Communicatietips om te reageren op discriminatie

Communicatietips

De tips hieronder gaan over reageren op alledaagse discriminatie, niet op structurele of ideologische discriminatie. Dat vereist andere technieken die we in deze handleiding niet bespreken.

Tip 1 : Schat de situatie in

De ideale manier van reageren bestaat niet. Het verschilt van situatie tot situatie: waar gebeurt het, met wie, in welke omstandigheden, bewust of onbedoeld …

Afhankelijk van de uitlating, de situatie en de je positie zijn er verschillen in wat je wil en kan bereiken door te reageren.

Welk type uitlating: grap, scheldwoord of symbool?

Bepaal eerst over welk soort uitlating het gaat. Een grap of een scheldwoord kunnen discriminerend zijn. Maar een discriminerende uitlating kan ook tijdens een betoog of als een losse opmerking in een persoonlijk gesprek.

Ook symbolen die geassocieerd worden met racisme of extreem rechts, zijn vormen van discriminerende uitingen. 

Wie maakt de opmerking: burger, collega, klant, vriend…?

Bekijk wie de opmerking maakt. Een collega spreek je misschien sneller aan op diens professionaliteit. Een burger op straat misschien eerder op de regels die in onze samenleving gelden. Bij een toevallige ontmoeting zal je misschien enkel een korte reactie geven. 

Hoe groot is de groep: groot of klein?

Je kan ook in een grote groep aangeven waar de grenzen liggen. Hou rekening met de omstanders en de positie van diegene die je aanspreekt in de groep. 

Voelt de ander jouw reactie aan als gezichtsverlies? Dan kan het de situatie nog verharden. Stel eventueel een apart gesprek voor om verder te praten.

Tip 2: Schat je eigen mogelijkheden en houding in

Vertrouw op vaardigheden die je ook in andere situaties gebruikt. De ene is bijvoorbeeld goed in taal en vindt snel de juiste woorden om te reageren. De andere heeft een goed gevoel voor humor en kan met een kwinkslag bepaalde denkbeelden weerleggen.

Heb je veel kennis over het thema? Dan lukt het met jouw kennis om vooroordelen te weerleggen. Heb je veel gevoel voor humor? Dan kan je via humor de absurditeit van bepaalde denkbeelden blootleggen.

Tip 3: Reageer altijd

Reageer

Door te reageren toon je dat het discriminerende gedrag niet oké is.

Altijd

Heb je weinig tijd? Reageer dan kort. Elke reactie die het discriminerende gedrag veroordeelt is waardevol. Heeft je organisatie een visie rond discriminatie? Dan kan je daar naar verwijzen.

Types reacties

1. Confronteren

Geef feedback op het gedrag, niet op de persoon

  • Benoem het gedrag of de taal concreet. 
  • Vertel waarom je reageert via een ik-boodschap. De ander zal hierop reageren en misschien zichzelf corrigeren.
  • Beschuldig de ander niet direct. De ander gaat dan in verdediging en de situatie wordt erger. 

Bijvoorbeeld

  • ”k hoor jou negatieve uitspraken doen over mensen met een vervangingsinkomen en vind dat niet kunnen.”
  • “In ons vastgoedkantoor hebben wij de regel niemand te discrimineren en ik vind de manier waarop jij over alleenstaande moeders praat niet aanvaardbaar.”

Tip bij feedback geven: Feedback geven gebeurt in fases:

  1. Feitelijke waarneming: Ik zie, hoor, merk …
  2. Eigen ervaring: Ik denk, voel, ervaar …
  3. Eigen behoefte: Ik wil dat we in onze organisatie niemand discrimineren.
  4. Grens stellen: Ik wil dit niet, ik wil dat je stopt met …
  5. Check: Snap je, begrijp je, wat heb je ervoor nodig …

Verwijs naar een persoonlijke situatie, laat emoties spelen

Hou de ander een spiegel voor door persoonlijke vragen te stellen.

Bijvoorbeeld

  • “Wat als het jouw kind was? Hoe zou je ermee omgaan?”
  • “Besef je dat je het over mensen hebt? Mensen met gevoelens die evenveel kansen verdienen als eender wie?”

Gebruik humor

  • Humor kan een ontkrachtend effect hebben. Wees voorzichtig. 
  • Pas zeker op met cynische of spottende grapjes. 

Verwijs naar de algemene regels van de organisatie

Door te verwijzen naar de algemene regels van de organisatie, wordt de reactie minder persoonlijk. Zo is het gemakkelijker om concrete eisen te stellen aan het gedrag. In bepaalde gevallen is er een consequentie verbonden aan dit gedrag, zoals bij ander grensoverschrijdend gedrag. 

“Jij gebruikt een beledigend woord voor mensen met een beperking. Wij hebben als organisatie de afspraak dat dit soort termen hier niet gebruikt mogen worden”

Je kan de relatie met de persoon open houden door te verwijzen naar een alternatief of een afspraak. 

“Ik wil hier best met jou over doorpraten, maar vraag je wel om geen beledigende of discriminerende woorden meer te gebruiken. Ik werk graag met jou samen, maar dit soort taal kwetst me en kan niet binnen onze organisatie. Kunnen we op een niet-beledigende manier spreken over dit onderwerp?” 

Trek je grens

  • Laat duidelijk je afkeuring blijken. “Ik denk er anders over. Punt.”
  • Vermijd een welles-nietes discussie. 
  • Soms helpt het om weg te gaan. Reageer dan kort door te zeggen dat het gedrag voor jou niet kan. Zo maak je duidelijk dat niet iedereen er zo over denkt en vermijd je dat twijfelaars worden meegezogen in racisme.
  • Zeker in een grote groep helpt het dikwijls dat iemand reageert om de hele groep mee te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan een groep mensen in de winkel, aan een bushalte, wachtkamer …

2. Doorvragen

Stel open vragen

  • Zo kom je tot de kern van het onderwerp en counter je sloganeske taal.
  • Laat de ander merken dat je echt luistert.

Bijvoorbeeld

  • “Als ik je goed begrijp, ben je bang dat de criminaliteit in jouw buurt toeneemt als er meer mensen van andere origine in jouw straat komen wonen. Waarom denk je dat de criminaliteit zal toenemen? Waar heb je dat gehoord?”
  • “Ze moeten zich aanpassen.” Waaraan? Wat moeten ze concreet doen? Hoe moeten ze dat doen?

Specifieer en maak persoonlijk

Maak een discriminerende uitspraak concreter. Dat geeft je dikwijls de mogelijkheid om positieve voorbeelden te tonen.

“Over wie heb je het? Geldt dit ook voor …?”

Ga in op het probleem, niet op de discriminerende kreet

Probeer meer te weten te komen over de gevoelens en motieven die aan de basis liggen van de uitspraak. 

Bijvoorbeeld

  • Een bewoner van het appartementsgebouw zegt: “Ik wil geen vreemdelingen als nieuwe huurders want die koken altijd met te veel kruiden en dan ruikt heel de gang vreemd.”
  • Onderzoek in zo een geval het dieperliggende probleem: is de buurtbewoner bekommerd om het behoud van het parkje? Of lukt het hem niet om met zijn buren over dit gedrag te praten? Of is er een andere frustratie?
  • Wanneer je de basis van de uitspraak kent, kan je erop verder gaan en verdwijnt de discriminerende verklaring naar de achtergrond.

3. Informeren

Hanteer cijfers en redelijke argumenten

  • Feiten, cijfers en onderzoeksgegevens schetsen een genuanceerd beeld en kunnen vooroordelen weerleggen. 
  • Maar erken eerst de emoties van de ander. Erken iemands boosheid, angst of teleurstelling want discriminatie is dikwijls gebaseerd op emoties. 

Ga in op de blinde vlek

  • Een vooroordeel bevat zowel elementen die waar als onwaar zijn. Ga je hard in tegen iemands vooroordelen? Dan verhoogt het risico op een welles-nietes discussie. 
  • Zoek naar datgene dat er al is, maar waar niemand aan denkt. Dankzij deze blinde vlek wordt het vooroordeel gerelativeerd en krijg je een basis voor een gesprek.

Bijvoorbeeld

“Jongeren met een migratieachtergrond zijn crimineler dan jongeren met een Vlaamse roots.”

  • Waar: Er zijn jongeren met een migratieachtergrond die criminele feiten plegen.
  • Onwaar: Niet alle jongeren met een migratieachtergrond zijn crimineel.
  • Blinde vlek: Er zijn ook jongeren met Vlaamse roots die misdrijven plegen. Jongeren met migratieachtergrond zijn minder vaak betrokken bij witteboordencriminaliteit. Criminaliteit is ook gelinkt aan (socio-economische) leefomstandigheden.

6 communicatietips uitgetekend door Chrostin

ANNA
DIK
LSD
NIVEA
OEN
OMA