|
3.3.1 Laden en lossen
Laden en lossen is vaak een probleem in 2060 waar geen eenduidige oplossingen voor bestaan. Elke detailhandel- en horecazaak heeft op gepaste tijden nood aan toeleveringen. Maar dit zorgt vaak voor veel verkeersellende en (grote) vrachtwagens blokkeren meer dan eens de smalle straten.
In het ideale geval zouden alle winkels hun toeleveringen moeten krijgen via kleine bestelwagens zodat de grote opleggers uit de kernstad verdwijnen en zou het laden en lossen per straat gezamenlijk georganiseerd moeten zijn met voorbehouden plaatsen op het openbaar domein. Dit is de mobiliteitsvisie voor de toekomst.
In dit RUP wordt dus niet gestreefd naar een strenge reglementering voor laden en lossen. Wel is het een aandachtspunt. Vaak zien wij vandaag problemen omdat over laden en lossen niet grondig nagedacht wordt tijdens de planning van detailhandel- en horecazaken. Tijdens de vergunningsprocedure van een detailhandel- of horecazaak vraagt het RUP expliciet naar de oplossingen voor laden en lossen.
Daarom zal bij elke bouwaanvraag worden gekeken op welke manier het laden en lossen wordt georganiseerd in het toekomstige gebouw. Waar zijn de toegangen voor het laden en lossen? Waar kunnen de vrachtwagens parkeren? Gebeurt dit op afgebakende plaatsen op het openbaar domein of wordt dit binnen het gebouw opgevangen? Wordt er gebruik gemaakt van gezamenlijke laad- en losplaatsen?
Als deze oplossingen verkeersovertredingen inhouden, bijvoorbeeld het blokkeren van een straat, dan wordt de bouwaanvraag niet goedgekeurd. Er wordt dus op het moment van de bouwaanvraag een werkbare oplossing gevraagd voor het laden en lossen. Maar die oplossing kan verschillen naar het volledig organiseren van inpandig laden en lossen, tot bijvoorbeeld het gebruik van gemeenschappelijke laad- en loszones.
3.3.2 Stallen en parkeren
Antwerpen 2060 moet een leefbare en bewoonbare plaats blijven en dit wordt voor een deel bepaald door de bereikbaarheid van de woningen en de vermindering van mobiliteitsoverlast.
Publiek toegankelijke rotatieparkings worden niet toegelaten omwille van de hierboven vermelde ambitie. Deze parkings dienen aan de rand of buiten de negentiende-eeuwse gordel te liggen waarbij een goede aantakking op het openbaar vervoer mogelijk is. Op die manier wordt de kernstad zoveel mogelijk ontlast van bezoekersparkeren.
Buurtstalplaatsen zijn daarentegen wel mogelijk. Zij kunnen in alle zones, met uitzondering van de zone voor groen, ondergronds worden ingericht zolang ze geen conflicten genereren met de inrichtingsprincipes van de betreffende zone. Bovengrondse buurstalplaatsen voor meer dan twee auto's zijn niet toegelaten. Enkel voor de magazijnen die behoren tot het bouwkundig erfgoed kan hier een uitzondering worden gemaakt, indien dit het beste alternatief blijkt te zijn om het patrimonium te behouden.
|