Hoe lang duurt een artikel 60-traject?

Een artikel 60-traject heeft een doorlooptijd van één jaar ongeacht de leeftijd van de artikel 60-medewerker (regelgeving sinds 1 maart 2026).

Berekening

De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) berekent het aantal te bewijzen arbeidsdagen binnen een bepaalde periode die de medewerker nodig heeft om sociale rechten op te bouwen en om ingeschakeld te kunnen worden in het normale economische circuit.

 

Voor alle leeftijden geldt dezelfde regel:
312 erkende arbeidsdagen binnen een referteperiode van 36 maanden.

 

De referteperiode kan in sommige gevallen worden verlengd door bepaalde gebeurtenissen.
Welke gebeurtenissen precies een verlenging kunnen veroorzaken, is momenteel nog niet bekend. De RVA werkt nog aan de definitieve regelgeving die op 1 maart 2026 in werking treedt.

Specifieke situaties

Deeltijdse tewerkstelling (4/5de) 

  • Een deeltijdse medewerker werkt 30 uren per week in plaats van 38 uren. Om voldoende arbeidsdagen te behalen, wordt het traject percentueel verlengd.
  • Dit kan alleen in overleg met de begeleider en met goedkeuring van het bijzonder comité voor de sociale dienst (OCMW-raad).
  • Een artikel 60-medewerker moet minimaal de laatste maand van het traject voltijds werken om voltijds recht te hebben op het stelsel van de sociale zekerheid.

Halftijdse tewerkstelling 

  • Een halftijdse medewerker werkt 19 uren per week in plaats van 38 uren. Dit kan alleen als opstap naar een voltijdse arbeidsovereenkomst, tijdens de eerste zes maanden van het traject artikel 60.
  • Deze keuze gebeurt altijd in overleg met de begeleider.
  • Om voldoende arbeidsdagen te behalen binnen de referteperiode moet de medewerker op het einde van het traject het tekort aantal gewerkte dagen inhalen.

Neem contact op

Personeel en Organisatie | Beheer Werkervaringsklanten
Volg ons op sociale media