Bruggen bouwen tussen onderzoek, technologie en zorg

Artikel health

In Antwerpen zijn enkele van de meest veelbelovende innovaties op het gebied van de gezondheidszorg ontstaan op het snijvlak van academisch onderzoek, klinische praktijk en ondernemerschap. Ze werken samen binnen een ecosysteem waarin niet alleen kennis wordt gedeeld, maar waarin ideeën ook worden omgezet in concrete oplossingen voor patiënten. De spil van dit netwerk wordt gevormd door de Universiteit Antwerpen (UAntwerp) en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). Dankzij hun langdurige samenwerking gaan onderzoek, opleiding en innovatie hand in hand, waardoor innovaties sneller de stap zetten van concept naar concrete toepassing.

Veel innovaties mislukken omdat ze niet aansluiten bij de klinische praktijk”, zegt Kris Bonnarens, liaison valorisatiemanager voor de UAntwerpen en het UZA. “Door clinici vanaf het begin bij het proces te betrekken en te focussen op een concreet klinisch probleem en co-creatie, neemt de kans dat een oplossing wordt geaccepteerd en geïmplementeerd aanzienlijk toe.”

De samenwerking tussen de universiteit en het ziekenhuis dateert uit de jaren 1970, toen de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen werd opgericht om een leer- en onderzoeksomgeving te creëren die verweven was met patiëntenzorg. Sinds het UZA in 2005 volledig autonoom werd, functioneren de twee instellingen als een geïntegreerd academisch ecosysteem. Innovaties kunnen nu op efficiënte wijze de overstap maken van laboratoriumonderzoek naar klinische toepassing, terwijl complexe kwesties zoals naleving van de AVG, toegang tot patiëntgegevens en klinische regelgeving op effectieve wijze worden aangepakt.

Gestructureerde samenwerking is een ander kenmerk van de Antwerpse aanpak. "Ziekenhuisnetwerken, eerstelijnsgezondheidszorg, bedrijven en vertegenwoordigers van de stad Antwerpen nemen allemaal deel aan gestructureerd stakeholderoverleg, wat zowel de snelheid als de impact van innovatie verhoogt," legt Bonnarens uit.

Het ecosysteem achter innovatie

De kracht van Antwerpen als innovatiehub in de gezondheidszorg ligt in de combinatie van expertise, infrastructuur en samenwerking. Initiatieven zoals AntwerpHealth.AI en het Medical Device Program tonen hoe dit ecosysteem ideeën vertaalt naar de praktijk door onderzoekers, ziekenhuizen, bedrijven, clinici en datawetenschappers met elkaar in contact te brengen.

Dankzij de focus op datagedreven zorgprojecten maakt AntwerpHealth.AI het mogelijk om onderzoek om te zetten in toepassingen die direct getest kunnen worden in klinische settings. Deze integratie heeft al geleid tot spin-offs en softwareoplossingen die de veiligheid en efficiëntie in de patiëntenzorg verbeteren.

Ook het Medical Device Program richt zich op de ontwikkeling van medische hulpmiddelen en ondersteunt het ontwerp, de testing en de validatie van nieuwe apparaten. Door expertise te bundelen en middelen te delen, vergroot het programma de kans dat innovaties succesvol worden geïmplementeerd in de klinische praktijk.

"Mijn focus ligt op valorisatie: hoe zorgen we ervoor dat onderzoek de patiënten bereikt?" Bonnarens vult aan. "Door de samenwerking te structureren in specifieke programma's zoals het Medical Device Program, kunnen expertise en infrastructuur systematisch worden gedeeld en kan opgebouwde kennis worden hergebruikt in vervolgprojecten. Op deze manier hoeven we het wiel niet elke keer opnieuw uit te vinden, wat innovatie versnelt en inzichten creëert die overdraagbaar zijn op andere projecten."

Twee projecten illustreren de impact van het ecosysteem: Innocens, een gezamenlijke spin-off van de UAntwerpen en het UZA die AI gebruikt om achteruitgang van patiënten te detecteren, en Femiset, een medisch apparaat dat vrouwen met een bekkenbodemverzakking ondersteunt. Beide laten zien hoe ideeën die voortkomen uit onderzoek en klinische behoeften kunnen uitgroeien tot oplossingen die echt een verschil maken voor patiënten.

Innocens: AI in de neonatale zorg

Innocens begon als een zeer persoonlijk initiatief. Neonatoloog David Van Laere herinnert zich: “Als ouder en arts heb ik kinderen verloren aan neonatale sepsis en vroeg ik me af: hadden we meer kunnen doen?” Deze vraag bracht hem ertoe om op AI gebaseerde zorgondersteunende applicaties te ontwikkelen die zorgverleners helpen bij het vroegtijdig detecteren van achteruitgang bij patiënten.

Deze apps werken als een digitale verpleegkundige en controleren de gegevens voortdurend op tekenen van complicaties. Traditionele EMR-systemen en monitoringtools leggen gegevens vast, maar interpreteren deze niet, waardoor patronen vaak onopgemerkt blijven. De technologie van Innocens identificeert deze vroege waarschuwingssignalen, soms uren voordat een standaarddiagnose zou worden gesteld. In de neonatale zorg kan hun sepsisapplicatie infecties ongeveer 11 uur eerder detecteren dan conventionele methoden.

Het platform integreert EMR-gegevens, monitoringsystemen en data lakes, waardoor validatie in real time aan het bed van de patiënt mogelijk is. Clinici krijgen bruikbare inzichten binnen één omgeving, die volledig voldoet aan de privacywetgeving en de normen voor medische hulpmiddelen. Van Laere benadrukt het belang van het ecosysteem: "Technologie werkt alleen als ze ecosystemisch wordt toegepast, van de clinicus die het probleem kent tot universiteiten die de verschillende aspecten ervan belichten. Ons platform is opgezet als een soort 'Netflix voor gezondheidsapps’: infrastructuur, gezamenlijke ontwikkeling en naleving van regelgeving, alles in één — je kiest zelf wat je nodig hebt.”

Het bouwen van zo'n platform brengt echter uitdagingen met zich mee. Van Laere zet de belangrijkste stappen op een rijtje: een concreet probleem identificeren, een gedreven team samenstellen, de technologie beschermen en opschalen, financiering veiligstellen en voortdurend bijsturen. Hoewel Innocens nog in ontwikkeling is, legt het platform de basis voor een betekenisvolle impact. "Ook al ligt AI aan de basis van Innocens, het is geen magische oplossing", zegt hij. "Het is een hulpmiddel dat domeinen met elkaar verbindt en zich richt op echte behoeften van patiënten."

 

 

Femiset: Van klinische behoefte naar alledaagse oplossing

Femiset biedt een oplossing voor een ander, maar even urgent probleem: perineale verzakking, een aandoening van de bekkenbodem waarbij het perineum van een vrouw verzakt, waardoor de stoelgang bemoeilijkt wordt. Traditionele oplossingen zoals manuele ondersteuning, medicatie, bekkenbodemfysiotherapie of zelfs chirurgie zijn vaak oncomfortabel, invasief of slechts gedeeltelijk effectief. Femiset biedt een niet-invasief apparaat dat tegendruk uitoefent door als een hefboom tussen de benen te worden geplaatst. Het is eenvoudig, draagbaar en ontworpen om de levenskwaliteit te verbeteren van de naar schatting 1,3% van de wereldbevolking — oftewel 9 miljoen Europese vrouwen — die aan deze aandoening lijdt.

"Femiset vervangt handmatige ondersteuning tijdens toiletbezoeken en biedt een gemakkelijke, comfortabele oplossing", legt Sien Heirbaut uit. "Het werkt als een hefboom: plaats het apparaat tussen je benen en duw de hendel naar voren om tegendruk te geven."

Het project is ontstaan uit een klinische behoefte die door een bekkenbodemfysiotherapeut van het UZA werd vastgesteld. Deze behoefte vormde het uitgangspunt voor een masterproef aan het departement Productontwikkeling van de UAntwerpen, waar een student het eerste functionele prototype ontwikkelde. Het ontwerp werd later verfijnd door middel van een Proof-of-Concept-project in nauwe samenwerking met het UZA. Gedurende het hele ontwikkelingsproces heeft een team van chirurgen en bekkenfysiotherapeuten als medische adviesraad klinische input geleverd, waarbij zowel de expertise van zorgverleners als het perspectief van patiënten aan bod kwam. Tijdens de klinische testfase neemt dit team de rol van studiepersoneel op zich, waarbij Dr. Sylvie Van den Broeck optreedt als hoofdonderzoeker en het onderzoek leidt. “Zonder het UZA zouden we nooit op dit idee zijn gekomen”, merkt Heirbaut op.

Aangezien Femiset een medisch hulpmiddel is, was er bijna een jaar voorbereiding nodig voor de ethische goedkeuring van een klinisch onderzoek bij echte patiënten, inclusief het opstellen van 240 pagina’s aan documentatie om de veiligheid en conformiteit met de regelgeving te waarborgen. Aangezien er geen vergelijkbare producten voor perineale verzakking (prolaps) op de markt zijn, vult Femiset een belangrijke leemte op. Er is een patent aangevraagd en er wordt momenteel gezocht naar een industriële partner om het product via professionele kanalen op de markt te brengen. Heirbaut: “Het spannendste moment was toen ik de eerste hoogwaardige productiemodellen zag en besefte dat het product echt was.

De volgende stappen zijn gericht op het afronden van een kleinschalig klinisch onderzoek, het analyseren van de resultaten en, indien de resultaten positief zijn, de marktintroductie. Maar wat de uitkomst ook is, Femiset is een duidelijk voorbeeld van hoe co-creatie binnen het ecosysteem van een academisch ziekenhuis kan leiden tot zinvolle oplossingen voor de gezondheidszorg.

De kracht van samenwerking

Wat Innocens en Femiset bindt, is hun benadering van innovatie: uitgaan van een echte klinische behoefte, samenwerken over disciplines heen en iteratief oplossingen testen met clinici en patiënten. Beide projecten laten zien hoe een ecosysteem tussen universiteit, ziekenhuis en industrie robuuste oplossingen oplevert, zowel technisch als klinisch.

Complexe gezondheidsproblemen kunnen alleen worden opgelost door over de grenzen van faculteiten en instellingen heen te denken en samen te werken”, concludeert Bonnarens. “Door uit te gaan van de klinische behoeften en co-creatie toe te passen, komen innovaties sneller en effectiever bij de patiënten terecht.

Programma's zoals AntwerpHealth.AI en het Medical Device Program versnellen dit proces en zorgen ervoor dat onderzoek niet beperkt blijft tot het labo, maar uitgroeit tot producten die levens verbeteren en de gezondheidszorg efficiënter maken.

 

Dit artikel kwam tot stand naar aanleiding van SuperNova 2026 met dank aan UAntwerpen en SuperNova.