Homoseksualiteit in bezet België: vervolging of niet?

Een veelvoorkomende opvatting is dat homoseksuelen zwaar werden vervolgd door het naziregime, net als Joden en andere minderheidsgroepen. Maar was dat echt zo? Was er sprake van grootschalige vervolging van homoseksuelen en hoe was de situatie in België tijdens de bezetting? 

Gevangenen in het concentratiekamp Sachsenhausen, Duitsland, 19 december 1938. Heinrich Hoffman Collectie (bron: National Archives at College Park, Public domain, via Wikimedia Commons)

Joris Vandenhoutaer (student geschiedenis aan Universiteit Antwerpen) schreef tijdens zijn stage in Borgerhout dit onderzoeksartikel als aanvulling op de activiteiten rond de Tweede Wereldoorlog. 

De nazi-standpunten over homoseksualiteit

In nazi-Duitsland werd homoseksualiteit gezien als een gevaar voor het Duitse volk. De nazi's beschouwden homoseksualiteit als een soort ziekte die het volk zou kunnen besmetten. Dit was in lijn met het artikel § 175 van het Reichsstrafgesetzbuch (RStGB), dat al vanaf het begin van het Duitse Keizerrijk in 1871 seksuele relaties tussen mannen strafbaar stelde. Het verbood specifiek sodomie tussen mannen en/of adolescente jongens. 

Relaties tussen vrouwen waren toen voor een periode niet strafbaar bij wet. Vrouwelijke homoseksualiteit werd namelijk als minder schadelijk gezien voor de samenleving dan mannelijke homoseksualiteit. In 1935 werd het artikel 175 aangescherpt, zodat rechters ook andere zogenaamde ‘immorele’ handelingen tussen mannen konden veroordelen. Dit leidde onder andere tot een stijging van de vervolging van homoseksuelen in nazi-Duitsland in de vooroorlogse periode.

Het jaarlijkse aantal arrestaties stagneerde echter of daalde zelfs tijdens de oorlog. Van alle vervolgingen van homoseksuelen steeg wel het aandeel van militaire slachtoffers. Belangrijk hierbij was het artikel van het militair strafrecht, die het mogelijk maakte om misdrijven die de kracht van het Duitse leger in gevaar brachten strenger te bestraffen. Hierdoor kon een misdrijf - waaronder ook homoseksualiteit - bestraft worden met dwangarbeid of zelfs de doodstraf.

Onderzoek toont aan dat het naziregime wel degelijk mensen arresteerde op verdenking van homoseksualiteit. Het ging om ongeveer 100.000 mensen, waarvan plusminus de helft daadwerkelijk werd veroordeeld. Tussen de 5.000 en 15.000 mensen werden naar arbeidskampen gestuurd, waar de omstandigheden erbarmelijk waren. Minder dan de helft overleefde deze lijdensweg. 

Gevangenen in concentratiekampen kregen verschillende merktekens om hen te identificeren. Een van de eerste tekens voor homoseksuelen was een grote "A", die stond voor Arschficker (een denigrerende term). Een ander teken was de nummer 175, verwijzend naar het wetsartikel dat homoseksuele handelingen verbood. Uiteindelijk werd de roze driehoek het meest gebruikte symbool. Deze driehoek - die oorspronkelijk stond voor vernedering en onderdrukking - werd na de oorlog overgenomen door holebi gemeenschappen. Vanaf de jaren '70 en '80 werd het teken gebruikt als symbool van activisme en trots. De driehoek werd wel omgedraaid getoond met de punt naar boven.

Identificatieplaatje voor gevangenen in het concentratiekamp Dachau  © ITS Archief, Arolsen Archieven
Identificatieplaatje voor gevangenen in het concentratiekamp Dachau

De situatie in bezet België

In België, dat van 1940 tot 1944 onder Duitse bezetting stond, werd dezelfde wetgeving toegepast als in Duitsland. Er was echter geen sprake van grootschalige arrestaties of deportaties van homoseksuelen in bezet België. Historisch onderzoek wijst uit dat er slechts enkele gevallen waren waarin Belgen daadwerkelijk werden vervolgd voor homoseksuele handelingen.

In de gevallen waar mannen daadwerkelijk werden veroordeeld voor homoseksueel contact, ging het telkens om iemand die in dienst was van de Duitse bezetter of iemand die seksueel contact had met een lid van het Duitse leger. Deze handelingen werden gezien als een bedreiging voor de militaire macht van de bezetter. In andere gevallen werden homoseksuelen veroordeeld voor zaken die niets met hun seksualiteit te maken hadden. De straffen voor homoseksuele handelingen in bezet België waren ook relatief mild. De meeste veroordeelden kregen gevangenisstraffen van enkele maanden, wat veel lager was dan de mogelijke maximumstraffen. Deze konden oplopen tot 10 jaar gevangenisstraf, levenslange dwangarbeid of doodstraf.
 
Waarom was er in België en andere bezette landen zo weinig aandacht voor homoseksualiteit tijdens de oorlog? Een mogelijke verklaring is dat de bezetter andere prioriteiten had. De nazi's waren vooral gericht op het onderdrukken van het nationaal verzet en het in stand houden van hun macht. De vervolging van homoseksuelen stond niet bovenaan de agenda.

De vervolging van homoseksuelen in Duitsland en bezette gebieden richtte zich uitsluitend op seksueel contact tussen mannen. Vrouwen werden vrijwel volledig gespaard van vervolging tijdens deze periode, zeker in België.

De naoorlogse periode

Pas in de naoorlogse periode zien we een stijging in de arrestatie en veroordeling van homoseksuelen. Deze toegenomen aandacht voor homoseksualiteit had deels te maken met de zogenaamde Lavender Scare. In de Verenigde Staten bestond er in het kader van de Koude Oorlog een angst voor de kwetsbare situatie van homoseksuelen met een hoge functie. Ze zouden gechanteerd kunnen worden door communistische spionnen om informatie te verkrijgen, en werden daarom gezien als een mogelijke bedreiging voor de nationale veiligheid.

Vooral belangrijk was de manier waarop naar homoseksualiteit werd gekeken na de oorlog. De zogenaamde verleidingstheorie kwam op en stelde dat jongeren hun seksuele oriëntatie ontwikkelen tijdens de puberteit. Contact met homoseksualiteit tijdens deze ontwikkelingsperiode zou volgens de theorie kunnen leiden tot het vormen van een homoseksuele oriëntatie. Bij jonge kinderen kon zo’n contact zelfs een fixatie creëren. In deze context - waar men de jeugd wilde ‘beschermen’ tegen wat zij als deviant seksueel gedrag beschouwden - moeten we de strengere benadering van homoseksualiteit kaderen.

Geen vervolging, wel angst

De vervolging van homoseksuelen door het naziregime blijkt niet zo grootschalig te zijn geweest als vaak wordt gedacht. In België had de bezetter grotere zorgen en werden homoseksuelen relatief met rust gelaten. Het was pas in de naoorlogse periode dat homoseksualiteit in België - net als in veel andere westerse landen - meer negatieve aandacht kreeg en zwaarder werd bestreden. Dit sluit echter niet uit dat deze groep mensen geen angst had tijdens de bezetting. In zulke turbulente periodes is het nooit ideaal om niet in de ‘gewenste norm' te passen. 
 

Dit artikel kadert in de erfgoedwerking Littekens van Borgerhout. Het is belangrijk om ook aandacht te hebben voor de vaak vergeten slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Met diezelfde insteek werd eerder een artikel gepubliceerd over de geviseerde Roma bevolking in Antwerpen en vond er een activiteit plaats die aandacht heeft voor de inzet van Marokkaanse militairen tijdens WOII. 

Dit artikel is gedeeld door