marmer gevel stadhuis Antwerpen

Op zoek naar de perfecte opvulling voor de beschadigingen in de marmeren gevel

Het Belgische rode marmer aan de gevel van het stadhuis moet gerestaureerd worden. Er zitten nogal wat holtes en scheurtjes in. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) onderzocht hoe dat het best gebeurt. Met een heel team en enkele gespecialiseerde onderaannemers bekeken zij hoe en met welke materialen ze de beschadigingen het best kunnen restaureren. Lode De Clercq, Freya Joukes en Sam Huysmans vertellen wat ze ontdekten.

Het rode marmer is in slechte staat

“Tijdens de renovatie van het stadhuis in de 19e eeuw, werd de hele buitengevel van het stadhuis vervangen”, vertelt bouwhistoricus Lode De Clercq. “Enkel wie goed kijkt, kan in de binnenbogen nog sporen terugvinden van marmerstenen uit de 16e eeuw. Marmer is heel gevoelig aan de gevolgen van buitenlucht, regen en wind. Deze factoren hebben de steen in al die jaren flink beschadigd. In de jaren ‘70 en ‘80 van de 20e eeuw werd het marmer al een eerste keer gerestaureerd. Toen werden de holtes en scheurtjes opgevuld met een soort kunststof. Nu, 30 jaar later,  komen die vullingen los en zijn ze opnieuw aan vervanging toe.”

Made in Belgium

“Voor de bouw van het stadhuis werden materialen uit verschillende windstreken gebruikt”, gaat Lode De Clercq verder. “Dat was heel bijzonder in die tijd. De unieke ligging van Antwerpen aan de Schelde heeft daar alles mee te maken. Maar het rode marmer dat voor de gevel gebruikt werd, is wel helemaal Belgisch.” Om dat te achterhalen, nam Lode De Clercq enkele monsters van de steen onder de loep. “Dankzij een combinatie van microscopisch, macroscopisch en archiefonderzoek ontdekten we dat de blokken rode rustica, gebruikt voor de renovatie in de 19e eeuw, ontgonnen werden in de groeve Beauchateau te Senzeilles bij Philippeville. Die marmergroeven zijn er nog, maar ze mogen niet meer geëxploiteerd worden. Voor deze renovatie moeten we dus op zoek naar andere groeven, met een vergelijkbare marmer.“

Op zoek naar het juiste marmer

Freya Joukes van Group Monument  zocht uit hoe de diepe holtes en scheuren in het marmer kunnen worden opgevuld met andere stukjes marmer. “Maar daarvoor moesten we dus eerst op zoek naar een geschikte, vergelijkbare marmer”, vertelt ze. “Daarvoor kregen we de hulp van een geologe in Wallonië. Zij deed een eerste prospectie naar een voorraad marmer die heel erg lijkt op het rode marmer dat in de 19e eeuw gebruikt werd. Daarna gingen we met ons team ter plaatse om een aantal stukken uit te zoeken. Die stukken hebben we intussen gebruikt om een aantal holtes in te vullen tijdens een proefrestauratie.”

Een primeur: restaureren met behulp van een robot

Om die holtes op te vullen, maken we eerst een 3D-scan van de schade van de gevel”, gaat Freya Joukes verder. “Op die manier meten we elk stukje dat moet worden aangevuld. Per holte of scheurtje verkrijgen we zo een complexe puntenwolk. Die zetten we om in een driedimensionale tekening met een tekenprogramma. En dan gaat onze robot aan het werk. Die freest op basis van de tekening met een reusachtige arm een exact stukje uit het nieuwe ontgonnen marmer dat precies past in de holte in het marmer van het stadhuis, een zogenaamde ‘marmerprothese’. Een steenhouwer verlijmt het stukje in de gevel en poliert alles bij tot het helemaal goed zit. Deze manier van werken is trouwens helemaal nieuw”, vertelt Freya nog. “De robot wordt reeds geruime tijd gebruikt voor het vervaardigen van natuurstenen onderdelen, maar nog nooit om dergelijke beschadigingen aan bouwkundig erfgoed op deze manier te restaureren. Dat is een primeur.” In onderstaande video kan je zien hoe deze methode in zijn werk gaat.

Op zoek naar het perfecte kunstmateriaal om het marmer te imiteren

Tanaquil Berto, Laurent FontaineRoald Hayen en Sam Huysmans, een interdisciplinair team van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA), voerde een grondig materiaal-technisch onderzoek uit. “Zo konden we de soort, de samenstelling en het gedrag van het marmer bepalen”, vertelt Sam Huysmans. “Pas wanneer we alles, maar dan ook alles over het marmer weten, kunnen we op zoek gaan naar een geschikte mortel om de scheurtjes en kleine holtes mee op te vullen. Daar komt heel wat labowerk bij kijken. We moeten bijvoorbeeld perfect weten welk verweringsmechanisme het marmer heeft en dat vergelijken met dat van de mortels. Dat moet bijna identiek zijn. De twee materialen moeten straks immers helemaal samen evolueren doorheen de tijd en de weersomstandigheden. Anders heeft het geen zin. Pas wanneer we alles over het marmer wisten en een geschikte mortel vonden, met dezelfde eigenschappen, konden we aan onze proefrestauratie beginnen.”

Van mortel naar marmer

“Scheurtjes in een rode rustica voeg je niet zomaar op, daar komt wel wat bij kijken”, legt Sam Huysmans verder uit. “Allereerst reinigen en schuren we een stuk van de gevel om de juiste kleur van het marmer bloot te leggen. Die is immers grijs en verbleekt, waardoor de tekening en exacte kleur niet meer duidelijk is. Daarna kleuren we onze mortel in het juiste rood en brengen we die zorgvuldig aan in de holtes. Wanneer die half uitgehard is, snijden we er aders in die we opnieuw opvullen met witte mortel. Op deze wijze  bootsen we de tekening van het marmer helemaal na. Nadien brengen we nog verschillende beschermlagen aan om het marmer en de ingevoegde mortel te beschermen tegen de weersomstandigheden.”

Op basis van de verschillende onderzoeken en proefrestauraties werken Sam Huysmans, Lode De Clercq en Freya Joukes aan een rapport met een voorstel tot aanpak voor de restauratie van de marmeren gevelsteen. “Allicht zullen we voor de restauratie een combinatie van beide uitgeteste technieken gebruiken”, besluiten de onderzoekers.

Wilt u meer weten over de grote renovatie- en restauratiewerken en de toekomst van het stadhuis van Antwerpen? Lees er alles over in dit uitgebreide achtergrondartikel.