Zodra personeel tewerkgesteld wordt, is het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming (ARAB) en de codex op het welzijn van toepassing.
Meer details over het ARAB en de codex op het welzijn vindt u op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Het toezicht op deze eisen gebeurt door de Arbeidsinspectie.
Mbt vragen aangaande het ARAB en de codex op het welzijn adviseert brandweer ten rade te gaan bij de bevoegde diensten van de arbeidsinspectie of bij de interne of externe preventieadviseur van uw instelling.
Noch in het ARAB (in het bijzonder art.52), noch in de codex op het welzijn (in het bijzonder boek III Arbeidsplaatsen) is vermeld dat brandweer een controle moet uitvoeren of een brandweerverslag moet opstellen. Brandweer zal daarom geen controle uitvoeren, noch een brandweerverslag afleveren.
Met betrekking tot ARAB, art.52
Het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), art.52 werd derwijze aangepast dat er geen specifieke opdrachten meer toegewezen zijn aan brandweer.
Met betrekking tot de codex op het welzijn, boek III Arbeidsplaatsen
In de codex op het welzijn, boek III Arbeidsplaatsen is opgenomen dat de werkgever de bevoegde openbare hulpdienst kan raadplegen met betrekking tot onderstaande onderwerpen. Bij elk onderwerp is het antwoord van BZA opgenomen
- De organisatie van een brandbestrijdingsdienst (Art.III.3-8):
Aangaande de organisatie van een brandbestrijdingsdienst heeft brandweer geen bijkomende bemerkingen aangaande de bepalingen opgenomen in de codex op het welzijn, boek III Arbeidsplaatsen.
- Het standaard materieel van en het personeel van de openbare hulpdiensten (Art.III.3-16,6°):
Met betrekking tot het standaard materieel van en het personeel van de openbare hulpdiensten verwijst de brandweer naar het KB van 10 november 2012 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de snelste adequate hulp en van de adequate middelen. In bijlage 1 van het vermelde KB is de vaststelling van de minimale adequate middelen per type interventie opgenomen.
In functie van de specifieke risico’s zal brandweer rekening houdend met de beschikbaarheid ervan bijkomende adequate middelen ter versterking sturen. Deze bijkomende middelen kunnen uit de eigen zone, de civiele bescherming of naburige brandweerzones gestuurd worden.
- De nodige tijd voor de openbare hulpdiensten om de plaats van interventie te bereiken (Art.III.3-16,7°):
Met betrekking tot de nodige tijd voor de hulpdiensten om de plaats van interventie te bereiken verwijst brandweer naar de omzendbrief van 3 juni 2013 betreffende de toepassing van het KB 10 november 2012 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de snelste adequate hulp en van de adequate middelen.
Bijkomende kan vermeld worden dat brandweer een beroepskorps is met permanent bezette posten. Hierdoor kan ervan uitgegaan worden dat de tijd die verloopt tussen de ontvangst van de melding en het vertrek van een voltallige ploeg voor eerste uitruk 2 minuten bedraagt.
De aanrijtijd zelf is afhankelijk van onder andere lopende interventies, de verkeersdrukte, eventuele wegeniswerken, enzovoort en kan daardoor niet opgegeven worden.