Contacteer stad Antwerpen

Ondersteuningsreglement klimaatrobuuste ingrepen in en rond woningen en appartementsgebouwen

Dit reglement regelt de aanvraag en de uitbetaling van de steun voor klimaatrobuuste ingrepen in en rond woningen en appartementsgebouwen, zoals beslist in dit collegebesluit: 2025_CBS_08159 op de gemeenteraad van 15/12/2025.

Vraag hier je premie aan

Via deze pagina krijg je een duidelijk overzicht van de mogelijkheden en hoe je de verschillende premies aanvraagt.

Reglement

In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis:

Beplanting: gewas waarmee de grond of het groeisubstraat is begroeid, waaronder bomen, heesters, klimplanten, dwergstruiken, een- en tweejarigen, vaste planten (zoals varens, kruiden, grassen) en bloembollen.

Biodivers vergroenen: vervangen van verharding, blote aarde of gras door kwaliteitsvolle plantenzones.

Bloeiboog: periode van februari tot november waarin planten, struiken en bomen afwisselend in bloei staan.

Buffervolume: nuttig waterbergend volume tussen noodoverloop en het laagste punt waar water kan blijven staan.

FLL-gekeurd substraat: substraat dat voldoet aan de richtlijnen “Dachbegrünung”, vastgesteld door Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftsbau (FLL) en hier een keuringslabel voor draagt.

Groendak: dak bedekt met vegetatie en een aantal onderliggende lagen die nodig zijn voor de ontwikkeling van deze vegetatie en de opslag van hemelwater.

Infiltratie: proces waarbij hemelwater dat van dakoppervlakken en/of particuliere verharde oppervlakken afstroomt binnen de 48 uur in de bodem sijpelt.

Inheems plus (of inheems+): beplanting die inheems is in Vlaanderen en waarvan Vlaanderen dus in het natuurlijk verspreidingsgebied ligt of beplanting die een cultuurvariëteit is van een inheemse soort (bv. langer bloeiende vorm) maar niet-invasief is. Zie www.ecopedia.be om na te gaan of een wilde plantensoort inheems of geïntroduceerd is en www.ecopedia.be/pagina/uitheemse-invasieve-planten voor de lijst invasieve planten.

Klimaatadaptatie: aanpassing van natuurlijke en menselijke systemen aan de huidige en de te verwachten gevolgen van klimaatverandering.

Klimaatrobuuste ingrepen: ingrepen die ruimte creëren voor klimaatadaptatie: hemelwaterbeheer, hittebestrijding en biodiversiteit zoals onder andere het vervangen van verhard oppervlak door beplanting, de aanleg van een groendak, een regentuin, ....

Noodoverloop: voorziening die aangesproken wordt als het buffervolume niet toereikend is en wateroverlast voorkomt.

Ontharden: weghalen van verharde oppervlakken inclusief funderingen en onderfunderingen zodat de bodem weer doorlaatbaar wordt en er ruimte ontstaat voor groen en hemelwater.

Plat dak: dak met een hellingsgraad kleiner dan 15°.

Substraat: natuurlijk (niet-chemisch) product dat zorgt voor structuur en voor opslag van water, lucht en voedingsstoffen (minerale elementen en organische stoffen) in functie van de gewenste vegetatie. De substraatlaag is de bewortelbare ruimte waaruit de vegetatie haar voedingsstoffen haalt.

Vergroenen: aanbrengen van beplanting waar men onthardt (bovengrondse) infiltratievoorziening aanlegt, op dakverhardingen of aan gevels.

Verhard oppervlak: daken, verharde buitenruimte en terrassen waarvan hemelwater tot afstroming komt.

Waterdoorlatende en waterpasserende verharding: een verharding waardoor hemelwater naar de bodem kan infiltreren.

Dit reglement gaat in op 01/01/2026.

Dit reglement eindigt op 31/12/2031.

De ondersteuning is erop gericht om de klimaatrobuustheid van de stad en de levenskwaliteit van haar inwoners te vergroten door in te zetten op ontharding, biodiverse vergroening, aanleg van groene daken en hergebruik, buffering en infiltratie van hemelwater op privaat domein van huizen en appartementen. Hierdoor worden hittestress, wateroverlast en verdroging tegengegaan en de biodiversiteit verhoogd.

De ondersteuning wordt verstrekt door stad Antwerpen.

De ondersteuning is gericht op eigenaars en bewoners van woonpercelen in de stad Antwerpen. Eigenaars van een woning of appartement, huurders en verenigingen kunnen een aanvraag indienen.

Rechtspersonen en (groepen van) natuurlijke personen komen in aanmerking voor zover zij eigenaar of houder zijn van zakelijke rechten van een perceel op het grondgebied van de stad Antwerpen waarop schone dakvlakken en/of schone verharde oppervlakken zijn aangebracht.

Huurders komen in aanmerking op voorwaarde dat ze de schriftelijke toestemming hebben van de eigenaar of houders van de zakelijke rechten voor de activiteiten of werken.

Een vereniging of organisatie waarin meerdere eigenaars of bewoners zich hebben verenigd om een gebouw of gebouwencomplex te beheren, ongeacht de rechtsvorm (bijvoorbeeld een vereniging van mede-eigenaars, een cohousingvereniging of een vzw) dient één aanvraag in te dienen waarbij de indiener een volmacht heeft van de andere deelnemende eigenaren zoals bij een vereniging van mede-eigenaars.

De ondersteuning beloont ingrepen op private percelen voor de volgende thema’s:

  1. Ontharden en vervolgens vergroenen van verharde oppervlakken;
  2. Biodivers vergroenen van gazon en/of blote aarde;
  3. Onderzoeken van de geschiktheid van platte daken voor groendaken;
  4. Installeren van groendaken;
  5. Opvangen en hergebruiken van hemelwater;
  6. Ter plaatse vasthouden en infiltreren van hemelwater.

De ondersteuning kan aangevraagd worden voor meerdere ingrepen tegelijk.

De ondersteuning moedigt betekenisvolle impact van de genomen ingrepen aan door een bepaald kwaliteitsniveau te vragen op vlak van biodiversiteit, water en droogtebestendigheid door het toevoegen van extra waterberging, -buffering, -vertraging, -verdamping en hergebruik.

Volgende werken/activiteiten komen niet in aanmerking voor ondersteuning:

  • Herstel van bestaande klimaatrobuuste ingrepen;
  • Ingrepen in de openbare ruimte waaronder geveltuintjes, geveltonnen, groenslingers, boomspiegels;
  • Ingrepen aan particuliere gebouwen die niet vergund zijn of niet in overeenstemming zijn met de van toepassing zijnde regelgeving;
  • Gebruik van materialen die een negatieve impact hebben op klimaat(adaptatie) en milieu, zoals kunstgras, kunststof, rubber, niet-waterdoorlatende verharding.

Om in aanmerking te komen voor ondersteuning moet aan deze algemene voorwaarden voldaan worden:

  • Er is in de afgelopen 10 jaar geen ondersteuning verstrekt voor ontharden en vergroenen voor dat deel van het perceel, voor het dak of voor het hergebruiken of ter plaatse infiltreren van hemelwater waarvoor nu ondersteuning wordt gevraagd;
  • De ingrepen worden na realisatie in stand gehouden en doelmatig onderhouden gedurende minstens 10 jaar na oplevering, inclusief het vervangen van mislukte aanplantingen of herstellen van werken.
  • De ingreep is uitgevoerd volgens de regels van goed vakmanschap;
  • De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het adequaat beheren van zijn of haar hemelwater zonder dat er nadelige gevolgen bij omliggende percelen ontstaan. Hiertoe dient de aanvrager te onderzoeken of de bodemopbouw voldoende is om hemelwater te laten infiltreren.

Specifieke voorwaarden per maatregel

1. Ontharden en vervolgens vergroenen van verharde oppervlakken

  • Er is minstens 5 m² oppervlakte onthard en vergroend. Dakoppervlakken zijn hiervan uitgesloten;
  • De opgebroken (open) verharding en eventuele onderliggende lagen (bv. zandcement, aangedrukte aarde) zijn vervangen door kwalitatieve teelaarde die aangepast is aan de beplanting. Als er gekozen wordt voor biodiverse aanplanting kan er gecombineerd worden met de ondersteuning voor biodiverse vergroening;
  • Het ontharde en vergroende oppervlak wordt volledig meegeteld, behalve het oppervlak bedekt met waterdoorlatende of waterpasserende verhardingen (zoals grastegels, steenslag, klinkers met brede voeg) al dan niet met beplanting in verwerkt en:
  • De netto ontharding van het perceel neemt toe (dus geen extra verharding of halfverharding elders op het perceel).

2. Biodiversvergroenen van gazon en/of blote aarde

  • Er is minstens 5 m² gazon en/of blote aarde vervangen door biodiverse vaste beplanting;
  • Minimaal 40% van de toegepaste plantsoorten is “inheems plus”;
  • Geen enkele plantsoort is dominant (met een bedekking > 50%);
  • Er zijn geen invasieve uitheemse soorten gebruikt;
  • Er is gelaagde beplanting (bijvoorbeeld bodembedekkers met hogere vaste planten of met heesters) om een diverse leefomgeving te creëren voor dieren;
  • Er is een lange bloeiboog met planten, struiken en bomen die van februari tot november afwisselend in bloei staan;
  • De beplanting is beschermd tegen betreding.

3. Onderzoeken van de geschiktheid van platte daken voor groendaken

  • Het betreft een bestaand plat dak van hout of beton, zonder groendak en met een minimale oppervlakte van 5 m² van een gebouw of constructie vergund of vrijgesteld van vergunning;
  • Het stabiliteitsonderzoek wordt uitgevoerd door een stabiliteitsingenieur. Een gedetailleerd bouwplan of beschrijving van de opbouw en materialen van dak en draagmuren is aan de stabiliteitsingenieur beschikbaar gesteld om de stabiliteitsberekeningen te kunnen uitvoeren;
  • Het stabiliteitsonderzoek bepaalt welke last het dak en de draagconstructie kunnen dragen, bij voorkeur met een genuanceerde stabiliteitsberekening om ook de draagkracht boven onderliggende steunmuren, aan de randen of bij smallere overspanningen groter in beeld te brengen.

4. Installeren van groendaken

  • Er is minstens 5 m² dakoppervlakte vergroend;
  • De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van het gebouw en de draagkracht van de dakconstructie;
  • Als de ruimte eronder wordt verwarmd, is het dak geïsoleerd. De warmteweerstandscoëfficiënt R van het isolatiemateriaal op het dak bedraagt minimum 4,5 m²K/W;
  • Het groendak is minimum een natuurdak. Dit houdt in:
    • Over de volledig aangelegde oppervlakte is minstens (van onder naar boven) een wortelwerende laag, een drainagelaag (bij plat dak), een substraatlaag en een beplantinglaag aanwezig;
    • De substraatlaag is minstens 10 cm dik, FLL-gekeurd en bestaat uit niet-chemisch materiaal (bijvoorbeeld geen minerale wol of steenwol);
    • Minstens 40% van de toegepaste plantsoorten is inheems plus;
    • Geen enkele plantsoort is dominant (met een bedekking > 50%);
    • Er zijn geen invasieve uitheemse soorten toegepast;
    • Sedumdaken komen niet in aanmerking voor ondersteuning.

5. Opvangen en hergebruiken van hemelwater

  • Het hemelwater van minstens 40 m² dakoppervlakte wordt afgeleid naar een hemelwaterput;
  • Het minimale volume van de hemelwaterput of hemelwaterputten bedraagt:
    • 5.000 liter bij een horizontale dakoppervlakte tussen 40 en 79 m²;
    • 7.500 liter bij een horizontale dakoppervlakte tussen 80 en 119 m²;
    • 10.000 liter bij een horizontale dakoppervlakte tussen120 en 199 m²;
    • 100 liter per m² bij een horizontale dakoppervlakte vanaf 200 m², tenzij uit de aanvraag blijkt dat de gebruiksmogelijkheden niet in verhouding zijn tot het vastgelegde volume;
  • Er is structureel hergebruik van het opgevangen hemelwater, met name door maximale aansluitingen op toilet(ten), wasmachine, dienstkranen voor poetswater, tuin en terras.

6. Ter plaatse vasthouden en infiltreren van hemelwater

  • De verharde oppervlakte die afwatert is minstens 40 m²;
  • Het afstromend water van de verharde oppervlakte watert voortaan af naar een bovengrondse infiltratievoorziening;
  • Er is een buffervolume van minstens 40 liter per m² aangesloten verharde oppervlakte;
  • Er is een infiltratieoppervlakte van minstens 10 m² per 100 m² aangesloten verharde oppervlakte;
  • De bodemopbouw van de infiltratievoorziening is geschikt om (hemel-) water te laten infiltreren;
  • De infiltratieoppervlakte is aangeplant. Als er gekozen wordt voor biodiverse aanplanting kan er gecombineerd worden met de ondersteuning voor biodiverse vergroening.

De ondersteuningsaanvraag gebeurt na de uitvoering van de werken, maar binnen 1 jaar na de laatste factuurdatum.

De aanvraag verloopt via een online aanvraagformulier op de website van de stad Antwerpen en bevat minstens volgende elementen en bewijsstukken:

  • Foto’s van de situatie voor en na uitvoering van de ingreep, met uitzondering van het stabiliteitsonderzoek: een foto van het perceel, gebouw en indien van toepassing het dak waarop de maatregelen duidelijk zichtbaar zijn. Een foto van de volledige zone van de werken, bij voorkeur genomen vanuit dezelfde hoek.
  • Kopie van de facturen of kassabons van de betoelaagbare ingrepen met duidelijke omschrijving van de kostenposten;
  • Andere aangevraagde ondersteuning voor dezelfde ingreep.

Aanvullend bevat de aanvraag naargelang de ingreep of ingrepen waarvoor ondersteuning wordt aangevraagd volgende elementen en bewijsstukken:

1. Ontharden en vervolgens vergroenen van verharde oppervlakken.

  • Plan, schets of luchtfoto van het perceel met aanduiding van de verharde oppervlaktes en de ontharde plantvakken met vermelding van m².

2. Biodivers vergroenen van gazon/blote aarde

  • Plan, schets of luchtfoto van het perceel met aanduiding van de nieuwe plantvakken met vermelding van m².

3. Onderzoeken van de geschiktheid van platte daken voor groendaken

  • Plan, schets of luchtfoto van het perceel met aanduiding van de onderzochte oppervlaktes met vermelding van m²;
  • Kopie van het stabiliteitsonderzoek.

4. Installeren van groendaken

  • Plan, schets of luchtfoto van het perceel met aanduiding van geïnstalleerde groendaken en vermelding van m² en invulling van de verschillende beplantingszones.

5. Opvangen en hergebruiken van hemelwater

  • Plan, schets of luchtfoto van het perceel met aanduiding van de afwaterende daken met vermelding van m²;
  • Beschrijving van het systeem voor hergebruik: de inhoud van de hemelwatertank (in m³ of liter) en de lijst van aangesloten toestellen en kranen.

6. Ter plaatse vasthouden en infiltreren van hemelwater

  • Plan, schets of luchtfoto van het perceel met aanduiding en vermelding van m² van de infiltratievoorziening en van de verharde oppervlaktes die afstromen naar de infiltratievoorziening, de ligging van de leidingen en de ligging van de eventuele noodoverloop;
  • Technische beschrijving van de infiltratievoorziening met daarin het type infiltratievoorziening, het totale buffervolume van de infiltratievoorziening (in m³ of liter), de totale infiltratieoppervlakte van de infiltratievoorziening (in m²) en de werking.

De ontvangst en de volledigheid van de ondersteuningsaanvraag wordt bevestigd binnen een termijn van 30 kalenderdagen met een ontvangstmelding.

Wanneer de ondersteuningsaanvraag onvolledig is, stuurt de stad of het district aan de aanvrager een melding waarin wordt meegedeeld dat de aanvraag onvolledig is en dat de nodige aanvullende informatie moet worden overgemaakt binnen een termijn van 30 kalenderdagen.

Als het dossier niet binnen de opgelegde termijn vervolledigd wordt zal de aanvraag geweigerd worden.

Het bevoegde orgaan neemt een beslissing over de toekenning en het bedrag van de ondersteuning binnen een termijn van 90 kalenderdagen na ontvangst van een volledig dossier. Dit is geen bindende termijn.

Het indienen van een aanvraag die aan alle voorwaarden voldoet, creëert geen principieel recht op toekenning van ondersteuning. De aanvragen zullen behandeld worden volgens het FIFO-principe (First In First Out).

Wanneer de beschikbare kredieten zijn toegewezen, zullen de overige aanvragen geweigerd worden.

Het bedrag van de ondersteuning bedraagt maximum 50.000,00 EUR.

De ondersteuning bedraagt een vast bedrag per ingreep:

  • Ontharden en vervolgens vergroenen van verharde oppervlakken: 15 euro/m²
  • Biodivers vergroenen van gazon en/of blote aarde: 15 euro/m²
  • Onderzoeken van de geschiktheid van platte daken voor groendaken: 250 euro voor eengezinswoningen en 500 euro voor appartementsgebouwen met een dakoppervlakte groter dan 150 m²
  • Installeren van groendaken: 30 euro/m²
  • Opvangen en hergebruiken van hemelwater: 750 euro.
  • Ter plaatse vasthouden en infiltreren van hemelwater: 10 euro/m² voor afwatering van 40 l/m² en 20 euro/m² voor afwatering van 80 l/m² .

Het bedrag van de ondersteuning voor particulieren bedraagt maximaal 10.000,00 euro per perceel, voor alle ondersteunde ingrepen samen. Het bedrag van de ondersteuning voor verenigingen bedraagt maximaal 50.000,00 euro voor hun perceel, voor alle ondersteunde ingrepen samen.

De ondersteuning is niet cumuleerbaar met ondersteuning van derden of van stad Antwerpen voor dezelfde bewezen uitgaven.

Het totaal van de gekregen ondersteuningen van de stad Antwerpen en derden mag de totale kost van het project niet overschrijden.

De uit te betalen ondersteuning wordt steeds berekend op basis van de effectief uitgevoerde werken.

De ondersteuning zal binnen een termijn van 45 kalenderdagen na goedkeuring van de ondersteuning worden uitbetaald op het rekeningnummer van de aanvrager. De ondersteuning zal enkel uitbetaald worden wanneer er geen openstaande, niet-betwiste vervallen schulden zijn ten aanzien van stad Antwerpen.

De stukken die bij de aanvraag moeten toegevoegd worden, dienen ook als rapportage. De ondersteuning wordt op basis van deze stukken al dan niet toegekend.

Kosten die in aanmerking komen voor ondersteuning zijn:

  • Huur werkmateriaal;
  • Met betrekking tot ontharden: kosten voor de afvoer van steenpuin en onderlagen;
  • Met betrekking tot de bodem: bodemzorg en -onderzoek, teelaarde, bodemverbetering;
  • Plantmateriaal: planten, hagen en struiken, bomen, plantbescherming;
  • Materialen voor de inrichting;
  • Werkuren van aannemers voor de aanleg;
  • Deskundig studiewerk en advies: studies en professioneel ontwerp over stabiliteit en draagkracht, soortenrijke beplanting, regenwaterbeheer, regenwaterinfiltratie, opmaken van een beheerplan...).

Stad Antwerpen is steeds op zoek naar mooie voorbeelden om inspiratie te bieden aan andere Antwerpenaren.

Als de aanvrager daarmee akkoord gaat, contacteren we deze voor een interview en een fotografiesessie van de verbouwing. Het toekennen van de ondersteuning staat los van het akkoord over deze communicatievraag.

De afdeling Klimaat en Leefmilieu (K&L) van de stedelijke bedrijfseenheid Stadsontwikkeling (SW) staat in voor de opvolging en uitvoering van dit reglement.

Dit reglement is van toepassing voor alle ingrepen die gebeurd zijn vanaf 1/10/2025.

De wet van 14 november 1983 ‘betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen’ is van toepassing, evenals alle andere toepasselijke wettelijke regels.

Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid goedgekeurd op 26 oktober 2020 (jaarnummer 595) en zoals integraal van toepassing verklaard voor de nieuwe gemeente door de gemeenteraad op 27 januari 2025 (jaarnummer 71).

Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid goedgekeurd op 26 oktober 2020 (jaarnummer 45) en zoals integraal van toepassing verklaard voor het nieuw opgerichte OCMW door de raad voor maatschappelijk welzijn van 31 maart 2025 (jaarnummer 25).

De ontvanger van de ondersteuning engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de ondersteunde activiteiten en projecten.

De ondersteuning kan worden geschorst, stopgezet of teruggevorderd wanneer de ontvanger de in het

ondersteuningsreglement beschreven doel niet bereikt en de opgelegde voorwaarden niet naleeft.

De ondersteuningsverstrekker heeft het recht de ondersteuning te schorsen, stop te zetten of terug te vorderen

wanneer de ontvanger zijn verplichtingen niet naleeft of wanneer bij de aanvrager of ontvanger

onregelmatigheden worden vastgesteld waardoor het rechtmatig vertrouwen van de ondersteuningsverstrekker

in de aanvrager of ontvanger ernstig wordt geschaad.

De ondersteuningsverstrekker kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele hieruit voortvloeiende

schade.

Als de ondersteuningsverstrekker in het kader van dit ondersteuningsreglement persoonsgegevens moet verwerken, zal dit steeds gebeuren in overeenstemming met de huidige geldende privacywetgeving waaronder de Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming).

Meer informatie over hoe persoonsgegevens worden verwerkt, kan teruggevonden worden via www.antwerpen.be. Vragen kunnen gemaild worden naar informatieveiligheid@antwerpen.be.

De ondersteuningsverstrekker heeft het recht om persoonsgegevens bij de ontvanger op te vragen om de naleving van de voorwaarden van de ondersteuning te controleren.

Wanneer de ondersteuning van een andere overheid komt, kan stad Antwerpen/OCMW Antwerpen verplicht zijn om in het kader van controle persoonsgegevens door te geven aan voormelde overheid.

De ontvanger van de ondersteuning moet transparant communiceren over deze gegevensdoorgifte, bijvoorbeeld via een privacyverklaring.

Dit reglement regelt de aanvraag en de uitbetaling van de steun voor klimaatrobuuste ingrepen in en rond woningen en appartementsgebouwen, zoals beslist op de gemeenteraad van 15/12/2025 en neergeschreven in dit collegebesluit: 2025_CBS_08159.