Aan de oostgevel van het districtshuis hangt een gedenkplaat die de herinnering levend houdt aan tien Borgerhoutse politieagenten. Zij werden tijdens de Tweede Wereldoorlog gearresteerd, gedeporteerd naar concentratiekampen en verloren daar of onderweg hun leven. Hoewel de politie van Antwerpen berucht was om zijn rol bij de massale deportaties van Joden, waren er ook veel politieagenten die zich verzetten tegen de nazi's en hun collaborateurs.

Joris Vandenhoutaer (student geschiedenis aan Universiteit Antwerpen) schreef tijdens zijn stage in Borgerhout dit onderzoeksartikel als aanvulling op de activiteiten rond de Tweede Wereldoorlog.
De gedenksteen is ontworpen door de kunstenaar Rik Sauter. Hij was voorzitter van de Kring der Plastische Kunstenaars van Borgerhout en ontwierp verschillende monumentale werken in de provincie Antwerpen. De steen werd onthuld op 8 september tijdens de Bevrijdingsfeesten van 1951. De gedenkplaat draagt een krachtig beeld. Aan de linkerzijde staat een vrouw met een helm en een olijftak (symbool van vrede) in haar handen. Voor haar zit een uitgeputte, geketende man. Aan de rechterzijde is een omgevallen boom zichtbaar, maar het wapenschild van Borgerhout blijft recht overeind staan. De inscriptie op de plaat luidt: “De Politie van Borgerhout in dankbare herinnering aan haar in concentratiekampen gestorven medeleden 1943-1945”. De tien namen van de gevallen agenten zijn hierbij vermeld, een eerbetoon aan hun moed en opoffering.
In het voorjaar van 1942 werden de verschillende politiekorpsen van Borgerhout, Deurne, Merksem, Berchem en andere gemeenten en wijken samengevoegd tot één politiekorps van Groot Antwerpen. Velen van deze agenten waren betrokken bij verzetsbewegingen, die trachtten de nazi-bezetting te saboteren en de geallieerden te ondersteunen. Hiervan was de Witte Brigade de actiefste verzetsgroep in België. Hoewel Antwerpse politieagenten volop werden ingezet tijdens de massale aanhoudingen van Joodse families, konden sommige hun geweten niet opzij zetten. Verschillende Joodse families werden door agenten op voorhand verwittigd of geholpen met onderduiken. Door deze obstructie werd de Jodenrazzia van 27 augustus 1942 vroegtijdig afgebroken. De acties van de agenten waren cruciaal in het redden van levens.
De Witte Brigade is ontstaan in de zomer van 1940 in Antwerpen tijdens een vergadering van de Jonge Geuzenwacht, een Vlaams-liberale jongerenorganisatie. Onder leiding van Marcel Louette breidde de groep zich snel uit. De Witte Brigade had haar zwaartepunt in Antwerpen en bestond voor een groot deel uit onderwijs- en stadspersoneel. Na 1941 zag men ook veel politieagenten aansluiten bij de verzetsbeweging. Al snel wordt het een apolitieke nationale verzetsbeweging. Doordat de organisatie zo actief was, moest het wel veel arrestaties en slachtoffers verduren. De Witte Brigade zou een 400 leden in totaal zijn verloren van de 3750 erkende leden.
Als tegengewicht tegen de propagandapers van de Duitse bezetters ontstonden verschillende sluikbladen. Hiervan is “Steeds Vereenigd – Unis Toujours” een bekend voorbeeld. De eerste nummers van dit sluikblad werden in de drukkerij Morvic te Borgerhout gedrukt door de gebroeders Crutzen. De Witte Brigade zal uiteindelijk het blad gebruiken als spreekbuis.
De Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst (SIPO-SD) was de SS-politiedienst die vanaf 1940 ook actief was in België. In Brussel ontwikkelde zich een Dienststelle, met een Aussendienststelle of buitendienst in Antwerpen. De SIPO-SD bestond uit 6 afdelingen. Afdeling IV was hiervan belangrijk. Dit was de Geheime Staatspolizei, de eigenlijke Gestapo. Deze had als taak politieke vijanden van het Duitse Rijk op te sporen en te arresteren. De afdeling was verder onderverdeeld, waarvan afdeling IV-D instond voor de bestrijding van nationale weerstand. Deze werd uiteindelijk in het begin van 1943 nog verder vertakt doordat de weerstand in België zo groot was geworden. De secties stonden dan elk in voor het bestrijden van een bepaalde verzetsgroep. Een van deze secties moest de Witte Brigade bekampen. Hiervan was Herman Veit de leider vanaf mei 1943.
Herman Veit was geboren in Rast (Duitsland) op 6 mei 1902 en had een zeer slechte reputatie. Hoewel zijn verklaring na de oorlog anders luidde, werden Veit’s gevangenen brutaal mishandeld. Hij zou volgens zijn eigen verklaringen verantwoordelijk zijn geweest voor de aanhouding van Marcel Louette.
Op 24 november 1943 slaagden Veit en zijn agenten erin een koerier van de Witte Brigade te arresteren. Via ondervragingen en verdere aanhoudingen kwam Herman Veit aan de naam en het adres van een belangrijk verzetslid in Borgerhout, genaamd Guillaume Van Gaever. Hij werd meteen gearresteerd. Bij de fouillering werd een lijst gevonden van een groot aantal leden van de Witte Brigade. Van Gaever vond een moment om te vluchten, maar deze onvoorzichtigheid zal uiteindelijk leiden tot de “Eerste en Tweede actie tegen de Witte Brigade”. Op de avond van 26 november op 27 november arresteerde Herman Veit meteen 10 politieagenten gelinkt aan Borgerhout.
Op een afschrift van de bekendmaking van deze arrestaties - gemaakt door de politiecommissaris - stonden deze tien agenten genoemd. Verder werd gemeld dat deze leden van het politiepersoneel gehecht waren aan district Borgerhout. Vier hiervan staan niet vermeld op de gedenksteen. Waarschijnlijk omdat zij origineel verbonden waren aan het politiekorps van Deurne en tijdens de oorlog zijn overgeplaatst naar Borgerhout. In een afschrift van de zitting van de college van Stad Antwerpen op donderdag 9 december 1943 stonden de arrestaties van deze 10 agenten ook vermeld. Zij waren aangehouden door de Duitse politie en “in secreet” opgesloten. De 6 Borgerhoutse agenten die vereerd zijn op de gedenksteen - Loose Cyriel, De Munter Gustaaf, Heylen Louis, Aerts Frans, Clonen Jozef en Mariën Jules - werden gedeporteerd naar het concentratiekamp Gross-Rosen dichtbij het dorp Rogoźnica in Polen.

Deze arrestaties en nog verdere verhoringen zouden leidden tot de grote “Tweede actie tegen de Witte Brigade” in de nacht van 14 op 15 januari 1944. Tijdens deze actie werd een groot deel van de Deurnse politiedienst aangehouden. Ook verschillende Borgerhoutse politieagenten konden de greep van Herman Veit en de SIPO-SD niet ontkomen. In de “Dossiers en lijsten van politieke gevangenen” van het Bureel van Veiligheid is een lijst te vinden van de Antwerpse agenten die door de Duitsers werden aangehouden. Als reden van al de arrestaties van deze twee acties stond volgend gemeld: “werd ons niet medegedeeld”. De Borgerhoutse politieagenten Denye Georges, Smits Henri, Van Roey Jules en Verbist Frans zullen ook gearresteerd en gedeporteerd worden naar het kamp Gross-Rosen.
Het grootste aantal van de agenten zullen in Gross-Rosen omkomen door honger, dwangarbeid, executies en andere verschrikkelijke omstandigheden. Doordat Russische troepen dichter en dichter begonnen te komen, zou in het voorjaar van 1945 het kamp geëvacueerd worden. De al extreem verzwakte gevangen zullen vervoerd worden naar andere kampen in Duitsland zoals kamp Dora-Mitttelbau. De tot dan overlevende agenten Georges, Cyriel, Henri, Jules en Frans zullen in deze kampen of onderweg ook overlijden.