Dit reglement regelt de aanvraag en de uitbetaling van de steun voor scholen en gemeenschapsvoorzieningen bij het aangaan van een klimaattraject, zoals beslist in dit collegebesluit: 2025_CBS_08160 op de gemeenteraad van 15/12/2025.
Heb je interesse in een klimaattraject voor jouw school of gemeenschapsvoorziening, stel dan alvast je vraag via onderstaande link. Samen met jou bekijkt stad Antwerpen de mogelijkheden.
In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis:
Biodivers vergroenen: vervangen van verharding, blote aarde of gras door kwaliteitsvolle plantenzones. Minimaal 40% van de toegepaste plantsoorten zijn “inheems plus”, geen enkele plantsoort is dominant, geen invasieve uitheemse soorten. Er is gelaagde beplanting (bijvoorbeeld bodembedekkers met hogere vaste planten of met heesters) om een diverse leefomgeving te creëren voor dieren. Er is een lange bloeiboog, met planten, struiken en bomen die van februari tot november afwisselend in bloei staan. De beplanting wordt beschermd tegen betreding.
Breed draagvlak: een ruime betrokkenheid van verschillende
belanghebbenden, bijvoorbeeld leerlingen, gebruikers, directie, personeel, ouders, de omgeving en externe organisaties. Hoe breder het draagvlak, hoe beter het project wordt gedragen en ingebed binnen de werking.
Buffervolume: nuttig waterbergend volume tussen noodoverloop en het laagste punt waar water kan blijven staan.
Circulair materiaalgebruik: een systeem waarin (bouw-)materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid. Het doel is om afval te minimaliseren en de waarde van materialen te behouden, zodat er minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Wanneer een product het einde van zijn levensduur bereikt, worden de materialen zoveel mogelijk binnen de economie gehouden dankzij recycling.
Delen: de buitenruimte op regelmatige basis openstellen voor specifieke gebruikers, zoals een organisatie of vereniging, waarmee gerichte afspraken worden gemaakt over gebruik en toegang. Dit kan zowel tijdens als buiten de openingsuren op weekdagen of in het weekend of gedurende een bepaalde periode van het jaar. Het delen met één of meerdere groepen gebeurt minstens 50 dagen op een jaar. Bij voorkeur worden de externe gebruikers betrokken in een participatieproces. Dit gedeeld ruimtegebruik wordt vastgelegd in een afsprakenkader, waarbij een financiële bijdrage van de partner voor het ruimtegebruik is toegestaan zolang het kostendekkend is maar geen winst nastreeft.
Duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik en/of -opslag: het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen (zoals zonnepanelen op het dak of via een beo-veld), het efficiënt en bewust gebruiken van die energie, en het opslaan of beheren ervan op een manier die het energiesysteem stabiel en flexibel en toekomstbestendig houdt. Dit kan worden ondersteund door slimme technologieën en digitale systemen, waardoor scholen beter inzicht krijgen in hun energiegebruik, kosten kunnen besparen en bijdragen aan een duurzamere toekomst. Binnen dit reglement wordt vooronderzoek en expertise om tot duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik, en/of -opslag te komen financieel ondersteund.
Duurzame materialen: materialen die met respect voor
mens, dier en milieu zijn geproduceerd en getransporteerd en waarbij de milieubelasting van de volledige levenscyclus van het product laag is. Voorbeelden van duurzame materialen zijn hout met FSC- of PEFC-label, recuperatiematerialen en circulaire materialen (materialen die zo lang en hoogwaardig mogelijk in de economische kringloop blijven en uiteindelijk op een milieuvriendelijke manier worden afgebroken).
Duurzame mobiliteit: mobiliteit die bijdraagt tot de reductie van broeikasgassen. Bij het maken van een verplaatsing wordt het STOP-principe gehanteerd waarbij de prioriteit eerst naar Stappen, dan Trappen (fiets), vervolgens Openbaar vervoer en dan pas naar Personenwagens of Privé-busvervoer gaat.
Gebruiksruimte: de buitenruimte bedoeld voor beleving die beschikbaar wordt gemaakt aan gebruikers, bezoekers en/of de buurt. Bijvoorbeeld een speelplaats, tuin, koer of plein.
Gemeenschapsvoorzieningen: organisaties met een gemeenschapsfunctie. Hieronder vallen (niet milieu- en natuurverenigingen, levensbeschouwelijke instellingen, zorginstellingen (jeugdzorg, ziekenhuis, woonzorgcentrum, centrum voor welzijnswerk…), collectieve sociale huisvesting. Politieke partijen en hun gelieerde organisaties zijn uitgesloten.
Gezond en energiezuinig binnenklimaat: een gezond binnenklimaat of binnenmilieu wordt bepaald door het samengaan van luchtkwaliteit, temperatuur, verlichting en akoestiek. Leerlingen en leerkrachten kunnen zich beter concentreren in de klas als het schoolgebouw niet te koud of te warm is en er niet te veel lawaai is. Om een goede luchtkwaliteit te garanderen wordt een binnenruimte goed verlucht en geventileerd. Het binnenklimaat wordt op een energiezuinige manier verbeterd, zonder het energieverbruik aanzienlijk te verhogen, bijvoorbeeld door in te zetten op passieve koeling of het verlagen van de verwarming bij het handmatig verluchten.
Hemelwaterinfiltratie: proces waarbij hemelwater dat van dakoppervlakken en/of verharde oppervlakken afstroomt, binnen de 48 uur in de bodem sijpelt.
Hemelwaterput: reservoir voor het opvangen en opslaan
van hemelwater voor hergebruik. Het volume
van de hemelwaterput wordt vastgesteld op basis van de
Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening voor Hemelwater. Er wordt aan optimaal structureel hergebruik gedaan. De hemelwaterput bevat minstens 100 liter per m² afwaterende oppervlakte, tenzij uit de berekening van stad Antwerpen of Aquafin blijkt dat de gebruiksmogelijkheden niet in verhouding zijn tot het vastgelegde volume.
Integraal toegankelijk: de buitenruimte is toegankelijk voor iedereen, met of zonder beperking. Hierbij wordt de 100-70-50-regel toegepast: alle gebruikers zijn 100% welkom, 70% van de installaties (bijvoorbeeld speeltoestellen) is voor iedereen toegankelijk en 50% van alle installaties is door iedereen bruikbaar. Een voorbeeld is een speeltoestel dat ook berijdbaar is met een rolstoel.
Klimaatbewustzijn: de burger (bijv. leerling, leerkracht, ouder, bezoeker, bewoner) begrijpt welke gevolgen het eigen gedrag heeft voor het klimaat en maakt op basis van dit besef duurzame keuzes die helpen om de klimaatverandering tegen te gaan.
Klimaateducatie: onderwijs dat gericht is op het aanpakken en ontwikkelen van effectieve reacties op klimaatverandering. Het helpt leerlingen de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering te begrijpen, bereidt hen voor om te leven met de gevolgen van klimaatverandering en stelt hen in staat passende maatregelen te nemen om een duurzamere levensstijl aan te nemen.
Klimaatrobuust gebruiksdak: een begaanbaar dak waar er ruimte is voor hemelwaterbeheer, hittebestrijding en biodiversiteit, bijvoorbeeld door interessante combinaties te maken van zonnepanelen en natuurlijke habitats, zonneluifels die energie opwekken, wateropvang op het dak voor bewatering van het groen, begroeide schaduwelementen en windschermen. Een klimaatrobuust gebruiksdak is toegankelijk voor gebruikers om te wandelen, zitten of spelen, en brengt hen in contact met de natuur. Minstens 30% van het dakoppervlak wordt vergroend. Bij de overblijvende (semi-)verharding wordt aanbevolen om onder deze verharding een bufferlaag voor hemelwater te plaatsen (‘retentiedak’).
Klimaatvriendelijke voeding: voeding waarvan productie en consumptie bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering. Een klimaatvriendelijk voedingspatroon is in de eerste plaats: plantaardig(er) (met meer eiwitten uit peulvruchten, granen, noten en andere plantaardige bronnen), evenwichtig samengesteld (met aandacht voor gezondheid en voedingswaarde) en in lijn met de Vlaamse doelstelling van de “eiwitshift” (waarbij minstens 50% van de eiwitten uit plantaardige bronnen komt). Daarnaast houdt klimaatvriendelijke voeding ook rekening met bredere duurzaamheidscriteria zoals: lokale en seizoensgebonden productie, ecologisch verantwoorde teelt (zoals biologisch of agro-ecologisch), eerlijke handelsvoorwaarden (zoals fair trade), en het vermijden van voedselverspilling en overmatige verpakking.
Koelteplek: een koelteplek is een kwalitatief groene ruimte waar iemand tijdens een hete dag niet of minder blootgesteld wordt aan hittestress. De gevoelstemperatuur in deze plek blijft tijdens hete dagen idealiter onder de 24 graden. Een koelteplek is openbaar toegankelijk, minstens 200 m² groot, waarvan minstens 50% onthard en vergroend en 80% beschaduwd door hoogstammige bomen (op termijn), met zitgelegenheid en eventueel spelgelegenheid onder het bladerdek. Indien mogelijk is er ook een drinkwaterfontein aanwezig.
Kwetsbare Antwerpenaren: Alle Antwerpenaren die onvoldoende middelen hebben om te voorzien in hun primaire behoeften en die zijn ingeschreven op het grondgebied van de stad Antwerpen: * Inwoners met recht op verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering; * Inwoners in actieve begeleiding bij een sociaal centrum van de stad Antwerpen; * Inwoners in een traject van schuldhulpverlening; * Inwoners die worden toegeleid door verenigingen die personen in armoede als hun doelgroep hebben en door stedelijke diensten bevoegd voor vrije tijd die werken met kwetsbare Antwerpenaren; * Kinderen met recht op sociale toeslag (binnen de laagste inkomenscategorie) binnen het Groeipakket.
Levende afsluiting: een afsluiting van een perceel met een haag of geveltuin.
Luwteplek: een luwteplek biedt een toevluchtsoord om even terug te trekken van de vele prikkels in de omgeving, een ‘oase’ die ‘luwte’ biedt. Het is een prikkelarme ruimte in vergelijking met de omgeving, en biedt tegelijk een aangename zintuiglijke ervaring aan. Een luwteplek is een plek die storende omgevingskenmerken zoals geluid, geur, hitte mildert door ze af te schermen of door positieve prikkels in de plaats te geven, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van natuur, water, kunst, … Zo ontstaat een plek die beschutting biedt, maar ook een heel hoge verblijfskwaliteit die bijdraagt aan het (mentaal) welzijn van de bezoekers. Om in aanmerking te komen als luwteplek binnen dit reglement, wordt aan de 9 basiscondities voldaan: akoestische luwte (minder dan 55 dB Lden of minstens 6 dB stiller dan de nabije omgeving), visuele rust, geborgenheid, toegankelijkheid, betekenis, lokaal en kleinschalig karakter, groenblauw karakter, meteorologische beschutting, aangename zintuiglijke ervaringen zoals gedefinieerd in de ontwerpgids Luwte-oases van Omgeving Vlaanderen.
Natuurdak: een groendak met een dikkere substraatlaag waardoor het een groter aantal plantensoorten kan herbergen. Over de volledig aangelegde oppervlakte is minstens (van onder naar boven) een wortelwerende laag, een draineerlaag (bij plat dak), een substraatlaag en een beplantinglaag aanwezig. De substraatlaag is minstens 10 cm dik, FLL-gekeurd en bestaat uit niet-chemisch materiaal (bijvoorbeeld geen minerale wol of steenwol). Minstens 40% van de toegepaste plantsoorten is inheems plus. Geen enkele plantsoort is dominant (met een bedekking > 50%). Er zijn geen invasieve uitheemse soorten toegepast.
Natuurlijke toplaag: de bovenlaag op de ontharde grond: gras, planten, water, teelaarde, houtsnipper, boomschors, wit zand, zavel (voor paden), dolomiet (voor paden).
Ontharden: weghalen van verharde oppervlakken inclusief funderingen en onderfunderingen zodat de bodem weer doorlaatbaar wordt. Zo ontstaat ruimte voor groen en hemelwater.
Openstellen: de buitenruimte op regelmatige basis gratis en vrij toegankelijk maken voor publiek. Dit kan zowel tijdens als buiten de openingsuren op weekdagen of in het weekend. Hierbij mogen bepaalde openingsuren worden gehanteerd. De openingsuren en afspraken worden zichtbaar gemaakt. Het openstellen gebeurt minstens 100 dagen op een jaar.
Toekomstboom: een boom die garantie krijgt op een lange toekomst. Bij een toekomstboom wordt rekening gehouden met de potentiële boven- en ondergrondse omvang. De wortels krijgen voldoende ruimte voor volledige ontwikkeling. De boom krijgt alle plaats, bescherming en verzorging om uit te groeien tot zijn volle potentieel.
Toekomstgroen: groen dat een grote meerwaarde heeft voor de omgeving wanneer het gepast onderhouden wordt. Binnen dit reglement verstaan we hieronder toekomstbomen en levende afsluitingen.
Waterdoorlatende ondergrond: een onderlaag onder de toplaag waardoor hemelwater naar de bodem kan infiltreren.
Weinig buurtgroen: op een wandelafstand van 150 meter van de locatie is er in de openbare ruimte geen publiek toegankelijk buurtgroen aanwezig.
Dit reglement gaat in op 01/01/2026.
Dit reglement eindigt op 31/12/2031.
Met deze ondersteuning wil stad Antwerpen scholen en andere organisaties met een gemeenschapsfunctie (gemeenschapsvoorzieningen) aanzetten tot klimaatvriendelijke acties en ingrepen.
Organisaties kiezen na een verkennend gesprek voor een ‘klimaatbewust traject’ of een ‘klimaatrobuust traject’:
De ondersteuning houdt in dat de organisatie kosteloos wordt begeleid door een klimaatcoach en een financiële ondersteuning ontvangt voor organisatiekosten en investeringen voor een bedrag tussen 2.500 en 80.000 euro.
De ondersteuning wordt verstrekt door stad Antwerpen.
De doelstelling van de ondersteuning is om Antwerpenaren te betrekken in de klimaattransitie en oplossingen aan te bieden voor een stad met een wijzigend klimaat. De ondersteuning is daarom gericht op gemeenschapsvoorzieningen die via hun werking een breed en divers palet van Antwerpenaren bereiken.
Om in aanmerking te komen voor de ondersteuning voldoet de aanvrager aan de volgende voorwaarden:
Voor alle trajecten:
Aanvullend voor klimaatbewuste trajecten (voor scholen en schoolbesturen):
Aanvullend voor klimaatrobuuste trajecten (voor alle gemeenschapsvoorzieningen):
Klimaatbewuste trajecten voor scholen
De ondersteuning kan aangevraagd worden per vestiging waar een school of schoolbestuur klimaatmitigerende maatregelen wil uitvoeren en/of een educatief en sensibiliserend traject rond klimaatverandering wil opstarten en verankeren. In de klimaatbewuste trajecten kunnen één of meerdere van volgende thema’s aan bod komen:
Klimaatrobuuste trajecten voor gemeenschapsvoorzieningen
De ondersteuning kan aangevraagd worden door gemeenschapsvoorzieningen die hun buitenruimte klimaatrobuust en natuurlijk willen inrichten, met oog voor de noden van de gebruikers. In de klimaatrobuuste trajecten kunnen één of meerdere van volgende maatregelen genomen worden:
De ondersteuning wordt opgedeeld in een basistraject en een bonustraject. De aanvrager stapt eerst in een basistraject en kan er daarna voor kiezen om een bonustraject aan te gaan.
Basistraject
Klimaatbewust traject
De school of het schoolbestuur komt voor een vestiging in aanmerking voor een basisondersteuning wanneer op het einde van het basistraject aan volgende criteria wordt voldaan:
Klimaatrobuust traject
De gemeenschapsvoorziening komt in aanmerking voor een basisondersteuning wanneer op het einde van het basistraject aan volgende criteria wordt voldaan:
Bonustraject
Een bonustraject kan enkel worden aangevraagd na de instap in een basistraject. De aanvrager in een basistraject komt in aanmerking voor een bonustraject wanneer er voor minstens één aanvullende maatregel boven op het basistraject wordt gekozen. De bonus kan niet worden toegekend voor maatregelen die al gerealiseerd zijn.
Klimaatbewust traject
Volgende maatregelen worden ondersteund:
Klimaatrobuust traject
Voor sommige maatregelen kan gekozen worden tussen een mini-engagement en een maxi-engagement.
Volgende maatregelen worden ondersteund:
Complexiteit en extra maatschappelijke relevantie
van de maatregelen: als de maatregelen moeilijker te realiseren zijn wegens de complexiteit ervan of de maatschappelijke relevantie hoog is, wordt een extra ondersteuning toegekend. Dit kan volgende zaken omvatten:
De tabel met indieningsdata staat onderaan dit artikel.
Een basistraject aanvragen
Een bonustraject aanvragen
Om een bonustraject aan te gaan, moet een school of gemeenschapsvoorziening eerst ingestapt zijn in een basistraject.
Als de kandidaat een bonustraject wenst aan te gaan, dient die een digitale kandidatuur in via het door de stad aangeleverde kanaal.
In deze kandidatuur worden ten minste volgende zaken toegelicht:
Een aanpassing van het bonustraject aanvragen
Indien de ontvanger tijdens het goedgekeurde bonustraject een aanpassing wil doen aan het traject, zoals het toevoegen of verwijderen van een bonus of het wijzigen van het bonusniveau, kan dit tijdens de trajectperiode eenmalig worden aangevraagd via een korte aanvraag met motivering, binnen dezelfde termijnen als die voor de aanvraag van een bonustraject.
De ontvangst en de volledigheid van de ondersteuningsaanvraag wordt bevestigd binnen een termijn van 15 kalenderdagen met een ontvangstmelding.
Wanneer de ondersteuningsaanvraag onvolledig is, stuurt de stad of het district aan de aanvrager een melding waarin wordt meegedeeld dat de aanvraag onvolledig is en dat de nodige aanvullende informatie moet worden overgemaakt binnen een termijn van 15 kalenderdagen.
Als het dossier niet binnen de opgelegde termijn vervolledigd wordt zal de aanvraag geweigerd worden.
Voor de aanvraag gelden volgende indieningsdata. Het reglement gaat verder onder de tabel.
| Aanvraag basistraject | Opstart basistraject | Aanvraag (aanpassing) bonustraject | Opstart bonustraject |
|---|---|---|---|
Voor 1 mei | Ten laatste 15 juni | 1 oktober | 1 januari |
Voor 1 november | Ten laatste 15 december | 1 februari | 1 mei |
Voor 1 maart | Ten laatste 15 april | 1 juni | 1 september |
Basistraject
Een casetafel met partners en experten binnen het thema en de doelgroep geeft een advies en mogelijke voorwaarden over de goedkeuring van het basistraject. Dit advies wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegde orgaan. Als op de casetafel positief advies wordt gegeven en het bevoegde orgaan de ondersteuning voor het basistraject goedkeurt, kan het basistraject starten met 1 tot 3 begeleidingen van een klimaatcoach en de basisondersteuning van 2.500 euro.
De coach bewaakt de kwaliteit van het traject en gaat met de aanvrager verder na hoe die het potentieel van diens plannen kan maximaliseren en welke bonussen haalbaar zijn.
Jaarlijks kunnen maximaal 40 basistrajecten worden opgestart.
Bonustraject
Een commissie beoordeelt de ingediende kandidaturen. Leden van de beoordelingscommissie kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van stad Antwerpen en vertegenwoordigers van organisaties met expertise binnen het thema of met de betreffende doelgroep.
De beoordelingscommissie stelt een ranking op van de kandidaturen. De ranking gebeurt op basis van 2 criteria:
Enkel aanvragen die op beide criteria minstens 50% halen, kunnen worden goedgekeurd.
Per indiendatum kunnen maximaal 15 aanvragen worden goedgekeurd met een maximum van 30 trajecten per jaar. Als het beschikbare budget niet toereikend is, bepaalt de ranking welke aanvragen ondersteuning zullen ontvangen.
Bij elke goedgekeurde aanvraag kan de beoordelingscommissie adviseren om:
Bij een afgekeurde aanvraag kan de beoordelingscommissie adviseren om het basistraject uit te breiden met maximaal 1 jaar en 3 extra begeleidingen van de klimaatcoach.
Het advies van de beoordelingscommissie wordt per aanvraag gemotiveerd in een juryverslag. Dit advies wordt voorgelegd aan het bevoegde orgaan, dat een beslissing neemt over de ondersteuningsaanvraag.
De ondersteuningsverstrekker tracht de beslissing en het juryverslag binnen een termijn van 2 maanden te communiceren te tellen vanaf bevestiging van de volledigheid van het aanvraagdossier. Dit is geen bindende termijn.
Het bedrag van de ondersteuning bedraagt minimum 2.500,00 EUR en maximum 80.000,00 EUR.
Basistraject
Een basistraject omvat een ondersteuning van 2.500 euro.
Bonustraject: Klimaatbewust
De maximale ondersteuning bij een bonustraject klimaatbewust varieert van 1.000 tot 47.500 euro. Het reglement gaat verder onder deze tabel.
| Maatregel | Ondersteuning |
|---|---|
Participatie en breed draagvlak: belanghebbenden worden intens betrokken in alle fases van het traject. | 2.500 euro |
Inzetten op klimaateducatie en klimaatbewustzijn. | 10 euro/leerling, maximaal 5.000 euro |
Vooronderzoek duurzame en/of slimme energieopwekking, -verbruik en/of -opslag. | 5 euro/m² gebouw, maximaal 10.000 euro |
Inzetten op gezond en energiezuinig binnenklimaat. | 5 euro/m² gebouw, maximaal 10.000 euro |
Inzetten op klimaatvriendelijke voeding. | 20 euro/leerling, maximaal 10.000 euro |
Inzetten op klimaatvriendelijke mobiliteit. | 20 euro/leerling, maximaal 10.000 euro voor aankopen en dienstverlening rond educatie en rollend materiaal;
40 euro/leerling, maximaal 20.000 euro voor infrastructurele investeringen (fietsenstalling op eigen terrein) |
Inzetten op circulair materiaalgebruik. | 20 euro/leerling, maximaal 10.000 euro |
Bereik van kwetsbare Antwerpenaren. | 2.500 euro als bij de aanvraag minstens 40% van de leerlingen recht heeft op een sociale toeslag (binnen de laagste inkomenscategorie) binnen het Groeipakket |
Bonustraject: Klimaatrobuust
De maximale ondersteuning bij een bonustraject klimaatrobuust varieert van 1.000 tot 77.500 euro. Het reglement gaat verder onder deze tabel.
| Maatregel | Bonus mini | Bonus maxi |
|---|---|---|
Belevingswaarde en educatie | ||
Participatie en breed draagvlak: de belanghebbenden worden intens betrokken in alle fases van het traject (dromen en denken, aanleg, onderhoud). | 2.500 euro | / |
Educatief gebruik: de buitenruimte wordt ingericht en gebruikt om structureel te werken rond natuur- of klimaateducatie. | 2.500 euro | / |
Investeren in klimaatrobuuste ingrepen | ||
Ontharden: extra ontharding en inrichting met natuurlijke toplaag en infiltrerende onderlagen van de gebruiksruimte, boven op de bestaande ontharding en de vereiste basis van 30% ontharding. | Minstens 20% extra onthard: 25 euro/m² nieuwe ontharding en maximaal 15.000 euro | Minstens 40% extra onthard: 50 euro/m² nieuwe ontharding en maximaal 30.000 euro |
Biodivers vergroenen: de buitenruimte wordt een stapsteen voor de biodiversiteit door de onbetreedbare plantenzone te vergroten onder dezelfde voorwaarden als de basis. | Minstens 20% beplant: 15 euro/m² en maximaal 5.000 euro | Minstens 30% beplant: 30 euro/m² en maximaal 10.000 euro |
Toekomstgroen: aanplant toekomstboom | 250 euro/boom en maximaal 2.500 euro | / |
Toekomstgroen: aanplant levende afsluiting (haag of gevelgroen) | Levende afsluiting: 10 euro/lopende meter en maximaal 1.000 euro | / |
Groendak | Natuurdak: 30 euro/m² en maximaal 15.000 euro | Klimaatrobuust gebruiksdak: 100 euro/m² |
Hemelwaterinfiltratie: hemelwater wegleiden van riolering en naar bovengrondse infiltratiezone(s). Het buffervolume is minstens 40 l/m². | 40 l/m² tot 79 l/m2 afgekoppelde verharding: 10 euro/m² en maximaal 15.000 euro | Vanaf 80 l/m² en meer afgekoppelde verharding: 20 euro/m² en maximaal 30.000 euro |
Hemelwaterhergebruik: optimaal structureel hergebruik volgens de berekening van stad Antwerpen/Aquafin | 500 euro/1.000 liter putgrootte: maximaal 15.000 euro | / |
Complexiteit en extra maatschappelijke relevantie van de maatregelen | ||
Complexe werken: de maatregelen zijn moeilijker te realiseren wegens de complexiteit van de werken: | ||
Complexe ondergrond die moeilijk te ontharden is. | 2.500 euro | / |
Complexe toegang om met machines tot aan de buitenruimte te geraken. | 2.500 euro | / |
Versteviging dak noodzakelijk voor aanleg van een natuurdak of klimaatrobuust gebruiksdak. | 2.500 euro | / |
Extra maatschappelijke relevantie van de maatregelen: | ||
Ligging in een wijk met weinig buurtgroen (tekortzone binnen 150 meter). | 2.500 euro | / |
De gemeenschapsvoorziening bereikt kwetsbare Antwerpenaren. | 2.500 euro | / |
De buitenruimte wordt integraal toegankelijk ingericht | 2.500 euro | / |
Creëren en delen of openstellen van een luwte- en koelteplek. | 20.000 euro | / |
Delen of opstellen: de buitenruimte kan regelmatig gebruikt worden door externen. | Delen met een groep: 5.000 euro | Openstellen voor de buurt: 20.000 euro |
Basistraject
De basisondersteuning kan worden uitbetaald na het voorleggen van facturen of aankoopbewijzen en een foto van de aangepakte buitenruimte.
De projecttermijn van het basistraject duurt maximaal een jaar, dat mits motivatie met maximaal een jaar verlengd kan worden. Als de aanvrager overstapt van een basistraject naar een bonustraject, vervalt de projecttermijn van het basistraject en wordt de projecttermijn van het bonustraject gevolgd.
Bonustraject
Tijdens het bonustraject kan maximaal 75% van het toegekende bedrag worden uitbetaald na het voorleggen van een tussentijds rapport.
De overige ondersteuning wordt uitgekeerd bij het einde van de projecttermijn, na het indienen van een eindrapport. Als uit dit eindrapport niet voldoende blijkt dat de (bonus)voorwaarden werden behaald, kan het bevoegde orgaan beslissen om de laatste schijf van de ondersteuning niet of gedeeltelijk uit te keren.
De projecttermijn van het traject duurt maximaal drie jaar. Bij onvoorziene omstandigheden die buiten de wil van de ontvanger verlopen, kan de ontvanger uitstel vragen van maximaal twee jaar. Zij dient hiervoor een gemotiveerde aanvraag in die door het bevoegde orgaan wordt goed- of afgekeurd. In de gemotiveerde aanvraag toont de ontvanger aan waarom de omstandigheden onvoorzien en buiten diens wil zijn en om welke redenen dit het voortzetten van het traject in het gedrang brengt. De ontvanger geeft ook aan wanneer ze het traject wel zal beëindigen.
Als het traject niet wordt voltooid, kan het bevoegde orgaan beslissen om de reeds toegekende ondersteuning gedeeltelijk of geheel terug te vorderen en de geplande ondersteuning te annuleren.
De ondersteuning zal enkel uitbetaald worden wanneer er geen openstaande, niet-betwiste vervallen schulden zijn ten aanzien van de stad Antwerpen.
De ontvanger krijgt de volgende niet-geldelijke ondersteuning:
De trajectbegeleiding en coaching zijn verplicht. In een basistraject volgt een kernteam 1 tot 3 coachingsessies en komt de trajectbegeleider minstens 2 keer op plaatsbezoek.
In een bonustraject gaat het over minstens 3 en maximaal 12 extra coachingssessies, waarvan minstens 1 na de aanleg, en minstens 3 plaatsbezoeken van de trajectbegeleider.
Basistraject
De basisondersteuning kan worden uitbetaald na het voorleggen van facturen of aankoopbewijzen met een duidelijke omschrijving van de kostenposten en een verslag van de uitgevoerde acties en/of foto van de situatie na de uitvoering van de werken.
Bonustraject
Het tussentijdse rapport wordt ingediend tijdens het traject, na (een deel van) de werken.
Het tussentijds rapport omvat de facturen of aankoopbewijzen met een duidelijke omschrijving van de kostenposten en een tussentijdse evaluatie met betrekking tot de gekozen doelen, bonussen en voorwaarden.
De tussentijdse evaluatie kan schriftelijk of met een plaatsbezoek door de trajectbegeleider plaatsvinden. In een klimaatrobuust traject bevat het tussentijds rapport ook het definitieve ontwerp van de buitenruimte en een foto van de situatie na de uitvoering van de werken.
Het eindrapport wordt ingediend na het voltooien van alle werken en het beëindigen van het coachingstraject, inclusief minstens één coachingssessie na de aanleg.
Het eindrapport omvat minstens:
Controle
Op eenvoudig verzoek van stad Antwerpen bezorgt de begunstigde bijkomende informatie. Controles kunnen uitgevoerd worden door afgevaardigden of aangestelden van stad Antwerpen.
De uitgaven waarvoor de ondersteuning gebruikt mag worden zijn:
Klimaatbewust traject
Volgende uitgaven komen niet in aanmerking:
Klimaatrobuust traject
Alle uitgaven voor ontharding;
Volgende uitgaven komen niet in aanmerking:
Algemeen
De uitgaven ingediend ter verantwoording van de ondersteuning mogen dateren vanaf de datum van de goedgekeurde kandidaatstelling tot het einde van het traject.
De ondersteuning voor een traject is cumuleerbaar met ondersteuning van stad Antwerpen of derden in zoverre ze betrekking heeft op uitgaven waarvan de onderliggende facturen of bewijsstukken niet worden ingediend ter staving van die andere ondersteuning.
De ingrepen worden na realisatie in stand gehouden en doelmatig onderhouden gedurende minstens 10 jaar na oplevering. Als dit niet gebeurt en er geen motivering door overmacht kan worden aangeleverd, kan het bevoegde orgaan beslissen om de al toegekende ondersteuning gedeeltelijk of geheel terug te vorderen. Controles kunnen uitgevoerd worden door afgevaardigden of aangestelden van stad Antwerpen.
Stad Antwerpen is steeds op zoek naar mooie voorbeelden om inspiratie te bieden aan andere Antwerpenaren.
Als de aanvrager daarmee akkoord gaat, contacteren we deze voor een interview en een fotografiesessie van de verbouwing. Het toekennen van de ondersteuning staat los van het akkoord over deze communicatievraag.
De stad Antwerpen kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen of goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van activiteiten met betrekking tot de aanwending van de ondersteuning.
De begunstigde moet voor de uitvoering van de ondersteunde activiteit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afsluiten. Indien de begunstigde werkt met eigen personeel en/of vrijwilligers, sluit hij op eigen kosten een verzekering af (verzekering arbeidsongevallen en/of verzekering lichamelijke ongevallen).
Het project dient in overeenstemming te zijn met de geldende wetgeving inzake staatssteun. Concreet betekent dit dat de indiener moet nagaan of het ingediende project staatssteunrelevant is, en zo ja onder de de-minimis regeling voor bedrijven valt, onder de algemene groepsvrijstellingsverordening valt of via de aanmeldingsprocedure bij de Europese Commissie zal moeten verlopen.
De afdeling Klimaat en Leefmilieu (K&L) van de stedelijke bedrijfseenheid stadsontwikkeling (SW) staat in voor de opvolging en uitvoering van dit reglement.
Dit reglement vervangt het ondersteuningsreglement "Klimaattrajecten EcoScholen Antwerpen", 2022_GR_00210 van 25 april 2022 en het ondersteuningsreglement "Groene en klimaatrobuuste kinderopvang", 2022_GR_00715 van 19 december 2022.
De bestaande reglementen worden opgeheven op 31 december 2025.
Scholen of kinderdagverblijven die al zijn ingestapt in het voorgaande reglement, blijven de regels van dit reglement volgen tot het voltooien van hun traject. Scholen die in het voorgaande reglement een voortraject met coach zijn gestart, kunnen onmiddellijk goedgekeurd worden voor een basistraject zonder de aanvraagprocedure in dit reglement opnieuw te volgen.
Wie in het verleden al gebruik maakte van de ondersteuning in het kader van de vervangen ondersteuningsreglementen of van het ondersteuningsreglement "Klimaatrobuuste ingrepen privaat domein" (2022_GR_00610 van 24 oktober 2022), komt in aanmerking voor ondersteuning van het bonustraject voor bijkomende ingrepen. Deze aanvrager is uitgesloten van de financiële ondersteuning van het basistraject.
De wet van 14 november 1983 ‘betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen’ is van toepassing, evenals alle andere toepasselijke wettelijke regels.
Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid goedgekeurd op 26 oktober 2020 (jaarnummer 595) en zoals integraal van toepassing verklaard voor de nieuwe gemeente door de gemeenteraad op 27 januari 2025 (jaarnummer 71).
Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid goedgekeurd op 26 oktober 2020 (jaarnummer 45) en zoals integraal van toepassing verklaard voor het nieuw opgerichte OCMW door de raad voor maatschappelijk welzijn van 31 maart 2025 (jaarnummer 25).
De ontvanger van de ondersteuning engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de ondersteunde activiteiten en projecten.
De ondersteuning kan worden geschorst, stopgezet of teruggevorderd wanneer de ontvanger de in het ondersteuningsreglement beschreven doel niet bereikt en de opgelegde voorwaarden niet naleeft.
De ondersteuningsverstrekker heeft het recht de ondersteuning te schorsen, stop te zetten of terug te vorderen wanneer de ontvanger zijn verplichtingen niet naleeft of wanneer bij de aanvrager of ontvanger onregelmatigheden worden vastgesteld waardoor het rechtmatig vertrouwen van de ondersteuningsverstrekker in de aanvrager of ontvanger ernstig wordt geschaad.
De ondersteuningsverstrekker kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele hieruit voortvloeiende schade.
Als de ondersteuningsverstrekker in het kader van dit ondersteuningsreglement persoonsgegevens moet verwerken, zal dit steeds gebeuren in overeenstemming met de huidige geldende privacywetgeving waaronder de Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming).
Meer informatie over hoe persoonsgegevens worden verwerkt, kan teruggevonden worden via https://www.antwerpen.be. Vragen kunnen gemaild worden naar informatieveiligheid@antwerpen.be.
De ondersteuningsverstrekker heeft het recht om persoonsgegevens bij de ontvanger op te vragen om de naleving van de voorwaarden van de ondersteuning te controleren.
Wanneer de ondersteuning van een andere overheid komt, kan de stad Antwerpen/OCMW Antwerpen verplicht zijn om in het kader van controle persoonsgegevens door te geven aan voormelde overheid.
De ontvanger van de ondersteuning moet transparant communiceren over deze gegevensdoorgifte, bijvoorbeeld via een privacyverklaring.
Dit reglement regelt de aanvraag, de coaching en de uitbetaling van de steun voor klimaattrajecten voor scholen en andere gemeenschapsvoorzieningen, zoals beslist op de gemeenteraad van 15/12/2025 en neergeschreven in dit collegebesluit: 2025_CBS_08160.