U bent hier

Met de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF) startte in 2016 het project Activering Vluchtelingen Antwerpen. Dat project wil anderstalige nieuwkomers in Antwerpen snel en duurzaam integreren op de arbeidsmarkt. Daarvoor stemmen stad Antwerpen, VDAB en Atlas hun dienstverlening op elkaar af. Op 31 december 2019 eindigt het project.

 

Wat zijn de succesfactoren? Kortom, wat is de balans na 3 jaar projectwerking? Lees hieronder de 8 conclusies en beleidsaanbevelingen.

 

  1. Een gemeenschappelijk aanspreekpunt

 

Een single point of contact (SPOC) biedt voordelen voor de klanten (nieuwkomers) en hulpverleners.

De klant krijgt:

  • opvang door medewerkers die gerichte ervaring en expertise hebben met de doelgroep
  • snel een geïntegreerde dienstverlening op maat

De hulpverleners van de verschillende organisaties werken samen als een team. Daardoor:

  • krijgen ze meer inzicht in elkaars werking
  • vereenvoudigt de onderlinge communicatie

 

  1. Samenwerking in een netwerkstructuur

 

Het ideale samenwerkingsmodel is een netwerk waarbij de partners:

  • verantwoordelijkheid, ondernemerschap en wendbaarheid tonen
  • doelen realiseren die voor de afzonderlijke partners anders niet haalbaar zijn

Een verantwoordelijke coördinator, onafhankelijk van de organisatie, is essentieel om de doelen te realiseren.

  • Het is voordelig om van bij de start ervaren medewerkers in te zetten.
  • De partners hebben direct toegang nodig tot elkaars registratiesysteem en moeten relevante informatie (over de begeleiding) kunnen raadplegen.
  • In een ideaal scenario is er maar één ICT-platform met unieke klantdossiers. 

 

  1. Gemeenschappelijke trajectbepaling op basis van informatie uit de intake(s)

 

De trajectbepaling van de klant gebeurt op basis van informatie uit de intakes. Het intakegesprek gebeurt het best in de moedertaal of contacttaal van de klant. Zo is het mogelijk om het studie- en werkverleden van de klant diepgaander, correcter en sneller te bevragen.

Na de activeringsscreening weet elke partner:

  • welk soort activeringstraject de klant krijgt
  • wat de afstand is van de klant tot de arbeidsmarkt
  • wat de eventuele randvoorwaarden en het verloop van zijn inburgeringstraject zijn

Een traject, dat uitgestippeld is in overleg, zorgt dat partners elkaars boodschap herhalen en versterken. Dat geeft de klant meer duidelijkheid over zijn begeleiding.

 

  1. Een geïntegreerd en lineair traject

 

  • Bij een lineair traject starten we eerst de inburgering op en daarna pas de activering. Inburgering en activering volgen elkaar chronologisch op.
  • Bij een geïntegreerd traject starten we inburgering en activering gelijktijdig op. Zo kunnen we flexibel inspelen op de noden van nieuwkomers.

Een anderstalige nieuwkomer met technische competenties of zonder relevante technische competenties, maar met een sterke motivatie hoeft op die manier niet meer te wachten op activering tot na zijn inburgeringstraject.

 

  1. Werkgevers en werknemers dichter bij elkaar

De meeste anderstalige nieuwkomers:

  • zijn zeer sterk gemotiveerd
  • hebben vaak geen of onvoldoende technische competenties die direct inzetbaar zijn op de Belgische arbeidsmarkt

Veel werkgevers passen hun selectiecriteria niet aan volgens het aanwezige potentieel.

  • Kennis van het Nederlands is niet zomaar een competentie, maar een noodzaak.
  • Werkgevers zijn vaak onvoldoende vertrouwd met de doelgroep. 

 

  1. Maximale inzet op verwerven Nederlandse taal

Voor elke vorm van activering is een minimale kennis Nederlands nodig. Hoe sneller de nieuwkomer na zijn aankomst in Vlaanderen met zijn lessen Nederlands start, hoe beter:

  • Tijdens de asielprocedure moeten we meer benadrukken dat een snelle opstart van lessen Nederlands belangrijk is.
  • Tijdens de begeleidingsgesprekken en het werk zelf moeten we de klant meer Nederlands laten oefenen.
  • Voor iedere klantsituatie moet een aanbod NT2 mogelijk zijn. Er zou geen wachttijd mogen zijn om NT2 te volgen. 

 

  1. Werkervaring via artikel 60, §7: altijd een goede optie

 

Werkervaring via artikel 60, § 7 is vaak de beste optie voor klanten die:

  • laaggeschoold of geschoold zijn
  • geen specifieke competenties hebben
  • geen kennis van het Nederlands hebben

Zo kunnen we direct werken aan:

  • de generieke competenties
  • verkenning van de arbeidsmarkt
  • verwerving van taal

 

  1. Communicatie is belangrijk

 

Het is belangrijk om regelmatig direct en indirect te communiceren naar de betrokken diensten van de partnerorganisaties. Zo creëren we een draagvlak voor een goede samenwerking tussen projectmedewerkers en de medewerkers van de partnerorganisaties. Als iedereen op dezelfde golflengte zit, kunnen we:

  • de doelstellingen van het partnerschap beter nastreven
  • de gemaakte afspraken en procedures beter respecteren

Daarvoor ontwikkelden we een laagdrempelig communicatiemiddel, een A5-postkaart met:

  • op de voorzijde: een vereenvoudigde flow
  • op de achterzijde ruimte: contactgegevens van de verschillende begeleiders

Daardoor krijgt de klant inzicht in zijn begeleidingstraject. Bovendien weet de begeleider welke partners nog meer betrokken zijn.

 

Meer info

Lees hier het volledige rapport en het draaiboek.

RSS