Contacteer stad Antwerpen

Ondersteuningsreglement voor klimaattrajecten van scholen en andere gemeenschapsvoorzieningen

Dit reglement regelt de aanvraag en de uitbetaling van de steun voor scholen en gemeenschapsvoorzieningen bij het aangaan van een klimaattraject, zoals beslist in dit collegebesluit: 2025_CBS_08160 op de gemeenteraad van 15/12/2025.

Neem contact

Heb je interesse in een klimaattraject voor jouw school of gemeenschapsvoorziening, stel dan alvast je vraag via onderstaande link. Samen met jou bekijkt stad Antwerpen de mogelijkheden.

In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis:

Biodivers vergroenen: vervangen van verharding, blote aarde of gras door kwaliteitsvolle plantenzones. Minimaal 40% van de toegepaste plantsoorten zijn “inheems plus”, geen enkele plantsoort is dominant, geen invasieve uitheemse soorten. Er is gelaagde beplanting (bijvoorbeeld bodembedekkers met hogere vaste planten of met heesters) om een diverse leefomgeving te creëren voor dieren. Er is een lange bloeiboog, met planten, struiken en bomen die van februari tot november afwisselend in bloei staan. De beplanting wordt beschermd tegen betreding.

Breed draagvlak: een ruime betrokkenheid van verschillende

belanghebbenden, bijvoorbeeld leerlingen, gebruikers, directie, personeel, ouders, de omgeving en externe organisaties. Hoe breder het draagvlak, hoe beter het project wordt gedragen en ingebed binnen de werking.

Buffervolume: nuttig waterbergend volume tussen noodoverloop en het laagste punt waar water kan blijven staan.

Circulair materiaalgebruik: een systeem waarin (bouw-)materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid. Het doel is om afval te minimaliseren en de waarde van materialen te behouden, zodat er minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Wanneer een product het einde van zijn levensduur bereikt, worden de materialen zoveel mogelijk binnen de economie gehouden dankzij recycling.

Delen: de buitenruimte op regelmatige basis openstellen voor specifieke gebruikers, zoals een organisatie of vereniging, waarmee gerichte afspraken worden gemaakt over gebruik en toegang. Dit kan zowel tijdens als buiten de openingsuren op weekdagen of in het weekend of gedurende een bepaalde periode van het jaar. Het delen met één of meerdere groepen gebeurt minstens 50 dagen op een jaar. Bij voorkeur worden de externe gebruikers betrokken in een participatieproces. Dit gedeeld ruimtegebruik wordt vastgelegd in een afsprakenkader, waarbij een financiële bijdrage van de partner voor het ruimtegebruik is toegestaan zolang het kostendekkend is maar geen winst nastreeft.

Duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik en/of -opslag: het opwekken van energie uit hernieuwbare bronnen (zoals zonnepanelen op het dak of via een beo-veld), het efficiënt en bewust gebruiken van die energie, en het opslaan of beheren ervan op een manier die het energiesysteem stabiel en flexibel en toekomstbestendig houdt. Dit kan worden ondersteund door slimme technologieën en digitale systemen, waardoor scholen beter inzicht krijgen in hun energiegebruik, kosten kunnen besparen en bijdragen aan een duurzamere toekomst. Binnen dit reglement wordt vooronderzoek en expertise om tot duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik, en/of -opslag te komen financieel ondersteund.

Duurzame materialen: materialen die met respect voor

mens, dier en milieu zijn geproduceerd en getransporteerd en waarbij de milieubelasting van de volledige levenscyclus van het product laag is. Voorbeelden van duurzame materialen zijn hout met FSC- of PEFC-label, recuperatiematerialen en circulaire materialen (materialen die zo lang en hoogwaardig mogelijk in de economische kringloop blijven en uiteindelijk op een milieuvriendelijke manier worden afgebroken).

Duurzame mobiliteit: mobiliteit die bijdraagt tot de reductie van broeikasgassen. Bij het maken van een verplaatsing wordt het STOP-principe gehanteerd waarbij de prioriteit eerst naar Stappen, dan Trappen (fiets), vervolgens Openbaar vervoer en dan pas naar Personenwagens of Privé-busvervoer gaat.

Gebruiksruimte: de buitenruimte bedoeld voor beleving die beschikbaar wordt gemaakt aan gebruikers, bezoekers en/of de buurt. Bijvoorbeeld een speelplaats, tuin, koer of plein.

Gemeenschapsvoorzieningen: organisaties met een gemeenschapsfunctie. Hieronder vallen (niet milieu- en natuurverenigingen, levensbeschouwelijke instellingen, zorginstellingen (jeugdzorg, ziekenhuis, woonzorgcentrum, centrum voor welzijnswerk…), collectieve sociale huisvesting. Politieke partijen en hun gelieerde organisaties zijn uitgesloten.

Gezond en energiezuinig binnenklimaat: een gezond binnenklimaat of binnenmilieu wordt bepaald door het samengaan van luchtkwaliteit, temperatuur, verlichting en akoestiek. Leerlingen en leerkrachten kunnen zich beter concentreren in de klas als het schoolgebouw niet te koud of te warm is en er niet te veel lawaai is. Om een goede luchtkwaliteit te garanderen wordt een binnenruimte goed verlucht en geventileerd. Het binnenklimaat wordt op een energiezuinige manier verbeterd, zonder het energieverbruik aanzienlijk te verhogen, bijvoorbeeld door in te zetten op passieve koeling of het verlagen van de verwarming bij het handmatig verluchten.

Hemelwaterinfiltratie: proces waarbij hemelwater dat van dakoppervlakken en/of verharde oppervlakken afstroomt, binnen de 48 uur in de bodem sijpelt.

Hemelwaterput: reservoir voor het opvangen en opslaan

van hemelwater voor hergebruik. Het volume

van de hemelwaterput wordt vastgesteld op basis van de

Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening voor Hemelwater. Er wordt aan optimaal structureel hergebruik gedaan. De hemelwaterput bevat minstens 100 liter per m² afwaterende oppervlakte, tenzij uit de berekening van stad Antwerpen of Aquafin blijkt dat de gebruiksmogelijkheden niet in verhouding zijn tot het vastgelegde volume.

Integraal toegankelijk: de buitenruimte is toegankelijk voor iedereen, met of zonder beperking. Hierbij wordt de 100-70-50-regel toegepast: alle gebruikers zijn 100% welkom, 70% van de installaties (bijvoorbeeld speeltoestellen) is voor iedereen toegankelijk en 50% van alle installaties is door iedereen bruikbaar. Een voorbeeld is een speeltoestel dat ook berijdbaar is met een rolstoel.

Klimaatbewustzijn: de burger (bijv. leerling, leerkracht, ouder, bezoeker, bewoner) begrijpt welke gevolgen het eigen gedrag heeft voor het klimaat en maakt op basis van dit besef duurzame keuzes die helpen om de klimaatverandering tegen te gaan.

Klimaateducatie: onderwijs dat gericht is op het aanpakken en ontwikkelen van effectieve reacties op klimaatverandering. Het helpt leerlingen de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering te begrijpen, bereidt hen voor om te leven met de gevolgen van klimaatverandering en stelt hen in staat passende maatregelen te nemen om een duurzamere levensstijl aan te nemen.

Klimaatrobuust gebruiksdak: een begaanbaar dak waar er ruimte is voor hemelwaterbeheer, hittebestrijding en biodiversiteit, bijvoorbeeld door interessante combinaties te maken van zonnepanelen en natuurlijke habitats, zonneluifels die energie opwekken, wateropvang op het dak voor bewatering van het groen, begroeide schaduwelementen en windschermen. Een klimaatrobuust gebruiksdak is toegankelijk voor gebruikers om te wandelen, zitten of spelen, en brengt hen in contact met de natuur. Minstens 30% van het dakoppervlak wordt vergroend. Bij de overblijvende (semi-)verharding wordt aanbevolen om onder deze verharding een bufferlaag voor hemelwater te plaatsen (‘retentiedak’).

Klimaatvriendelijke voeding: voeding waarvan productie en consumptie bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering. Een klimaatvriendelijk voedingspatroon is in de eerste plaats: plantaardig(er) (met meer eiwitten uit peulvruchten, granen, noten en andere plantaardige bronnen), evenwichtig samengesteld (met aandacht voor gezondheid en voedingswaarde) en in lijn met de Vlaamse doelstelling van de “eiwitshift” (waarbij minstens 50% van de eiwitten uit plantaardige bronnen komt). Daarnaast houdt klimaatvriendelijke voeding ook rekening met bredere duurzaamheidscriteria zoals: lokale en seizoensgebonden productie, ecologisch verantwoorde teelt (zoals biologisch of agro-ecologisch), eerlijke handelsvoorwaarden (zoals fair trade), en het vermijden van voedselverspilling en overmatige verpakking.

Koelteplek: een koelteplek is een kwalitatief groene ruimte waar iemand tijdens een hete dag niet of minder blootgesteld wordt aan hittestress. De gevoelstemperatuur in deze plek blijft tijdens hete dagen idealiter onder de 24 graden. Een koelteplek is openbaar toegankelijk, minstens 200 m² groot, waarvan minstens 50% onthard en vergroend en 80% beschaduwd door hoogstammige bomen (op termijn), met zitgelegenheid en eventueel spelgelegenheid onder het bladerdek. Indien mogelijk is er ook een drinkwaterfontein aanwezig.

Kwetsbare Antwerpenaren: Alle Antwerpenaren die onvoldoende middelen hebben om te voorzien in hun primaire behoeften en die zijn ingeschreven op het grondgebied van de stad Antwerpen: * Inwoners met recht op verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering; * Inwoners in actieve begeleiding bij een sociaal centrum van de stad Antwerpen; * Inwoners in een traject van schuldhulpverlening; * Inwoners die worden toegeleid door verenigingen die personen in armoede als hun doelgroep hebben en door stedelijke diensten bevoegd voor vrije tijd die werken met kwetsbare Antwerpenaren; * Kinderen met recht op sociale toeslag (binnen de laagste inkomenscategorie) binnen het Groeipakket.

Levende afsluiting: een afsluiting van een perceel met een haag of geveltuin.

Luwteplek: een luwteplek biedt een toevluchtsoord om even terug te trekken van de vele prikkels in de omgeving, een ‘oase’ die ‘luwte’ biedt. Het is een prikkelarme ruimte in vergelijking met de omgeving, en biedt tegelijk een aangename zintuiglijke ervaring aan. Een luwteplek is een plek die storende omgevingskenmerken zoals geluid, geur, hitte mildert door ze af te schermen of door positieve prikkels in de plaats te geven, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van natuur, water, kunst, … Zo ontstaat een plek die beschutting biedt, maar ook een heel hoge verblijfskwaliteit die bijdraagt aan het (mentaal) welzijn van de bezoekers. Om in aanmerking te komen als luwteplek binnen dit reglement, wordt aan de 9 basiscondities voldaan: akoestische luwte (minder dan 55 dB Lden of minstens 6 dB stiller dan de nabije omgeving), visuele rust, geborgenheid, toegankelijkheid, betekenis, lokaal en kleinschalig karakter, groenblauw karakter, meteorologische beschutting, aangename zintuiglijke ervaringen zoals gedefinieerd in de ontwerpgids Luwte-oases van Omgeving Vlaanderen.

Natuurdak: een groendak met een dikkere substraatlaag waardoor het een groter aantal plantensoorten kan herbergen. Over de volledig aangelegde oppervlakte is minstens (van onder naar boven) een wortelwerende laag, een draineerlaag (bij plat dak), een substraatlaag en een beplantinglaag aanwezig. De substraatlaag is minstens 10 cm dik, FLL-gekeurd en bestaat uit niet-chemisch materiaal (bijvoorbeeld geen minerale wol of steenwol). Minstens 40% van de toegepaste plantsoorten is inheems plus. Geen enkele plantsoort is dominant (met een bedekking > 50%). Er zijn geen invasieve uitheemse soorten toegepast.

Natuurlijke toplaag: de bovenlaag op de ontharde grond: gras, planten, water, teelaarde, houtsnipper, boomschors, wit zand, zavel (voor paden), dolomiet (voor paden).

Ontharden: weghalen van verharde oppervlakken inclusief funderingen en onderfunderingen zodat de bodem weer doorlaatbaar wordt. Zo ontstaat ruimte voor groen en hemelwater.

Openstellen: de buitenruimte op regelmatige basis gratis en vrij toegankelijk maken voor publiek. Dit kan zowel tijdens als buiten de openingsuren op weekdagen of in het weekend. Hierbij mogen bepaalde openingsuren worden gehanteerd. De openingsuren en afspraken worden zichtbaar gemaakt. Het openstellen gebeurt minstens 100 dagen op een jaar.

Toekomstboom: een boom die garantie krijgt op een lange toekomst. Bij een toekomstboom wordt rekening gehouden met de potentiële boven- en ondergrondse omvang. De wortels krijgen voldoende ruimte voor volledige ontwikkeling. De boom krijgt alle plaats, bescherming en verzorging om uit te groeien tot zijn volle potentieel.

Toekomstgroen: groen dat een grote meerwaarde heeft voor de omgeving wanneer het gepast onderhouden wordt. Binnen dit reglement verstaan we hieronder toekomstbomen en levende afsluitingen.

Waterdoorlatende ondergrond: een onderlaag onder de toplaag waardoor hemelwater naar de bodem kan infiltreren.

Weinig buurtgroen: op een wandelafstand van 150 meter van de locatie is er in de openbare ruimte geen publiek toegankelijk buurtgroen aanwezig.

Dit reglement gaat in op 01/01/2026.

Dit reglement eindigt op 31/12/2031.

Met deze ondersteuning wil stad Antwerpen scholen en andere organisaties met een gemeenschapsfunctie (gemeenschapsvoorzieningen) aanzetten tot klimaatvriendelijke acties en ingrepen.

Organisaties kiezen na een verkennend gesprek voor een ‘klimaatbewust traject’ of een ‘klimaatrobuust traject’:

  • In klimaatbewuste trajecten worden scholen en schoolbesturen begeleid en financieel ondersteund voor het nemen van maatregelen gericht op klimaatmitigatie, meer bepaald op vlak van energie, binnenklimaat, klimaatvriendelijke voeding, klimaatvriendelijke mobiliteit en/of circulaire economie;
  • In klimaatrobuuste trajecten worden gemeenschapsvoorzieningen (inclusief scholen) begeleid om bij te dragen tot klimaatadaptatie en biodiversiteit in de stad en om de natuurbetrokkenheid en welbevinden van gebruikers en bezoekers aan te wakkeren door hun buitenruimte klimaatrobuust en natuurlijk in te richten, met oog op de noden van de gebruikers.

De ondersteuning houdt in dat de organisatie kosteloos wordt begeleid door een klimaatcoach en een financiële ondersteuning ontvangt voor organisatiekosten en investeringen voor een bedrag tussen 2.500 en 80.000 euro.

De ondersteuning wordt verstrekt door stad Antwerpen.

De doelstelling van de ondersteuning is om Antwerpenaren te betrekken in de klimaattransitie en oplossingen aan te bieden voor een stad met een wijzigend klimaat. De ondersteuning is daarom gericht op gemeenschapsvoorzieningen die via hun werking een breed en divers palet van Antwerpenaren bereiken.

Om in aanmerking te komen voor de ondersteuning voldoet de aanvrager aan de volgende voorwaarden:

Voor alle trajecten:

  • Het perceel waar de maatregelen plaatsvinden is gelegen op het grondgebied van de stad Antwerpen;
  • Als er infrastructurele veranderingen worden gemaakt aan gebouw of buitenruimte: de aanvrager is eigenaar van het gebouw of heeft de schriftelijke goedkeuring van de eigenaar om de veranderingen door te voeren;
  • Als dit project kadert binnen een vergunningsplichtige verbouwing, voldoet men aan de vigerende regelgeving hieromtrent;
  • Per vestigingsnummer kan voor dezelfde ingrepen slechts eenmaal de ondersteuning worden aangevraagd.

Aanvullend voor klimaatbewuste trajecten (voor scholen en schoolbesturen):

  • De aanvrager is een basis- of secundaire school die door Vlaanderen erkend is of een schoolbestuur met door Vlaanderen erkende vestigingen in de stad Antwerpen.

Aanvullend voor klimaatrobuuste trajecten (voor alle gemeenschapsvoorzieningen):

  • De aanvrager is een gemeenschapsvoorziening volgens de definities in dit reglement;
  • De gemeenschapsvoorziening heeft een buitenruimte bedoeld voor beleving (gebruiksruimte) van minstens 60m², grenzend aan zijn gebouw;
  • De gemeenschapsvoorziening zal zijn buitenruimte bedoeld voor beleving (gebruiksruimte) minstens tijdens zijn openingsuren beschikbaar maken aan gebruikers, bezoekers en/of de buurt.

Klimaatbewuste trajecten voor scholen

De ondersteuning kan aangevraagd worden per vestiging waar een school of schoolbestuur klimaatmitigerende maatregelen wil uitvoeren en/of een educatief en sensibiliserend traject rond klimaatverandering wil opstarten en verankeren. In de klimaatbewuste trajecten kunnen één of meerdere van volgende thema’s aan bod komen:

  • Klimaateducatie en -bewustzijn;
  • Vooronderzoek bij duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik en/of-opslag;
  • Gezond en energiezuinig binnenklimaat;
  • Klimaatvriendelijke voeding;
  • Klimaatvriendelijke mobiliteit;
  • Circulair materiaalgebruik.

Klimaatrobuuste trajecten voor gemeenschapsvoorzieningen

De ondersteuning kan aangevraagd worden door gemeenschapsvoorzieningen die hun buitenruimte klimaatrobuust en natuurlijk willen inrichten, met oog voor de noden van de gebruikers. In de klimaatrobuuste trajecten kunnen één of meerdere van volgende maatregelen genomen worden:

  • Ontharden en klimaatrobuust inrichten;
  • Biodivers vergroenen;
  • Natuurlijke schaduw creëren;
  • Hemelwater infiltreren;
  • Hemelwater hergebruiken;
  • Natuurdaken en klimaatrobuuste gebruiksdaken aanleggen;
  • Welbevinden en natuurcontact van de gebruikers verhogen;
  • Inzetten op natuurbeleving en -educatie;
  • Delen of openstellen van deze klimaatrobuuste buitenruimte;
  • Een luwte- of koelteplek creëren.

De ondersteuning wordt opgedeeld in een basistraject en een bonustraject. De aanvrager stapt eerst in een basistraject en kan er daarna voor kiezen om een bonustraject aan te gaan.

Basistraject

Klimaatbewust traject

De school of het schoolbestuur komt voor een vestiging in aanmerking voor een basisondersteuning wanneer op het einde van het basistraject aan volgende criteria wordt voldaan:

  • Vooronderzoek en educatie:
    • Klimaatbewustzijn verhogen: het schoolteam van de betreffende vestiging (minstens een kernteam met een goede en gevarieerde vertegenwoordiging van de relevante profielen) volgt in het eerste halfjaar van het traject minstens één vorming om klimaatkennis te verhogen en gepaste klimaatacties te identificeren;
    • Noden van gebouw en/of gebruikers: het maken van een beginanalyse van de noden van het gebouw en/of de gebruikers om te bepalen rond welke klimaatthema’s de aanvrager actie(s) wil ondernemen;
  • Kwaliteitsvolle uitvoering:
    • Na deze vorming en analyse voert de aanvrager in overleg met de klimaatcoach minstens één klimaatactie binnen één van de bovengenoemde klimaatthema’s uit.
    • Veiligheid: de veiligheid wordt gegarandeerd voor alle betrokkenen in alle fases van het project.

Klimaatrobuust traject

De gemeenschapsvoorziening komt in aanmerking voor een basisondersteuning wanneer op het einde van het basistraject aan volgende criteria wordt voldaan:

  • Vooronderzoek en educatie:
    • Noden van de gebruikers en de buitenruimte: in kaart brengen van de noden van de gebruikers en de buitenruimte en hiermee rekening houden bij ontwerp, keuze van investeringen, aanleg, gebruik en beheer;
    • Natuurbeleving: inzetten op het stimuleren van natuurbeleving van de gebruikers.
  • Kwaliteitsvol ontwerp en uitvoering:
    • Ontwerp: zorgen voor een goed ontwerp dat de kwaliteit van het project garandeert;
    • Bodemzorg: indien van toepassing draag je voor, tijdens en na de werken zorg voor de bodem;
    • Veiligheid: de veiligheid wordt gegarandeerd voor alle betrokkenen in alle fases van het project;
    • Onderhoud: zorgen voor een gepast onderhoud met een onderbouwd onderhoudsplan.
  • Investeren in klimaatrobuuste ingrepen:
    • Ontharden: minstens 30% van de (open) gebruiksruimte op volle grond is onthard en voorzien van een natuurlijke toplaag en een waterdoorlatende ondergrond met onderliggende infiltrerende lagen;
    • Biodivers vergroenen: minstens 10% van de ruimte is biodivers vergroend en onbetreedbaar gemaakt;
    • Schaduw creëren: op termijn zal minstens 30% van de ontharde open ruimte op volle grond beschaduwd zijn. Bij creatie van nieuwe schaduw wordt gekozen voor natuurlijke schaduw.

Bonustraject

Een bonustraject kan enkel worden aangevraagd na de instap in een basistraject. De aanvrager in een basistraject komt in aanmerking voor een bonustraject wanneer er voor minstens één aanvullende maatregel boven op het basistraject wordt gekozen. De bonus kan niet worden toegekend voor maatregelen die al gerealiseerd zijn.

Klimaatbewust traject

Volgende maatregelen worden ondersteund:

  • Bewustzijn en educatie:
    • Inzetten op participatie en breed draagvlak van de belanghebbenden;
    • Inzetten op klimaateducatie en klimaatbewustzijn.
  • Klimaatbewuste ingrepen:
    • Uitvoeren van een vooronderzoek bij duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik en -opslag;
    • Werken aan een gezond en energiezuinig binnenklimaat;
    • Inzetten op klimaatvriendelijke voeding;
    • Inzetten op duurzame mobiliteit;
    • Inzetten op circulair materiaalgebruik.

Klimaatrobuust traject

Voor sommige maatregelen kan gekozen worden tussen een mini-engagement en een maxi-engagement.

Volgende maatregelen worden ondersteund:

  • Belevingswaarde en educatie:
    • Inzetten op participatie en breed draagvlak;
    • Inzetten op educatief gebruik.
  • Klimaatrobuuste ingrepen:
    • Ontharden: extra ontharding en inrichting met klimaatrobuuste ondergrond van minstens 20% (mini) tot minstens 40% (maxi) boven op de bestaande ontharding en de vereiste basis van 30%;
    • Biodivers vergroenen: de buitenruimte wordt een stapsteen voor de biodiversiteit door de onbetreedbare plantenzone te vergroten met minstens 10% (mini) tot 20% meer (maxi) dan de bestaande plantenzone en de vereiste basis van 10%;
    • Toekomstgroen: aanplant van toekomstbomen en/of levende afsluiting;
    • Groendak: aanleg van een natuurdak (mini) of klimaatrobuust gebruiksdak (maxi);
    • Hemelwaterinfiltratie: hemelwater wegleiden van de riolering en naar bovengrondse infiltratiezone(s) met een buffervolume van minstens 40l/m² (mini) tot minstens 80l/m² (maxi);
    • Hemelwaterhergebruik: optimaal structureel hergebruik;

Complexiteit en extra maatschappelijke relevantie

van de maatregelen: als de maatregelen moeilijker te realiseren zijn wegens de complexiteit ervan of de maatschappelijke relevantie hoog is, wordt een extra ondersteuning toegekend. Dit kan volgende zaken omvatten:

  • Complexiteit van de maatregelen:
    • Complexe ondergrond die moeilijk te ontharden is;
    • Complexe toegang om tot aan de gelijkvloerse buitenruimte te geraken;
    • Bij de aanleg van een natuurdak of klimaatrobuust gebruiksdak: versteviging dak nodig.
  • Extra maatschappelijke relevantie van de maatregelen:
    • De buitenruimte delen (mini) met of openstellen (maxi) voor externen.
    • Ligging in een wijk met weinig buurtgroen;
    • De gemeenschapsvoorziening bereikt kwetsbare Antwerpenaren en motiveert dit in de kandidaatstelling;
    • De buitenruimte wordt integraal toegankelijk
    • ingericht.
    • Inrichting van een koelte-of luwteplek die wordt gedeeld of opengesteld.

De tabel met indieningsdata staat onderaan dit artikel.

Een basistraject aanvragen

  1. De school of gemeenschapsvoorziening gaat één of twee startgesprekken aan met vertegenwoordigers van de stad. Bij deze gesprekken wordt de ondersteuning toegelicht en verkend welke focussen voor de aanvrager interessant zijn om op in te zetten. Er wordt dieper ingegaan op de context, de vraag en de doelen en ambities van de aanvrager binnen het traject.
  2. Het verslag van deze startgesprekken geldt als document op basis waarvan een casetafel met stedelijke partners en experten een advies en mogelijke voorwaarden formuleert voor de goedkeuring van het basistraject.

Een bonustraject aanvragen

Om een bonustraject aan te gaan, moet een school of gemeenschapsvoorziening eerst ingestapt zijn in een basistraject.

Als de kandidaat een bonustraject wenst aan te gaan, dient die een digitale kandidatuur in via het door de stad aangeleverde kanaal.

In deze kandidatuur worden ten minste volgende zaken toegelicht:

  • Vooronderzoek: analyse van de beginsituatie met context (missie, ligging, gebruikers ...), behoefteanalyse en ruimteanalyse;
  • De doelen die de organisatie met het traject wil bereiken, met oog voor de gebruikers en meerwaarde voor klimaat en leefmilieu;
  • De prioriteiten die de organisatie zelf ziet met betrekking tot deze doelen;
  • Een motivatie bij de bonussen waarvoor de aanvrager zich wil engageren;
  • Een ingevuld financieel sjabloon met betrekking tot de bonussen voor de berekening van het maximale ondersteuningsbedrag.

Een aanpassing van het bonustraject aanvragen

Indien de ontvanger tijdens het goedgekeurde bonustraject een aanpassing wil doen aan het traject, zoals het toevoegen of verwijderen van een bonus of het wijzigen van het bonusniveau, kan dit tijdens de trajectperiode eenmalig worden aangevraagd via een korte aanvraag met motivering, binnen dezelfde termijnen als die voor de aanvraag van een bonustraject.

De ontvangst en de volledigheid van de ondersteuningsaanvraag wordt bevestigd binnen een termijn van 15 kalenderdagen met een ontvangstmelding.

Wanneer de ondersteuningsaanvraag onvolledig is, stuurt de stad of het district aan de aanvrager een melding waarin wordt meegedeeld dat de aanvraag onvolledig is en dat de nodige aanvullende informatie moet worden overgemaakt binnen een termijn van 15 kalenderdagen.

Als het dossier niet binnen de opgelegde termijn vervolledigd wordt zal de aanvraag geweigerd worden.

Voor de aanvraag gelden volgende indieningsdata. Het reglement gaat verder onder de tabel.

Aanvraag basistrajectOpstart basistrajectAanvraag (aanpassing) bonustrajectOpstart bonustraject
Voor 1 mei
Ten laatste 15 juni
1 oktober
1 januari
Voor 1 november
Ten laatste 15 december
1 februari
1 mei
Voor 1 maart
Ten laatste 15 april
1 juni
1 september

Basistraject

Een casetafel met partners en experten binnen het thema en de doelgroep geeft een advies en mogelijke voorwaarden over de goedkeuring van het basistraject. Dit advies wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegde orgaan. Als op de casetafel positief advies wordt gegeven en het bevoegde orgaan de ondersteuning voor het basistraject goedkeurt, kan het basistraject starten met 1 tot 3 begeleidingen van een klimaatcoach en de basisondersteuning van 2.500 euro.

De coach bewaakt de kwaliteit van het traject en gaat met de aanvrager verder na hoe die het potentieel van diens plannen kan maximaliseren en welke bonussen haalbaar zijn.

Jaarlijks kunnen maximaal 40 basistrajecten worden opgestart.

Bonustraject

Een commissie beoordeelt de ingediende kandidaturen. Leden van de beoordelingscommissie kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van stad Antwerpen en vertegenwoordigers van organisaties met expertise binnen het thema of met de betreffende doelgroep.

De beoordelingscommissie stelt een ranking op van de kandidaturen. De ranking gebeurt op basis van 2 criteria:

  • De proceskwaliteit van het projectplan;
  • De mate waarin het projectplan bijdraagt aan klimaat, natuur en leefmilieu.

Enkel aanvragen die op beide criteria minstens 50% halen, kunnen worden goedgekeurd.

Per indiendatum kunnen maximaal 15 aanvragen worden goedgekeurd met een maximum van 30 trajecten per jaar. Als het beschikbare budget niet toereikend is, bepaalt de ranking welke aanvragen ondersteuning zullen ontvangen.

Bij elke goedgekeurde aanvraag kan de beoordelingscommissie adviseren om:

  • Geen opmerkingen te geven;
  • Suggesties te doen die het traject kunnen verbeteren;
  • Verplichte voorwaarden op te leggen om het traject te verbeteren.

Bij een afgekeurde aanvraag kan de beoordelingscommissie adviseren om het basistraject uit te breiden met maximaal 1 jaar en 3 extra begeleidingen van de klimaatcoach.

Het advies van de beoordelingscommissie wordt per aanvraag gemotiveerd in een juryverslag. Dit advies wordt voorgelegd aan het bevoegde orgaan, dat een beslissing neemt over de ondersteuningsaanvraag.

De ondersteuningsverstrekker tracht de beslissing en het juryverslag binnen een termijn van 2 maanden te communiceren te tellen vanaf bevestiging van de volledigheid van het aanvraagdossier. Dit is geen bindende termijn.

Het bedrag van de ondersteuning bedraagt minimum 2.500,00 EUR en maximum 80.000,00 EUR.

Basistraject

Een basistraject omvat een ondersteuning van 2.500 euro.

Bonustraject: Klimaatbewust

De maximale ondersteuning bij een bonustraject klimaatbewust varieert van 1.000 tot 47.500 euro. Het reglement gaat verder onder deze tabel.

Maatregel Ondersteuning
Participatie en breed draagvlak: belanghebbenden worden intens betrokken in alle fases van het traject.
2.500 euro
Inzetten op klimaateducatie en klimaatbewustzijn.
10 euro/leerling, maximaal 5.000 euro
Vooronderzoek duurzame en/of slimme energieopwekking, -verbruik en/of -opslag.
5 euro/m² gebouw, maximaal 10.000 euro
Inzetten op gezond en energiezuinig binnenklimaat.
5 euro/m² gebouw, maximaal 10.000 euro
Inzetten op klimaatvriendelijke voeding.
20 euro/leerling, maximaal 10.000 euro
Inzetten op klimaatvriendelijke mobiliteit.
20 euro/leerling, maximaal 10.000 euro voor aankopen en dienstverlening rond educatie en rollend materiaal; 40 euro/leerling, maximaal 20.000 euro voor infrastructurele investeringen (fietsenstalling op eigen terrein)
Inzetten op circulair materiaalgebruik.
20 euro/leerling, maximaal 10.000 euro
Bereik van kwetsbare Antwerpenaren.
2.500 euro als bij de aanvraag minstens 40% van de leerlingen recht heeft op een sociale toeslag (binnen de laagste inkomenscategorie) binnen het Groeipakket

Bonustraject: Klimaatrobuust

De maximale ondersteuning bij een bonustraject klimaatrobuust varieert van 1.000 tot 77.500 euro. Het reglement gaat verder onder deze tabel.

MaatregelBonus miniBonus maxi
Belevingswaarde en educatie
Participatie en breed draagvlak: de belanghebbenden worden intens betrokken in alle fases van het traject (dromen en denken, aanleg, onderhoud).
2.500 euro
/
Educatief gebruik: de buitenruimte wordt ingericht en gebruikt om structureel te werken rond natuur- of klimaateducatie.
2.500 euro
/
Investeren in klimaatrobuuste ingrepen
Ontharden: extra ontharding en inrichting met natuurlijke toplaag en infiltrerende onderlagen van de gebruiksruimte, boven op de bestaande ontharding en de vereiste basis van 30% ontharding.
Minstens 20% extra onthard: 25 euro/m² nieuwe ontharding en maximaal 15.000 euro
Minstens 40% extra onthard: 50 euro/m² nieuwe ontharding en maximaal 30.000 euro
Biodivers vergroenen: de buitenruimte wordt een stapsteen voor de biodiversiteit door de onbetreedbare plantenzone te vergroten onder dezelfde voorwaarden als de basis.
Minstens 20% beplant: 15 euro/m² en maximaal 5.000 euro
Minstens 30% beplant: 30 euro/m² en maximaal 10.000 euro
Toekomstgroen: aanplant toekomstboom
250 euro/boom en maximaal 2.500 euro
/
Toekomstgroen: aanplant levende afsluiting (haag of gevelgroen)
Levende afsluiting: 10 euro/lopende meter en maximaal 1.000 euro
/
Groendak
Natuurdak: 30 euro/m² en maximaal 15.000 euro
Klimaatrobuust gebruiksdak: 100 euro/m²
Hemelwaterinfiltratie: hemelwater wegleiden van riolering en naar bovengrondse infiltratiezone(s). Het buffervolume is minstens 40 l/m².
40 l/m² tot 79 l/m2 afgekoppelde verharding: 10 euro/m² en maximaal 15.000 euro
Vanaf 80 l/m² en meer afgekoppelde verharding: 20 euro/m² en maximaal 30.000 euro
Hemelwaterhergebruik: optimaal structureel hergebruik volgens de berekening van stad Antwerpen/Aquafin
500 euro/1.000 liter putgrootte: maximaal 15.000 euro
/
Complexiteit en extra maatschappelijke relevantie van de maatregelen
Complexe werken: de maatregelen zijn moeilijker te realiseren wegens de complexiteit van de werken:
Complexe ondergrond die moeilijk te ontharden is.
2.500 euro
/
Complexe toegang om met machines tot aan de buitenruimte te geraken.
2.500 euro
/
Versteviging dak noodzakelijk voor aanleg van een natuurdak of klimaatrobuust gebruiksdak.
2.500 euro
/
Extra maatschappelijke relevantie van de maatregelen:
Ligging in een wijk met weinig buurtgroen (tekortzone binnen 150 meter).
2.500 euro
/
De gemeenschapsvoorziening bereikt kwetsbare Antwerpenaren.
2.500 euro
/
De buitenruimte wordt integraal toegankelijk ingericht
2.500 euro
/
Creëren en delen of openstellen van een luwte- en koelteplek.
20.000 euro
/
Delen of opstellen: de buitenruimte kan regelmatig gebruikt worden door externen.
Delen met een groep: 5.000 euro
Openstellen voor de buurt: 20.000 euro

Basistraject

De basisondersteuning kan worden uitbetaald na het voorleggen van facturen of aankoopbewijzen en een foto van de aangepakte buitenruimte.

De projecttermijn van het basistraject duurt maximaal een jaar, dat mits motivatie met maximaal een jaar verlengd kan worden. Als de aanvrager overstapt van een basistraject naar een bonustraject, vervalt de projecttermijn van het basistraject en wordt de projecttermijn van het bonustraject gevolgd.

Bonustraject

Tijdens het bonustraject kan maximaal 75% van het toegekende bedrag worden uitbetaald na het voorleggen van een tussentijds rapport.

De overige ondersteuning wordt uitgekeerd bij het einde van de projecttermijn, na het indienen van een eindrapport. Als uit dit eindrapport niet voldoende blijkt dat de (bonus)voorwaarden werden behaald, kan het bevoegde orgaan beslissen om de laatste schijf van de ondersteuning niet of gedeeltelijk uit te keren.

De projecttermijn van het traject duurt maximaal drie jaar. Bij onvoorziene omstandigheden die buiten de wil van de ontvanger verlopen, kan de ontvanger uitstel vragen van maximaal twee jaar. Zij dient hiervoor een gemotiveerde aanvraag in die door het bevoegde orgaan wordt goed- of afgekeurd. In de gemotiveerde aanvraag toont de ontvanger aan waarom de omstandigheden onvoorzien en buiten diens wil zijn en om welke redenen dit het voortzetten van het traject in het gedrang brengt. De ontvanger geeft ook aan wanneer ze het traject wel zal beëindigen.

Als het traject niet wordt voltooid, kan het bevoegde orgaan beslissen om de reeds toegekende ondersteuning gedeeltelijk of geheel terug te vorderen en de geplande ondersteuning te annuleren.

De ondersteuning zal enkel uitbetaald worden wanneer er geen openstaande, niet-betwiste vervallen schulden zijn ten aanzien van de stad Antwerpen.

De ontvanger krijgt de volgende niet-geldelijke ondersteuning:

  • Klimaatcoach(en) die procesbegeleiding en inhoudelijke ondersteuning aanbiedt om het traject te faciliteren en potentieel te maximaliseren;
  • Trajectbegeleider van de stad die het traject opvolgt met betrekking tot een succesvol proces en het behalen van de engagementen.

De trajectbegeleiding en coaching zijn verplicht. In een basistraject volgt een kernteam 1 tot 3 coachingsessies en komt de trajectbegeleider minstens 2 keer op plaatsbezoek.

In een bonustraject gaat het over minstens 3 en maximaal 12 extra coachingssessies, waarvan minstens 1 na de aanleg, en minstens 3 plaatsbezoeken van de trajectbegeleider.

Basistraject

De basisondersteuning kan worden uitbetaald na het voorleggen van facturen of aankoopbewijzen met een duidelijke omschrijving van de kostenposten en een verslag van de uitgevoerde acties en/of foto van de situatie na de uitvoering van de werken.

Bonustraject

Het tussentijdse rapport wordt ingediend tijdens het traject, na (een deel van) de werken.

Het tussentijds rapport omvat de facturen of aankoopbewijzen met een duidelijke omschrijving van de kostenposten en een tussentijdse evaluatie met betrekking tot de gekozen doelen, bonussen en voorwaarden.

De tussentijdse evaluatie kan schriftelijk of met een plaatsbezoek door de trajectbegeleider plaatsvinden. In een klimaatrobuust traject bevat het tussentijds rapport ook het definitieve ontwerp van de buitenruimte en een foto van de situatie na de uitvoering van de werken.

Het eindrapport wordt ingediend na het voltooien van alle werken en het beëindigen van het coachingstraject, inclusief minstens één coachingssessie na de aanleg.

Het eindrapport omvat minstens:

  • Een analyse van de nieuwe situatie ten opzichte van de beginsituatie;
  • Een overzicht hoe de vooropgestelde doelen, bonusvoorwaarden en (indien van toepassing) door de beoordelingscommissie opgelegde extra voorwaarden zijn behaald;
  • Beeldmateriaal van de nieuwe situatie.

Controle

Op eenvoudig verzoek van stad Antwerpen bezorgt de begunstigde bijkomende informatie. Controles kunnen uitgevoerd worden door afgevaardigden of aangestelden van stad Antwerpen.

De uitgaven waarvoor de ondersteuning gebruikt mag worden zijn:

Klimaatbewust traject

  • Uitgaven voor klimaateducatie en -bewustmaking: vormingen, workshops, lesmaterialen, begeleiding …;
  • Uitgaven met betrekking tot vooronderzoek duurzame en slimme energieopwekking, -verbruik en/of -opslag: inwinnen van expertise, (laten) uitvoeren van een energieaudit, opmaken van een studie...;
  • Uitgaven met betrekking tot een gezond en energiezuinig binnenklimaat: uitgaven die de luchtkwaliteit en thermisch comfort in de klaslokalen verbeteren zonder het energieverbruik aanzienlijk te verhogen, zoals het inwinnen van expertise; aankopen luchtkwaliteitsmeters; installeren van een integraal meetsysteem; installeren van een mechanisch ventilatiesysteem en/of de CO2-sturing ervan en/of installeren van een warmteterugwinningsysteem op een mechanisch ventilatiesysteem;omvormen van ramen van draai- naar kiepdraai; aanpassen van branddeuren; verplaatsen van de inlaatopeningen van het ventilatiesysteem naar de verkeersluwe zijde; verplaatsen van schouwen en uitlaten van vervuilde lucht naar het dak; aankopen van luchtreinigers; installeren van ledlampen, thermische en akoestische isolatie van gevels, ramen en raamroosters, thermostatische kranen; opmaken van een koelteplan; installeren van zonnewering; vergroenen van de schoolomgeving voor passieve koeling ...;
  • Uitgaven met betrekking tot klimaatvriendelijke voeding zoals inwinnen van expertise over klimaat en voeding; ontwikkelen of aankopen van didactisch en sensibiliserend materiaal; organiseren van educatieve workshops over plantaardige voeding, voedselkeuzes en eiwitshift; aankopen van voeding met een lagere klimaatimpact, zoals seizoensgebonden, lokaal geproduceerde of plantaardige producten; nemen van maatregelen die voedseloverschotten helpen vermijden; inrichten van school- of klasomgevingen die deze voeding en educatie ondersteunen (zoals een klimaathoek in de refter, een schoolmoestuin of een plantaardige kookworkshop) ...;
  • Uitgaven met betrekking tot klimaatvriendelijke mobiliteit: alle maatregelen die het thuis-schoolverkeer en schoolverplaatsingen verduurzamen, zoals inwinnen van expertise; ontwikkelen of aankopen van didactisch en sensibiliserend materiaal: organiseren van educatieve workshops; opmaken van een schoolvervoerplan en bereikbaarheidsfiche; aankopen van zichtbaarheids-, veiligheids- en behendigheidsmateriaal;aankopen en/of huren en onderhouden van loopfietsen, schoolfietsen en – (niet terrein; omvormen van een kelder naar een fietsenkelder; faciliteren van een schoolstraat ...;
  • Uitgaven met betrekking tot het verhogen van circulair materiaalgebruik, zoals inwinnen van expertise; aankopen van didactisch en sensibiliserend materiaal; organiseren van educatieve workshops; aankopen en installeren van producten uit circulaire materialen; organiseren van een repair café, deelsysteem, geef- of tweedehandswinkel ....

Volgende uitgaven komen niet in aanmerking:

  • Eigen werkingskosten en personeelskosten;
  • Ingrepen die niet vergund zijn of niet in overeenstemming zijn met de van toepassing zijnde regelgeving of waarbij de veiligheid niet voldoende in acht is genomen;
  • Initiatieven waarvoor al een kosteloos aanbod vanuit de stad of andere overheden bestaat.

Klimaatrobuust traject

Alle uitgaven voor ontharding;

  • Uitgaven voor een natuurlijke toplaag als een waterdoorlatende ondergrond met onderliggende infiltrerende lagen wordt voorzien;
  • Uitgaven voor biodivers vergroenen, zoals bodemverbetering, bodemzorg en -onderzoek, planten, hagen en struiken, bomen, plantmateriaal, plantbescherming, natuurinclusieve maatregelen (nest- en voedergelegenheid voor waardevolle fauna) ...;
  • Alle uitgaven voor hemelwaterinfiltratie;
  • Uitgaven voor hemelwaterhergebruik, zoals voor het plaatsen van een hemelwaterput of bovengrondse hemelwatercaptatie en de verbinding met toestellen …;
  • Alle uitgaven voor de aanleg van een groendak of een klimaatrobuust dak;
  • Uitgaven verbonden aan het delen en openstellen van de buitenruimte, zoals bijvoorbeeld een toegangssysteem of het afsluiten van bepaalde zones in het gebouw …;
  • Uitgaven die te maken hebben met educatief gebruik, participatie en draagvlakverbreding, zoals aanleggen van een buitenklas of moestuin; volgen van workshops …;
  • Uitgaven voor de inrichting die welbevinden en natuurcontact verhogen, zoals de buitenruimte inrichten met zitbanken, speelaanleidingen, speelnatuur in duurzame materialen ...;
  • Uitgaven voor professioneel ontwerp en expertise;
  • Uitgaven voor expertise en begeleiding inzake klimaatrobuuste ingrepen, zoals bodemonderzoek en -analyse, opmaken van een waterstudie of een akoestische studie of meting, aanvullende procesbegeleiding ...;
  • Werkuren van aannemers voor de aanleg;
  • Huur van werkmateriaal;
  • Communicatiemiddelen;
  • Uitgaven voor onderhoud, zoals aankopen van onderhoudsmateriaal, opmaken van een onderhoudsplan ....

Volgende uitgaven komen niet in aanmerking:

  • Eigen werkingskosten en personeelskosten;
  • Herstellen van bestaande klimaatrobuuste ingrepen;
  • Ingrepen in de openbare ruimte waaronder geveltuintjes, geveltonnen, groenslingers, boomspiegels;
  • Ingrepen die niet vergund zijn of niet in overeenstemming zijn met de van toepassing zijnde regelgeving of waarbij de veiligheid niet voldoende in acht is genomen;
  • Materialen die een negatieve impact hebben op klimaat(adaptatie) en milieu, zoals kunstgras, kunststof, rubber, niet-waterdoorlatende verharding, hout dat niet duurzaam geproduceerd is;
  • Initiatieven of ingrepen waarvoor vanuit de stad of andere overheden al een kosteloos aanbod bestaat.

Algemeen

De uitgaven ingediend ter verantwoording van de ondersteuning mogen dateren vanaf de datum van de goedgekeurde kandidaatstelling tot het einde van het traject.

De ondersteuning voor een traject is cumuleerbaar met ondersteuning van stad Antwerpen of derden in zoverre ze betrekking heeft op uitgaven waarvan de onderliggende facturen of bewijsstukken niet worden ingediend ter staving van die andere ondersteuning.

De ingrepen worden na realisatie in stand gehouden en doelmatig onderhouden gedurende minstens 10 jaar na oplevering. Als dit niet gebeurt en er geen motivering door overmacht kan worden aangeleverd, kan het bevoegde orgaan beslissen om de al toegekende ondersteuning gedeeltelijk of geheel terug te vorderen. Controles kunnen uitgevoerd worden door afgevaardigden of aangestelden van stad Antwerpen.

Stad Antwerpen is steeds op zoek naar mooie voorbeelden om inspiratie te bieden aan andere Antwerpenaren.

Als de aanvrager daarmee akkoord gaat, contacteren we deze voor een interview en een fotografiesessie van de verbouwing. Het toekennen van de ondersteuning staat los van het akkoord over deze communicatievraag.

De stad Antwerpen kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen of goederen die rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van activiteiten met betrekking tot de aanwending van de ondersteuning.

De begunstigde moet voor de uitvoering van de ondersteunde activiteit een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afsluiten. Indien de begunstigde werkt met eigen personeel en/of vrijwilligers, sluit hij op eigen kosten een verzekering af (verzekering arbeidsongevallen en/of verzekering lichamelijke ongevallen).

Het project dient in overeenstemming te zijn met de geldende wetgeving inzake staatssteun. Concreet betekent dit dat de indiener moet nagaan of het ingediende project staatssteunrelevant is, en zo ja onder de de-minimis regeling voor bedrijven valt, onder de algemene groepsvrijstellingsverordening valt of via de aanmeldingsprocedure bij de Europese Commissie zal moeten verlopen.

De afdeling Klimaat en Leefmilieu (K&L) van de stedelijke bedrijfseenheid stadsontwikkeling (SW) staat in voor de opvolging en uitvoering van dit reglement.

Dit reglement vervangt het ondersteuningsreglement "Klimaattrajecten EcoScholen Antwerpen", 2022_GR_00210 van 25 april 2022 en het ondersteuningsreglement "Groene en klimaatrobuuste kinderopvang", 2022_GR_00715 van 19 december 2022.

De bestaande reglementen worden opgeheven op 31 december 2025.

Scholen of kinderdagverblijven die al zijn ingestapt in het voorgaande reglement, blijven de regels van dit reglement volgen tot het voltooien van hun traject. Scholen die in het voorgaande reglement een voortraject met coach zijn gestart, kunnen onmiddellijk goedgekeurd worden voor een basistraject zonder de aanvraagprocedure in dit reglement opnieuw te volgen.

Wie in het verleden al gebruik maakte van de ondersteuning in het kader van de vervangen ondersteuningsreglementen of van het ondersteuningsreglement "Klimaatrobuuste ingrepen privaat domein" (2022_GR_00610 van 24 oktober 2022), komt in aanmerking voor ondersteuning van het bonustraject voor bijkomende ingrepen. Deze aanvrager is uitgesloten van de financiële ondersteuning van het basistraject.

De wet van 14 november 1983 ‘betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen’ is van toepassing, evenals alle andere toepasselijke wettelijke regels.

Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid goedgekeurd op 26 oktober 2020 (jaarnummer 595) en zoals integraal van toepassing verklaard voor de nieuwe gemeente door de gemeenteraad op 27 januari 2025 (jaarnummer 71).

Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid goedgekeurd op 26 oktober 2020 (jaarnummer 45) en zoals integraal van toepassing verklaard voor het nieuw opgerichte OCMW door de raad voor maatschappelijk welzijn van 31 maart 2025 (jaarnummer 25).

De ontvanger van de ondersteuning engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de ondersteunde activiteiten en projecten.

De ondersteuning kan worden geschorst, stopgezet of teruggevorderd wanneer de ontvanger de in het ondersteuningsreglement beschreven doel niet bereikt en de opgelegde voorwaarden niet naleeft.

De ondersteuningsverstrekker heeft het recht de ondersteuning te schorsen, stop te zetten of terug te vorderen wanneer de ontvanger zijn verplichtingen niet naleeft of wanneer bij de aanvrager of ontvanger onregelmatigheden worden vastgesteld waardoor het rechtmatig vertrouwen van de ondersteuningsverstrekker in de aanvrager of ontvanger ernstig wordt geschaad.

De ondersteuningsverstrekker kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele hieruit voortvloeiende schade.

Als de ondersteuningsverstrekker in het kader van dit ondersteuningsreglement persoonsgegevens moet verwerken, zal dit steeds gebeuren in overeenstemming met de huidige geldende privacywetgeving waaronder de Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming).

Meer informatie over hoe persoonsgegevens worden verwerkt, kan teruggevonden worden via https://www.antwerpen.be. Vragen kunnen gemaild worden naar informatieveiligheid@antwerpen.be.

De ondersteuningsverstrekker heeft het recht om persoonsgegevens bij de ontvanger op te vragen om de naleving van de voorwaarden van de ondersteuning te controleren.

Wanneer de ondersteuning van een andere overheid komt, kan de stad Antwerpen/OCMW Antwerpen verplicht zijn om in het kader van controle persoonsgegevens door te geven aan voormelde overheid.

De ontvanger van de ondersteuning moet transparant communiceren over deze gegevensdoorgifte, bijvoorbeeld via een privacyverklaring.

Dit reglement regelt de aanvraag, de coaching en de uitbetaling van de steun voor klimaattrajecten voor scholen en andere gemeenschapsvoorzieningen, zoals beslist op de gemeenteraad van 15/12/2025 en neergeschreven in dit collegebesluit: 2025_CBS_08160.