ruimtelijke structuurplannen

 

3.1.1 Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

 

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) werd op 23 september 1997 door de Vlaamse regering definitief goedgekeurd als kader voor het ruimtelijk beleid van Vlaanderen tot 2007. Op 12 december 2003 stelde de Vlaamse Regering de eerste herziening van het RSV definitief vast en een tweede herziening op 17 december 2010.

 

Het studiegebied is gelegen in de 19de-eeuwse gordel van Antwerpen en valt binnen de afbakening van het grootstedelijk gebied Antwerpen. Dit brengt met zich mee dat hier een stedelijk gebiedsbeleid zal gevoerd worden. De uitgangspunten voor stedelijke gebieden zijn ontwikkeling, concentratie en verdichting. Dit betekent o.m. een beleid gericht op het creëren van bijkomende woningen in een kwalitatieve woonomgeving en het versterken van het stedelijk functioneren aan de hand van een mix van functies (diensten, gemeenschapsvoorzieningen, stedelijke voorzieningen,…).

 

Er moet echter ook rekening gehouden worden met de draagkracht van het stedelijk gebied. Niet alleen kwantiteit maar ook kwaliteit van ruimte en woonomgeving staat voorop. Het is noodzakelijk om de stedelijke gebieden te vernieuwen door het doorvoeren van onder andere een meer dynamische stadsvernieuwing. Er moet worden gestreefd naar:

  • een gedifferentieerde woningvoorraad;

  • het versterken van de multifunctionaliteit;

  • verweving en bundeling van functies en activiteiten;

  • een goed gebruik en beheer van de bestaande stedelijke voorzieningen en

infrastructuur;

  • het afstemmen van de voorzieningen op het belang van het stedelijk gebied;

  • het bundelen van de kleinhandel;

  • behoud en uitbouw van cultureel-maatschappelijke en historisch waardevolle elementen in de stedelijke gebieden;

  • stedelijke mobiliteit en locatiebeleid;

  • zorg voor collectieve en openbare ruimten;

 

 

3.1.2 Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV)

 

De Vlaamse Regering keurde op 20 juli 2018 de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed. De strategische visie omvat een toekomstbeeld en een overzicht van voorname beleidsopties op lange termijn, met name de strategische doelstellingen.

 

De Vlaamse Regering heeft de ambitie om het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) te realiseren als opvolger van het RSV. De strategische visie van het BRV formuleert enkele ruimtelijke ontwikkelingsprincipes:

  • Meer doen met minder ruimte (ruimtelijk rendement verhogen, multifunctioneel ruimtegebruik en verweving)

  • Ontwikkelen vanuit samenhang (samenhangende steden en dorpen, samenhang vanuit energie, samenhangende veerkrachtige open ruimte)

  • De leefkwaliteit bevorderen: welzijn, woonkwaliteit en gezondheid

  • Samen aan de slag

 

 

3.1.3 Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen

Goedgekeurd MB. 10/07/2001.

 

Het plangebied ligt binnen de hoofdruimte ‘Antwerpse fragmenten’. Dit is het deel van de Vlaamse Ruit dat op het grondgebied van de provincie Antwerpen is gelegen. Het is een sterk verstedelijkt gebied bestaande uit een kluwen van stedelijke fragmenten, waar bij voorkeur hoogdynamische activiteiten worden ondergebracht.

 

Er wordt in het Provinciaal Structuurplan gekozen voor een dynamische ontwikkeling, inspelend op de hoogwaardigheid van het gebied en rekening houdend met de beperkte draagkracht ervan. Dit moet leiden tot een synergie tussen de activiteiten en tot een efficiënt aanwenden van middelen (infrastructuren, voorzieningen). Tegelijk worden ook andere – meer kwetsbare en natuurlijk waardevolle – gebieden gevrijwaard.

 

Aan deze hoofdruimte wordt een beleid gekoppeld van omgaan met fragmentatie: de verdergaande fragmentatie van de provincie Antwerpen wordt binnen de grenzen van de ‘Antwerpse fragmenten’ gehouden. De kwaliteit van de woonomgevingen moet worden verhoogd, met nieuwe nederzettings- en woontypologieën, nabijheid van voorzieningen, goede verplaatsingsmogelijkheden en groenstructuren.

 

De hoofdruimte ‘Antwerpse fragmenten’ wordt nog verder uitgewerkt in zeven deelruimten. Het plangebied maakt deel uit van de deelruimte ‘Grootstedelijk Antwerpen’. Deze deelruimte wordt gezien als een geheel van gelijkwaardige grootstedelijke woonomgevingen met een hoog voorzieningenniveau, waarbij de meer perifere woonomgevingen een aantal taken overnemen van de kernstad. De dichtheid van de kernstad verlaagt, deze van de meer perifere woonmilieus verhoogt. Grootstedelijke elementen, zoals een grootstedelijke groenstructuur (o.a. ‘groene vingers’) en grootstedelijke assen (dragers van voorzieningen, hoogdynamische activiteiten en openbaar vervoer), moeten zorgen voor de samenhang tussen de verschillende woonomgevingen. De woonomgevingen worden verbonden door een hoogwaardig openbaar vervoersnetwerk.

 

 

3.1.4 Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen

 

De provincieraad keurde op 23 mei 2019 een eerste versie van het Beleidsplan Ruimte, de conceptnota, goed. Dit is de conceptnota van de uiteindelijke strategische visie. De strategische visie bevat de vier ruimtelijke principes en zeven strategieën, die de basis zijn voor het te voeren ruimtelijke beleid in de provincie Antwerpen.

 

De strategische visie vormt de basis van de beleidskaders en bevat onder meer 4 ruimtelijke principes:

  • zuinig ruimtegebruik, om meer te doen met dezelfde ruimte;

  • veerkracht, zodat we flexibel kunnen omgaan met veranderingen in de toekomst;

  • nabijheid en bereikbaarheid, zodat we ons in eerste instantie minder, maar ook duurzaam verplaatsen;

  • eigenheid, want de ene plek is de andere niet.

 

 

3.2 Strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA)

 

Het s-RSA werd goedgekeurd door de deputatie van de provincie Antwerpen op 21 december 2006. Voor het s-RSA is in 2013 het initiatief genomen om een evaluatie en actualisatie door te voeren. Het evaluatierapport werd op 19 december 2014 goedgekeurd en hierna werd de actualisatiefase opgestart.

 

Het strategisch ruimtelijk structuurplan (s-RSA) opteert voor een subtiel ingrijpen op wat Antwerpen eigen is. Het tracht met een beperkt aantal strategische acties een maximaal stimulerend effect te hebben op de plek en zijn omgeving. Daartoe formuleert het een generiek (richtinggevend) en een gebiedsgericht actief beleid. Deze zijn complementair en kunnen niet los van elkaar worden bekeken.

 

 

3.2.1 Richtinggevend gedeelte: generiek beleid

 

Het richtinggevend gedeelte geeft letterlijk aan dat de opmaak van het RUP 2060, waarvan voorliggend RUP een gedeeltelijke herziening is, nodig is en stelt dat hieraan de hoogste prioriteit moet gegeven worden: “In de 19de-eeuwse gordel worden gebiedsgerichte RUP’s opgemaakt voor 7 deelgebieden: Dam, Noord, Diamant, Oud Borgerhout, Zurenborg, Oud Berchem- Haringrode en Zuid. Aan de gebieden Noord, Diamant, Oud Berchem-Haringrode en Zuid wordt de hoogste prioriteit gegeven. De RUP’s nemen aspecten op van beeldkwaliteit, porositeit, functionele verweving, … De RUP’s dienen in nauw overleg met de dienst stedenbouwkundige vergunningen te worden opgemaakt.”

 

Het beeld van de spoorstad erkent winkelstraten als de centrale delen van de stedelijke- en buurtcentra. Voorzieningen en diensten moeten gebruikt worden om de publieke rol en het karakter van de ‘centraliteit’ te versterken. Dit kan op twee schaalniveaus, zowel lokaal als bovenlokaal, volgens het niveau van toegankelijkheid, meestal in het geval van openbaar vervoer. Het is de algemene bedoeling om een betere relatie te scheppen tussen haar belangrijkste rol als lokale kleinhandelstraat en de voorzieningen en woningen erlangs gelegen. De as Kerkstraat – Pothoekstraat wordt geselecteerd als territoriale boulevard. Een territoriale boulevard is een secundaire verkeersas die het centrum van Antwerpen verbindt met andere centra van gemeenten in de regio (vaak de oude steenwegen).

 

Voor het verstedelijkte gebied van Antwerpen moet, volgens het beeld van de ecostad, het begrip ecologie en open ruimte beschouwd worden als een belangrijk deel van onze hedendaagse welvaart, als een voorziening om ons dagelijks leven te verbeteren. Om de leefkwaliteit te verhogen, moet het stedelijk gebied zijn inwoners groene ruimten kunnen aanbieden om elkaar te ontmoeten, te recreëren en te ontspannen. Zeker in het dicht bebouwde gebied van Antwerpen 2060 met haar specifieke bevolking is de noodzaak om deze ontspannen ontmoetingsruimtes te hebben zeer hoog. Op deze plek is het voorzien van parken of stadsbossen niet onmiddellijk mogelijk, maar een goed aangelegde straat of een ontpit bouwblok kan evenzeer een kwalitatieve groene ontmoetingsruimte zijn. Speciale aandacht moet besteed worden aan de structuur van het publieke domein, het

ontwerp van een specifieke stedelijke morfologie en verdichting. De belangrijkste pijnpunten voor het noorden van Antwerpen zijn: toegankelijkheid, het ontwerp van de benedenverdieping en omgaan met verdichting.

 

Het beeld van de poreuze stad erkent bouwblokprojecten als een strategisch, stedenbouwkundig instrument ter ondersteuning van stadsontwikkeling, waarbij, op basis van ontwerpmatig onderzoek, wordt nagegaan hoe een bouwblok ruimtelijk, economisch en sociaal, op korte termijn, opgewaardeerd kan worden en waarbij een proces en een organisatie opgestart worden in functie van de uitvoering van minimum één deelproject binnen het bouwblok en als maximum het ganse bouwblok. Dit instrument is voor gebieden met een grote dichtheid een strategie die vaak het meest bruikbaar is en het beste resultaat kan opleveren. Binnen het beeld van de poreuze stad worden het terugdringen van leegstand, het verbeteren van de leefkwaliteit en het herwaarderen van de straat als ontmoetingsruimte naar voor geschoven als doelstellingen.

 

Het beeld van Dorpen en metropool – Wonen legt de nadruk op het belang van een toereikend aanbod van huizen voor een steeds veranderende bevolking, waarbij het aanbieden van nieuwe woningen en een gevarieerd aanbod aan woonvormen essentiële doelstellingen vormen.

 

Dorpen en metropool – Werken bevestigt het belang van de historische en lokale bedrijvigheid voor de dynamiek van de stad. De vaak historisch gegroeide en verweven voorkomende kleinschalige bedrijvigheid draagt bij tot een gezonde menging van functies

en lokale tewerkstelling. Door een gezonde graad van verweving te voorzien, wordt blijvend plaats geboden aan kleinschalige bedrijvigheid in het stedelijke weefsel.

 

 

3.3 Inspiratienota voor het nieuw strategisch Ruimteplan Antwerpen

 

In 2018 werd de inspiratienota voor de Stad Antwerpen uitgegeven. Deze inspiratienota omvat de speerpunten voor een globale ruimtelijke toekomstvisie voor Antwerpen met een tijdshorizon tot 2050. De onderzoeksfase van de nota liep van 2016 tot 2018 en vormt de basis voor het nieuwe Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA) dat vanaf 2019 wordt uitgewerkt.

De inspiratienota is het vervolg op de beleidsnota van de stadsbouwmeester Christian Rapp en geeft inspiratie om te werken aan een nieuw strategisch ruimteplan voor de stad volgens drie overkoepelende thema’s: levendige woonstad, slimme netwerkstad en veerkrachtig landschap.

 

Het eerste thema “Levendige Woonstad” beschrijft de woonbeleidsvisie. De stad vernieuwt en groeit, maar op maat van haar burgers. De planning van het aantal woningen is onder controle. Dat geeft de ruimte om sterker te sturen op kwalitatieve én betaalbare woningen in een levendige woonomgeving om zo starters en gezinnen te charmeren een duurzame Antwerpse wooncarrière uit te bouwen.

 

De Slimme Netwerkstad gaat over ondernemen, kennis en connectiviteit. Antwerpen is een bedrijvige stad met een diversiteit aan economieën en ondernemerschap waarbij ruimte wordt gegeven om een bloeiende ondernemingscarrière uit te bouwen in de stad. Om concurrentieel te blijven moeten de bestaande bedrijvigheid gekoesterd worden. Er moet ingezet worden op vernieuwen, innoveren en de ketens korter maken. Vanuit een heldere wegenhiërarchie streeft de stad naar een sterk stadsnetwerk. Op, rond en binnenin deze netwerken moet een nieuw evenwicht worden verzekerd, dat zich uit in co-modaliteit, leefbaarheid, verkeersveiligheid en waar iedereen toegang tot heeft.

 

Het laatste thema, Veerkrachtig Landschap, vormt de contramal van de vorige twee thema’s en richt zich op de onbebouwde ruimte van water en groen. Om verder te bouwen aan een gezonde en veerkrachtige stadsbiotoop moet het aanwezige groenareaal versterkt worden, in de groene nevel en de Superparken. Het Ringpark en de Schelde vormen de groene en blauwe connectors. Het groenplan en het waterplan vormen de basis voor een veerkrachtige stadsontwikkeling die uitgaat van een kwalitatieve status quo van groen. Dit plan wordt gerealiseerd met concrete projecten. Een up-to-date monitoringsysteem onderbouwt beslissingen en toont de effecten. Op die manier rollen we de groene loper verder uit.

 

Over het plangebied van het RUP Maatsweg worden geen specificaties opgenomen. Het RUP heeft voornamelijk betrekking op het eerste thema “Levendige Woonstad”.

 [image]

Drie overkoepelende thema’s (bron: Inspiratienota voor het nieuw strategisch Ruimteplan Antwerpen)

 

 

 

 

 

 

4 BIJLAGE 4: GOEDKEURING ONTHEFFING PLAN-MER PLICHT D.D. 19/10/2021

 

zie link

 

 

 

 

5 BIJLAGE 5: GOEDKEURING ONTHEFFING RVR PLICHT D.D. 04/12/2020

 

zie link

 

 

 

6 BIJLAGE 6: OP TE HEFFEN VOORSCHRIFTEN

 

zie link