Kind aan Zet vindt het belangrijk dat organisaties actief inzetten op integriteit en duidelijke richtlijnen afspreken. Het aanspreekpunt integriteit of API speelt hierin een belangrijke rol als eerste aanspreekpunt binnen de organisatie.
Integriteit gaat over de fysieke en psychosociale veiligheid van kinderen, jongeren en hun begeleiders. Met integriteit handelen betekent dat je goed omgaat met anderen en met elkaars grenzen. Zowel jijzelf, anderen als maatschappelijke waarden en normen bepalen deze grenzen.
Integriteitsschendingen komen voor in de vorm van: seksueel grensoverschrijdend gedrag, (cyber)pesten, agressie en discriminatie.
Een API (= aanspreekpunt integriteit) is de persoon die binnen een organisatie het aanspreekpunt vormt voor gevallen van grensoverschrijdend gedrag waarbij de individuele fysieke, psychische en/of seksuele integriteit van personen wordt geschaad. Deelnemers, ouders en medewerkers kunnen bij de API terecht. Daarnaast is er ook een vertrouwenspersoon.
Elke organisatie moet een integriteitsbeleid hebben en een API aanduiden om de erkenning ‘vrijetijdsaanbieder kinderen en jongeren’ te krijgen.
De API en vertrouwenspersoon zijn beide aanspreekpunten voor integriteitsproblemen, maar ze hebben verschillende doelgroepen en taken.
Het is belangrijk dat elke organisatie duidelijke afspraken maakt over wat te doen bij meldingen of signalen van grensoverschrijdend gedrag. Gebruik hiervoor een reactieplan. Het beschrijft hoe dergelijke situaties zorgvuldig, vertrouwelijk en consequent kunnen worden aangepakt.
Onderstaand reactieplan werd ontwikkeld in samenwerking met Pimento. Gebruik het als leidraad om situaties van grensoverschrijdend gedrag in je organisatie aan te pakken.
Maak een logboek waarin je situaties van grensoverschrijdend gedrag noteert.
Infomeer je over de sociale kaart en ga (indien nodig) in gesprek met organisaties in de buurt. Interessante organisaties zijn de huisarts, CLB, Politie, 1712, Vertrouwenscentrum Kindermishandeling, Tele-onthaal, Child Focus, Zorgcentra na Seksueel geweld.
Communiceer het integriteitsbeleid en de API in alle delen van de organisatie (zowel intern als extern). Publiceer het op de website en communiceer er regelmatig opnieuw over.
Volg de (tussen)stappen in volgorde.
Ga in gesprek met de betrokkenen om zicht te krijgen op de situatie.
Neem contact op met de API of bespreek met mede API’s.
Schat samen de ernst in via het ernstinschattend systeem.
Gebruik de zes criteria om in te schatten of een situatie oké is of niet.
Wederzijdse toestemming: Voelen alle betrokkenen zich goed bij de situatie en gaan ze allemaal akkoord?
Gelijkwaardigheid: Zijn de betrokkenen gelijkwaardig op het vlak van leeftijd, intelligentie, macht, aantal, enz.?
Vrijwilligheid: Is er geen sprake van druk, dwang, misleiding of chantage?
Ontwikkeling/functioneren: Is het gedrag aangepast aan de leeftijd of ontwikkelingsfase van de initiatiefnemer(s) en/of is niemand belemmerd in hun functioneren?
Context: Is het gedrag aangepast aan de omgeving en de omstandigheden?
Impact: Veroorzaakt het gedrag geen fysieke, emotionele en/of psychosociale schade bij één of meer betrokkenen?
Geef na het overlopen van de criteria een beoordelingskleur. De ernst van de situatie wordt aangeduid met vier gekleurde vlaggen. Verzwarende factoren zijn herhaling en intentie.
Groene vlag: Alle voorwaarden zijn oké. Dit is aanvaardbaar gedrag.
Gele vlag: Licht grensoverschrijdend gedrag.
Rode vlag: Ernstig grensoverschrijdend gedrag.
Zwarte vlag: Zeer ernstig grensoverschrijdend gedrag.
Vraag indien nodig extern advies via je sociale kaart.
Neem verslag en registreer in je logboek.
Communiceer waar nodig naar anderen. Denk aan discretie.
Ga opnieuw in gesprek met alle betrokkenen.
Reageer gepast en op maat van de organisatie en de leeftijd.
Meld - indien nodig - bij de juiste instanties.
Indien je ondersteuning ontvangt via Kind aan Zet: Meld een situatie met een rode of zwarte vlag via kindaanzet@antwerpen.be. Beschrijf daarbij de feiten op een anonieme en objectieve manier en vermeld welke stappen reeds werden ondernomen.
Communiceer - indien nodig - naar de betrokkenen. Denk aan discretie.
Neem verslag en registreer in je logboek.
Laat ruimte voor gesprek, luister naar de noden (en baken af) en verwijs evt. door in functie van nazorg voor betrokkenen.
Denk aan noden van de groep en medewerkers. Is er een bemiddelend gesprek of verbindende activiteit nodig?
Evalueer de aanpak van het incident.
Evalueer minstens 1x per jaar het logboek.
Bekijk of er aanpassingen nodig zijn op beleidsniveau (medewerkers-, vrijwilligers-, API, organisatie-, veiligheidsbeleid,...).
Wil je meer weten over het integriteitsbeleid of API? Je vindt alle informatie op:
Heb je (nog) geen API of willen nieuwe mensen zich laten opleiden als API? Schrijf je dan in voor de API-opleiding via het vormingsaanbod van Kind aan Zet.