Je vroeg een leefloon aan. Het OCMW onderzocht je situatie en besliste dat je recht hebt op een leefloon. Je krijgt elke maand geld, op het einde van de maand, zolang je aan de voorwaarden voldoet.
Je krijgt leefloon voor een afgesproken periode.
Dat loopt tot er een nieuwe beslissing, schorsing of wijziging komt.
Komt de einddatum in zicht? Dan bekijken we of je hulp verlengd wordt.
Bij verlenging krijg je een nieuwe beslissingsbrief en opnieuw leefloon.
Hoeveel je krijgt, hangt af van je situatie. Dat staat in je beslissingsbrief.
Dat contract heet het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI). Hierin staan afspraken die je helpen om je situatie te verbeteren.
Je maakt samen met je maatschappelijk werker afspraken.
De afspraken hangen af van je situatie. Bijvoorbeeld:
Je maatschappelijk werker bespreekt alles met jou.
Ook het sociaal centrum maakt afspraken, zoals:
Het sociaal centrum beslist of een GPMI nodig is.
Is dat zo? Dan onderteken je het contract binnen 5 dagen.
Je maatschappelijk werker bespreekt met jou hoe het gaat.
Tijdens de evaluatie:
Je volgt de afspraken die je maakt met je maatschappelijk werker.
Doe je dat niet? Dan kan je leefloon verminderen of stoppen.
Je krijgt eerst een waarschuwing. Volg je daarna de afspraken nog niet? Dan krijg je een negatieve evaluatie.
Je wordt uitgenodigd voor een horing.
Dat is een gesprek met het subcomité van het bijzonder comité voor de sociale dienst (BCSD). Dat comité bestaat uit verkozen politici.
Daar leg je uit waarom je de afspraken niet volgde.
Het subcomité beslist of je een sanctie krijgt. Je leefloon kan dan tijdelijk stopgezet worden.
Verandert er iets in je leven? Meld dit altijd aan je maatschappelijk werker.
Dat ben je verplicht. Een verandering kan je leefloon beïnvloeden.
Wat moet je melden?
Belangrijk: Als je inkomen stijgt, krijg je minder leefloon. Ook het inkomen van mensen met wie je samenwoont telt mee. Je maatschappelijk werker bekijkt jouw situatie.
Neem contact op met je maatschappelijk werker.