|
RUP EILANDJE | |||||||||||||||||||||||||||||
|
Figuur 111
Antwerpen, december 2010 Stad Antwerpen COLOFON
Secretariaat
Bedrijfseenheid Stadsontwikkeling Desguinlei 33, 2018 Antwerpen tel +32 3 338 23 81 ludo.lorrendopt@stad.antwerpen.be
Figuur 2 1 INLEIDING
1.1 Aanleiding voor de opmaak van het RUP 1.1.1 Technische aanpassingen Het bijzonder plan van aanleg Eilandje, met deelplannen Cadixwijk, Montevideo en Oude Dokken, werd goedgekeurd bij ministerieel besluit op 15 december 2005. In deze vijf jaar zijn er heel wat praktische problemen opgedoken bij de dagelijkse vergunningenverlening op basis van dit BPA. Met de overgang van bijzondere plannen van aanleg naar ruimtelijke uitvoeringsplannen, is de tijd gekomen om ook het BPA Eilandje om te zetten in een ruimtelijk uitvoeringsplan volgens de standaardisering van vorm van de andere RUP’s en op basis van opmerkingen van de dienst stedenbouwkundige vergunningen van de stad Antwerpen. De voorschriften van het aanpalend RUP Binnenstad, dat eveneens een aantal oudere BPA’s vervangt en overkoepelt, vormen de basis voor die van het RUP Eilandje.
Een algemene opmerking bij de dienst stedenbouwkundige vergunningen is dat de voorschriften van het BPA Eilandje te ingewikkeld zijn. Dit leidt tot verwarring, misinterpretatie en discussie bij de vergunningsaanvraag. Naast deze algemene opmerking vormen de volgende onderwerpen aandachtspunten bij de opmaak van een nieuw RUP:
1.1.2 Aanpassingen om het bestaande historisch weefsel beter te kunnen beschermen Het ontwerp van BPA Eilandje, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad, voorzag de opmaak van een CHE-rapport bij elke vergunnings-aanvraag, om de impact van projecten op de culturele, historische en esthetische waarde van hun omgeving te kunnen nagaan. Dit voorschrift had tot doel om de bestaande waardevolle en beeldbepalende bebouwing maximaal te behouden en een interessante mix te krijgen tussen oud en nieuw. Het voorschrift werd echter om juridisch-technische redenen, die van toepassing waren op BPA’s, onthouden van goedkeuring in het ministeriële goedkeuringsbesluit. Daardoor lijkt het goedgekeurde BPA op maat geschreven te zijn van nieuwbouw. Het bestaande weefsel kwam onder druk te staan en vijf jaar na de goedkeuring van het BPA kunnen de gevolgen ervan vastgesteld worden.
Hoewel nieuwbouw een belangrijke stimulans kan geven aan een wijk, bepaalt het bestaand weefsel sterk de identiteit van de wijk en geeft deze een historische gelaagdheid. Het masterplan van het Eilandje, de beeldkwaliteitplannen en het BPA Eilandje – zoals het oorspronkelijk was opgevat – hadden tot doel een evenwichtige mix te bekomen van nieuwbouw, behoud van woningen en omvorming van gebouwen tot woningen. Maar door het schrappen van het CHE-rapport heeft het BPA in zijn huidige vorm dit niet altijd kunnen realiseren.
Het is vandaag dringend tijd om het BPA aan te passen zodat de bestaande waardevolle en beeldbepalende bebouwing behouden blijft en men een interessante mix krijgt tussen oud en nieuw. Hiervoor worden verschillende grote en kleine veranderingen aan de voorschriften en het grafische plan van het BPA Eilandje voorgesteld:
1.1.3 Aanpassingen om een mix van functies te stimuleren Het Masterplan Eilandje en alle volgende documenten gaan ervan uit dat het Eilandje een voortzetting moet zijn van de binnenstad (vb. harde ruggengraat, strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen) . Dit betekent dat er zowel grootschalige stedelijke functies als een kleinschalige verweving van functies mogelijk moeten zijn. Het Eilandje is dus een algemeen ‘woongebied’ zoals geïnterpreteerd in het gewestplan. Toch heeft het BPA Eilandje ervoor gekozen om specifiek de woonfunctie te beschermen, door een verplichting in te voeren van minimaal 50% woningen per gebouw in vele zones. Deze regel werd ingevoerd met als doelstelling het wonen maximaal te stimuleren. Vandaag stelt men echter vast dat deze regel een mix van functies eerder afremt. Het opdelen van een gebouw met verschillende functies is relatief haalbaar tussen gelijkvloers en bovenliggende verdiepingen, maar wanneer men in een bestaand gebouw ook de circulatieruimte verticaal wil opsplitsen wordt dit al moeilijker. Op het Eilandje kan vastgesteld worden dat de binnenstedelijke mix sterk wordt afgeremd en dat de vestiging van sommige functies zoals hotels en gemeenschapsfuncties hierdoor zo goed als onmogelijk gemaakt worden in sommige zones.
Gemeenschapsfuncties zijn woonondersteunende functies en moeten volgens het strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen overal toegelaten worden in een woonwijk gelegen in de harde ruggengraat. Zij zorgen ervoor dat er geen monofunctionele wijken ontstaan en dat er een positieve mix van functies mogelijk wordt.
Een hotelfunctie komt slechts sporadisch voor en zal in het RUP Eilandje naar analogie met het RUP Binnenstad – in opmaak - in een woonzone worden beperkt op haar schaal.
Voor andere functies gelden de beperkingen zoals ze vandaag in het BPA Eilandje zijn opgenomen.
De strikte 50% woningen-regel wordt weggelaten. Dit komt de flexibiliteit en dynamiek van de functionele verweving op het Eilandje ten goede. 1.1.4 Inpassing van het RUP Cadix Het RUP Cadix, dat goedgekeurd werd door de deputatie op 25 februari 2010, hield een gedeeltelijk herziening in van de inrichting van het westelijk deel van het deelplan Cadixwijk van het BPA Eilandje. De aanleiding voor deze herziening was het feit dat een nieuwe tramlijn gepland is vanaf de Londenstraat door Kattendijkdok Oostkaai richting het Mexico-eiland. Om in Kattendijkdok Oostkaai een vrije trambedding te kunnen realiseren, was het noodzakelijk om de zone voor openbaar domein in deze straat te verbreden van 18,5 m naar 27,5 m. Daarbij werden de nieuwe bouwblokken ten westen van de straat opgeschoven richting Kattendijkdok. Voorts werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwblokken langs het Kattendijkdok en het Houtdok, en van het douanegebouw aan te passen. De bestemmingen en voorschriften van het RUP Cadix worden geïntegreerd in het nieuwe RUP Eilandje met een aantal herschikkingen en herformuleringen in afstemming op de artikels van het globale RUP. De algemene inhoud is evenwel behouden.
Figuur 3 1.2 Situering Het Eilandje is een oud-havengebied langs de Schelde net ten noorden van de Antwerpse binnenstad. Het vormt een overgangsgebied tussen het stadscentrum en de actuele haven van Antwerpen. Wanneer de herontwikkeling tot stadswijk zal gerealiseerd zijn, zal het Eilandje tot de binnenstad gaan behoren.
Planologisch strekt het Eilandje zich noordelijk uit tot aan het Straatsburgdok of de zuidgrens van de haven van Antwerpen. In totaliteit gaat het om ca. 170 ha. Het voorliggende RUP behandelt evenwel enkel de zuidelijk deel van het Eilandje overeenkomend met het Masterplan Eilandje fase 1 en het gelijknamige BPA.
Het plangebied van het RUP Eilandje omvat 75 ha opgedeeld in drie deelwijken met daartussen dokken. Deze deelwijken Oude Dokken, Montevideobuurt en Cadixwijk vormen als het ware eilandjes aan het water. Het Eilandje met zijn vele watervlakken en brede kaaien wordt dan ook gekenmerkt door een inverse vorm van stedelijkheid waarbij de verhouding tussen bebouwde en open ruimte is omgekeerd.
Het plangebied van het RUP Eilandje komt overeen met dit van het BPA Eilandje en het Masterplan Eilandje fase 1 en wordt begrensd door:
Figuur 4 2 JURIDISCHE EN PLAN CONTEXT 2.1 Juridische context 2.1.1 Gewestplan Het plangebied van het RUP Eilandje maakt deel uit van het Gewestplan (KB 3.10.1979). het bestaat overwegend uit woongebied en zone voor waterwegen. Een deel van het woongebied (omgeving Brouwersvliet) is bestemd als cultureel, esthetisch en historisch waardevol gebied. De voorschriften en aanvullende voorschriften zijn meerdere malen gewijzigd. 2.1.2 BPA's en RUP's Het plangebied van het RUP Eilandje omvat het plangebied van het BPA Eilandje (MB 15.12.2005) en het RUP Cadix (BD 25.02.2010) en volgt ter hoogte van de Droogdokken de westrand van het Kattendijkdok in plaats van de aslijn zoals in het BPA Eilandje. Dit laatste betreft een beperkte verruiming van het plangebied om redenen van een logische ruimtelijke afbakening. In dit deel is het Gewestplan nog niet afgedekt door het BPA Eilandje.
Aangrenzend aan het plangebied van het RUP Eilandje is het BPA Binnenstad (KB 25.03.1980) en het BPA Spoor Noord (MB 29.06.2005) gelegen. Twee bouwblokken aan de Brouwersvliet van het BPA Binnenstad zijn reeds overschreven door het BPA Eilandje. Het BPA Spoor Noord legt de bestemming van een park vast op een oud spoorwegemplacement van de NMBS en een stedelijke kop aan de Italiëlei. Het park Spoor Noord is intussen gerealiseerd. Het BPA binnenstad wordt herzien in het nieuwe RUP Binnenstad, welke procedure grotendeels gelijkloopt met deze van het RUP Eilandje. Bij de opmaak van beide RUP’s wordt onderling zoveel als mogelijk inhoudelijk afgestemd.
Overeenkomstig het gewestelijk RUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen (BVR 19.06.09) situeert het plangebied zich integraal binnen de afbakening van het stedelijk gebied. Er gelden ter plaatse geen deelplannen met herbestemmingen. 2.1.3 Monumenten, stadsgezichten en archeologie In de lijst van beschermde momenten en stadsgezichten in en grenzend aan het plangebied zijn het type, beschrijving, adres, beslissingsdatum en dossiernummer opgenomen.
2.1.4 Beschermd archeologisch erfgoed In het plangebied is geen beschermd archeologisch erfgoed aanwezig. Volgens de lokale archeologische advieskaart van de stad Antwerpen ligt het projectgebied in archeologisch aandachtsgebied met adviesplicht van de stedelijke dienst archeologie. De historische waarde van de plek dient weerspiegeld te worden in de herontwikkeling van het gebied. Toekomstige projecten met ingreep in de bodem dienen op voorhand ter advies te worden voorgelegd aan de dienst archeologie van de stad Antwerpen. Op basis van hun expertise kunnen ze bekijken wat de beste opties zijn: vooronderzoek/werfbegeleiding/behoud in situ/opgraving/... 2.1.5 Statuut van de wegen en waterlopen De Noorderlaan en Italiëlei zijn gewestwegen. Alle resterende wegen gelegen in het plangebied zijn gemeentewegen. Er zijn geen buurt- en voetwegen aanwezig in het plangebied. Binnen het plangebied zijn er geen waterlopen opgenomen binnen de Atlas der waterwegen. 2.1.6 Woningbouwgebied met recht van voorkoop De statistische sectoren J84 (Willemdok) en J85 (Eilandje) zijn vermeld als woningbouwgebied waar het recht van voorkoop van toepassing is (MB 26.10.1999). Deze statistische sectoren komen nagenoeg overeen met het plangebied van het RUP Eilandje. 2.1.7 Rooilijn- en verkavelingsplannen In het plangebied bevindt zich één verkavelingsplan (CADIX C2, nr. 20112, CBS 22/04/2011). 2.1.8 Gewestelijke verordening hemelwaterputten De Gewestelijke verordening hemelwaterputten (BVR 01.10.2004) bevat minimale voorschriften voor de lozing van niet verontreinigd hemelwater, afkomstig van verharde oppervlakken. Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkt debiet vertraagd wordt afgevoerd. Ook de plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden. 2.1.9 Bouwcode De gemeentelijke bouw- en woningverordening of de ‘bouwcode’ (GR 25.10.2010) herziet de vorige versie van 11 september 1984. De bouwcode legt o.a. op dat bij nieuwbouw en grondige verbouwingen platte daken dienen uitgerust te worden als groendak. De bouwcode is van toepassing op het plangebied van het RUP Eilandje voor zover de RUP-voorschriften geen specifieke richtlijnen of afwijkingen hierop voorzien. 2.1.10 Eigendomstitels, concessies en protocols eigendomsoverdracht Het plangebied is zowel in privé als in overheidseigendom. Het bestaande bebouwingsweefsel is grotendeels in privé-eigendom en heeft een versnipperde eigendomsstructuur. De Stad Antwerpen is eigenaar van de straten, het Felixarchief, het MAS, bouwveld B2 aan de Sint Laureiskaai, de Red Star Linegebouwen en de kunstencampus SISA. Het Gemeentelijk Havenbedrijf draagt zijn gronden aan de dokranden, op de kop van de Montevideowijk en aan de randen van de Cadixwijk over aan de Stad Antwerpen op basis van het Protocol Stad-Haven (GR 19.02.2009) en desbetreffend gemeenteraadsbesluit (GR 25.10.2010). De dokken en watervlakken zullen worden overgedragen op basis van een Waterprotocol (in opmaak). Hierdoor komen grote delen van het plangebied in stadseigendom. De Federale Overheid heeft het gebouw van het Ministerie van Financiën in eigendom en draagt de eigendom van het Douanegebouw over aan een private partij. De concessies zijn weergegeven op het plan bestaande feitelijke en juridische toestand.
Figuur 5
2.2 Planningscontext 2.2.1 Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) Volgens het RSV (BVR 23.09.1997) moet het stedelijk beleid volgende doelstellingen nastreven:
Binnen het RSV werd Antwerpen, geselecteerd als grootstedelijk gebied, binnen het stedelijk netwerk van de Vlaamse Ruit. Er zijn ontwikkelingsperspectieven vooropgesteld voor de grootstedelijke gebieden zoals o.a. minimale woondichtheden, een differentiatie en verbetering van de woningvoorraad, een versterking van de multifunctionaliteit, het ontwikkelen van kantoren aan de knooppunten van openbaar vervoer, het afstemmen van voorzieningen op het belang van het stedelijk gebied, het bundelen van de kleinhandel en het behoud en de ontwikkeling van Randstedelijke groengebieden.
Er is in het RSV ook een specifiek beleid inzake stedelijke mobiliteit uitgewerkt. Overeenkomstig de benadering van het RSV dient aan het locatiebeleid (afstemmen bereikbaarheidsprofiel locatie versus mobiliteitsprofiel activiteit) een gebiedsgericht parkeerbeleid gekoppeld te worden, dat gericht is op een selectieve uitbouw van parkeermogelijkheden rondom goed door openbaar vervoer bediende locaties. Het gunstige geplande bereikbaarheidsprofiel van het plangebied (met o.m. geplande traminfrastructuur) en het selectief parkeerbeleid met maximale parkeernormen voor o.a. wonen en kantoren. Voor grootschalige handelszaken, groothandel, bedrijvigheid, zorginstellingen, sportcomplexen, vrijetijdsinstellingen, gemeenschapsvoorzieningen en publieke parkings wordt evenzeer een selectief parkeerbeleid en goede modal split nagestreefd. Hiervoor zijn geen normen in de voorschriften opgenomen en zal bij de vergunningverlening een afweging worden gemaakt op basis van enerzijds een duurzame afweging tussen het bereikbaaheidsprofiel van de locatie en het mobiliteitsprofiel van de activiteit en anderzijds een gebiedsgerichte toetsing aan de draagkracht van de omgeving.
De inhoudelijke uitgangspunten van het BPA Eilandje worden behouden in het huidige RUP. Deze uitgangspunten (ontwikkeling van het Eilandje als stadsinbreidingsgebied voor de kernstad met verweving van diverse stedelijke functies) geven uitvoering aan de principes van het RSV waardoor het voorliggende RUP met het RSV in overeenstemming is. De verdere ontwikkeling van het Eilandje kan beschouwd worden als strategisch stedelijk project met belangrijke impuls voor stedelijke vernieuwing.
RSV p.332: ‘Het is noodzakelijk de stedelijke gebieden te vernieuwen door het voeren van o.a. een meer dynamische stadsvernieuwing. De vernieuwing van verwaarloosde of onderbenutte terreinen is hiervan een essentieel onderdeel.’’ 2.2.2 Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) Binnen het RSPA (MB 10.07.2001) worden vier hoofdruimten onderscheiden: de AntwerpseFragmenten, de Noorderkempen, de Oostelijke Netwerken en het Netegebied. Antwerpen behoort uiteraard tot de Antwerpse Fragmenten. Elk van deze hoofdruimten werd verder uitgewerkt in deelruimten. Op die manier zijn 14 deelruimten afgebakend. De stad Antwerpen is onderdeel van de deelruimte ‘Grootstedelijk Antwerpen’. Antwerpen heeft een centrale rol binnen de provincie en biedt ruimte aan de meest hoogwaardige functies. Het voorliggend RUP is in overeenstemming met het RSPA.
Een ruimtelijk concept voor deze deelruimte vanuit de invalshoek van de provincie bevatvolgende ruimtelijke principes of ordeningsbeginselen:
Rond Antwerpen zijn drie andere deelruimten gedefinieerd: de Antwerpse haven, het bebouwd perifeer landschap en de Antwerpse gordel.
Relevante aspecten voor het RUP Eilandje zijn:
2.2.3 Relatie met het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) Het RUP Eilandje wordt opgemaakt in uitvoering van het s-RSA (BD 21.12.2006). Het s-RSA stelt in de bindende bepalingen een verdere implementatie en perationalisering van het actief beleid voor aan de hand van een aantal hefboomprojecten. Het RUP Eilandje is in overeenstemming met het s-RSA.
Het Eilandje fase 1 met de deelwijken Oude Dokken, Montevideowijk- en Cadixwijk worden aangeduid als onderdelen van de strategische ruimte ‘harde ruggengraat’ en geselecteerd als hefboomproject (s-RSA, pg 324, bindend deel). Het RUP vormt een essentieel onderdeel van het Masterplan Eilandje voor dit hefboomproject.
Het s-RSA wil het Eilandje ontwikkelen tot een aangename woonwijk aan het water. Hierbij is de visie van het Masterplan Eilandje geïmplementeerd in het richtinggevend deel van het s-RSA. Bij de herontwikkeling wordt uitgegaan van de bestaande historische en maritieme identiteit van het Eilandje. Via strategische interventies in het bestaande bebouwingsweefsel en het openbaar domein aangevuld met nieuwe invullingen aan de dokranden wordt een stapsgewijze en duurzame transformatie voorzien.
Het s-RSA bepleit sterk het principe van de ‘Renovatio Urbis’ of de kleine stapsgewijze ingrepen in het bestaande weefsel en openbaar domein waarbij verleden, heden en toekomst hand in hand gaan. Op het Eilandje vertaalt zich dit in de vele renovatie- en invulprojecten in het historische weefsel van pakhuizen, loodsen en rijwoningen. Het Masterplan Eilandje en het s-RSA maken van het behoud van beeldbepalende bebouwing een speerpunt.
Aan de dokranden is er ruimte voor geheel nieuwe ingrepen. Daar worden in de visie van Masterplan Eilandje en het s-RSA de voormalige en huidige bedrijfsgebouwen vervangen door torens (in de Montevideobuurt) en bouwblokken (in de Cadixwijk). Temidden van de Oude Dokken van Napoleon en Koning Willem I verrijst de toren van het MAS of Museum aan de Stroom als voornaamste stapsteen van de denkbeeldige culturele noord-zuidas die het Eilandje met het stadscentrum verbindt.
Het s-RSA ziet een kwalitatief openbaar domein als onderlegger voor duurzame stadsvernieuwing. Dit strookt eveneens met de visie van het Masterplan Eilandje, Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte, Groenplan en Waterplan waarin de brede kaaivlaktes en omvangrijke watervlakken van de dokken als kwalitatief openbaar domein zullen worden heringericht hierbij refererend naar het verleden (‘een vloeiende ruimte van kasseien en dokken’) en tegelijk aangepast aan de huidige noden van een levendige en leefbare stadswijk. Zo worden de dokranden aangelegd als groene corridors met boomgroepen en parkvakken, de brede straten als groene boulevards en de huidige parking van het Douanegebouw als parkachtig Cadixplein of groene long van de wijk.” (s-RSA, pg 218, richtinggevend deel).
Figuur 6
Het s-RSA duidt het Eilandje in het mentale beeld van ‘Dorpen en Metropool’ aan als een stadswijk met een dynamische mix van functies. De nadruk komt hierbij te liggen op een woonwijk ondersteund door een spectrum aan culturele, recreatieve en nutsvoorzieningen. Verder wordt het Eilandje en de kop van Spoor Noord aangeduid als kantoorlocatie waar kleinschalige kantoren en headquarters zich kunnen vestigen. Tevens moet plaats kunnen geboden worden aan de zogenaamde creatieve economie.
Het s-RSA wil inzetten op hoogbouw en neemt de opmaak van een hoogbouwnota op in de bindende bepalingen. (s-RSA, pg 322, richtinggevend deel). Het s-RSA wil het idee van “stad aan de stroom” versterken door in te zetten op torens: “In het bijzonder kunnen torens de nieuwe centraliteit van de Schelde op symbolische wijze aangeven ter hoogte van het Eilandje en nieuw zuiden en hiermee de Antwerpse skyline ten noorden en ten zuiden vervolledigen. het gaat hier in hoofdzaak om het leggen van kwalitatieve accenten in de skyline.” (s-RSA, pg 35, richtinggevend deel). Het s-RSA specificeert door voor het Eilandje expliciet als doelstelling te stellen: “Het vervolledigen van de Antwerpse skyline door in te zetten op hoogbouwprojecten op het Eilandje zodat op die manier een dens stedelijk programma kan worden gecreëerd met een beperkte footprint zodat de openheid van het gebied en de vele doorzichten behouden blijven.” (s-RSA, pg 215, richtinggevend deel). Momenteel is de hoogbouwnota in opmaak waarin de principes van het s-RSA en deze van het Masterplan Eilandje als uitgangspunt dienen.
Het s-RSA voorziet de aanleg van tramlijnen op het Eilandje door: “In te zetten op een duurzaam evenwicht tussen een kwalitatieve aanleg van het verblijfsdomein, openbaar vervoersontsluiting (tram) en parkeermogelijkheden. Volgende tramlijnen worden voorzien: Kaaitram, Londenstraat-Amsterdamstraat, Kattendijkdok Oostkaai- Mexicostraat en benoemt de tram-as Kattendijkdok Oostkaai- Mexicostraat en Groene Singel.”(s-RSA, pg 215, richtinggevend deel).
2.2.4 Masterplan Mobiliteit Antwerpen Het Masterplan Mobiliteit Antwerpen (BVR 15.12.2000) is geen globaal mobiliteitsplan. Het wil korte termijnoplossingen bieden voor een groot deel van de mobiliteitsproblemen voor Antwerpen en omgeving. Het Masterplan biedt geen oplossing voor alle problemen, het beperkt zich tot ‘de prioriteiten der prioriteiten’.
Op 9 mei 2008 besliste de Vlaamse Regering de uitbouw van de stedelijke tramlijnen op het Eilandje onder te brengen in het project BraboII (heraanleg Leien 2de fase – tramlijn Ekeren) als uitvoering van de 1ste fase van het Masterplan Antwerpen.
2.2.5 Bestuursakkoord 2007-2012 De algemene visie van het bestuursakkoord is: “Antwerpen wil een aantrekkelijke stad zijn om te wonen of te bezoeken. Daarom wil het stadsbestuur samen met de districten zwaar blijven investeren in de kwaliteit van stedenbouw in al zijn vormen: de ontwikkeling van nieuwe wijken en de opleving van bestaande stadsdelen, de organisatie van het verkeer, de inplanting van openbare gebouwen met architecturale kwaliteit, de aanleg van pleinen, parken en plantsoenen, en van kleine en grote straten.”
Om deze visie waar te maken vormt het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen de basis van de verdere uitwerking het bestuursakkoord. Naast de gebiedsgerichte uitspraken doet het bestuursakkoord ook stadsbrede uitspraken die van tel zijn binnen het Eilandje.
Naar mobiliteit wordt er algemeen gesteld dat de stad bereikbaarder moet worden: te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer. Om dit te bekomen moeten de fietsers en voetgangers zich veilig en comfortabel kunnen bewegen. Ter ondersteuning van deze gedachte dienen er meer fietsenstallingen voorzien te worden in wijken waar er veel rijhuizen en appartementen zijn. Tenslotte wil men meer tramlijnen aanleggen tijdens deze legislatuur.
Toch moet de stad ook met de auto bereikbaar blijven, daarom wil men het parkeerplan evalueren en optimaliseren. Tevens wil men autodelen versterken en dan vooral in de nieuwe stadsprojecten.
Ten aanzien van duurzaamheid wil Antwerpen een voorbeeldige milieustad zijn en bij de verschillende facetten van het bestuur (van stadsontwikkeling over aanbestedingen tot huisvesting en organisatie van het eigen vervoer en dat van het personeel,…) rekening houden met ecologische criteria.
Met deze algemene en gebiedsgerichte ambities wil de stad Antwerpen een aangename stad zijn voor gezinnen in alle mogelijke samenstellingen. Daarenboven wil het stadsbestuur blijven ijveren voor een betaalbare en comfortabele woning voor al deze mensen.
Toch wil de stad de komende jaren in de eerste plaats extra inzetten op één doelgroep: het is voor de toekomst van de stad van groot belang dat gezinnen met kinderen in de stad blijven wonen. Of, nog ambitieuzer, dat deze gezinnen terug in de stad komen wonen. De stad wil het woningaanbod opvoeren met grote projecten voor stadsvernieuwing, en met bijkomende privé-woningen en sociale woningen (waar het huidige gemiddelde van sociale huurwoningen niet is bereikt).
Antwerpen bestrijdt sociale segregatie in het wonen en streeft naar sociale vermenging door sociale woningen, betaalbare huizen en duurdere woningen zoveel mogelijk te mengen. Het stadsbestuur erkent de noodzaak aan bijkomende sociale huisvesting in Antwerpen. Antwerpen wil dat er meer sociale koopwoningen op zijn grondgebied worden aangeboden. De sociale woningbouw moet door de kwaliteit van concept en architectuur een meerwaarde betekenen voor de buurt. Kleinschaligheid moet de norm zijn.
Figuur 7
Figuur 7
2.2.6 Masterplan en beeldkwaliteitplannen Eilandje Het Masterplan Eilandje (CBS 20.03.2002) gaat uit van een aantal strategische interventies om een levendige en leefbare stadswijk te creëren. Vooreerst wordt bijzondere aandacht besteed aan de kwalitatieve uitbouw van het publieke domein met de vele dokken en watervlakken als een belangrijk onderdeel ervan. De realisatie van een jachthaven in het Willemdok en de geplande heraanleg van de kaairanden langs de Oude Dokken kaderen hierbinnen.
Verder wil het Masterplan Eilandje de historische en maritieme identiteit van dit historische havengebied benadrukken. Vandaar dat ingezet is op de bescherming van monumenten en beeldbepalende gebouwen die geherprogrammeerd worden naar wonen-, kantoren-, culturele en wijkondersteunende functies. Nieuwe invulprojecten rond de Oude Dokken moeten de geest ademen van de historische pakhuizen en depots. Het beschermde Sint-Felixpakhuis is zodoende gerenoveerd als stadsarchief en rond de Oude Dokken zijn de voorbije jaren diverse loftprojecten gerealiseerd in de bestaande en nieuwe gebouwen.
Het Masterplan Eilandje definieert tevens een culturele noord-zuidas die centraal oer het Eilandje loopt en het gebied linkt met de historische binnenstad. Langs deze as worden culturele stapstenen uitgezet, zoals de realisatie van het Museum aan de Stroom (MAS) op de Hanzestedenplaats.
De oost-west gerichte Londen-Amsterdamstraat vormt de belangrijkste wijkontsluitingsweg vanaf de Italiëlei. De heraanleg voorziet een verblijfsboulevard met centrale trambaan waarlangs de vestiging van plaatselijke winkels en horeca kan worden gestimuleerd.
Om deze globale visie verder thematisch te detailleren werden beeldkwaliteitplannen goedgekeurd. Hier worden meer in detail spelregels vastgelegd voor de aanleg van het publieke domein, groenvoorziening, bebouwing en functionele programmatie van de dokken.
Het betreft:
Het Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte bevat heldere visierichtlijnen voor de vormelijke herinrichting van straten, pleinen en dokranden. Ook hier moet het typische karakter van het Eilandje met al haar ruwheid en éénvoud duidelijk uitspringen. De specifieke aanleg van de dokranden en kades in eenheid en uniformiteit definieert het beeld van het Eilandje en maakt het Eilandje tot een herkenbaar geheel. Hierbij wordt gewerkt met bestaande materialen zoals kasseien, platines en blauwe hardsteen. Sporen van de geschiedenis: monumenten, sluizen, bruggen, pakhuizen en kranen… zijn de kwaliteiten van het Eilandje en dienen hierbij gevrijwaard te worden. Het publieke karakter van de dokkades dient eveneens behouden te worden De ondergrondse parkeergarage is een belangrijke toevoeging aan de publieke ruimte waarbij de ontwikkelingen in hun eigen parkeerbehoefte moeten voorzien.
In het Groenplan wordt een groenstrategie uitgewerkt voor het Eilandje. De wijk wordt opgespannen tussen twee stadsparken: het geplande Droogdokkenpark en het intussen gerealiseerde Park Spoor Noord. In de wijk zelf wordt een groenstructuur voorzien bestaande uit: boomgroepen langs de kades en in de binnenstraten, tijdelijke landschappen, parkstructuren langs de Westkaai en op het wijkplein Cadix enlaanaanplantingen langs de boulevards. Er is gekozen voor aanleg door middel van boomgroepen die verspreid worden over de dokranden omdat klassieke laanbeplantingen hier te transparant zijn om een antwoord te kunnen bieden op de schaalgrootte van de open ruimte op het Eilandje. Dit principe is al toegepast bij de heraanleg van de kades rond de Oude Dokken.
De Architectuurnota geeft een visie op de ontwikkeling van de bestaande en de toekomstige bebouwing op het Eilandje. Het plan biedt een stevig kader zodat private en publieke bouwplannen eraan getoetst kunnen worden. Op basis van de uitvoerige inventaris in het plan zijn reeds meerdere monumenten beschermd op het Eilandje. De voormalige havenactiviteiten hebben de buurt een eigen karakter gegeven met een sterke sociale en culturele geladenheid. Renovatie- en nieuwbouwprojecten moeten zoveel mogelijk binnen de authentieke sfeer van het Eilandje passen. Een belangrijk aspect is bijvoorbeeld het gebruik van specifieke materialen zoals kasseien, staal, baksteen en hardsteen. Zij zijn typisch voor het Eilandje omdat ze een gevoel van éénvoud en ruwheid creëren.
Het Waterplan vormt een belangrijke aanvulling op het Masterplan. Het accent ligt hier op het verder uitbouwen van het maritieme karakter. De havenbekkens blijven behouden en krijgen maritieme functies: een commerciële havenfunctie, een toeristisch-recreatieve functie of zelfs een woonbestemming. Het water is de sfeerdrager van het nieuwe Eilandje en moet vanaf het land zichtbaar zijn. Het waterprogramma van het Eilandje moet voor iedere Antwerpenaar iets te bieden hebben. De komst van de jachthavens in het Willem- en Kempisch dok waren de eerste waterprojecten op het Eilandje. Momenteel wordt gewerkt aan een verdere operationalisering van het Waterplan met aanmeerplaatsen voor riviercruises en rondvaarten in het Kattendijkdok, een Museumhaven in het Bonapartedok, zones voor woonboten in het Hout- en Kempisch dok en een drijvend open luchtzwembad. Waterwegen en Zeekanaal renoveert de Kattendijksluis voor schepen. 2.2.7 Plannen van aanpak en sectorale studies voor het Eilandje Ondanks het zeer uitgebreide planningskader voor het Eilandje, was het noodzakelijk om de concrete uitvoering van de publieke ruimte en de Cadixwijk vorm te geven in plannen van aanpak.
Het betreft:
Daarnaast vereisten een aantal complexe thema’s een verdere uitdieping in sectorale beleidsplannen.
Het gaat om:
2.2.7.1 Het Plan van Aanpak Publieke Ruimte Het Plan van Aanpak Publieke Ruimte Eilandje (CBS 07.04.2007) geeft een raming, fasering en timing weer voor de heraanleg van de publieke ruimte op het Eilandje. Hierbij wordt uitgegaan van de inrichtingsprincipes van het Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte en het Groenplan. Volgend op de heraangelegde Oude Dokken worden in de meerjarenplanning en –begroting achtereenvolgens de aanleg van de Londen-Amsterdamstraat, de Montevideowijk en de Cadixwijk opgenomen. In het Plan van Aanpak worden tevens de diverse subsidiemogelijkheden (Provinciaal Fietsfonds, Vlaams Stadsvernieuwingsfonds en Stedenfonds en Europees Interreg IVa) in beeld gebracht. Voor de Cadixwijk wordt voorgesteld om op basis van de vastgoedontwikkeling het publieke domein te financieren. AG Stadsplanning Antwerpen i.s.m. District Antwerpen en Aquafin voeren uit. 2.2.7.2 Het Plan van Aanpak Cadixwijk Het Plan van Aanpak Cadixwijk (CBS 11.05.2008) regisseert vanuit het Masterplan en de Beeldkwaliteitplannen de gefaseerde gebiedsontwikkeling van de Cadixwijk. Op basis van het protocol stad-haven (GR 19.02.2009) en desbetreffend gemeenteraadsbesluit (GR 25.10.2010) zullen de dokranden van de Cadixwijk aan de Stad worden overgedragen. In 10 krachtlijnen geeft het Plan van Aanpak de ambities voor de ontwikkeling weer zoals het creëren van een gemengde ontwikkeling met ruimte voor sociaal en betaalbaar wonen, energiezuinig en duurzaam bouwen, het inzetten op wijkvoorzieningen zoals scholen, kinderopvang en sport (zie verder). De wijkontwikkeling wordt in tandem aangestuurd door AG Stadsplanning Antwerpen en AG Vespa waarbij de opbrengsten uit de verkoop onder voorwaarden aan huisvestingsmaatschappijen en ontwikkelaars wordt gebruikt voor de kwalitatieve heraanleg van de publieke ruimte. Dit principe wordt ‘ontwikkelen onder een glazen stolp’ genoemd. Na het RUP Eilandje worden verkavelingsplannen op gemaakt om de bouwzones verder op te delen in kavels van ca. 5000m² en zodoende samengestelde bouwblokken te bekomen. De verkavelingsplannen geven meer in detail bestemmings- en inrichtingsvoorschriften weer op kavelniveau. Dit vormt het concrete kader voor de verkoop onder voorwaarden die een wedstrijdformule inhoudt met een evaluatie op basis van ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en financieel bod. Voor de compacte bouwzones en de Cadixtoren zal meteen een wedstrijd worden uitgeschreven. De aanleg van een nieuw wijkplein Cadix en de uitbouw van de SISA-school tot Kunstencampus verloopt via een open oproepprocedure bij de Vlaams Bouwmeester. 2.2.7.3 De Mobiliteitsstudie Eilandje De Mobiliteitsstudie Eilandje (CBS 10.07.2009) bestaat uit drie onderdelen: de ontwerpmatige uitwerking van een tramnetwerk Eilandje, de ontwerpmatige uitwerking van de twee belangrijkste wijkontsluitingsassen (Londen-Amsterdamstraat en Kattendijkdok Oostkaai) en de opmaak van een parkeerstudie. De mobiliteitsstudie Eilandje voorziet in een tramnetwerk met tramlijnen langs de Londen- Amsterdamstraat, de Rijnkaai en de Kattendijkdok Oostkaai. Het ontwerp van de mobiliteitsstudie tekent binnen het kader van het Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte en het Groenplan groene stadsboulevards met vrije trambaan en veel ruimte voor fietsers en voetgangers. Als gevolg van de voorgestelde vrije tramdoorgang langs de Kattendijkdok Oostkaai werd het wegprofiel zoals voorzien in het BPA Eilandje verbreed in het RUP Cadix. De parkeerstudie legt ten slotte parkeernormen op voor het Eilandje
Figuur 8
2.2.7.4 De Duurzaamheidsstudie Cadixwijk De Duurzaamheidsstudie Cadixwijk of het Masterplan Duurzaamheid Cadix-Eilandje (CBS 27.11.2009) is een verdere uitwerking van de 10e krachtlijn van het Plan van Aanpak Cadixwijk waarin de focus wordt gelegd op een duurzaame wijkontwikkeling. Op basis van een duurzaamheidsmeting met 11 criteria (ligging, mobiliteit, energie, water, groen, innovatie…) worden maatregelen weergegeven op gebouw- en wijkniveau. De belangrijkste maatregelen zijn bij collegebesluit vastgelegd. Het gaat om:
Deze maatregelen zullen worden uitgevoerd op wijkniveau door de Stad of als randvoorwaarden worden meegenomen in de verkoop onder voorwaarden.
De duurzaamheidsmeting geeft eveneens de sterk negatieve milieu-impact weer van de geplande bouw van het zogenaamde Lange Wapperviaduct. De studie maakte dan ook onderdeel uit van het discours binnen de Stad Antwerpen om een tunnelalternatief bij het Vlaams Gewest te bedingen hetgeen intussen formeel beslist werd door de Vlaamse regering.
De ambities en maatregelen uit het Masterplan Duurzaamheid Cadixwijk kaderen binnen een stedelijke ambitie om een energiezuinige, ecologische en duurzame stad uit te bouwen. In deze context zijn op stadsbreedniveau een aantal plannen in opmaak:
Dit plannenkader zal bij de verdere ontwikkeling van de wijk in de mate van het mogelijk meegenomen worden. 2.2.8 Masterplan Scheldekaaien Ten slotte wordt het Masterplan Scheldekaaien, als belangrijk aangrenzend beleidsplan aan het RUP Eilandje, besproken. Het Masterplan Scheldekaaien van PROAP en de bijbehorende principe-overeenkomst (GR 20.09.2010) bevatten de krijtlijnen voor de heraanleg van de Scheldekaaien en een financiële overeenkomst tussen de Stad Antwerpen en Waterwegen en Zeekanaal voor de uitvoering. Het Masterplan Scheldekaaien voorziet de integratie van een nieuwe verhoogde waterkering in een hertekend kaaienlandschap vanaf het Noordkasteel tot Hobokenpolder bestaande uit meanderende mobiele waterkeringen, dijklichamen, taluds en gebouwensokkels. Het behoud van de bestaande historische identiteit van de Scheldekaaien staat hierbij voorop. Het Masterplan doet eveneens uitspraken over het doortrekken van een kaaientram vanaf het Eilandje (ter hoogte van de Londen- Amsterdamstraat) tot Nieuw Zuid. De Scheldekaaien moeten autoluw worden met veel ruimte voor fietsers en voetgangers. Aan de Rijnkaai ter hoogte van de Oude Dokken wordt de site van het Loodswezen heringericht met en getijdentuin. Meer naar het noorden wordt de bouwblokstructuur van de Montevideowijk doorgetrokken tot op de kaaien. Op het Droogdokkeneiland voorziet het Masterplan Scheldekaaien een gevarieerd parklandschap bestaande uit een getijdenoever, een stedelijk park en de minerale droogdokkenzone.
Figuur 9 3 VISIE
De onderstaande visie voor het RUP Eilandje is gebaseerd op het Masterplan Eilandje, de Beeldkwaliteitplannen en operationele plannen met voortschrijdend inzicht. 3.1 Globale visie op het Eilandje
Het Eilandje is de schakel tussen stad en haven; het is een levendig stadsdeel voor iedereen
Het Eilandje heeft potentie om uit te groeien tot een nieuw deel van de binnenstad, door de positie tussen stad en haven. De structuur en het gebouwenpatrimonium bieden goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van een stedelijk gebied met een eigen kwaliteit en een herkenbare identiteit.
Om de druk in de stad op te vangen, zal er op het Eilandje een gedifferentieerd woningaanbod worden gecreëerd, dat rekening houdt met de behoeftes van zowel uitgesproken stedelijke bewoners zoals starters en senioren, als met het klassieke gezin met suburbane eisen. Het is van belang dat het Eilandje een gemengd woonmilieu blijft voor alle lagen van de bevolking en de huidige bewoners. Het dagelijkse voorzieningenaanbod zal hierop moeten worden afgestemd. Om een levendig en leefbare stadswijk te creëren stelt het Masterplan Eilandje een globale richtinggevende functiemix van 60% wonen, 30% kantoren en handel en 10% culturele en wijkvoorzieningen voorop.
De structuur van dokken en open ruimtes en de aanwezigheid van grootschalige gebouwen dient als basis voor de ontwikkeling van een nieuwe stedelijkheid op het Eilandje. Er ontstaat een gemengd woon- en werkmilieu waarbij de nadruk wordt gelegd op cultuur en stedelijke recreatie. Voorbeelden hiervan zijn de jachthaven, het MAS en het Ballet van Vlaanderen.
De bestaande ruimtelijke kwaliteiten zijn het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen
Door de geschiedenis heen combineert het Eilandje de rationele opbouw en de openheid van de haven met het kleinschalige, gemengde milieu van een stedelijke wijk. Het Masterplan Eilandje gaat uit van een behoud en een versterking van de lokale ruimtelijke karakteristieken. De beleving van de open ruimte en zichten, een essentiële kwaliteit die elders in de stad nauwelijks te vinden is, is de basis van elke ontwikkeling in het gebied.
De confrontaties tussen de verschillende schaalelementen worden uitgebuit waar ze een kwaliteit bieden en verzacht waar ze de woonkwaliteit aantasten. Het introduceren van nieuwe landmarks en de versterking van doorgaande lijnen maken het Eilandje maximaal toegankelijk en begrijpbaar, zonder het “eilandkarakter” en de rust teniet te doen.
Culturele as en Londen-Amsterdamas functioneren als verbinding en ontmoetingselement
Het Masterplan Eilandje is voor een stuk gebaseerd op het gedachtegoed van Manuel de Solà-Morales. Die tekende een denkbeeldige lijn van noord naar zuid door Antwerpen die tal van culturele toplocaties met mekaar verbindt. Deze culturele as krijgt een centrale rol op Het Eilandje. Onder meer het Ballet van Vlaanderen, de Red Star Line en de Montevideoloodsen maken er deel van uit. Maar het belangrijkste scharnierpunt is het Museum aan de Stroom (MAS). Dat wordt dé attractiepool en ontmoetingsplaats tussen noord en zuid, tussen west en oost, tussen haven en stad, tussen bewoners, bezoekers, zakenlui en toeristen.
De Londen-Amsterdamstraat vormt de belangrijkste oost-westas die enerzijds het park Spoor Noord verbindt met de Scheldekaaien en anderzijds een link legt tussen de deelwijken op het Eilandje. De Londen-Amsterdamstraat wordt de groene stadsboulevard op het Eilandje uitgerust met een tramlijn die de geplande Leientram met de Kaaientram zal verbinden en zodoende het Eilandje optimaal bereikbaar maakt vanuit binnenstad en omgeving.
De drie deelwijken worden verbonden tot één geheel met behoud van de eigen identiteit
Het Eilandje tekent zich als havenwijk als een bijzonder element af op de kaart van Antwerpen. Binnen het gebied worden verschillende deelgebieden onderscheiden met een duidelijk eigen karakter: het gebied rond het Willem- en Bonapartedok of de Oude Dokken genoemd, de Cadixwijk en de Montevideobuurt. Ze fungeren nu als relatief autonome entiteiten.
Het Masterplan Eilandje tracht deze deelgebieden meer met elkaar in verbinding te brengen en het Eilandje als geheel meer aan de stad enerzijds en de haven anderzijds te verankeren. Voor de deelgebieden zijn er uitwerkingen gemaakt die een antwoord geven op de specifieke ruimtelijke en functionele mogelijkheden en noden van elk deelgebied. Daardoor worden binnen het ruimtelijk geheel van het Eilandje drie deelwijken met een eigen karakter en identiteit gecreëerd.
Het Eilandje is een omgekeerde vorm van stedelijkheid met enorme potenties tot het inzetten van de kaaivlaktes en watervlakken als levendig openbaar domein
Het Eilandje wordt gekenmerkt door een omgekeerde vorm van stedelijkheid, de verhouding tussen bebouwde en open ruimte is hier als het ware omgekeerd. De brede kaaivlaktes en omvangrijke watervlakken van de dokken creëren een stadsgebied met veel open ruimte. De dense bebouwing in de straten wordt gecompenseerd door veel openheid aan de dokranden.
Het Masterplan Eilandje en het Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte, het Groenplan en het Waterplan zetten hierop in. De kaaien en het water worden gezien als het nieuwe publieke domein op het Eilandje. Hier kunnen de toekomstige bewoners en bezoekers van het Eilandje tot rust komen, spelen, kuieren, praten, mijmeren… Een kwalitatieve heraanleg van de publieke ruimte met veel verblijfsplekken en plaats voor zachte weggebruikers is één van de speerpunten in de planontwikkeling van het Eilandje. Bij de heraanleg wordt teruggegrepen naar de historische identiteit van het Eilandje door een ‘vloeiende ruimte van kasseien’ te creëren waarop een patchwork van groen wordt geprojecteerd.
Het Waterplan herprogrammeert de dokken met een dynamische en aantrekkelijk stedelijk programma bestaande uit een museumhaven, jachthaven, aanmeerplaatsen voor riviercruises en rondvaarten, woonbotenlusters en een drijvend zwembad.
De ontwikkeling is dynamisch en laat een flexibele invulling in tijd en ruimte toe
De ontwikkelingsstrategie voor het Eilandje is richtinggevend en daardoor dynamisch en flexibel. Er kan ingespeeld worden op ontwikkelingen in de komende decennia die niet altijd voorspelbaar zijn. Hiermee wordt bewegingsruimte gegeven aan de stad en de diverse overheden en private marktpartijen die het Eilandje verder zullen vormgeven.
Rond de Oude Dokken worden veelal pakhuizen gerenoveerd en invulprojecten gerealiseerd door de privémarkt. Bakens zoals het Felixarchief en het MAS zijn strategische stedelijke interventies die het gebied opladen tot een wijk met stedelijke allure.
Aan de randen van de Montevideowijk zijn de monumenten en gronden door de haven doorverkocht aan private ontwikkelaars met uitzondering van de Red Star Linegebouwen die stadseigendom werden. De monumentale kop van de Montevideowijk wordt gerestaureerd als culturele trekpleister aan het stedelijke Limaplein langs de Kattendijksluis. Op de westkaai van het Kattendijkdok verrijzen 6 torens temidden van een groene parkstructuur aan het water.
In de Cadixwijk worden de dokranden overgedragen van haven naar stad. De stad zal hier de regie kunnen voeren om circa de helft van de nieuwe wijk gefaseerd te ontwikkelen in een duurzame en sociale mix van woningen, wijkvoorzieningen en economische functies. In het bestaande weefsel realiseert de private markt renovatieen invulprojecten. Een tramlijn langs de groene wijkboulevard Kattendijkdok Oostkaai en een nieuw centraal wijkplein maken het plaatje compleet.
3.2 Visie op deelwijkniveau: Oude Dokken, Montevideobuurt en Cadixwijk
Oude Dokken
Het water als plein
De ruimtelijke structuur van de Oude Dokken is vrij coherent. De bebouwing en de open ruimte zijn er goed op elkaar afgestemd. De pakhuizen aan de rand zijn in volle renovatie of wachten op een herbestemming (zoals het stadsarchief in het Sint‑Felixstapelhuis). De ontwikkelingen op het AMCA-terrein sluiten binnenkort het gat dat geslagen was na het verdwijnen van de Koninklijke Stapelhuizen. Met het MAS krijgen de Oude Dokken een nieuw centrum, en de jachthaven heeft ook het water toegankelijk gemaakt, zodat de dokken als het ware een groot plein gaan vormen, dat langzamerhand ingelijfd wordt bij de stad.
Het Masterplan gaat uit van een bestendiging van deze situatie en een verdere aanvulling van de wanden. Die ingrepen zijn vooral noodzakelijk rond het Bonapartedok. De Tavernierkaai is een brede verkeersader die geen afstemming zoekt met het voetgangerskarakter rond de dokken en die de relatie met de Schelde in de weg staat. Het traject langs deze kaai en de route langs de Falcon-Nassau as zijn onaantrekkelijk, voetgangersonvriendelijk en vol obstakels. Het Chiquitagebouw aan de Rijnkaai en het tankstation ernaast staan met de rug naar het Bonapartedok en vormen een dood punt in de wandeling rond het water.
Vervolledigen van de ‘wanden’ rond de dokken
De nieuwe bebouwing rond de dokken is erop gericht de ‘wanden’ te vervolledigen. Het Koninklijk Entrepot-gebouw op de AMCA-site sluit de ruimte af aan de oostzijde. Het Chiquitagebouw of de Rijnkaaisite wordt aan de kant van de dokken afgemaakt met een bouwblok, volgens de maat van de noordelijke bouwblokken. Op termijn kan het volledige Chiquitagebouw aan de Rijnkaai verdwijnen en worden vervangen door een bouwblok volgens dezelfde maat.
In het zuiden van het Eilandje is de relatie tussen de bebouwing en het water optimaal is. Het Masterplan Eilandje gaat dan ook uit van een bestendiging en aanvulling van bestaande bebouwing en op gang zijnde initiatieven, samen met een vervolledigde aanleg van de kaaien.
Het Museum aan de Stroom en het Felixarchief als stapstenen van de culturele as
De Falcon-Nassau as, of culturele as is, een tweede traject dat de binnenstad bindt met het Eilandje. In het Masterplan Eilandje is deze as opgevat als een traject over de Oude Dokken en de Montevideowijk, langs een aantal solitaire gebouwen die culturele functies huisvesten. Men voelt er dus niet alleen de nieuwe dynamiek van dit stadsdeel maar ook de weidsheid die typisch is voor het Eilandje.
Het schiereiland dat de Hanzestedenplaats vormt wordt ingevuld met een alleenstaand publiek gebouw met name het MAS of het Museum Aan de Stroom dat het centrum en baken van de Oude Dokken wordt. Bovendien geldt het MAS als belangrijkste culturele stapsteen langs de Culturele as op het Eilandje. Dit nieuwe stadsmuseum zal de het verleden, heden en de toekomst van de ‘Scheldestad’ verbeelden in een vaste collectie en thematische tentoonstellingen. Op het dak komt een panoramarestaurant en uitzicht over de stad dat ook publiek toegankelijk is na de sluitingsuren van het museum.
Een ander belangrijke stapsteen wordt gevormd door het Felixarchief of het gerenoveerde Sint-Felixpakhuis waarin een publieke galerij het Eilandje met het stadscentrum verbindt. Als respectievelijk stadsmuseum en stadsarchief vervullen MAS en Felixarchief eveneens een belangrijke culturele bakenfunctie.
Figuur 10
Figuur 10
Functiemix met accent op lofts, horeca en kantoren
Het Masterplan Eilandje wil rond de Oude Dokken een levendige en leefbare stadswijk aan het water creëren via de invulling van een dynamische mix aan functies en activiteiten. De voormalige pakhuizen lenen zich perfect tot de verbouwing van appartementen en lofts met een mooi uitzocht op het water. Daarnaast kunnen invulprojecten in pakhuisstijl plaats bieden aan nieuwe woongelegenheden en kantoren.
Met de AMCA-site, de Rijnkaaisite en de kantoorgebouwen aan de Brouwersvliet hebben de Oude Dokken ook heel wat troeven als kwalitatieve kantoorlocatie, een potentie die het Masterplan Eilandje nog verder in de verf wil zetten. De brede kaaivlaktes aan het water die heringericht worden als groene verblijfsruimten bieden de optimale onderlegger voor terrasjes van allerhande horecagelegenheden. De opening van de culturele trekpleister het MAS centraal in het gebied zal de levendigheid van deze stadswijk nog verder opvijzelen.
Publieke voorzieningen zoals een postkantoor en het Felixarchief ondersteunen bijkomend het wijkweefsel. Het Masterplan Eilandje wil tevens ruimte laten om in te spelen op nieuwe opportuniteiten die zich voortschrijdend in de tijd aanbieden en bepleit een flexibiliteit naar voorschriften.
Het aantal bewoners aan de Oude Dokken zal in de toekomst stijgen tot een kleine 2000 mensen.
Ontwikkelingsstrategie op basis van speerpuntprojecten en invul-/ renovatieprojecten
De Oude Dokken zijn sinds enige tijd onderwerp van renovaties en invulprojecten. Het ‘Renovatio Urbis’-principe uit het s-RSA wordt toegepast in de visie van het Masterplan Eilandje dat een herontwikkeling op twee sporen voorziet. Enerzijds via puntsgewijze, vaak particuliere ingrepen in het bestaande bebouwingsweefsel van pakhuizen en rijwoningen. Anderzijds via grote speerpuntprojecten zoals het Koninklijk Entrepotgebouw, het MAS en de Londentower- of toren.
Steeds dient evenwel een dialoog aangegaan te worden met de omgeving. In de eerste plaats resulteert dit vaak in het behoud van het bestaande beeldbepalende gebouw. Het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur werkt dit thema verder uit in spelregels waarbij op basis van de kwaliteiten van de bestaande bebouwing spelregels worden opgemaakt voor de nieuwe invullingen en projecten. Zo verwijst het MAS in zijn moderniteit naar een verticale stapeling van de vele depots die het Eilandje rijk is. Daartussen kronkelt een publiek ruimte naar een panoramaview als mooie verderzetting van het openbaar domein langs de kaairanden van de Oude Dokken.
Het Koninklijk Entrepot neemt de typologie van het pakhuis over in een neo-klassiek ontwerp dat aangepast is aan de huidige noden van woningbouw. De Londentoren gaat de dialoog aan met de ‘waterstad’ die aan de rede een herkenbare skyline projecteert op het Eilandje.
Elk renovatie-, invul- of geheel nieuw project wordt kritisch bekeken in relatie tot zijn omgeving. Het Masterplan Eilandje en het coördinerende projectbureau Eilandje voorzag inzake opvolging van de kwaliteitsvolle invulling van architectuur in de oprichting van een kwaliteitskamer wat resulteerde onder impuls van de vorige stadsbouwmeester tot de oprichting van een welstandscommissie op stadsniveau die architectuurprojecten op het Eilandje evalueert binnen de krijtlijnvisie van Masterplan Eilandje en het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur.
Figuur 11
Figuur 12
Cadixwijk
Wijk aan het water De Cadixwijk is een dichte, gedifferentieerde woonwijk met een stedelijk type bouwblokken op een orthogonaal patroon, waar men het gevoel krijgt zich binnenin een wijk te bevinden. In de bouwblokken zijn uiteenlopende gebouwtypes terug te vinden: opslagplaatsen en oude scheepsherstelplaatsen staan er naast rijwoningen. Gaandeweg worden oude gebouwen ook opgelapt. De pakhuizen lenen zich heel goed tot allerlei nieuwe functies. Die menging maakt een groot deel van de sfeer uit van het Eilandje. Het is dan ook de bedoeling die in de toekomst te versterken.
Nu bestaat de Cadixwijk uit een beperkt aantal bouwblokken, die gevat zitten in een schil van loodsen en dus afgesloten zijn naar de dokken toe. Het Masterplan Eilandje trekt de wijk door tot aan het water, zodat de Cadixwijk een gezicht krijgt naar het water. Door de uitbreiding krijgt de wijk ook meer een binnenkant, zodat het rustige, beschutte wijkgevoel wordt versterkt, terwijl elke straat een zicht en toegang naar de dokken behoudt. De strategie in de Cadixwijk bestaat eruit enerzijds het wijkgevoel te versterken en anderzijds het contact met het water te herstellen. In het Masterplan Eilandje wordt gestreefd naar een toenadering van de Cadixwijk tot de Oude Dokken en de rest van de stad. De sterke barrièrewerking van de Londenstraat wordt afgezwakt.
Homogeen raster Het hoofdprincipe in deze wijk is de uitbreiding van de bestaande bouwblokstructuur. De grootte en het type van de huidige bouwblokken wordt tot aan de rand gereproduceerd. De zogenaamde ‘ontwikkelbare rand’ van de Cadixwijk zal in regie van de stad worden ontwikkeld.
Het bestaande weefsel ontleent zijn karakter aan de afwisseling van individuele rijwoningen en pakhuistypes. Door de ritmiek van de invulling van de bouwblokken en de ingangen behoudt de buurt ook bij de uitbreiding haar kleinschalig karakter. De overgang tussen de types wordt op een dergelijke manier opgelost dat meerdere functies mogelijk blijven en de bouwblokken niet dichtslibben met onleefbare toestanden tot gevolg.
Het landhoofd aan de kade aan de Kempische brug wordt geaccidenteerd door een torenvolume. Deze toren vormt een bijzonder element aan de rand van de Cadixwijk, maar schrijft zich in de hogere skyline die vooral wordt geïnitieerd langs de Kattendijkdok Westkaai in de Montevideowijk.
Hart en as Het wijkplein Cadix, als groen parkachtig plein, wordt de centrale ontmoetingsplaats van de wijk en combineert een verblijfsfunctie met evenementenplek met halteplaats voor de tram. De wanden ervan worden opgeladen met voorzieningen die interageren met het publiek plein. We kunnen dit doen door in de omgevende bouwblokken in de voorschriften van het RUP meer toe te laten.
Anderzijds speelt de Douanesite een belangrijke rol in de toekomstige beleving van het plein. Op dit moment trekt dit gebouw zich terug van het openbaar domein. Door de herontwikkeling van de plint kan de nieuwe functie sterk bijdragen aan de verlevendiging van het plein.
In het as-model wordt de Kattendijkdok Oostkaai als belangrijkste wijkontsluitingsas en tramboulevard opgeladen met een aangepaste functiemix. Wederom speelt de Douanesite een belangrijke rol in de toekomstige beleving van deze as. Op dit moment trekt dit gebouw zich terug van het openbaar domein. Door de herontwikkeling van de plint kan de nieuwe functie sterk bijdragen aan de verlevendiging en de continuïteit van de as. Hiermee moet rekening gehouden worden bij de opmaak van het RUP.
Samengestelde bouwblokken Het feit dat we voorop stellen dat de Cadixwijk uit een homogeen raster van gesloten bouwblokken bestaat betekent niet dat er binnen deze bouwblokken naar diversiteit kan worden gezocht, integendeel. We willen de grote bouwblokken verdelen in kleinere gehelen. Ze worden dus niet als één gebouw uitgewerkt.
Op deze manier brengen we veel meer diversiteit en menselijke schaal in de wijk zoals dat nu ook reeds al aanwezig is in het bestaande weefsel van de Cadixwijk en de rest van het Eilandje. Het is een schaal die het midden houdt tussen de individualiteit van het stadscentrum en de monotonie van de grootschalige havenloodsen.
Tegelijkertijd levert deze verdeling van de grote bouwblokken het voordeel op van een grotere flexibiliteit en faseerbaarheid in de ontwikkeling. Het wordt ook veel gemakkelijker om de functiemix die we nastreven in de hand te houden aangezien we kavel per kavel kunnen bijsturen. We streven naar een menging van verschillende functies naast elkaar op bouwblokniveau in plaats van een menging van verschillende functies boven elkaar op kavelniveau.
Het Masterplan Eilandje wil de nieuwe bouwblokken van de Cadixwijk ontwikkelen als samengestelde bouwblokken. De grote bouwblokken worden verdeeld in kleinere loten van ongeveer 5000m² vloeroppervlakte.
Functiemix met het accent op een gediversifieerd woonaanbod Het Masterplan Eilandje wil een gelijkmatige functiemix bekomen voor de Cadixwijk. Het operationeel Plan van Aanpak Cadixwijk heeft de functieverdeling verder verfijnd als de richtinggevende verhouding 75% wonen - 4% wijkvoorzieningen - 21% kantoren en handel over de ‘ontwikkelbare rand’. Binnen het woonaanbod wordt gestreefd naar 25% sociaal wonen, 50% betaalbaar wonen en 25% residentieel wonen. De stad zal dit in de ‘ontwikkelbare rand’ verder afdwingen in verkavelingsplannen en een verkoop onder voorwaarden aan private marktpartijen en de sociale huisvestingsmaatschappij. De bedoeling is om een gediversifieerd woonaanbod te creëren van appartementen en grondgebonden gezinswoningen voor een breed publiek. De stad heeft tevens de ambitie om in de nieuwe Cadixwijk gezinnen met kinderen aan te trekken.
Het aantal toekomstige wooneenheden in de Cadixwijk wordt geschat op een kleine 2000 units (appartementen, eengezinswoningen). Hierdoor zal de komende 10 jaar het huidige bewonersaantal van ca. 500 mensen aangroeien tot een 4000-tal. Ondersteunend zal door de stad Antwerpen geïnvesteerd worden in scholen (kleuterlager- en middenschool), kinderopvang, jeugd- en seniorenontmoetingsruimte, sportinfrastructuur…
Ontwikkelingsstrategie in 10 krachtlijnen
In het operationele Plan van Aanpak Cadixwijk wordt de concrete ontwikkelingsstrategie van de Cadixwijk samengebald in 10 krachtlijnen:
Deze taakverdeling geldt als basisprincipe voor de opmaak van het RUP en de detaillering van de voorschriften.
Buurt aan de Schelde In de Montevideobuurt zijn de ruimtelijke en functionele confrontaties veel sterker dan in de Cadixwijk. Het bouwblokkenpatroon is er veel minder uitgebreid en de bouwblokken bestaan er grotendeels uit pakhuizen. De bebouwing staat er in contrast met grote open ruimtes en zware infrastructuur, zoals de Kattendijksluis.
Bovendien loopt er over de Montevideowijk een traject met een stedelijke schaal en aantrekkingskracht: de Scheldekaaien. De Scheldekaaien vormen de overgang van de wijken naar de Schelde. De ontwikkeling van deze kaaien wordt gezien in de ritmiek van open en bebouwde ruimtes over de hele lengte van de Scheldeoever. De kaaien vormen zo een langgerekt, publiek toegankelijk plein dat de stad bindt met het Eilandje.
Torens langs het Kattendijkdok De Montevideobuurt volgt een andere strategie. De wijk is minder een klassieke woonwijk dan de Cadixwijk. De vier bestaande bouwblokken vormen minder een aanzet tot de uitbouw van een klassieke woonwijk. Ze worden dan ook beschouwd als een afgebakend eiland. Anderzijds bestaat de buurt voor een groot deel uit weidse open ruimtes waar de schaal van de haven sterk voelbaar is en die in het Masterplan versterkt worden.
De randen naar het Kattendijkdok en de Rijnkaai worden ingevuld met lossere bebouwing met een variërende typologie en functie. Er is hier dus eerder sprake van een confrontatie van verschillende grootschalige elementen, een morfologie die eigen is aan de haven. De trajecten door de Montevideobuurt lopen meer kriskras; de weidsheid van de haven en het contact met het water zijn er geoptimaliseerd.
Naar het noorden wordt de bebouwing ijler en vormt een overgang naar het meer landschappelijk opgevatte Droogdokkeneiland. De boomaanplant, voorgesteld in het Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte, speelt hierop in. Het Montevideopakhuis krijgt een nieuw front, onder de vorm van een nieuw gebouw of door het vrijmaken en eventueel deels openmaken van de bestaande gevel.
De culturele as loopt verder in de Montevideobuurt De Falcon-Nassau as, of culturele as is, een tweede traject dat de binnenstad bindt met het Eilandje. In het Masterplan is deze as opgevat als een traject over de Oude Dokken en de Montevideowijk, langs een aantal solitaire gebouwen die culturele functies huisvesten. Men voelt er dus niet alleen de nieuwe dynamiek van dit stadsdeel maar ook de weidsheid die typisch is voor het Eilandje.
Het Ballet van Vlaanderen en de Koninklijke Filharmonie vestigden zich in de jaren ’90 reeds langs de culturele as die het eerst als zodanig werd gedoopt door Manuel de Sola Morales in het kader van Stad aan de Stroom. De pakhuizen aan de noordzijde of op de kop van de Montevideobuurt aan het Limaplein beëindigen voorlopig de as die in een tweede fase meer noordwaarts over het Droogdokkeneiland zou kunnen verderlopen.
Figuur 13
Deze monumenten aan de kop van Montevideobuurt zijn een voormalige schuilplaats voor havenwerklieden (De Shop), de voormalige gebouwen van de legendarische rederij Red Star Line en de voormalige Montevideopakhuizen. De gebouwen zijn onder impuls van de visie van het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur beschermd en worden momenteel gerenoveerd waarbij ze een nieuwe culturele en publiekstrekkende functie krijgen. De Red Star Line wordt een memorial waarin de Stad Antwerpen het verhaal zal vertellen van de miljoenen landverhuizers die destijds vanaf dit punt de oversteek maakten naar New York.
Functiemix met accent op culturele kop en stadstorens In de Montevideobuurt wordt de vooropgestelde functiemix van wonen, kantoren, handel en culturele en publieke voorzieningen verdergezet. Ook hier wordt naar analogie met de andere wijken een specifiek accent gelegd. Door de gecombineerde ontwikkelingsstrategie van behoud van het bestaand weefsel met hierin de beschermde ‘kop van de Montevideowijk’ en slanke en ranke torens aan de rand van het Kattendijkdok worden mogelijkheden gecreëerd om een wijkgericht verwevingsmodel te implementeren.
Hierin wordt de nadruk gelegd op het creëren van een culturele kop van de Montevideowijk met culturele en publiekstrekkende functies. Het aangrenzende Limaplein aan de beschermde Kattendijksluis zal vrijgehouden worden als evenementenplein en tevens als balkon naar de naastgelegen Droogdokkenzone.
Aan de dokrand van het Kattendijkdok wordt in 6 torens ruimte gecreëerd voor een dens woon- en kantorenprogramma dat tegelijk de open doorzichten grotendeels behoudt. De torens moeten alle uitgerust zijn met een ‘stedelijke plint’ dit wil zeggen dat het gelijkvloers levendige functies die interageren met de omgeving dient te herbergen. Tussen de torens worden parkjes aangelegd die het woonmilieu ondersteunen en tevens als rustplek dienst doen langs de Culturele as en voor de toeristen van de aanmerende riviercruises in het Kattendijkdok.
In de Montevideobuurt wordt de programmatische verdeelsleutel wonen/kantorenhandel/ voorzieningen van het Masterplan Eilandje gebiedsgericht doorvertaald in een 50/30/20 verhouding. De 20% behelst de culturele publiekstrekkers op de kop van de wijk en het Ballet van Vlaanderen. Het woningbestand zal stijgen tot ca. 1000 woningen overeenkomstig met een kleine 2000 bewoners.
Ontwikkelingsstrategie via marktbevragingen door het havenbedrijf In de Montevideobuurt zijn grote delen in eigendom van het havenbedrijf. Voorafgaand aan het protocol stad-haven van 2008, dat een gefaseerde overdracht van alle gronden en patrimonium naar de stad bedingt, zijn door het havenbedrijf vanaf 2002 marktbevragingen geörganiseerd. De bevragingsbundels voorzagen een verkoop onder voorwaarden binnen de krijtlijnen van het Masterplan Eilandje.
Vijf bundels werden gelanceerd met betrekking tot de ontwikkeling van respectievelijk: De Shop, de Red Star Line, de Montevideopakhuizen, de torens Westkaai en het Droogdokkeneiland. De laatste bevraging is intussen stopgezet. De overige hebben geresulteerd in de selectie van consortia die intussen het desbetreffende patrimonium van de haven hebben verworven en gestart zijn met herontwikkeling. Enkel in het geval van de Red Star Linegebouwen bestaat het consortium uit publieke partijen met name de Stad Antwerpen en AG Vespa. De private ontwikkelaar van het Westkaaiproject, de zogenaamde nv Kattendijkdok is bij akte gehouden om een parkstructuur aan te leggen tussen de torens die bij oplevering als publiek domein wordt overgedragen aan de stad.
Figuur 14
3.3 Visie op bouwblokniveau 3.3.1 Generieke regels uit het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur In het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur (BKP/AR) worden generieke regels meegegeven die slechts ten dele kunnen doorvertaald worden in een RUP. Er worden kwaliteiten geformuleerd en de architecturale mogelijkheden en/of voorwaarden om deze kwaliteiten te kunnen realiseren. Deze kwaliteiten gaan over het effect van de architectuur op de openbare ruimte, het woonklimaat, duurzaamheid…. Bij de beoordeling van stedenbouwkundige vergunningsaanvragen is het echter belangrijk om deze kwalitatieve generieke spelregels mee in het achterhoofd te houden.
Figuur 15
3.3.2 Bouwblokspecifieke regels Hieronder worden de bouwblokspecifieke regels uit het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur aangegeven, eventueel aangevuld of bijgestuurd door bijkomend ontwerpend onderzoek en voortschrijdend inzicht bij toepassing van het voorgaande BPA Eilandje. Deze regels en richtlijnen vormen de concrete basis voor de uitwerking van stedenbouwkundige voorschriften in dit RUP.
Bestaande bouwblokken In het bestaande bebouwingsweefsel op het Eilandje wordt ruimte gecreëerd voor het wonen als hoofdfunctie ondersteund door andere functies die verweven kunnen voorkomen. Daarnaast kunnen gemeenschapsfuncties overal 100% voorkomen.
In het voorgaande BPA Eilandje werd bij de goedkeuring het CHE of cultuur-historisch erfgoedrapport geschrapt uit de voorschriften omdat het hier een bijkomende procedure, aanvullend aan de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag, betrof. Bovendien kwam het bestaande weefsel onder druk te staan door de aanduiding van een maximum bouwhoogte van veelal 6 bouwlagen ten aanzien van het bestaande weefsel. Hoewel deze bouwhoogte geen verplichting is maar enkel een bovengrens stelt aan bebouwing in het bestaande weefsel wordt dit vaak door de aanvrager als streefdoel gezien. Zonder bijkomende bescherming via de procedure van een CHErapport leidt dit vaak tot afbraak en hogere nieuwbouw. Anderzijds bevat het BPA Eilandje een harmonieregel die op een haast mathematische manier een invulling geeft aan dit principe hetgeen niet steeds strookt met een goede ruimtelijke kwaliteit.
In dit RUP Eilandje wordt het CHE-rapport terug ingevoerd maar ditmaal als onderdeel van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag. In de bestaande bouwblokken of het bestaande bebouwingsweefsel wordt bovendien, naar analogie met de binnenstad, de volgende getrapte redenering gevolgd bij een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor een bouwproject:
De bestaande bebouwing in het bestaande stedelijk weefsel op het Eilandje wordt geacht waardevol te zijn en de wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw of constructie is onderworpen aan de wenselijkheid van het behoud. Dit geldt zowel voor het exterieur, als het interieur. Het behoud van de elementen met culturele, historische en/of esthetische waarde in het bouwblok primeert.
Het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur heeft op perceelsniveau aangeduid welke gebouwen beeldbepalend en/of beschermenswaardig zijn qua exterieur. Op basis van deze evaluatie zijn reeds een heel aantal gebouwen beschermd op het Eilandje. De formeel niet beschermde maar beeldbepalende en/of beschermenswaardige gebouwen op het Eilandje verdienen een bijkomende bescherming. Anders dreigt het karakter van het typische bestaande bebouwingsweefsel met pakhuizen en rijwoningen teloor te gaan ten koste van kaalslag en een teveel aan nieuwbouwprojecten. Tijdens de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag worden de culturele, historische en/of esthetische waarden van alle aanwezige elementen dan ook afgetoetst. De stedenbouwkundige vergunningsaanvraag dient in de beschrijvende nota voldoende informatie te bevatten over het cultuurhistorisch profiel van de aanwezige elementen zodat de vergunningverlenende overheid deze kan afwegen.
Bij nieuwe invullingen in het bestaande bebouwingsweefsel wordt voornamelijk uitgegaan van de harmonieregel. Dit wil zeggen dat indien het gebouw of delen ervan niet behouden dienen te worden, geldt de harmonieregel voor het bepalen van de bouwhoogte, de kroonlijsthoogte, de bouwdiepte, de vrije hoogte, de terreinbezetting en de plaatsing van de gebouwen. Aspecten zoals gevelmaterialen zitten niet vervat in de harmonieregel van het RUP Eilandje om meer flexibiliteit naar accentbebouwing toe te laten. Sowieso wordt bij de vergunningverlening en het richtinggevend advies van de welstandscommissie rekening gehouden met de krijtlijnen van de Architectuurnota die pleit voor no-nonsense pakhuisarchitectuur eigen aan het Eilandje. Accentbebouwing in het bestaande weefsel wordt slechts in bepaalde gevallen toegestaan waarbij door de Welstandscommissie steeds de dialoog met de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit en welstand wordt nagegaan.
In een omgeving waar de bestaande bebouwing homogene kenmerken vertoont, moeten de op te richten of de te verbouwen gebouwen zodanig worden ontworpen dat ze in harmonie zijn met de kenmerken van de omgeving. Bij toepassing van de harmonieregel kijkt met naar de aangrenzende gebouwen, naar de straatwand of naar een ander ruimtelijk geheel. Men bekijkt het gebouw steeds vanuit een logisch geheel in de omgeving waar een harmonische samenhang merkbaar is.
De bouwdiepte bijvoorbeeld wordt in de eerste plaats bepaald door de harmonieregel. Voor nieuwbouw, functiewijzigingen en verbouwing met volumewijziging gelden ook afmetingen waarbinnen alle gebouwen van de bestemmingszone moeten vallen en die met de harmonieregel niet overschreden kunnen worden: de bouwdiepte voor de gebouwen bedraagt maximaal 24 meter op het gelijkvloers en 14 meter op de verdiepingen. In de zone voor bestaand weefsel waar de harmonieregel geldt is geen maximum bouwhoogte opgenomen. Reden hiertoe is te verhinderen dat bestaande lagere bebouwing onder druk komt te staan van afbraak en nieuwbouw met maximum kroonlijsthoogte. De ervaring bij de dienst stedenbouwkundige vergunningen leert dat deze praktijk courant voorkomt op het Eilandje en leidt tot vrij veel kaalslag van beeldbepalende gebouwen. In het RUP Eilandje willen we deze praktijk tegengaan door de dubbele inzet van de CHE-regel en de harmonieregel. Deze regels draaien de regelgeving om en maken het bestaande als referentie voor het nieuwe waardoor hoge gebouwen in weefsel met lagere gebouwen niet mogelijk zijn (bijvoorbeeld delen van de Londen-Amsterdamstraat) en bijvoorbeeld afwijkende hoogbouw in het CHE-gebied aan de Brouwersvliet niet mogelijk is. De mediaanhoogte van de monumentale pakhuizen is daar allesbepalend voor nieuwe bouwhoogte.
Figuur 16
Samenvattend kan gesteld worden dat de regels (die zijn doorvertaald in de voorschriften van dit RUP) aangaande de culturele, historische en/of esthetische waarde (de CHE-regel), de harmonieregel en de maximale bouwdiepte zijn een trapconstructie en moeten op een correcte manier ten opzichte van elkaar toegepast worden. De CHE-regel primeert boven alle andere voorschriften. Een gebouw of een deel van het gebouw dat waardevol is moet blijven bestaan en hersteld worden. Hier gelden tegenstrijdige regels (met inbegrip van de harmonieregel en de maximale bouwdiepte) niet. Wanneer iets niet zo waardevol is dat het behouden moet blijven vanuit cultuurhistorisch perspectief geldt de harmonieregel. Maar deze harmonieregel heeft een limiet op het vlak van bouwdiepte. Indien de harmonieregel vraagt om dieper te bouwen dan de maximale bouwdiepte, geldt de harmonieregel met betrekking tot de bouwdiepte niet, maar wel de regel van de maximale bouwdiepte.
Verder stelt het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur in haar generieke regels dat in de mate van het mogelijke open binnengebieden met een groen karakter in de bouwblokken dienen gecreëerd te worden. Dit veronderstelt een ontpittingsbeleid dat evenwel steeds dient afgewogen te worden ten opzichte van het wenselijke behoud van bepaalde pakhuizen met een grotere bouwdiepte. In bepaalde gevallen kan dit leiden tot deels ontpitting, deels behoud van de meest waardevolle delen van een pakhuis. Dit veronderstelt sowieso steeds een kritische en nauwgezette afweging vanuit het duurzaam ruimtelijk ordeningsbeleid zoals weergegeven in het Beeldkwaliteitplan voor de Architectuur.
Ten slotte dienen in geval van een ondergrondse parking parkinginritten mee geïntegreerd te worden in het gebouw op een kwalitatieve manier en in een gepaste verhouding tot het gebouw zelf. Doodse gevels dienen vermeden te worden.
Opmerking: Het Koninklijk Entrepotgebouw als afwerking van de AMCA-site uit de jaren ’90 aan de rand van het Willemdok is opgenomen in het artikel van het bestaand weefsel of de bestaande bouwblokken omwille van de specifieke randvoorwaarden die het Masterplan Eilandje stelt aan dit project naar inpassing in het bestaand weefsel van de Oude Dokken. Zo doorbreekt het Koninklijk Entrepotgebouw aan het Willemdok als woongebouw de geplande monofunctionele invulling van de AMCA-site als maritieme kantoorzone en past het zich vormelijk naadloos in in de wanden met pakhuizen die de Oude Dokken begrenzen.
Nieuwe samengestelde bouwblokken aan de dokranden In de nieuwe bouwblokken aan de dokranden van de Cadixwijk en het hoekblok aan de Oude Dokken en de Rijnkaai ligt de nadruk op het creëren van een woonweefsel ondersteund door andere functies. De voorgestelde morfologie door het Masterplan is er één van verderzetting van de bestaande orthogonale bouwblokkenstructuur. Ten aanzien van de nieuwe bouwblokken aan de randen van de Cadixwijk die door de Haven aan de Stad zullen worden overgedragen (en dus in eigendom van de Stad komen) zijn bestemmingswijzigingen aangebracht ten opzichte van het RUP Cadix om het toekomstige woonweefsel in de Cadix nog te versterken. Zo zijn de bouwblokken niet langer ingekleurd als zone voor centrumfuncties maar als zone voor wonen zodat de beoogde ontwikkeling van 75% wonen met bijbehorende wijkvoorzieningen (4%) en ‘slechts’ 21% kantoren en handel duidelijk wordt benadrukt. Sowieso zijn en zullen op basis van het RUP Cadix door de Stad Antwerpen geen gronden worden uitgegeven zodat geen sprake is van wijzigingen qua randvoorwaarden ingevolge het RUP Eilandje tegenover andere eigenaars dan de Stad.
Figuur 17
Torens op het Eilandje
Figuur 18
Figuur 18
Bijzondere gebouwen: Rijnkaaisite en Cadixhart
Gebouwen en bouwblokken met stedelijke functies aan de Italiëlei en op de kop van de Montevideowijk In een stadswijk zoals het Eilandje moet ook ruimte worden voorzien voor stedelijke centrumfuncties zoals voorzieningen, kantoren, publiekstrekkende functies… Waar in het woonweefsel deze functies beperkt kunnen voorkomen naast de hoofdfunctie wonen worden in de bouwblokken en gebouwen met stedelijke functies een ruimere invulling met dergelijke functies toegelaten. Sowieso is het wonen ook steeds toegelaten als programma.
Figuur 19
Dynamische watervlakken (Wa)
Het Waterplan Eilandje projecteert een stedelijk waterprogramma op de watervlakken van het Eilandje. In twee fasen wordt de uitbouw van de dokken met een recreatief, cultureel en woonprogramma weergeven met een museumhaven in het Bonapartedok, jachthavens in het Willem- en Kempisch dok, een opstapplaats voor rondvaarten aan de Londenbrug, aanmeerplaats voor riviercruises in het Kattendijkdok, woonbotenclusters in het Houtdok en aan de rand van het Kempisch dok. Daarnaast is er ruimte voor flexibele liplaatsen voor horecaboten en schepen van socio-culturele verenigingen. Ook walvoorzieningen en nautische infrastructuur (kaaimuren, steigers en bruggen) staan ingepland. Het RUP Eilandje wil de uitbouw van een stedelijk waterprogramma en ondersteunende nautische infrastructuur en voorzieningen mogelijk maken. Het desbetreffende voorschrift is ruim en flexibel opgesteld. In praktijk is er een werkgroep Water waarin afstemming wordt gezocht met de havenkapiteinsdienst van het havenbedrijf inzake toekenning van ligplaatsen en uitbouw van nautische infrastructuur.
Kwalitatieve publieke ruimte (Pu)
Extra impulsen voor reca en detailhandel langs dokken, pleinen en wijkassen; ruimte voor creatieve economie
Naar analogie met het BPA Eilandje wordt in het voorliggende RUP met een overdruk of blauwe lijnaanduiding gewerkt die reca en detailhandel ter plaatse eveneens toelaat op de eerste verdieping. Dit wil zeggen dat op die plekken ruimere randvoorwaarden worden gesteld ten aanzien van reca en detailhandel met de bedoeling ze extra impulsen te geven. Ruimtelijk wordt gekozen voor dit beleid langs de voornaamste wijkassen: Culturele noord zuidas, Londen-Amsterdamstraat en Kattendijk Oostkaai. Aanvullend wordt aan de randen van de voornaamste dokken met name het Bonaparte- en Willemdok en het Kattendijkdok eenzelfde beleid gevoerd. De randen van Hout- en Kempisch dok wensen we omwille van het woonkarakter van de Cadixwijk niet extra te stimuleren voor reca en detailhandel. Ten slotte krijgen handel en reca ook meer kansen aan het wijkplein Cadix.
Naar oppervlaktebegrenzing van restaurants, cafés en detailhandel wordt eveneens een gedifferentieerd beleid gevoerd dat gelinkt is aan bepaalde plekken langs dokken en wijkassen. Zo wordt een ruimere netto-handelsoppervlakte toegelaten op kruisingen van wijk- en stadsassen: de hoek Amsterdamstraat-Rijnkaai (OUDE DOKKEN B1, B2), de hoek Londenstraat-Kattendijkdok Oostkaai (CADIX A4, A5)en de Noorderplaats (OUDE DOKKEN H1, H2, H4-H8; CADIX D5, D6). Aan het toekomstige Limaplein, Mexicoplein en Wijkplein Cadix gelden eveneens ruimere nho’s (MONTEVIDEO B1, C1; CADIX A1, B5). Voor de torens is een beleid op maat uitgestippeld dat eveneens ruimte laat voor reca op de hoogste verdieping (bijvoorbeeld panoramarestaurant) of in de Londentower in de bouwlaag waar de parkbrug over de Italiëlei aanlandt.
Het RUP Eilandje wil ook ruimte bieden voor de zogenaamde creatieve economie via de bestemming van ateliers als zijnde ‘werkruimten waar creatieve processen worden verricht (mode, design, media, beeldende kunsten…).
Opmerking: De in het voorontwerp RUP Eilandje gevolgde piste om reca te begrenzen op basis van personencapaciteit is om juridische redenen niet weerhouden zodat vanaf het ontwerp enkel oppervlaktebegrenzingen zijn opgenomen.
Figuur 20
4 VOORSCHRIFTEN 4.1 Stedenbouwkundige voorschriften
De bovenstaande richtinggevende visie is doorvertaald in de bindende stedenbouwkundige voorschriften van dit RUP, waarvan een aparte bundel is opgemaakt met een bijbehorende bindend grafisch plan. De bundel van de voorschriften bevat:
4.1.1 Algemene voorschriften De algemene voorschriften onder hoofdstuk 0 in de bundel van de voorschriften zijn van toepassing op het ganse plangebied zoals aangegeven op het grafisch plan.
4.1.1.1 Inleiding
De voorschriften worden toegepast op het perceel/de percelen waarop de handelingen of bouwwerken betrekking hebben en op alle aangrenzende percelen binnen een bepaalde zone die in de feiten met het desbetreffende perceel zijn verbonden (bijvoorbeeld door doorgeslagen scheimuren).
De voorschriften worden dus niet perceelsgewijs toegepast. De beoordeling van de verenigbaarheid met de voorschriften gaat uit van het te realiseren bouwwerk, zijnde het geheel van constructies en al dan niet open ruimten, die functioneel of materieel samenhangen.
Vaak zijn er meerdere gebouwen aanwezig op een perceel of is een gebouw uitgestrekt over meerdere percelen. Een bouwaanvraag moet steeds alle informatie bevatten waardoor men op de plannen alle onderstaande voorschriften kan controleren. Gebouwen die fysisch verbonden zijn, bijvoorbeeld door doorgeslagen scheimuren, worden beschouwd als één geheel, ongeacht de percelering.
4.1.1.2 Ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit
In de voorschriften is eveneens een artikel met betrekking tot algemene ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit opgenomen dat bepaalt:
Op stadsniveau wordt duurzame stedenbouw als volgt gedefinieerd: ‘Stedenbouw die in alle stadia van het planproces maximaal kansen en mogelijkheden benut om een hoge ruimtelijke kwaliteit in combinatie met een hoge milieukwaliteit tot stand te brengen, en die deze in de tijd weet te handhaven, zodat ook toekomstige generaties daarin delen’.
Ruimtelijke kwaliteit is nauw verbonden met:
Milieukwaliteit gaat over:
Algemene ruimtelijke kwaliteit komt als volgt aan bod in de voorschriften:
In functie van de gewenste beeld- en belevingskwaliteit moeten de constructies en de inrichting van het gebied kwaliteitsvol uitgevoerd worden. Zowel de architectuur van de gebouwen als de vormgeving en inrichting van de buitenruimte moeten bijdragen tot een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. Het Masterplan Eilandje, het Beeldkwaliteitplan Buitenruimte Eilandje, het Waterplan, het Groenplan en het Beeldkwaliteitplan Architectuur Eilandje vormen het afwegingskader voor het beoordelen van deze ruimtelijke kwaliteit en de goede ruimtelijke ordening.
Alle constructies moeten uitgevoerd worden met het oog op de functionaliteit (het gebruik van de ruimten), de herkenbaarheid (aard van de activiteiten en locatie) en het verhogen van de beeldkwaliteit (plaatsing en vormgeving).
Algemene milieukwaliteit als volgt aan bod in de voorschriften:
De constructies en de inrichting van het gebied moeten voldoen aan de gewenste kwaliteit op het vlak van milieu. Zowel de vormgeving en uitrusting van de gebouwen als de inrichting en uitrusting van de buitenruimte moeten een zo minimaal mogelijke milieubelasting tot stand brengen (en waar mogelijk een verbetering van het milieu en een verhoging van de leefbaarheid). Het Masterplan Duurzaamheid Cadix-Eilandje, maar ook de volgende beleidsplannen vormen het richtinggevende afwegingsskader voor het beoordelen van de duurzaamheid:
4.1.1.3 Afstemming categorieën van gebiedsaanduiding Vlaams Codex
In artikel 2.2.3, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering op 15 mei 2009, wordt opgelegd dat een stedenbouwkundig voorschrift ten allen tijden sorteert onder een categorie of subcategorie van gebiedsaanduiding. In de volgende tabel wordt aangegeven in welke categorie elke bestemmingszone uit voorliggend RUP valt.
In een stedenbouwkundige vergunning betreffende een bestaande hoofdzakelijk vergunde constructie die krachtens decreet definitief of voorlopig beschermd is als monument, of deel uitmaakt van een krachtens decreet definitief of voorlopig beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, kan worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften, voor zover de betrokken handelingen gunstig worden geadviseerd vanuit het beleidsdomein onroerende erfgoed.
4.1.1.4 Archeologisch patrimonium
Elke bouwaanvraag met bodemverstoring wordt afgetoetst aan de aanbevelingen van de stedelijke dienst archeologie over de waarschijnlijkheid van archeologische vondsten op het terrein.
4.1.1.5 Draagkracht
De aard en grootte van de functie, de typologie en schaal van een project worden afgetoetst aan de draagkracht van de omgeving. De functie kan overlast genereren door middel van onder andere geluidsproductie, parkeerdruk, mobiliteitsgeneratie, laden en lossen, dag- en nachtactiviteiten. Indien de te verwachten overlast te groot is tegenover de draagkracht van de omgeving, kan een vermindering van het programma, een vermenging van functies of andere bijkomende maatregelen opgelegd worden.
Bedrijven die hinderlijk zijn voor een woonomgeving zoals handelszaken in brandbare, giftige of explosieve stoffen of bedrijven die lawaai-, stof- of geurhinder ontwikkelen zijn over het hele plangebied niet toegelaten.
4.1.1.6 Overgangsmaatregel
Deze overgangsmaatregel heeft enkel betrekking op de bestaande hoofdzakelijk vergunde en niet-verkrotte constructies. Hier wordt de definitie van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening gebruikt.
Figuur 21
Deze overgangsmaatregel heeft geen betrekking op bouwaanvragen met functiewijzigingen, nieuwbouw, herbouw en verbouwingen met volume-uitbreiding.
Indien de bestaande bebouwing niet voldoet aan de voorschriften van dit RUP, dan vormen de stedenbouwkundige voorschriften met betrekking tot de bestemming en de inrichting op zichzelf geen weigeringsgrond bij de beoordeling van aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning.
De vigerende wetgeving van de Vlaamse Codex aangaande zonevreemde constructies blijft natuurlijk onverwijld geldig zonder dat dit expliciet wordt vermeld in de stedenbouwkundige voorschriften.
4.1.1.7 Parkeren en toegangen
Deze voorschriften gelden niet voor de zone voor publiek domein. Indien parkeren wordt voorzien op het perceel, dient dit ondergronds georganiseerd te worden.
De toegang naar een eventuele ondergrondse parkeergarage is in het gebouw gesitueerd. In- of uitritten van deze parkeergarages kunnen niet op het publiek domein gesitueerd worden.
Het aantal parkeerplaatsen is beperkt tot deze noodzakelijk voor het functioneren van het project of de instelling zelf. De maximum gebouwgebonden parkeernormen zijn vastgelegd in onderstaande tabel.
Als vloeroppervlakte wordt de bruto-vloeroppervlakte van die functie in rekening genomen. De getallen die bekomen worden door de toepassing van de normen uit bovenstaande tabel wordt afgerond tot op de lagere eenheid.
Door uit te gaan van een maximum parkeernorm van 1,5 / woning kunnen voor alle woningen (ook kleine) parkeerplaatsen ondergronds voorzien worden en wordt tegemoet gekomen aan de vraag om voldoende stallingscapaciteit te voorzien voor auto’s ondergronds (weg van het maaiveld). Deze norm refereert naar gangbare parkeernormen voor stedelijke gebieden (CROW, Vademecum mobiliteit, Gent, Leuven) en voorziet maximaal iets meer marge in het ondergrondse stallingsaanbod waardoor de parkeeroverlast op de straat beperkt wordt. Voor woningen wordt gemiddeld uitgegaan van een woning van 70 à 80 m² bvo.
Bij grootschalige handelszaken met netto-handelsoppervlakte (nho) > 1000m², groothandelsbedrijf, bedrijvigheid, zorginstellingen, sportcomplexen, vrije tijdsinstellingen, gemeenschapsvoorzieningen, activiteiten op het water en publieke parkings wordt de parkeernorm bepaald op basis van het aantal gebruikers, de schaal, het type van gebruik, de capaciteit van de openbare weg en de draagkracht van de omgeving. In geval van bijkomende bijzondere voorschriften aangaande parkeren en toegangen worden deze weergegeven in de bijzondere voorschriften per artikel.
4.1.1.8 Overige
4.1.2 Bijzondere voorschriften De bijzondere voorschriften onder hoofdstuk 1 in de bundel van de voorschriften zijn van toepassing op bepaalde bouwblokken die steeds per artikel staan aangegeven en eveneens op het grafisch plan. Hierin zijn volgende artikels opgenomen:
De artikels zijn telkens opgedeeld in bestemmings- en inrichtingsvoorschriften. De bestemmingsvoorschriften geven aan welke functies al dan niet toegelaten zijn en onder welke voorwaarden (binnen welke grenzen). Hier wordt het principe van hoofd- en nevenfuncties gehanteerd in die zin dat hoofdfuncties zonder beperkingen zijn toegelaten en nevenfuncties met beperkingen. Industrie en logistiek zijn nergens toegelaten.
In alle zones zijn gemeenschapsvoorzieningen als hoofdfunctie toegelaten. Dit heeft als reden om meer flexibiliteit in te bouwen naar de creatie van gepaste gemeenschaps- en wijkvoorzieningen door de Stad. Aan deze hoofdfunctie is evenwel geen voorkooprechtregeling gekoppeld zodat deze bepaling geen druk zal uitoefenen op private eigendommen.
In de zones voor wonen (Wo1 en Wo2) is wonen onbeperkt toegelaten als hoofdfunctie. Hierdoor kan een stimuleringsbeleid voor wonen in het bestaand en nieuw bouwblokweefsel worden gevoerd (waarbij de nieuwe bouwblokken in regie van de Stad zullen worden ontwikkeld met de nadruk op het wonen). Kantoren kunnen er conform aan de visie van het s-RSA tot 1500m². Restaurants en cafés in principe enkel op het gelijkvloers tenzij de overlay reca en detailhandel dit anders bepaalt (in dit geval ook toegelaten op eerste verdieping).
In de zones voor centrumfuncties, slechts beperkt voorkomend in het plangebied, zijn naast wonen en gemeenschapsvoorzieningen meerdere functies onbeperkt toegelaten gaande van hotels en vrijetijdsvoorzieningen tot (in artikel 5) alle functies.
In de inrichtingsvoorschriften komen aspecten als bouwhoogte, bouwdiepte, gevelvlak, open ruimte… aan bod. De voorschriften uit artikel 2 met betrekking tot de nieuwe samengestelde bouwblokken zullen verder worden verfijnd in verkavelingsplannen die door de stad als eigenaar van de gronden zullen worden opgemaakt. In een laatste trap worden nog extra ruimtelijke en milieukwaliteitsvoorwaarden opgelegd in verkoopbundels. 4.1.3 Terminologie In hoofdstuk 2 van de bundel van de voorschriften is een verklarende woordenlijst opgenomen conform aan de terminologie die zal gehanteerd worden in de nieuwe RUP’s van de stad Antwerpen. Hieronder staan een aantal verduidelijkende opmerkingen aangaande de gehanteerde terminologie opgesomd.
Figuur 22
Figuur 22 4.2 Op te heffen voorschriften 4.2.1 Op te heffen Gewestplan voorschriften Bij de inwerkingtreding van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Eilandje worden de voorschriften van de bestemmingen van het Gewestplan nr. 14 Antwerpen (KB 03/10/1979), die binnen de begrenzing van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan liggen, opgeheven en vervangen door de voorschriften van het gemeentelijk uitvoeringsplan. Volgende bestemmingen zijn terug te vinden in het plangebied: ‘woongebied’ en ‘zone voor waterwegen’. Een deel van het woongebied (omgeving Brouwersvliet) is bestemd als cultureel, esthetisch en historisch waardevol gebied.
Het KB van 28/12/72 definieert een woongebied als: “De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.”
Ten noorden van het Sasdok (ter hoogte van de Droogdokken) volgt de grenslijn van het plangebied RUP Eilandje om redenen van logische ruimtelijke afbakening de westrand van het Kattendijkdok. De hier voorkomende gewestplanbestemming ‘zone voor waterwegen’ is zodoende nog niet overschreven door het BPA Eilandje maar wordt dus door RUP Eilandje opgeheven en vervangen door ‘zone voor water’ (Wa). 4.2.2 Op te heffen bestemmingsvoorschriften BPA Eilandje en RUP Cadix Voorliggend RUP betreft een herziening van het BPA Eilandje en het RUP Cadix. Concreet worden het BPA Eilandje en het RUP Cadix integraal opgeheven door het RUP Eilandje.
Van het BPA Eilandje worden in concreto de volgende artikels opgeheven door het RUP Eilandje:
De onderstaande artikels van BPA Eilandje zijn reeds opgeheven door RUP Cadix aangezien ze enkel betrekking hadden op het deelplan Cadix. Voor de volledigheid en ten informatieve titel worden ze hier nog eens opgesomd:
Van het RUP Cadix worden in concreto volgende artikels opgeheven door het RUP Eilandje:
4.2.3 Op te heffen verkavelings- en rooilijnplannen Er komt één verkavelingsplan voor in het plangebied (CADIX C2, nr. 20112, CBS 22/04/2011) en dat wordt niet opgeheven door het RUP Eilandje. 4.3 Ruimteboekhouding
Het plangebied is bestemd als ‘woongebied’ en ‘zone voor waterkopen’ volgens het geldende Gewestplan. De bestemming ‘woongebied’ en ‘zone voor waterlopen’ wordt opgeheven en vervangen door de bestemmingen van het RUP Eilandje. 4.4 Planschade en planbaten
Overeenkomstig artikel 2.2.2. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient een ruimtelijk uitvoeringsplan een register te bevatten van de percelen waarop een bestemmingswijziging wordt doorgevoerd die aanleiding kan geven tot een planschadevergoeding, een planbatenheffing of een kapitaal-of gebruikersschadecompensatie ingevolge een bestemmingswijziging of overdruk. Aangezien er geen bestemmingswijzigingen worden doorgevoerd ten opzichte van het BPA Eilandje en het RUP Cadix en er dus ook geen aanleiding is voor een planschadevergoeding, een planbatenheffing of een kapitaal-of gebruikersschadecompensatie is dergelijk register voor dit RUP niet noodzakelijk.
De regeling over de planschade is terug te vinden in artikel 2.6.1 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De regeling over de planbatenheffing is te vinden in artikel 2.6.4 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De regeling over de kapitaalschadecompensatie is te vinden in artikel 6.2.1. en volgende van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid.
De regeling over de gebruikerscompensatie is te vinden in het decreet van 27 maart 2009 houdende vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie bij bestemmingswijzigingen, overdrukken en erfdienstbaarheden tot openbaar nut. De tekst van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en van het decreet gronden pandenbeleid kan geraadpleegd worden op www.ruimtelijkeordening.be, rubriek wetgeving. De tekst van het decreet gebruikerscompensatie kan geraadpleegd worden op www.codex.vlaanderen.be, zoekterm “gebruikerscompensatie”.
5 PLANNEN Het plan van de bestaande feitelijke en juridische toestand en het grafisch plan zijn als vouwplan opgenomen in de RUP-bundel.
Figuur 23
Figuur 23 6 BIJLAGEN 6.1 Watertoets
Het plangebied Eilandje ligt in een waterrijk gebied. Ten westen van het projectgebied loopt de Schelde. Het Eilandje vormt een kunstmatig opgehoogd en genivelleerd stuk land, dat deel uitmaakte van de 19de eeuwse havenontwikkeling van Antwerpen. Oorspronkelijk was het gebied een moerassige zone, gelegen aan de monding van het Schijn in de Schelde. Door de ontwikkeling van de Antwerpse haven is deze natuurlijke waterloop echter omgeleid rondom het havengebied. In het plangebied zijn geen relicten meer aanwezig van deze waterloop. Het waterpeil van de dokken wordt op een kunstmatige wijze op peil gehouden. Overstromingsgevaar vanuit de Schelde wordt tegengegaan door de waterkering langs de Schelde. De waterkering wordt in het kader van het geauctaliseerd sigmaplan verhoogd evenals de waterkerende sluisdeuren die toegang verlenen tot de dokken van het Eilandje. Alle watertoetskaarten werden geraadpleegd: de hellingenkaart, de kaart met erosiegevoelige gebieden, de winterbed-kaart, de kaart met overstromingsgevoelige gebieden, de kaart met grondwaterstromingsgevoelige gebieden en de kaart met infiltratiegevoelige bodems. De meest relevante watertoetskaarten voor het studiegebied worden hieronder besproken. Uit de kaart met overstromingsgevoelige gebieden kan worden afgeleid dat het plangebied niet overstromingsgevoelig is.
De kaart met de gebieden die gevoelig zijn voor grondwaterstroming werd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er minder of meer aandacht moet uitgaan naar de effecten van ingrepen op de grondwaterstroming. Met grondwaterstroming wordt vooral de laterale beweging van grondwater doorheen de ondergrond en de toestroming door kwel bedoeld. Voor de watertoets, die onder meer van belang is voor het evalueren van geplande bouwwerken, gaat de aandacht in de eerste plaats uit naar de ondiepe grondwaterstroming. Deze stroming kan worden beïnvloed of verstoord door ondergrondse constructies: tunnels, schachten, kelders, ondergrondse garages, damwanden, kwelschermen en dergelijke. Voor dergelijke constructies zijn meestal ook uitgravingen nodig, en vaak gaat de aanleg of de instandhouding ervan ook gepaard met het onttrekken van grondwater door drainering, tijdelijke bemaling of permanente bemaling. Ingevolge de vele watervlakken in de nabijheid van het projectgebied is het volledige projectgebied gelegen in een zone die zeer gevoelig is voor grondwaterstroming (type 1). Wanneer in deze zone ondergrondse constructies gebouwd worden met een diepte van meer dan 3 m of een horizontale lengte van meer dan 50 m, dient advies aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie. Bij de oprichting en constructie van de gebouwen en gerelateerde ondergrondse constructies (parkings) dient extra aandacht uit te gaan naar deze (grond) waterproblematiek. Het risico is reëel dat men zeer sterk moet bemalen waardoor verzakkingen in de omgeving kunnen optreden. Het opstellen van een retourbemaling is hiervoor een mogelijke oplossing. Dit wordt reeds opgelegd in de stedenbouwkundige verordening ‘Bouwcode’ die vandaag de goedkeuringsprocedure doorloopt. Aandachtspunt in dit onderzoek is ondermeer het nagaan van de stabiliteit en de waterdichtheid van de bestaande kaaimuren.
De kaart met infiltratiegevoelige gebieden toont voor het ganse plangebied niet infiltratiegevoelige bodems. Dit wil zeggen dat ze niet geschikt zijn voor infiltratie. De reden voor hun ongeschiktheid voor infiltratie ligt waarschijnlijk in het feit dat het plangebied volledig verhard en/of bebouwd is.
Momenteel is het plangebied voorzien van een gemengd rioleringsstelsel. hemelwater en afvalwater worden gemend afgevoerd via de Royerssluis naar de RWZI Kielsbroek gelegen ten zuiden van het stadscentrum op enkele kilometers van het plangebied. Er zijn evenwel plannen (maken geen deel uit van voorliggend RUP) om het plangebied op termijn af te koppelen en te voorzien van een gescheiden rioleringsstelsel.
6.1.1 Het plan De realisatie van het RUP brengt geen noemenswaardige toename van de verharde oppervlakte met zich mee (het plangebied is reeds volledig verhard). Goedkeuring van het RUP zal eerder leiden tot een beperkte afname van de verharde oppervlakte (creatie van open, groene binnengebieden in sommige bouwblokken, aanleg van plantvakken op het openbaar domein). Het plan voorziet ook dat voldaan wordt aan de normen vastgelegd in de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening m.b.t. de opvang en afvoer van hemelwater. Voor de nieuw te bouwen delen van de Cadixwijk in het plangebied ligt de ruimtelijke regie in de handen van de stad Antwerpen. Dit stelt de stad in staat om bijkomende maatregelen omtrent het integraal waterbeheer in het plangebied op te leggen in het kader van verkavelingsplannen en/of verkoop onder voorwaarden. 6.1.2 Beschrijving en beoordeling effecten Conform artikel 8 van het decreet inzake integraal waterbeleid moet het RUP in het kader van de planvorming en het vergunningenbeleid getoetst worden op de watergerelateerde aspecten. 6.1.3 Watertoets op planniveau Een eerste toetsing gebeurt op het planningsniveau. Zoals reeds gesteld ligt het plangebied niet in een recent overstroomd gebied of in een risicogebied voor overstromingen. Het volledige plangebied is gelegen in een zone die zeer gevoelig is voor grondwaterstroming (type 1). Wanneer in deze zone ondergrondse constructies gebouwd worden met een diepte van meer dan 3 m of een horizontale lengte van meer dan 50 m, dient advies aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie. De kaart met infiltratiegevoelige gebieden toont voor het ganse plangebied Cadix niet infiltratiegevoelige bodems. Dit wil zeggen dat de bodem in het plangebied niet geschikt is voor infiltratie.
In deze fase kan reeds gesteld dat in de geplande situatie:
6.1.4 Watertoets op projectniveau Een tweede toetsing situeert zich op het inrichtings- en kavelniveau en gebeurt in een latere fase, wanneer meer nauwkeurige technische informatie beschikbaar is met betrekking tot de uitvoering van de diverse bouwwerken. Dit situeert zich op het vergunningenniveau, in het kader van de aanvragen van de vereiste stedenbouwkundige vergunningen.
Indien bemaling noodzakelijk is voor de aanleg van ondergrondse constructies, zal om de stabiliteit van de nabijgelegen weginfrastructuur niet in het gedrang te brengen, voor de concrete bouwprojecten waarbij bemaling nodig is, een technische studie moeten uitwijzen of maatregelen nodig zijn om de stabiliteit te garanderen. Conform art. 8 van het decreet integraal waterbeleid moet deze informatie voor concrete projecten aangeleverd worden bij de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning.
6.2 MER-Screening 6.2.1 Inleiding
6.2.1.1 Inlichtingen en coördinaten initiatiefnemer
De initiatiefnemer voor het opstellen van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Eilandje is de stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen. 6.2.1.2 Aanleiding voor de opmaak van het RUP
Technische aanpassingen n.a.v. problemen bij de vergunningenverlening Het bijzonder plan van aanleg Eilandje, met deelplannen Cadixwijk, Montevideo en Oude Dokken, werd goedgekeurd bij ministerieel besluit op 15 december 2005. In deze vijf jaar zijn er heel wat praktische problemen opgedoken bij de dagelijkse vergunningenverlening op basis van dit BPA. Met de overgang van bijzondere plannen van aanleg naar ruimtelijke uitvoeringsplannen, is de tijd gekomen om ook het BPA Eilandje om te zetten in een ruimtelijk uitvoeringsplan op basis van opmerkingen van de dienst stedenbouwkundige vergunningen en volgens de standaardisering van vorm van de andere RUP’s. De voorschriften van het aanpalend RUP Binnenstad, dat eveneens een aantal oudere BPA’s vervangt en overkoepelt, vormen de basis voor die van het RUP Eilandje.
Een algemene opmerking bij de dienst stedenbouwkundige vergunningen is dat de voorschriften van het BPA Eilandje te ingewikkeld zijn. Dit leidt tot verwarring, misinterpretatie en discussie bij de vergunningsaanvraag. Naast deze algemene opmerking vormen de volgende onderwerpen aandachtspunten bij de opmaak van een nieuw RUP:
Aanpassingen om het onder druk staand bestaande weefsel beter te kunnen beschermen Het BPA Eilandje voorzag oorspronkelijk in de opmaak van een CHE-rapport bij elke vergunnings-aanvraag, om de impact van projecten op de culturele, historische en esthetische waarde van hun omgeving na te gaan. De randvoorwaarde van een CHE-rapport had aldus tot doel om de bestaande waardevolle en beeldbepalende bebouwing maximaal te behouden en een interessante mix te krijgen tussen oud en nieuw. Maar een dergelijk CHE-rapport werd om juridisch-technische redenen bij het ministeriële besluit ter definitieve bekrachtiging van het BPA in extremis geschrapt. Daardoor leek het goedgekeurde BPA volledig op maat geschreven van nieuwbouw. Het bestaande weefsel kwam zeer sterk onder druk te staan en vijf jaar na de goedkeuring van het BPA zien wij hier de gevolgen van.
Hoewel nieuwbouw een belangrijke stimulans kan geven aan een wijk, bepaalt het bestaand weefsel sterk de identiteit van de wijk en geeft de wijk een historische gelaagdheid. Het masterplan van het Eilandje, de beeldkwaliteitplannen en het BPA Eilandje – zoals het oorspronkelijk was opgevat – hadden tot doel een evenwichtige mix te bekomen van nieuwbouw en behoud van / omvorming tot woningen van het bestaande weefsel. Maar door het schrappen van het CHE-rapport heeft het BPA in zijn huidige vorm dit niet altijd kunnen realiseren.
Het is vandaag dringend tijd om het BPA aan te passen zodat de bestaande waardevolle en beeldbepalende bebouwing behouden blijft en men een interessante mix krijgt tussen oud en nieuw. Hier worden verschillende grote en kleine veranderingen aan de voorschriften grafische plan van het BPA Eilandje voorgesteld:
Aanpassingen om een mix van functies stimuleren Het masterplan Eilandje en alle volgende documenten gaan ervan uit dat het Eilandje een voortzetting moet zijn van de binnenstad. Dit betekent dat er grootschalige stedelijke functies en verweving aanwezig moeten zijn. Het Eilandje is dus een woongebied zoals geïnterpreteerd in het gewestplan. Toch heeft het BPA Eilandje ervoor gekozen om specifiek de woonfunctie te beschermen, door een verplichting in te voeren van 50% woningen per gebouw in vele zones. Dit is een zeer krachtige regel om het wonen maximaal te stimuleren, maar het remt een mix van functies eerder af.
Een gebouw opdelen werkt goed als het om een opdeling tussen gelijkvloers en bovenliggende verdiepingen gaat. Vanaf het moment dat men in een bestaand gebouw de circulatieruimte moet opsplitsen tussen de verschillende functies wordt dit al moeilijker. We zien op het Eilandje dat de binnenstedelijke mix sterk wordt afgeremd en sommige functies zoals hotels en gemeenschapsfuncties worden zelfs onmogelijk gemaakt in deze zones.
Gemeenschapsfuncties zijn woonondersteunende functies en moeten overal toegelaten worden in een woonwijk gelegen in de “harde ruggengraat” (zie planningscontext). Zij zorgen ervoor dat er geen monofunctionele wijk ontstaat en dat er een positieve mix van functies mogelijk wordt. Een hotel komt slechts sporadisch voor en zal in het RUP Eilandje naar analogie met het RUP Binnenstad – in opmaak worden beperkt op haar schaal in een woonzone. Voor andere functies gelden de beperkingen zoals ze vandaag in het BPA Eilandje zijn opgenomen, enkel de strikte 50% woningen-regel wordt weggelaten. Dit komt de flexibiliteit en dynamiek van de functionele verweving op het Eilandje ten goede.
Inpassing van het RUP Cadix Het RUP Cadix, dat goedgekeurd werd door de deputatie op 25 februari 2010, hield een gedeeltelijk herziening in van de inrichting van het westelijk deel van het deelplan Cadixwijk van het BPA Eilandje. De aanleiding voor deze herziening was het feit dat een nieuwe tramlijn gepland wordt vanaf de Londenstraat door Kattendijkdok Oostkaai richting het Mexico-eiland. Om in Kattendijkdok Oostkaai een vrije trambedding te kunnen realiseren, was het noodzakelijk om de zone voor openbaar domein in deze straat te verbreden van 18,5 m naar 27,5 m. Daarbij werden de nieuwe bouwblokken ten westen van de straat opgeschoven richting Kattendijkdok. Voorts werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de stedenbouwkundige voorschriften aan te passen van de bouwblokken langs het Kattendijkdok en het Houtdok en van het douanegebouw. Tevens werd een onteigeningsplan toegevoegd om de parking van het douanegebouw om te kunnen vormen tot een publieke en groene ruimte voor de Cadixwijk. De bestemmingen en voorschriften van het pas zeer recent opgemaakte RUP Cadix zullen integraal overgenomen worden in het nieuwe RUP Eilandje.
6.2.2 Beleidsvisie en planningscontext 6.2.2.1 Juridische toestand
Gewestplan Op het gewestplan (KB 3/10/1979, herzien MB 28/10/1998 en 7/7/2000) wordt het ganse plangebied aangeduid als woongebied, behalve de zone ten zuiden van het Bonapartedok en het Willemdok, die aangeduid is als woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde.
BPA Eilandje en RUP Cadix De voorschriften van het gewestplan werden verfijnd via het BPA Eilandje (MB 15/5/2005), dat op zijn beurt voor een klein deel werd vervangen het RUP Cadix (goedkeuring deputatie 25/2/2010). Voor meer toelichting omtrent het tot stand komen van deze plannen verwijzen we naar hoofdstuk 1.
Beleidsvisie: strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) Het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) werd goedgekeurd in 2006 en vormt het beleidskader voor het ruimtelijk beleid van de stad Antwerpen.
Het Eilandje maakt deel uit van de strategische ruimte “harde ruggengraat”, het meest metropolitane gedeelte van de stad, dat zich uitstrekt langs de oostelijke oever van de Schelde en opnieuw meer binding zoekt met de rivier. Binnen de “harde ruggengraat” is het Eilandje aangeduid als één van de strategische projecten (de andere zijn Noorderlaan, Binnenstad, Centraal Station, Kaaien, Scheldebrug en oversteken, Zuid en Nieuw Zuid, Petroleum Zuid en Zuidelijke Scheldeboord.
Het Eilandje is in de bindende bepalingen van het s-RSA geselecteerd als een uit te voeren hefboomactie. Dit wil zeggen dat het stadsvernieuwingsproces in dit gebied moet uitgevoerd worden met als één van de doelstellingen “een kwalitatief openbaar domein inzetten als katalysator voor een duurzame wijk-ontwikkeling”. Deze beleidsdoelstelling is opgenomen in het bestuursakkoord 2007-2013.
De mogelijkheden voor een aanzienlijk contingent bijkomende woningen betekent een bijdrage tot het invullen van de eigen stedelijk woningbehoefte en de taakstelling inzake wonen vanuit het grootstedelijk gebied Antwerpen. Naast woningen is er ook ruimte voor bijkomende kantoren, horeca en gemeenschaps-voorzieningen op schaal van en in functie van de behoeften van de wijk. Aan de dokranden van het Kattendijkdok en het Houtdok worden de bestaande bedrijfsgebouwen en loodsen, die hun functie verloren (zullen) hebben en een barrière vormen tussen de centrale bouwblokken en het water, vervangen door bouwblokken naar analogie met de rest van het bebouwingsweefsel.
De opmaak van het s-RSA liep grosso modo parallel aan de opmaak van het Masterplan Eilandje (het Masterplan Eilandje dateert reeds van voor de start van het s-RSA), en de beleidsvisie van het s-RSA met betrekking tot het Eilandje bouwt logischerwijs voort op het Masterplan Eilandje, dat aldus ingepast werd in de ruimere visie op de “harde ruggengraat”. 6.3 Toetsing aan de plan-MER-plicht
Stap 1: Het RUP valt onder de definitie van een plan of programma.
Stap 2: Het RUP valt onder het toepassingsgebied van het DABM aangezien het een kader vormt voor stedenbouwkundige vergunningen.
Stap 3: Onderhavig RUP is niet van rechtswege plan-MER-plichtig omdat het slechts een kleine wijziging inhoudt tegenover de geldende bestemmingsplannen BPA Eilandje en RUP Cadix. Het RUP houdt voornamelijk een vereenvoudiging van het bestaande BPA in, om dagdagelijkse problemen en onduidelijkheden aan het loket stedenbouwkundige vergunningen uit te klaren. Inhoudelijk betekent het slechts een kleine aanpassing aan het bestaande plan, behalve op het vlak van de bestaande bebouwing, die via de procedure van het CHE-rapport beter beschermd zal worden. Het RUP valt in principe wel onder de “screeningplicht”, vandaar onderhavige screeningsnota. 6.4 Voorgeschiedenis
In 2000 gaf de stad Antwerpen opdracht aan Buro 5 Maastricht voor het opmaken van een verfijning van het Masterplan Eilandje, dat zelf opgemaakt was door Mens en Ruimte en in 1998 goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Het definitieve Masterplan werd goedgekeurd door het college op 20 maart 2002. Zo werd het Masterplan de onderlegger voor de verdere ontwikkeling van het Eilandje. De globale visie uit het masterplan werd thematisch verder uitgewerkt en verfijnd in vier beeldkwaliteit-plannen:
Dit goedgekeurde plannenkader werd juridisch verankerd in het bijzonder plan van aanleg Eilandje, dat definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad op 27 juni 2005 en werd goedgekeurd bij ministerieel besluit van 15 december 2005.
Op 11 april 2008 werd het plan van aanpak Cadixwijk goedgekeurd door het college waarin de krachtlijnen staan aangegeven van de concrete wijkontwikkeling van de Cadixwijk met ruimte voor een sociale mix in regie van de stad, duurzame en gefaseerde ontwikkeling van samengestelde bouwblokken in fasen en inplanting van een centraal wijkplein en een Cadixtram. Nadien werd gestart met de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan Cadix, naar aanleiding van de beslissing om een tram door te trekken naar de Cadixwijk (zie hierboven). Dit ruimtelijk uitvoeringsplan Cadix werd definitief vastgesteld door de gemeenteraad van 14 december 2009 en goedgekeurd door de deputatie op 25 februari 2010.
Naar aanleiding van de eerste gesprekken met de provincie en het gewest werd voorgesteld om het RUP Cadix mee op te nemen in de globale herziening van het BPA Eilandje om terug één duidelijk planningskader te maken voor het ganse Eilandje.
6.5 Beschrijving van het RUP Eilandje 6.5.1 Plangebied
Het plangebied bevindt zich op de rechteroever van de Schelde. Het wordt in het noorden afgebakend door het Houtdok en de Saskom, in het zuiden door de Oudeleeuwenrui en de Ankerrui. In het oosten grenst het plangebied aan het Kempisch Dok en de Leien, in het westen aan de Rijnkaai. Het gebied bestaat uit drie wijken: de Cadixwijk, de Montevideowijk en de Oude Dokken. Het gebied vormt een overgangsgebied tussen de Antwerpse binnenstad in het zuiden en het havengebied in het noorden.
Het plangebied bevat aldus de volledige fase 1 van het Masterplan van het Eilandje, zijnde het zuidelijk deel van het gebied. Het noordelijk deel, met het Droogdokkeneiland en het Mexico-eiland, vormt fase 2 van het Masterplan. Dit deel wordt nog niet ontwikkeld en is nog grotendeels door het havenbedrijf in concessie gegeven. 6.5.2 Herziening BPA Eilandje en integratie RUP Cadix De visies en concepten van de verschillende studies die aan het BPA Eilandje voorafgingen, nl. het Masterplan Eilandje, het Beeldkwaliteitplan Buitenruimte, het Beeldkwaliteitplan Architectuur, het Waterplan, het Groenplan, de mobiliteitsstudie, het Plan van Aanpak Cadixwijk, het Masterplan Duurzaamheid Cadixwijk en het RUP Cadix worden allemaal overgenomen in het RUP Eilandje. De voorschriften van alle recente en te ontwikkelen bebouwing worden bijna letterlijk overgenomen. Waar discussie was over begrippen en afmetingen werden deze verduidelijkt, waar geen discussie was worden de voorschriften overgenomen.
De vereenvoudiging en de wijzigingen waarvan sprake is in §1.2 hebben voornamelijk betrekking op de bestaande bebouwing van het Eilandje en op enkele kleine wijzigingen van het grafisch plan. Doordat de nadruk en het overleg met betrekking tot het BPA Eilandje zich voornamelijk concentreerde op de nieuwe bebouwing, kwamen de voorschiften voor het bestaande weefsel wat in de schaduw terecht. De voorschriften in het BPA Eilandje voor de bestaande bewoning (zone voor bebouwing type I, II, III en IV) waren vrijwel zonder aanpassingen overgenomen uit die van het vroegere, dertig jaar oude BPA Binnenstad. Zoals aangegeven werd de voorschriften van het BPA Binnenstad recent gemoderniseerd in het nieuwe RUP Binnenstad dat in opmaak is. De doorgevoerde aanpassingen aan de voorschriften voor de bebouwing in de binnenstad zullen doorgetrokken worden naar die voor de bestaande bebouwing in het Eilandje.
Het schetsontwerp van het grafisch plan op de volgende bladzijde is voorlopig en nog te bespreken, en dient nog aangevuld te worden met de bestemmingszones van het RUP Cadix. Maar uit de vergelijking met de plannen in §2.1.2 kan duidelijk afgeleid worden dat de wijzigingen minimaal zijn en vooral neerkomen op vereenvoudigingen. 6.5.3 Monumenten en archeologie Het plangebied wordt in navolging van de binnenstad in zijn geheel aangeduid als een CHE-gebied (zone met culturele, historische en esthetische waarde). Dit is een verstrenging ten opzichte van het gewestplan, waarin het Eilandje grotendeels aangeduid is als een “gewoon” woongebied. Het CHE-gebied geldt zowel voor de buitenzijde als voor de interieurs van de gebouwen.
De stad Antwerpen is bezig met de opmaak van een databank die informatie over waardevolle gebouwen en waardevolle elementen in de bestaande bebouwing zal bevatten. Hier zou in eerste instantie informatie over monumenten en de gebouwen van de inventaris van bouwkundig erfgoed worden ingevoerd. Ook de CHE rapporten die bij een bouwaanvraag worden bijgevoegd, kunnen op deze wijze ontsloten worden. In een latere fase kan bouwhistorisch onderzoek naar aanleiding van het onderzoek voor ruimtelijke uitvoeringsplannen hieraan worden toegevoegd.
In het Beeldkwaliteitplan Architectuur worden uitspraken gedaan over het waardevolle karakter van de voorgevel van alle bestaande bebouwing in het plangebied. Door het BKP Architectuur expliciet te vermelden in de voorschriften, worden de waarderingen van de voorgevels zo veel mogelijk juridisch verankerd.
In de voorschriften wordt een archeologisch advies noodzakelijk bij elke terreinwijziging. De toelichtingsnota beschrijft de te verwachten archeologische situatie, verklaart de archeologische beleidsadvieskaart en legt de procedure en overeenkomst uit die gevolgd wordt bij een eventueel archeologisch onderzoek tussen de stad en de bouwheer.
6.6 Screening mogelijke effecten 6.6.1 Inleiding
Het RUP Eilandje betreft een beperkte herziening van het BPA Eilandje en een integrale overname van het RUP Cadix. Het BPA Eilandje (2005) dateert van voor het plan-MER-decreet van 2007, waardoor er geen plan-MER-screening voor werd uitgevoerd. Omdat het plan geen aanleiding gaf tot projecten die op zich project-MERplichtig zijn, werd er evenmin een project-MER voor uitgevoerd. Wel wordt in de memorie van toelichting van het BPA, bij de toetsing van de (toen geldende) MERplicht, een zeer beknopte beoordeling van de milieueffecten van het plan gegeven (memorie van toelichting, p. 132-133).
Het RUP Cadix werd in februari 2010 goedgekeurd, en viel dus wel onder het plan- MER-decreet van 2007. Conform dit decreet werd een plan-MER-screening uitgevoerd voor dit RUP . Hoewel het plangebied van dit RUP zich beperkt tot de westelijke en noordelijke rand van het deelgebied Cadixwijk van het Eilandje, werd de beschrijving van de referentiesituatie en de milieueffecten in de screening vaak verruimd tot heel het Eilandje. Tevens zijn de aard van de geplande ontwikkelingen binnen het plangebied van RUP Cadix en dus ook hun milieueffecten vergelijkbaar met die op het Eilandje in het algemeen. Het enige specifieke en nieuwe element was de voorziene tramlijn door Kattendijkdok Oostkaai, maar deze tramlijn is in haar geheel (dus inclusief de gedeelten buiten het Eilandje) een project-MER-plichtig project en zal dus in de nabije toekomst het onderwerp uitmaken van een eigen project-MER. Naar analogie zal voor de tramlijn langs de Londen-Amsterdamstraat, centraal in het plangebied, een project-MER moeten worden opgemaakt.
Het nieuwe RUP Eilandje houdt t.o.v. het BPA Eilandje zeer beperkte wijzigingen in qua bestemmingen (in feite enkel uitzuivering van fouten en onduidelijkheden) en beperkte wijzigingen inzake stedenbouwkundige voorschriften. 6.6.2 Beschrijving van referentiesituatie, geplande situatie en milieueffecten
Referentiesituatie De referentiesituatie is de bestaande toestand van het Eilandje. Dit kan men het beste beschrijven als een overgangsituatie tussen een oud havengebonden industriegebied en een binnenstedelijk woongebied. Het Eilandje is aangelegd als een havengebied in de tijd van Napoleon. Het is een industriegebied geweest, maar langzaamaan zijn de havengebonden industriële activiteiten verplaatst naar het noorden. Het gebied wordt al sinds de jaren ’80 aangeduid als woongebied in het gewestplan. Toch zijn er nog bedrijven actief, de laatste concessie van havengebonden bedrijven zullen aflopen in het jaar 2015. Andere kleinere bedrijven, pakhuizen en ambachten bevinden zich nog sporadisch in het woonweefsel. Het Eilandje is een gebied in transitie. Er zijn vele nieuwe ontwikkelingen, waar voornamelijk woningen worden gebouwd. Andere pakhuizen staan nog leeg, velen ervan zijn reeds verkocht en moeten in de komende jaren nog ontwikkeld worden.
Bodem en grondwater Op de bodemkaart is het volledig plangebied ingetekend als “antropogeen”. Het gaat immers om een oorspronkelijk laaggelegen poldergebied dat in de 19de eeuw volledig vergraven is, voor de uitgraving van de dokken en de opspuiting van de er omheen liggende haventerreinen. Het grondwater in het gebied is zeer kwetsbaar (klasse Ca1) omdat de watervoerende laag zandig en bovendien verzilt is (cfr. getijdenwerking Schelde) en de onverzadigde laag minder dan 10 m dik is.
Het plangebied is/was quasi volledig bebouwd of verhard (wegenis, kaaien). Vanwege het (gewezen) industrieel karakter van het gebied, komen op talrijke percelen bodemverontreinigingen voor, die zich vertalen in oriënterende bodemonderzoeken (OBO), beschrijvende bodemonderzoeken (BBO) en/of bodemsaneringsprojecten (BSP).
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje geen significante effecten opleveren, aangezien de bebouwbare zones en de aard van en de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende functies quasi gelijk blijven.
Ten opzichte van de referentietoestand kan gesteld worden dat:
Indien aan de in de milieuwetgeving vastgelegde regels wordt voldoen, zal de impact van het plan inzake bodem en grondwater niet significant zijn.
Oppervlaktewater De afwatering van het plangebied is volledig artificieel. De havendokken Kattendijkdok, Houtdok en Kempisch Dok wateren via de Kattendijksluis af naar de Schelde.
Volgens de Watertoetskaart bevinden zich binnen het plangebied geen overstromingsgevoelige gebieden. Bepaalde zones ten NW (Droogdokkeneiland) en O (wijk Dam) van het plangebied zijn mogelijk overstromingsgevoelig (de aanduiding van wateroppervlakken als overstromingsgevoelig wordt hierbij buiten beschouwing gelaten).
Inzake rioolwaterzuivering behoort het Eilandje tot het zuiveringsgebied van de RWZI Antwerpen-Zuid, met een capaciteit van 171000 IE (inwoner-equivalenten). De aansluiting van het Eilandje op de collector Royerssluis, in functie van de ontwikkeling van het Eilandje als volwaardig stadsdeel, is voorzien voor september 2011 (bron: Aquafin).
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje geen significante effecten opleveren, aangezien de bebouwbare zones en de aard van en de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende functies quasi gelijk blijven.
Ten opzichte van de referentietoestand kan gesteld worden dat:
Indien aan de in de milieuwetgeving vastgelegde regels wordt voldoen, zal de impact van het plan inzake oppervlaktewater niet significant zijn; inzake potentiële wateroverlast zal het effect zelfs positief zijn.
Geluid en trillingen Het plangebied ligt in een sterk verstedelijkte omgeving, waardoor de kwaliteit van het omgevingsgeluid vrij laag is. Het geluid wordt in hoofdzaak veroorzaakt door het verkeer, zowel binnen het plangebied (vooral op de assen Londenstraat- Amsterdamstraat en Kattendijkdok Oostkaai) als in de omgeving (Leien, Noorderlaan, in- en uitrit Waaslandtunnel, Rijnkaai). Hoewel de verkeersintensiteiten vrij beperkt zijn binnen het gebied (behalve op de genoemde assen), ligt het verkeersgeluid toch vrij hoog door de dominante kasseibekleding van het wegennet. Doordat de haven- en industriële activiteiten grotendeels uitgedoofd zijn, zijn er weinig of geen relevante puntbronnen in het plangebied meer.
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje geen significante effecten opleveren, aangezien de aard en onderlinge verhoudingen tussen de verschillende functies quasi gelijk blijven. De voorschriften omtrent discotheken, een potentiële bron van geluids-overlast, worden in het RUP eenduidiger gemaakt t.o.v. die van het BPA.
Ten opzichte van de referentiesituatie genereren de ontwikkelingen op het Eilandje (bijkomende woningen, kantoren, horeca, kleinhandel, gemeenschapsvoorzieningen) bijkomend verkeer en dus bijkomend verkeersgeluid. Daar staat tegenover dat het (vracht)verkeer van de uitdovende bedrijvigheid en het doorgaand (sluip)verkeer in principe zullen afnemen, en dat via een performant OV-aanbod (tramlijn) het autoverkeer kan beperkt worden (zie ook §3.2.8).Daarenboven zal het wegdek op de belangrijkste wijkonsluitingswegen met name de Londen-Amsterdmastraat en Kattendijdkok Oostkaai in asfalt worden uitgevoerd wat een geluidsbeperking zal inhouden ten opzichte van de bestaande ongelijk liggende kassseistroken. Het geluidsniveau op het Eilandje wordt bovendien in grote mate bepaald door het verkeer op de omringende verkeersinfrastructuren, die niet significant beïnvloed worden door de ontwikkelingen op het Eilandje. Inzake geluid heeft het plan dus niet significante tot maximaal zwak negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie.
De geluidseffecten van de nieuwe tramlijn door Kattendijkdok Oostkaai en Londen- Amsterdamstraat, en de mogelijke milderende maatregelen, zullen beschreven worden in het door De Lijn op te maken project-MER.
Lucht Het plangebied ligt in een sterk verstedelijkte omgeving, waardoor de luchtkwaliteit vrij laag is. De emissies zijn in hoofdzaak afkomstig van het verkeer, zowel binnen het plangebied (vooral op de assen Londenstraat-Amsterdamstraat en Kattendijkdok Oostkaai) als in de omgeving (Leien, Noorderlaan, in- en uitrit Waaslandtunnel, Rijnkaai). Doordat de haven- en industriële activiteiten grotendeels uitgedoofd zijn, zijn er weinig of geen relevante puntbronnen in het plangebied meer.
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje geen significante effecten opleveren, aangezien de aard van en de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende functies quasi gelijk blijven.
Ten opzichte van de referentiesituatie genereren de ontwikkelingen op het Eilandje (bijkomende woningen, kantoren, horeca, kleinhandel, gemeenschapsvoorzieningen) bijkomend verkeer en dus bijkomende luchtemissies. Daar staat tegenover dat het (vracht)verkeer van de uitdovende bedrijvigheid en het doorgaand (sluip)verkeer in principe zullen afnemen, en dat via een performant OV-aanbod (tramlijn) het autoverkeer kan beperkt worden (zie ook §3.2.8). De luchtkwaliteit op het Eilandje wordt bovendien in grote mate bepaald door het verkeer op de omringende verkeersinfrastructuren en door de luchtemissies in het havengebied, die niet significant beïnvloed worden door de ontwikkelingen op het Eilandje. De bijkomende emissies ten gevolge van gebouwenverwarming en –koeling zijn normaliter verwaarloosbaar ten opzichte van de verkeersemissies. Inzake lucht heeft het plan dus niet significante tot maximaal zwak negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie.
Fauna en flora Binnen het plangebied bevinden zich geen beschermde natuurgebieden. De Scheldeoevers ten W en NW van het plangebied behoren wel tot het Habitatrichtlijngebied “Schelde- en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent” en het GEN “Slikken en Schorren langsheen de Schelde”. De vogelatlas geeft aan dat het gebied niet van belang is voor avifauna.
Op de biologische waarderingskaart (BWK) worden het Bonapartedok, het Willemdok en het Verbindingsdok aangeduid als “complex van biologisch minder waardevolle en zeer waardevolle elementen”. De zeer waardevolle elementen hebben daarbij betrekking op de mosvegetatie op de kaaimuren van deze vroeg-19de eeuwse dokken. De “landzijde” van het Eilandje heeft geen ecologische waarde. De slikken en schorren langs de Schelde ten W en NW van het plangebied zijn aangeduid als biologisch zeer waardevol.
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje geen significante effecten opleveren, aangezien de aard en onderlinge verhoudingen tussen de verschillende functies quasi gelijk blijven en er geen voorschriftwijzigingen voorzien zijn inzake groenvoorzieningen.
Ten opzichte van de referentiesituatie zal de omvorming van een verwaarloosd industrieel gebied naar een volwaardige stadswijk positieve effecten hebben. Het Groenplan voorziet nl. in de aanleg van groenzones en beplantingen, waarbij (ook) rekening wordt gehouden met hun potentie om de ecologische waarde en connectiviteit van het gebied te verhogen. Bij de inname van actueel verwaarloosde restruimtes kunnen ruderale vegetaties van enige waarde verloren gaan, maar de positieve effecten van het Groenplan wegen hier ruimschoots tegenop. Aan de waardevolle vegetatie op de kaaimuren van de oude dokken wordt niet geraakt.
Landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie Aangezien het plangebied in een stedelijke agglomeratie gelegen is, is het in de Landschapsatlas niet opgenomen in een traditioneel landschap en komen er geen ankerplaatsen, relictzones, lijn- of punt-relicten voor.
Het plangebied telt daarentegen heel wat (voorlopig) beschermde monumenten en één beschermd stadsgezicht, nl. het bouwblok Godefriduskaai-Zeevaartstraat-Oude Leeuwenrui-Van Schoonbekeplein (MB 3/3/1994). De beschermde monumenten zijn (in chronologische volgorde van bescherming, bron: VIOE):
Daarnaast zijn er nog tientallen panden die opgenomen zijn in de “Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed” van VIOE.
Uit de kaart van de Centrale Archeologische Inventaris (CAI) (bron: AGIV/VIOE) blijkt dat in grote delen van het plangebied archeologische vondsten zijn gedaan. Dit gebeurde logischerwijs vooral bij de graafwerken voor de aanleg van de dokken en sluizen. Onder de opgespoten haventerreinen van het Eilandje, ongeveer ter hoogte van de as Londenstraat-Amsterdamstraat, bevinden zich de relicten van het noordelijke deel van de 16de eeuwse Spaanse Vesten met hun uitspringende bastions.
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje gunstige effecten hebben op het vlak van erfgoedwaarde. De verplichte opmaak van een CHE-rapport bij elke vergunningsaanvraag, stelt de vergunningsverlener in staat om het bestaand 19de en vroeg 20ste eeuws bouwkundig patrimonium veel beter te beschermen dan op basis van het BPA Eilandje mogelijk was. Ook de opname van procedures met betrekking tot archeologisch advies en vooronderzoek is een positief effect op het vlak van erfgoedwaarde.
Ten opzichte van de referentiesituatie zal de omvorming van een verwaarloosdindustrieel gebied naar een volwaardige stadswijk positieve effecten hebben op het vlak van landschappelijke structuren en perceptieve kenmerken. Zoals hierboven aangegeven zullen de bestaande erfgoedwaarden maximaal beschermd worden. Toetsing van alle projectvoorstellen aan de Beeldkwaliteitsplannen Buitenruimte en Architectuur van het Masterplan Eilandje moet ervoor zorgen dat de nieuwe of gerenoveerde gebouwen van een voldoende hoge kwaliteit zijn en goed ingepast zijn in het omringend stedelijk weefsel. In het gebied worden op strategische plaatsen een aantal torengebouwen voorzien die als visuele baken voor het Eilandje zullen fungeren, met het MAS als belangrijkste baken.
Mens – ruimtelijke en sociale aspecten Vóór de uitvoering van het Masterplan werd het plangebied gedomineerd door verwaarloosde en grotendeels leegstaande bedrijfsgebouwen, vnl. opslagloodsen. Tussen deze bedrijfsgebouwen bevindt zich kleinschalige woningbouw, waarin ook veel leegstand voorkwam. Begin jaren ’90 telde het Eilandje nog ca. 1600 inwoners, veel minder dan de drukke havenbuurt in het begin van de 20ste eeuw. Ook het openbaar domein (straten, kaaien) had een doorgaans lage kwaliteit, met veel verwilderde wegbermen e.d.
Het deelgebied Oude Dokken, dat het dichtst bij de binnenstad ligt, werd vanaf de jaren ’80 als eerste terug opgewaardeerd. In de zone tussen het Willemdok en de Italiëlei werden o.a. het gebouw van het Ministerie van Financiën, het Havenhuis en een groot luxeappartementsblok gebouwd (na de gecontesteerde afbraak van een historisch waardevol pakhuizencomplex). Tevens werden verschillende pakhuizen langs de oude dokken gerenoveerd en omgevormd tot exclusieve appartementen en lofts, en werd het openbaar domein heringericht. Daardoor leefde de vroeger belangrijke horecafunctie van deze wijk weer enigszins op. Op de Hanzestedenplaats, tussen het Bonaparte- en het Willemdok, werd/wordt het MAS (Museum aan de Stroom) gebouwd.
In de andere deelgebieden kwam de stadsvernieuwing later op gang. In het deelgebied Montevideo werd gestart met de renovatie van o.a. de gebouwen van de Red Star Line en het aanwervingsbureau voor havenarbeiders en werd aangevat met de bouw van de rij torengebouwen langs de westelijke oever van het Kattendijkdok.
De Cadixwijk onderging voorlopig de minste wijzigingen. In deze wijk wil de Stad Antwerpen een extra inspanning leveren om een sociale mix te creëren, duurzaam te bouwen en ondersteunende wijkvoorzieningen (scholen, wijkplein, sport, kinderopvang…) in te planten. De Stad Antwerpen zal dit doen door de op basis van het ondertekende protocol stad-haven overgedragen gronden aan de randen van de wijk te verkopen onder voorwaarden aan de sociale huisvestingsmaatschappij Woonhaven en private ontwikkelaars. Op basis van verkavelingsplannen en verkoopsbundels zullen ambitieuze eisen worden gesteld waarbij een mix van 25% sociale woningen, 50% betaalbare woningen en gefaseerd een kleuter, -en basischool, kinderopvang, sportfaciliteiten, wijkontmoetingsruimte in energiezuinige tot passieve gebouwen en een groen wijkplein zullen worden gecreëerd in de komende 10 jaren. De krachtlijnen van deze ontwikkeling zijn verankerd in een goedgekeurd Plan van Aanpak voor de Cadixwijk. Het aspect duurzaamheid van de wijkontwikkeling is verder uitgewerkt in een Masterplan Duurzaamheid voor de Cadixwijk.
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje in principe geen significante effecten opleveren, aangezien de aard van en de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende functies quasi gelijk blijven. Het loslaten van de strikte 50% woningbouw-regel die in het BPA Eilandje vervat zat, laat toe om meer flexibel in te spelen op de marktvragen en een goede mix van functies te bekomen. De stedenbouwkundige voorschriften bieden ook zonder deze 50%-regel voldoende garanties voor een voldoende hoog aandeel woningbouw en een relatieve beperking van kantoren en andere verkeersaantrekkende functies.
Ten opzichte van de referentiesituatie zal de omvorming van een verwaarloosd industrieel gebied naar een volwaardige stadswijk positieve effecten hebben op het vlak van gebruikswaarde en beeld- en belevings-waarde. Door de geplande woonprojecten zouden ca. 2000 bijkomende woningen gerealiseerd worden. Deze bijkomende bewoning levert een sociaal draagvlak voor de bestaande en geplande publieke en private voorzieningen. Het MAS en het geplande Red Star Line-museum zullen belangrijke toeristisch-culturele attractiepolen zijn en als trekkers fungeren voor de horeca en kleinhandel in hun omgeving.
Bovendien plant de stad Antwerpen binnen de krachtlijnen van een Plan van Aanpak voor de Cadixwijk de gefaseerde ontwikkeling van een sociaal gemixte en duurzame stadswijk waar verschillende doelgroepen waaronder gezinnen met kinderen een plaats kunnen vinden.
Hierdoor zal de sociale leefbaarheid van de wijk in principe sterk verbeteren. De fysieke leefbaarheid (geluidshinder, luchtverontreiniging,…) hangt vooral af van de evolutie van de verkeersintensiteit binnen en rond het plangebied. Het door de nieuwe functies gegenereerde verkeer zou in belangrijke mate moeten gecompenseerd worden door het verdwijnen van het resterende bedrijfsgebonden verkeer, het beperken van sluipverkeer door de wijk en een daling van het gemiddeld autogebruik door de uitbouw van het OV-net (nieuwe tramlijn) (zie §3.2.8). Netto zal het effect van het plan qua leefbaarheid aldus normaliter niet significant tot maximaal zwak negatief zijn.
Mens – verkeer Het Eilandje heeft momenteel geen duidelijke ontsluitingsstructuur. De belangrijkste assen zijn de Londenstraat-Amsterdamstraat, Kattendijkdok Oostkaai en (net buiten de grens van het plangebied) de Rijnkaai. Kattendijkdok Oostkaai fungeert daarbij als sluiproute tussen de binnenstad en het havengebied. Vanwege hun historische oorsprong als havenwegen zijn de meeste straten in het plangebied zeer breed en vrij van wegmarkeringen. Dit stimuleert te snel rijden (weliswaar getemperd doordat de meeste straten een licht verzakte kasseibekleding hebben), ongeordend parkeren en onveiligheid voor zwakke weggebruikers. Met name de Londenstraat-Amsterdamstraat heeft een zeer breed wegprofiel en het voorkomen van een “expressweg”. Op ruimere schaal gebeurt de ontsluiting van het Eilandje via de Leien en de Noorderlaan ,en zo naar het autowegennet (R1, E19).
Het openbaar vervoer is momenteel matig uitgebouwd. Er zijn geen tramlijnen die het Eilandje aandoen. Stadsbuslijn 9 en streekbuslijnen 291, 502 en 503 hebben hun terminus aan de Rijnkaai en bedienen het westelijk deel van het Eilandje. Stadsbuslijnen 1 en 13 en streekbuslijn 502 hebben hun terminus t.h.v. de Cadixstraat en maken een lus rond de Cadixwijk. Stadsbuslijnen 31, 35 en 37 lopen doorheen de Cadixwijk richting haven. De streekbus- en havenlijnen hebben een eerder lage frequentie en sommige routes (o.a. de oost-westverbinding via Londenstraat- Amsterdamstraat) hebben een beperkte bediening (stippellijnen op het netplan). Enkel de ZO-rand van het Eilandje, grenzend aan de Italiëlei, is (zeer) goed ontsloten.
Effecten
Ten opzichte van de huidige juridische toestand (BPA Eilandje en RUP Cadix) zal het RUP Eilandje in principe geen significante effecten opleveren, aangezien het RUP geen wijzigingen voorziet in de ontsluitingsstructuur of het profiel van de straten.
Ten opzichte van de referentiesituatie worden wel relevante wijzigingen in de weginfrastructuur voorzien. Dit gebeurt op rechtstreekse wijze, door het inplanten van nieuwe bouwblokken en het verschuiven van rooilijnen, zodat het dwarsprofiel van bepaalde straten, in de eerste plaats van de hoofdas Londenstraat- Amsterdamstraat, aanzienlijk versmald wordt. Via de inrichtingsprincipes in de toelichtingsnota wordt een herinrichting van de openbare wegenis nagestreefd met beperking van de rijwegbreedte, betere voorzieningen voor zwakke weggebruikers en een duidelijkere parkeerstructuur.
Het spreekt voor zich dat het stedenbouwkundig programma van het Masterplan Eilandje, met bijkomende woningen, nieuwe kantoren, horeca, openbare en private diensten en nieuwe toeristisch-culturele attractiepolen zoals het MAS of het Red Star Line-museum, een aanzienlijke hoeveelheid verkeer zal genereren. Maar door de parallelle uitbouw van het openbaar vervoer, met nieuwe tramlijnen in eigen bedding) op het noordelijke deel van de Leien, op de as Londenstraat- Amsterdamstraat en in Kattendijkdok Oostkaai, en het voeren van een duurzaam parkeerbeleid in het RUP, moet het in principe mogelijk zijn om voor het bestaand én het bijkomend verkeer een gunstigere model split te bekomen en aldus het netto bijkomend autoverkeer maximaal te beperken. Door het hanteren van eenzelfde parkeernorm voor woningen of andere functies, wordt sterk autoverkeer genererende functies ontmoedigd. Voorts zal het (vracht)verkeer van de resterende havenactiviteiten in het gebied verdwijnen, en worden ingrepen voorzien om het gebruik van Kattendijkdok Oostkaai als sluiproute tussen binnenstad en haven te ontmoedigen.
Het RUP Eilandje heeft weliswaar zelf geen vat op de ontwikkelingen inzake openbaar vervoer of verkeersdoorstroming, maar ze maken wel inherent deel uit van het flankerend beleid ter uitvoering van het Masterplan Eilandje. Het RUP Eilandje heeft wel vat op het parkeerbeleid van het gebied en het neemt voor alle functies ambitieuze parkeernormen op, op deze manier wordt het gebruik van de private auto afgeremd en het gebruik van openbaar vervoer en fietsen gestimuleerd. De mobiliteitsstudie Eilandje en het Beeldkwaliteitplan voor de Buitenruimte Eilandje vormen het kader voor het uitvoeren van een duurzaam openbaar domein volgens het STOP-principe met veel ruimte voor de zwakke weggebruiker, een tramnet en een duurzaam parkeerbeleid met ambitieuze parkeernormen. Aldus zou de verkeerskundige impact van het plan niet significant tot maximaal zwak negatief zijn, en zal het plan op het vlak van verkeersveiligheid en comfort van de zwakke weggebruikers positieve effecten hebben.
6.7 Argumentatie waarom geen plan-MER opgemaakt dient te worden
Gelet op de beperkte veranderingen die het ruimtelijk uitvoeringsplan zal doorvoeren tegenover de bestaande juridische situatie van het BPA Eilandje en het RUP Cadix, is er geen significante bijkomende milieu-impact te verwachten op de omgeving, integendeel, voor bepaalde aspecten (vnl. erfgoedwaarde) houdt het RUP een verbetering in van de juridische situatie. Ten opzichte van de referentiesituatie worden de milieueffecten ofwel als niet significant tot maximaal zwak negatief (verkeer en daarvan afgeleide effecten), ofwel als positief (ruimtelijke structuur, gebruikswaarde, beeld- en belevingswaarde, ecologische waarde) beoordeeld.
Gelet op deze argumenten en het ontbreken van grensoverschrijdende effecten, zijn we van mening dat geen plan-MER dient opgemaakt te worden. 6.8 Verzoek tot advies binnen 30 dagen Wij vragen U om uiterlijk binnen de 30 dagen na ontvangst van het verzoek tot raadpleging het advies over te maken door betekening of tegen ontvangstbewijs aan de initiatiefnemer.
De beslissing van de Dienst MER werd overgemaakt op 16 november 2010 waarin staat aangegeven dat het RUP geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat derhalve de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
LIJST MET FIGUREN Figuur 1 Panoramisch luchtbeeld van het Eilandje (foto: AG Stadsplanning Antwerpen) Figuur 2 De Oude Dokken van het Eilandje in de 19e eeuw (bron:Felixarchief) Figuur 3 Afbakening van het plangebied RUP Eilandje (bron: AG Stadsplanning Antwerpen) Figuur 4 Ochtendzon op de beschermde pakhuizen aan de Godefriduskaai Figuur 5 Schetstekening van het Masterplan Eilandje uit 2002 (bron: Masterplan Eilandje) Figuur 6 Het Eilandje behoort tot de Harde Ruggengraat van het s-RSA (bron: s-RSA) Figuur 7 De maquette van het Masterplan Eilandje (foto: AG Stadsplanning Antwerpen) Figuur 8 De Londen-Amsterdamstraat volgens het BKP Buitenruimte en Groenplan (foto AG Stadsplanning Antwerpen) Figuur 9 Een panoramisch luchtbeeld Eilandje Figuur 10 Zicht op het Koninklijk Entrepot aan de jachthaven Willemdok (foto: Inge Vandamme photography) Figuur 11 Schets van de Culturele noord zuidas op het Eilandje (bron: Masterplan Eilandje) Figuur 12 Ontwerpmaquette ontwikkelbare rand Cadixwijk (bron: Cel ontwerpend onderzoek Stad Antwerpen) Figuur 13 Luchtbeeld Montevideobuurt (bron: Masterplan Eilandje) Figuur 14 Referentiebeelden uit het BKP Architectuur (bron: BKP Architectuur) Figuur 15 Bouwmaterialenwaaier uit het BKP Architectuur (bron: BKP Architectuur) Figuur 16 Maquette van het Felixarchief aan de Brouwersvliet (bron: Felixarchief) Figuur 17 Referentiebeelden uit de verkoopbundels Cadix en het BKP Architectuur (bron: verkoopbundel C2 Cadix en BKP Architectuur) Figuur 18 Impressie van de Westkaaitorens (foto: Project²) Figuur 19 Impressie van de renovatie van de Montevideopakhuizen (foto: Chris Poulissen architect) Figuur 20 Avondbeeld van het Museum aan de Stroom (bron: MAS) Figuur 21 Zicht op de heraangelegde Oude Dokken (foto: Inge Vandamme photography) Figuur 22 Zicht op de Cadixwijk vanaf het Kempisch dok (foto: AG Stadsplanning Antwerpen) Figuur 23 Grafisch plan van het RUP Eilandje (bron: Stad Antwerpen) Figuur 24 Zicht op het MAS (foto: Stad Antwerpen) Figuur 25 Stratenplan Eilandje
achterkaft
Figuur 24
Figuur 24
Figuur 25
Figuur 1
| |||||||||||||||||||||||||||||

![i_RUP_11002_214_10010_00001_200000.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200000.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200001.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200001.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200002.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200002.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200003.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200003.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200004.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200004.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200005.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200005.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200006.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200006.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200007.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200007.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200008.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200008.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200009.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200009.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200010.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200010.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200011.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200011.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200012.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200012.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200013.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200013.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200014.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200014.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200015.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200015.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200016.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200016.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200017.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200017.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200018.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200018.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200019.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200019.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200020.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200020.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200021.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200021.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200022.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200022.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200023.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200023.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200024.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200024.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200025.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200025.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200026.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200026.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200027.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200027.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200028.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200028.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200029.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200029.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200030.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200030.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200031.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200031.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200032.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200032.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200033.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200033.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200034.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200034.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200035.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200035.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200036.png [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200036.png)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200037.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200037.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200038.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200038.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200039.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200039.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200040.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200040.jpg)
![i_RUP_11002_214_10010_00001_200041.jpg [image]](i_RUP_11002_214_10010_00001_200041.jpg)
