Ondanks de snelle vooruitgang in medische technologie blijft de zorg sterk afhankelijk van menselijke inschattingen. Op de afdeling neonatologie, waar elke minuut telt, zag kinderarts David Van Laere hoe data artsen beter zou kunnen ondersteunen in hun beslissingen. Die overtuiging vormde het vertrekpunt van Innocens, een Antwerpse healthtech-startup die AI inzet om ernstige infecties bij pasgeborenen sneller te detecteren. Van Laere vertelt over zijn parcours van arts naar ondernemer en over de rol die de financiële steun van stad Antwerpen speelde in een cruciale groeifase.
David, hoe evolueerde je van arts tot health-tech ondernemer?
“Na mijn opleiding als kinderarts aan de KU Leuven heb ik met mijn vrouw twee jaar in Sydney gewoond, waar ik me verder heb gespecialiseerd in neonatologie, en meer bepaald in hartaandoeningen bij vroeggeboren kindjes. Toen we terugkwamen naar België kozen we voor Antwerpen, wat ik me trouwens nog geen moment beklaagd heb. Ik vond een job bij het UZA, toevallig een van de eerste ziekenhuizen die alle patiëntendata digitaal bijhield. Met die data deed ik wetenschappelijk onderzoek, maar ik wilde meer. Ik wilde iets veranderen voor de patiënten.”
Wat hield dat in?
“Ik heb onderzoekstijd gevraagd aan de voormalige CEO van het UZA om technologie te bouwen die in staat was in real-time data te vergelijken met een predictief model dat opgebouwd zou worden op een volledige dataset van de afdeling Neonatologie. Zo konden we die gegevens inzetten voor de patiënten, om aandoeningen preventief op te sporen. Het ziekenhuis ging akkoord, maar ik moest wel zelf financiering vinden. Die kwam er heel toevallig: de eigenaar van Bru Textiles in Kontich, waar we nu gevestigd zijn, had een kindje op de neonatologie-afdeling. We raakten aan de praat en hij besliste om financiële ondersteuning te bieden. Ik zal hem daar eeuwig dankbaar voor zijn. Ook mijn buurman, die bij IBM werkte, heeft een cruciale rol gespeeld in de eerste stappen van Innocens.”
Wat is jullie product?
“Een AI-softwareplatform voor ziekenhuizen. Daarop draaien applicaties, en zo’n applicatie kan je vergelijken met een digitale co-piloot of een digitale zorgkundige. Onze software scant elke dertig minuten alle patiëntendata: hartslag, saturatie, perfusie… Op basis van al die parameters geeft de software één eenvoudige risicoscore tussen 0 en 1. Op dit moment passen we dit toe om sneller patronen van sepsis op te sporen, een levensbedreigende infectie waarvoor pasgeborenen bijzonder vatbaar zijn. De software toont ook hoe die score tot stand komt, zodat een arts ze kan meenemen in zijn beoordeling.”
Onze innovatie helpt artsen levensreddende beslissingen te nemen door data gedreven inzichten te ondersteunen met data.
Hoe maakt dat het verschil voor ziekenhuizen?
“Zorgverleners kunnen sneller reageren op vroegtijdige signalen, wat potentieel tijds- en gezondheidswinst oplevert. Hoe langer je wacht met het toedienen van antibiotica bij sepsis, hoe groter de kans op handicaps en helaas ook op overlijden. Dat is mijn doel: data inzetten om artsen, en dus ook patiënten, te helpen. Belangrijk: de software neemt geen beslissingen over, ze ondersteunt alleen.”
Hoe reguleren jullie deze technologie?
“Zodra je software gebruikt om sepsis of een andere aandoening te behandelen, wordt die beschouwd als een medisch toestel. Dan moet ze voldoen aan heel wat strikte vereisten, die gelijkaardig zijn aan een medisch product zoals bijvoorbeeld een CT-scanner. Dat is ook de reden waarom maar bitter weinig AI-technologie tot aan het ziekenhuisbed raakt. Die vertaalslag van software naar een gevalideerd product is cruciaal. Wij hebben een toolbox ontwikkeld die dat proces mogelijk maakt. Een bijkomend voordeel is dat we dit nu doen voor sepsis, maar dat onze technologie inzetbaar is voor eender welk zorgpatroon.”
Met welke ziekenhuizen werken jullie samen?
“Met ziekenhuizen in Antwerpen, Brussel, Genk, Heidelberg, Amsterdam, Rotterdam en Cincinnati in de VS. We zitten telkens in verschillende fases en validatietrajecten. Via studies proberen we aan te tonen dat er zowel tijdswinst als gezondheidswinst is. Dat hebben we nodig om te voldoen aan de Europese regelgeving. Daarnaast zoeken we grote datagedreven centra die als early adopters willen fungeren. Een grote complexiteit is privacy compliance: alle data blijft bij onze klanten.”
Wat is jullie business model?
“Innovatie bouwen op zich kan geen inkomstenstroom zijn. We proberen ziekenhuizen te overtuigen dat AI deel moet uitmaken van hun businessmodel. Daarom geloven we sterk in een co-ontwikkelingsstrategie die de brug slaat tussen domeinexperten aan de onderzoekskant en software development bij Innocens. Nieuwe applicaties kunnen zo sneller gevalideerd en gecommercialiseerd worden en een deel van de inkomsten uit de verkoop vloeit terug naar het ecosysteem. Zo onderhoud je nieuwe innovatie. We vermarkten nu reeds een dataplatform, omdat dat op zich geen medisch toestel is. Dit platform bevat een aantal AI-toepassingen die prototypemodellen snel kan valideren op real-time patiëntengegevens. Nu blijft die validatiestroom vaak beperkt tot historische gegevens zodat de klinische impact niet ingeschat kan worden. We bouwen dit strategisch ecosysteem nu uit en investeren in benodigde goedkeuringen.”
Hoe ontdekten jullie de steun van de stad? Wat heeft die steun voor dit project betekend?
“Netwerken is ontzettend belangrijk als ondernemer. Via de Universiteit Antwerpen hoorde ik over de innovatiecall van de stad. Initieel hadden we ons model gebouwd voor de allerkleinste patiënten. Dankzij de steun van de stad hebben we dat kunnen uitbreiden naar alle vroeggeborenen. Ons project is geslaagd en gevalideerd. We zijn de stad daar erg dankbaar voor: het was exact wat we op dat moment nodig hadden. Ondertussen hebben we twee kapitaalrondes achter de rug en hebben we bijkomende subsidies opgehaald.”
Hoe verschillend is ondernemen tegenover een job als arts?
“Als arts ervaarde ik intense stressniveaus bij de geboorte van premature kindjes, maar achteraf kon ik dit relatief gemakkelijk ontkoppelen. Als ondernemer is de stress constant. Innocens is als mijn vierde kind, en ik lig er vaak wakker van. Maar ik ben een idealist: ik blijf vechten om dit te doen slagen. 2026 moet het jaar worden van onze doorbraak. Het moment waarop goedkeuringen rond zijn, we effectief producten op de markt kunnen brengen en nieuwe applicaties kunnen ontwikkelen. De technologie is oneindig schaalbaar. Nu is het zaak om die schaal ook waar te maken, ten voordele van artsen én hun meest kwetsbare patiënten.”
Naam: David Van Laere
Leeftijd: 48
Bedrijf: Innocens
Functie: Oprichter & CEO
Hoe maak je je hoofd leeg: Fietsen met vrienden. Tijd doorbrengen met mijn vrouw en onze drie kinderen.
Inspirerende persoon: Gary Neiman, de eigenaar van Bru Textiles, een zorgzame vader die ik ontmoette in het ziekenhuis en die in Innocens geloofde en er ook in investeerde.