Overlijden aangeven

Een overlijden moet je zo snel mogelijk melden bij het loket. Pas na de melding mag je de overledene laten begraven of cremeren. Vaak doet de begrafenisondernemer de aangifte voor de lijkbezorging.


Wie kan de aangifte doen?

  • elke meerderjarige
  • een getuige
  • een begrafenisondernemer.

In de praktijk gebeurt de aangifte meestal door de begrafenisondernemer in opdracht van de familie van de overledene.

Wanneer aangeven?

Zo snel mogelijk na het overlijden, omdat:   

  • na de aangifte van overlijden stelt de loketmedewerker een overlijdensakte op. 
    Die akte bewijst het overlijden en stelt de identiteit van de overledene vast.
  • je pas na de aangifte en het opmaken van de overlijdensakte toestemming krijgt om de overledene te vervoeren, begraven of cremeren.

Hoe aangeven?

In de praktijk gebeurt de aangifte door de begrafenisondernemer in opdracht van de familie van de overledene. Je moet in dat geval geen verdere stappen nemen voor de aangifte bij de burgerlijke stand. 
Doe je de aangifte zelf, contacteer dan een medewerker van de burgerlijke stand op het nummer 03 338 52 30.

Wat breng je mee?

Afhankelijk van de aard van het overlijden of bij crematie gelden andere regels.

Deze documenten moet je altijd meebrengen:

  • De identiteitskaart en eventueel trouwboekje, paspoort en rijbewijs van de overledene.
  • De identiteitskaart van de aangever/getuige.

Als het stoffelijk overschot gecremeerd wordt:

  • Een aanvraag tot crematie.
  • Het adres van de asbezorging (de begraafplaats, op zee of privéadres).

Lijkbezorging

De begrafenisondernemer zorgt meestal voor de aangifte van de lijkbezorging en het vervoer naar de begraafplaats of het crematorium.

De aangifte kan online gebeuren met dit formulier of met de pdf die je invult en bezorgt aan de administratie van de begraafplaats.

 

Let op! 
Een melding lijkbezorging moet apart gebeuren.

Tarief

gratis

Wat te doen bij een overlijden?