Voor anderstalige vrijwilligers is vrijwilligerswerk een unieke kans om Nederlands te oefenen. Jij kan hen helpen om de taal te oefenen tijdens het vrijwilligerswerk.
Hoe goed moet een vrijwilliger Nederlands kunnen om zijn taken uit te voeren?
Zo schat je in of een vrijwilliger Nederlans kan oefenen tijdens het werk.
Bijvoorbeeld woordenlijsten, foto’s …
Geef taken waarbij hij moet praten met collega’s, bezoekers, deelnemers …
Voorbeeld: Zet een anderstalige vrijwilliger niet alleen aan de afwas. Laat hem ook glazen afruimen in de zaal. Zo communiceert hij meer met bezoekers, andere vrijwilligers ...
Voorbeeld: Werk je samen in de keuken? Vraag dan naar de namen van keukengerei. Of laat de vrijwilliger zelf zijn vragen stellen. Zo spreekt hij meer.
Voorbeeld: Splits een toogdienst op. Zet een anderstalige niet achter de toog. Laat hem de barman helpen. Zo krijgt hij niet continu vragen. Hij leert op zijn tempo Nederlandse woorden en de namen van de drankjes.
Voorbeeld: Werkt een vrijwilliger graag met kinderen? Zet hem niet in de keuken, maar laat hem activiteiten begeleiden.
Gebruik de omgeving om vragen te verzinnen.
Voorbeeld: Werk je samen in de keuken? Vraag dan naar de namen van keukengerei. Of naar zijn favoriete gerechten.
Voorbeeld: Werk je samen aan de toog? Omschrijf wat je samen doet: “We zetten de bakken met de lege flesjes op de onderste plank. We zetten de theezakjes en suikerklontjes op de bovenste plank.”
Corrigeer niet direct. Dan riskeer je dat mensen niet meer durven spreken. Herhaal de zin in de correcte vorm.
Voorbeeld: Zegt de vrijwilliger “Ik heb 2 kind.”? Dan kan je antwoorden: “Leuk, je hebt 2 kinderen. Hoe heten ze?”
Voorbeeld: “Dat heb je goed onthouden. Dat zeg je heel juist.”
Overloop vaktermen, dialect of veelgebruikte woorden.
Bekijk hoe Buurtsport Nederlands leren integreert in de sportles (video)
Klare taal en toegankelijk communiceren