Welkom!

Antwerpen.be maakt gebruik van cookies. Aan de hand van die cookies verzamelt en analyseert Antwerpen.be informatie over uw bezoek. Genieten van een optimale A-ervaring? Bevestig met alle cookies toestaan. Stel voorkeuren in en bepaal welke informatie u met Antwerpen deelt. Houd er rekening mee dat bepaalde media enkel beschikbaar zijn indien u de cookies ervan aanvaardt. Antwerpen.be bewaart cookievoorkeuren. U kan ze aanpassen via cookies beheren. Meer weten? Raadpleeg onze Cookieverklaring. Antwerpen.be waardeert uw vertrouwen en wenst u een verrijkende surfervaring toe!

stad Antwerpen

Luchtkwaliteit: polluenten en normen

Bij het meten van de luchtkwaliteit komen een aantal vaste begrippen terug. U leest er onderaan meer over. Meer info over het volledige luchtkwaliteitplan vindt u via de eerste link.

Luchtkwaliteit
Luchtverontreiniging wordt afgewogen aan een aantal polluenten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van mensen en dieren. In het stedelijk woongebied van Antwerpen wordt gekeken naar verkeer en gebouwverwarming als belangrijkste emissiebronnen van polluenten, in havengebied naar de industrie.  

Fijn stof (PM = particulate matter) is een verzamelnaam voor kleine vloeibare en/of vaste deeltjes van uiteenlopende grootte en samenstelling die zowel tijdens verbrandingsprocessen als door de slijtage van banden, remmen, wegen, … ontstaan. Ze worden rechtstreeks uitgestoten (primair fijn stof) of onder invloed van een chemische reactie in de atmosfeer gevormd (secundair fijn stof). Alle deeltjes kleiner dan 100 micrometer (μm) worden tot fijn stof gerekend. Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze kunnen doordringen in het lichaam. Deeltjes kleiner dan 10 µm, aangeduid als PM10, veroorzaken gezondheidsschade.

Voor PM10 mag vanaf 1/01/2005 de daggemiddelde waarde van 50 µg/m³ volgens de EU-richtlijn (herzien 2008/50/EG) maximaal 35 keer per jaar overschreden worden; de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m³ mag sinds 1/01/2005 niet overschreden worden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) legt de jaargemiddelde grenswaarde voor deze fijnstoffractie op 20 µg/m³.

Voor PM2.5 mag per 1/01/2015 de jaargemiddelde waarde van 25 µg/m³ volgens de EU-richtlijn (2008/50/EG) niet overschreden worden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) legt de grenswaarde voor deze fijnstoffractie op 10 µg/m³.

Elementair koolstof, ook (diesel)roet genoemd, maakt hoofdzakelijk deel uit van de ultrafijne stoffractie (< 0,1 µg/m³) en wordt beschouwd als zeer schadelijk voor de gezondheid. Op deze roetdeeltjes zetten zich andere gevaarlijke stoffen vast die via het bloed diep in het lichaam doordringen en onder meer schade toebrengen aan hart- en bloedvaten en het ademhalingsstelsel.

Voor EC zijn er geen normen in de wetgeving vastgelegd; volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bestaat er voor deze fijnstoffractie geen veilige ondergrens.

Dieselroet is voornamelijk afkomstig van het lokale wegverkeer, waardoor plaatselijke maatregelen een sterk positief effect kunnen hebben op de daling van de concentraties.

Stikstofdioxiden (NO2) ontstaan bij verbrandingsprocessen op hoge temperatuur, bijvoorbeeld  in een verbrandingsmotor. Stikstofoxiden (NOX) geven ook aanleiding tot de vorming van fijn stof en veroorzaken vooral ademhalingsproblemen.
De EU-richtlijn (2008/50/EG) legde vast dat de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m³ vanaf 1/01/2010 niet mag overschreden worden. België verkreeg uitstel tot 2015 om aan deze norm te voldoen. 

Europese richtlijnen
De luchtkwaliteitskaarten werden opgemaakt in het kader van de Europese kaderrichtlijn inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (96/62/EG van 27 september 1996) en de bijhorende dochterrichtlijnen (1999/30/EG; 2000/69/EG; 2002/3/EG; 2004/107/EG), herzien en geïntegreerd in de richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en de schonere lucht voor Europa (2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008).