Contacteer stad Antwerpen

Brandweer Zone Antwerpen

De grens tussen theater en brandweer was ooit kleiner dan gedacht

Plankenkoorts is iets dat Sven Van Lommel (50) niet kent. Sven is brandweerman bij BZA, maar vertoeft in zijn vrije tijd in een ander gezelschap: het theater. In hoeveel stukken de acteur al heeft meegespeeld, kan hij niet met zekerheid zeggen, maar hij gokt op een achttiental. “Soms zijn er al mensen van mijn ploeg komen kijken en zij vonden dat altijd heel leuk”, vertelt hij tevreden.

“Het leuke aan acteur zijn, is een typetje spelen waarvan je dan een karaktereigenschap vergroot of verkleint. Naast je rol leren en teksten studeren, zet je ook je scènes onder leiding van een regisseur in elkaar. Ik denk dat het belangrijk is dat je de persoon die je speelt ook een beetje wordt in je dagdagelijks leven. Als oefening probeer ik dan soms stukken tekst te gebruiken in conversaties. Soms doe ik dat ook bij de brandweer, maar dat valt niemand op. 

Een traan of een lach op iemand zijn gezicht toveren is toch wel het leukste aan acteren. Moeite met een rol heb ik gelukkig nog niet veel gehad. Mijn grootste sterkte is, denk ik, comedy, iedereen wil een avond lachen en ik help daar graag bij. Toch geraak ik ook zeker mijn ei kwijt bij wat meer dramatische rollen. Ik heb ooit eens een pooier gespeeld, een door en door gore smeerlap, en toch lag die rol mij ook wel (lacht).

De cirkel is rond

Ik speel al sinds mijn zeventiende theater. Mijn vader was verbonden aan het Streektheater in Kapellen en soms hielp ik dan mee achter de bar of bij de opbouw. Tot ik ooit door de regisseur, Jack Staal, werd gevraagd om een rol te spelen. Het stuk geschreven ging over een wielrenner met een heel gedreven en conservatieve vader. De wielrenner, die ik speelde, was homoseksueel en gezien de tijdsgeest zorgt dat voor moeilijke relatie met zijn vader. Voor een eerste rol was dit zeker pittig. Het was quasi de hoofdrol, maar het viel ongelofelijk goed mee. We speelden voor bijna vijfduizend mensen en de voorstellingen waren een groot succes. Ik had direct de microbe te pakken en die is nooit meer weggegaan.


Het begon dus allemaal bij Streektheater dat later overging in Stalen Nagels en vervolgens in Nagels Met Koppen. Het toeval wil nu dat ik ben gevraagd, om een rol te spelen in “Benny wie dak ben” een stuk geschreven door Danny Nagels over een non-binair persoon. Danny heeft het stuk enkele keren kunnen meespelen tot hij vorig jaar overleed tijdens de productie. Een heel groot verlies. Nu heeft de crew aan mij gevraagd of ik deze rol wil invullen. Het is een grote eer om de rol die hij niet heeft kunnen afmaken, te mogen spelen. Voor mij is dit ook een full circle moment omdat Danny er ook bij was bij mijn eerste rol als die van wielrenner.

(lees verder onder de foto)

Sven zit als tweede van links op de onderste rij

Studio Sleyckzift

Zo’n zestien tot zeventien jaar was ik ook verbonden aan het gezelschap Studio Sleyckzift. Dit was een theatergezelschap opgericht door en voor pompiers van BZA. Het was ongelofelijk leuk. We traden op in de Schouwburg Luchtbal, een zaal waar toch 350 mensen binnen kunnen. Toen we optraden, kwamen collega’s kijken en het was de ideale gelegenheid om iedereen terug te zien. Dikwijls kwamen ploegen ook samen kijken en dronken we samen een drankje achteraf. 

De groepsgeest en sfeer zat daar zo goed. Alle leden van het gezelschap gingen op weekend en de kinderen en zelfs kleinkinderen gingen mee. Die weekendjes waren altijd leuk met de quizzen en sketches die we dan deden. Studio Sleyckzift heeft ongeveer dertig jaar bestaan, maar is drie jaar geleden stilgevallen. Velen van het gezelschap gingen met pensioen en voor de jeugd bleek het te moeilijk om op te vangen wat jammer is want het verbond de ploegen. Wie weet zitten er nog jonge acteurs in de ploegen en kunnen we onze koppen bij elkaar steken voor een heropleving. Ze mogen zich bij mij aanmelden (lacht).

Toekomst

Nu probeer ik vooral om de twee jaar mee te doen aan een stuk. Je moet toch veel tijd vrijmaken om te repeteren en dat is soms moeilijk te combineren met het opvoeden van drie jonge kinderen en werken. Voor de repetities en voorstellingen moet ik dan ook soms mijn vakantiedagen inzetten. Zij vinden het leuk om te komen kijken, maar ook wanneer ik thuis ben en alle tijd voor ze heb. Theater spelen, blijf ik altijd doen en wie weet na mijn pensioen een stuk of twee meer. “