GevelgroenJoost Joossen

Vergroen je straat!

Het district Wilrijk gaat voor groenere straten en daar werken we hard aan. Ook u kan een handje helpen.

Geveltuinen

Geveltuinen zorgen voor een aangenamere leefomgeving en een verbetering van het klimaat en luchtkwaliteit.

U kan zelf een geveltuin aanleggen, zolang u rekening houdt met de onderstaande regels.

U hebt hiervoor geen vergunning nodig.

mini geveltuinMarieke Vos voor NADA

Mini geveltuin

Om ook smalle stukken tussen 1,60 meter en 1,80 meter te kunnen vergroenen, kan je een mini geveltuin aanleggen van maximum 30 cm diep en 120 cm lang. Met een mini geveltuin blijft er minimum 1,30 meter vrije doorgang.

maxi geveltuinMarieke Vos voor NADA

Maxi geveltuin

Aan voetpaden met ruime vrije doorgang van meer dan 1,80 meter kan je ook een maxi geveltuin aanleggen. Die mag zo lang zijn als je maar wil, tot de volledige lengte van je gevel. Je geveltuin mag maximaal 60 cm diep zijn, zolang je steeds een vrije doorgang van 1,5 meter behoudt. 

In een maxi geveltuin heb je veel vrijheid in
plantenkeuze en kan je zelfs grotere bloempotten
of een zitbank kwijt.

Opgelet!

  • Leg enkel een geveltuin aan tegen je eigen gevel of maak een duidelijke afspraak met je verhuurder of buren.
  • Voorzie rond het plantvak een opstaande rand van maximaal 10 centimeter hoog. Vermijd scherpe randen!
  • Kies planten zonder doornen. Vermijd planten met veel bessen of planten die giftig zijn voor de mens.
  • Snoei de planten, zodat ze de vrije doorgang nooit belemmeren. Boven 2,20 meter mogen ze wat meer uitwaaien.

Levendige voortuinen

Een straat met voortuinen ziet er onmiddellijk veel levendiger en vrolijker uit.

Hieronder vind je enkele tips om je voortuin of oprit naar de garage groener in te richten.

Groen eilandPlantwerpen

Tip 1: Maak een groen eiland

Ga voor meer groen en minder grijs, bijvoorbeeld door je oprit ook als looppad te benutten.

OnderhoudsvriendelijkPlantwerpen

Tip 2: Houd het onderhoudsvriendelijk

Steen is duurder en intensiever in onderhoud dan goed gekozen groen. Gebruik bodembedekkers, waarvan een deel groenblijvend. Vermijd soorten die regelmatig snoei vragen. Zet daarom maar één struik of kleine boom en kies voor kleine soorten die je niet hoeft te sneoeien.

ReliëfPlantwerpen

Tip 3: Zorg voor reliëf

Bodembedekkers en lage struiken zorgen voor meer reliëf dan gemaaid gras. Ze doen je tuin groter lijken. Hoge beplanting zorgt dan weer voor een groener straatbeeld. Een vrijstaande boom of struik zet je best ver van het gebouw. Aan je gevel kan je met klimplanten in de hoogte weken zonder veel plaats in te nemen.

PronkenPlantwerpen

Tip 4: Laat je tuin heel het jaar door pronken

Voorzie voor elk seizoen een bloeiende soort. Met groenblijvende bodembedekkers voorkom je dat de bodem in de winter kaal is.

Let op! Enkel groenblijvende planten kunnen snel een somber beeld opleveren.

RustPlantwerpen

Tip 5: Schep rust

Verschillende planten komen beter tot hun recht in groep. Voor lage planten gebruik je minstens 10 planten van dezelfde soort. Dat schept rust in je tuin. Van hogere planten gebruik je 1 stuk als accent.

DoorsijpelenPlantwerpen

Tip 6: Laat het regenwater doorsijpelen

Groen maakt de grond waterdoorlatend. Het voordeel? Bij hevige regenbuien kan het water in de grond sijpelen. Wil je toch verharding, kies dan voor tegels met open voegen of kiezels. Er bestaan ook tegels en bestrating die waterdoorlatend zijn.

GenietenPlantwerpen

Tip 7: Maak er een plekje van om te genieten

Een rijke beplanting met veel verrassingen zorgt voor een blije thuiskomst. In rustige straten kan je zelfs een bankje kwijt.

Verwante info: