Van 17 tot 19 september neemt The Image Generator Kunsthal Extra City over. Het multidisciplinaire kunstenfestival brengt theater, beeldende kunst, sound en performance samen. Mesut Arslan van Platform 0090 geeft ons een blik achter de schermen.
.png/contentimage_full)
Drie weken voor het festival gonst het al van activiteit in het voormalige Dominicanencomplex aan de Provinciestraat, sinds 2020 de thuisbasis van Kunsthal Extra City en verschillende andere artistieke organisaties. Mesut neemt ons mee van de kerk naar de binnentuin en het klooster en vertelt met grote en kleine gebaren welke kunstenaar waar aan het werk gaat. Wat opvalt: tijdens het festival mag het publiek bewegen, meedoen en zelf ontdekken. We zetten ons aan een tafeltje en beginnen bij het begin.
Mesut, dit festival wordt mede georganiseerd door Platform 0090. Hoe zou je die organisatie beschrijven?
“0090 verwijst naar de landcode van Turkije. In het begin, meer dan 20 jaar geleden, was het een vehikel om kunst uit Turkije te tonen in België. Later zijn we geëvolueerd naar een werkplaats en knooppunt voor onderzoek, creatie, residentie, productie en presentatie. Het is een duurzaam internationaal platform. We hebben veel aandacht voor tussenruimtes: tussen culturen, tussen oost en west, tussen disciplines. Ik kan me vergissen, maar volgens mij zijn we de grootste Vlaamse organisatie in transdisciplinaire kunsten.”
In 2015 was de eerste editie van The Image Generator, vandaag is het de achtste editie. Hoe is het festival geëvolueerd?
“In het begin was het zoeken (glimlacht). Maar ik ben er altijd van overtuigd geweest dat als je koppig blijft doordoen, je uiteindelijk zal oogsten. Als je The Image Generator snel uitspreekt, klinkt het als ‘imagenerator’. We zijn constant bezig met dromen, dagdromen, veranderen, hopen, koesteren, verwachten… Daarnet sprak ik over tussenruimte: aan de ene kant heb je beeldende kunst, aan de andere kant podiumkunst. The Image Generator is wat er gebeurt als die twee naar elkaar toe bewegen. We zijn geëvolueerd van 500 bezoekers naar 1000, dan 1200 en nu gaan we naar 1500. Daar komt ook internationale aandacht bij.”
Hoe ontstaat het programma?
“We zitten met vier partners aan tafel: Platform 0090, Kunsthal Extra City, SoAP Maastricht en C-TAKT. Ik ben een van de bezielers van dit festival, maar het is interessanter om vanuit vier invalshoeken naar de programmatie te kijken. Waar we voor zorgen: het is allemaal erg toegankelijk. Je zit er dicht bij, soms doe je mee en als je het niet leuk vindt, draai je je om en ga je naar een andere ruimte.”
Hoe moeilijk is het om als een van de bezielers toch ruimte te laten voor andere stemmen?
“Ik heb natuurlijk een bepaalde visie, net als de andere curatoren. Maar ik vind het belangrijk dat we elkaar ook uitdagen. Door die verschillende perspectieven krijg je iets wat je nooit alleen zou kunnen maken.”
Welk onderdeel van het programma zou je zelf aanraden?
“Alles! Maar je artikel is beperkt in lengte, zeker? Moni Wespi gebruikt een landschap van stenen en speciaal ontworpen stoffen prints om het publiek uit te nodigen om op te gaan in de omgeving. De performance van Lotte Boonstra nodigt uit om te kijken naar wat vanzelfsprekend lijkt: het beton onder je voeten, de grondstoffen in ons lichaam… aan de hand van een selectie van sculpturen. Benjamin Verdonck maakt met Lucas Van Haesbroeck een Wunderkammer met kleine deurtjes die open- en dichtgaan met een wirwar van touwtjes. Samuel Baidoo moet ik zeker ook vermelden. Hij combineert een queer coming-of-ageverhaal met een collectief videospel, een theeceremonie en meer.”
(Mesut praat vol overgave over de andere werken, tot hij concludeert:) “In dit festival mag je als publiek ‘durven’: meedoen, bewegen, rondlopen. Er zijn ook momenten waarop je met de kunstenaar in gesprek kan gaan. In die beweging zit de kunst. Het is zowat het tegengestelde van een theaterstuk waar je braaf op je stoel kijkt naar iets dat helemaal vastligt.”
Je gebruikt het woord ‘toegankelijk’. Betekent dat ook dat je de bezoeker niet eerst van alles moet uitleggen?
“Ja. Het ding is: je moet niet eerst een boek van 300 pagina’s lezen voor je begrijpt waar de kunst over gaat. Je lijf begrijpt meteen wat er gebeurt. Meer en meer mensen én kunstenaars zijn daar voor te vinden.”
Welk publiek komt er naar het festival?
“Een mix van het ‘gewone’ publiek, zal ik zeggen, en kunstenaars. Wat we vaak merken, is dat kunstenaars het festival bezoeken en ons dan later, soms jaren later, contacteren om samen te werken.”
Wat doe je zelf tijdens het festival?
“Ik probeer me los te koppelen van de voorbereiding en als deel van het publiek binnen te komen en alles te ervaren, samen met mijn dochter van 12 jaar. Het belangrijkste is, en dat geldt voor de kunstenaar én voor het publiek: het loslaten van het denken en je verwachtingen over het resultaat. Het is een gebeurtenis, een happening. In de presentatie zelf zit de ontwikkeling van het werk.”
Hoe zie je de toekomst?
“We evolueren van transdisciplinair naar transsectoraal. Kunstenaars die samenwerken met moskeeën, woonzorgcentra en gevangenissen. En ik bedoel écht samenwerken met de mensen daar, het niet louter als locatie zien. Wat The Image Generator betreft: er zijn plannen om uit te breiden naar andere steden in Vlaanderen en Nederland.”
Dank je voor het gesprek.
Tekst: Igor Daems