Activiteiten met diverse prentenboeken

Ook bij kleuters kan je verschillen en gelijkenissen tussen mensen bespreekbaar maken. Dat doe je best op een speelse manier, want zo leren ze het liefst nieuwe dingen! Ga aan de slag met je leerlingen en doe deze 3 supertoffe educatieve activiteiten met diverse prentenboeken.


Als leerkracht kan het een uitdaging zijn om over onderwerpen zoals huidskleur, beperking, gezinssamenstelling en gender te praten. Wil je de verschillen en gelijkenissen tussen mensen bespreekbaar maken? Maar weet je niet hoe? Dan kunnen diverse prentenboeken een geweldige aanzet zijn. Zo leren kleuters spelenderwijs omgaan met diversiteit in je klas.

Speel ‘Welk gezin is het?’

  • Mens en maatschappij (2.3.)
    De kleuters kunnen verschillende gezinsvormen herkennen.
  • Nederlands (2.5.)
    De kleuters kunnen iemand of iets beschrijven volgens kleur, vorm, grootte of een specifieke eigenschap.
  • Het boek ‘Allemaal gezinnen’.
  • Beelden in groot en klein formaat:
    • Je kan werken met foto’s van de kinderen en hun gezin.
    • Of je kan prenten uit het boek ‘Allemaal gezinnen’ afdrukken, bijvoorbeeld pagina 5.

Je kan het bespreekbaar en normaal maken voor kinderen dat er verschillende gezinsvormen zijn.
Stel daarvoor deze vragen: 

  • ‘Ik zie kinderen die alleen bij mama wonen. Wie van jullie woont alleen bij mama?’
  • ‘Ik zie een gezin waarbij de oma inwoont. Woont de oma ook bij iemand van jullie?’

Geef iets meer duiding: ‘Er zijn gezinnen in verschillende soorten en maten. Ze kunnen er overal anders uitzien. Voor specifieke gezinssituaties gebruiken we specifieke termen: eenoudergezin, pleeggezin, nieuw samengesteld gezin … Sommige kinderen wonen samen met hun gezin, anderen niet: bij sommige kinderen wonen ook nog andere mensen dan hun gezinsleden.’

  • Speel een variant op ‘wie is het’ met de foto’s van de gezinnen van kinderen in je klas of tekeningen uit het boek. 
  • Laat de kleuters ja/nee-vragen stellen, om zo te zoeken naar het juiste gezin:
    • ‘Is het een gezin met 2 mama’s?’ 
    • ‘Is het een gezin met 1 kindje?’
  • Of geef kleuters zelf al een tip, zoals bijvoorbeeld:
    • ‘Ik zie, ik zie ... een gezin met een tweeling en een papa die een bruine broek draagt.  Welk gezin is het?’
    • ‘Ik zie, ik zie ... een gezin met een mama en een papa. De mama draagt een hoofddoek. Welk gezin is het?’

De kleuters kunnen de activiteit verderzetten in een hoekenwerk of in tussendoortjes.

Ook bij jonge kleuters of kleuters met beperkte kennis van het Nederlands zijn er leuke invalshoeken mogelijk! Je kan bijvoorbeeld een memory spel spelen met de foto’s/tekeningen van de gezinnen. 
Zo reik je hen een taal aan om met elkaar te praten over de verschillende gezinsvormen.

Schilder je huidskleur met ‘De Binnenkant van mij’

  • Muzische vorming (1.4.)
    De kleuters kunnen verschillende beeldende, technische middelen gebruiken om tot beeldend werk te komen.
  • Nederlands (2.5.)
    De kleuters kunnen iemand of iets beschrijven volgens kleur, vorm, grootte of een specifieke eigenschap.
  • Wereldoriëntatie (2.4.)
    De kleuters herkennen vormen van afwijzend of waarderend reageren op het anders-zijn van mensen.
  • Het boek: ‘De binnenkant van mij’.
  • Verf: rood, geel, blauw, wit, zwart.
    • Voor jonge kleuters: bruin, lichtroze, wit, zwart.
  • Mengborden.
  • Penselen.
  • Spiegels, foto’s van de kleuters zelf (optioneel).
  • Formules voor huidskleuren (zie bijlage).

Melanine bepaalt de kleur van de huid.  Het is een stof in de huid die ervoor zorgt dat die bruiner wordt. 

  • Sommige huidtypes maken sneller melanine aan dan andere. 

Een bruinere huid maakt meer melanine aan en gaat die ook langer behouden. 

  • Sproetjes of moedervlekken komen door een lokale ophoping van melanine. 
  • Melanine beschermt de huid tegen zonlicht.

Bekijk met de kleuters het prentenboek ‘De binnenkant van mij’. 

  • Laat hen hun eigen huidskleur vergelijken met die van anderen en de kleuren in het boek. 
  • Geef de kinderen een taal om te gebruiken: ‘welke huidskleur is donkerder/lichter/zachter/roder/witter?’.

Maak samen met de kleuters hun unieke huidskleur met verf. 

  • Door gelijke delen gele, rode en blauwe verf te mengen, maak je een mooie diepbruine kleur. 
  • Daarna voeg je voorzichtig en beetje bij beetje wit en/of zwart toe, en eventueel ook puntjes rood, geel of blauw. 

Zo kom je tot de specifieke huidskleur van de leerling. 

Tips

  • Gebruik volgende vragen om het gesprek verder op gang te brengen of te houden:
    • Is jouw huidskleur overal hetzelfde op jouw lichaam?
    • Waarom heeft je huid een lichtere/donkere kleur dan de andere? 
    • Hoe zou je jouw huidskleur noemen? Eerder warm of lichtbeige? 
      Of misschien donker kastanjebruin? 
  • Laat de kinderen de tinten huidskleuren vergelijken met personages uit boeken, bijvoorbeeld ‘de binnenkant van mij’.
  • Bewaar de verf van de huidskleur in een potje, bijvoorbeeld een glazen potje dat je goed kan afsluiten. Laat de kleuters hun huidskleur een naam geven. En noteer die erbij op een blad papier.

Mogelijke resultaten

  1. Zelfportret: iedere kleuter maakt met de eigen huidskleur een zelfportret. 
  2. Vlaggetjes voor in de klas: elke kleuter verft een vlaggetje in de eigen huidskleur. 
    Hang die op in de klas met bijvoorbeeld de klasslogan erbij. 

Werk je met jonge kleuters of kleuters die meer ondersteuning nodig hebben? Dan kan je vertrekken vanuit verschillende bruintinten. Voeg daar wit of zwart aan toe om die lichter of donkerder te maken.

Teken de boekomslag

  • Nederlands (2.5.)
    De kleuters kunnen iemand of iets beschrijven volgens kleur, vorm, grootte of een specifieke eigenschap.
  • Nederlands (4.1.)
    De kleuters kunnen een ervaring, een verhaal weergeven door middel van visueel materiaal.
  • Een boek
  • Papier
  • Tekenmateriaal: verschillende kleurpotloden/stiften voor diverse huidskleuren of de zelf gemengde huidskleurverf uit de eerste opdracht

Kies een boek:

  • dat de kinderen nog niet kennen
  • waarvan je denkt dat een tekening op de omslag goed bij het verhaal past
  • dat stereotypen doorbreekt, of met een personage van kleur of een beperking 
    (bijvoorbeeld ‘Julian is een zeemeermin’ of ‘Het truitje van Tsuki’)
    Dat is interessant voor de bespreking achteraf.

Lees het boek voor zonder de cover of de prenten te tonen. 
Vraag daarna aan de kleuters om in kleine groepen de cover van het boek te tekenen.

Bespreek wat de kinderen tekenden. Durf daarbij ingaan op aspecten van diversiteit. 
Gebruik bijvoorbeeld bij ‘Julian is een zeemeermin’ deze vragen als uitgangspunt:

  • Tekende je een jongen of een meisje?
  • Hoe weet je of het een jongen of een meisje is?
  • Kunnen jongens geen zeemeermin zijn?
  • Welke huids- en haarkleur gaf jij aan Julian? 

Probeer om samen tot een voorzichtige conclusie te komen: 

  • Hoe dachten de meeste kinderen dat Julian/Tsuki eruit zou zien? Waarom? 
  • Komt dat overeen met de illustraties? Waarom wel/niet?

Tekenden de kinderen toch een wit hoofdpersonage? 
Grijp dat aan als een kans om de boekenkast samen kritisch te bekijken en te herschikken. 
Wie zien we wel/niet terug? Hoe kunnen we dat aanpassen?

Laat de kinderen kiezen uit verschillende prenten als mogelijke cover van het boek.

Werk je met kleuters die een beperkte kennis van de Nederlandse taal hebben?

  • Geef hen extra visuele ondersteuning tijdens het voorlezen.
  • Neem voor de start van je activiteit het verhaal samen door.
  • Verduidelijk enkele begrippen die vaak in het boek voorkomen op een speelse manier.

Meer kant-en-klare lesmaterialen nodig?

Heb je vragen? Wij horen het graag!

  • Agirdag, O. (2020). Onderwijs in een gekleurde samenleving.
  • Beneke, M. R., & Cheatham, G. A. (2019). Race talk in preschool classrooms: Academic readiness and participation during shared-book reading. Journal of Early Childhood Literacy, 19(1), 107-133.
  • Bishop, R. S. (1990). Windows and mirrors: Children’s books and parallel cultures. In California State University reading conference: 14th annual conference proceedings (pp. 3-12).
  • Cameron, L., Rutland, A., Brown, R., & Douch, R. (2006). Changing children's intergroup attitudes toward refugees: Testing different models of extended contact. Child development, 77(5), 1208-1219.
  • Consuegra, E., Engels, N., & Willegems, V. (2016). Using video-stimulated recall to investigate teacher awareness of explicit and implicit gendered thoughts on classroom interactions. Teachers and Teaching, 22(6), 683-699.
  • de Baerdemaeker, S. (2017, 6 september). Hoe maken twee mama’s een kindje? Kleutergewijs. https://kleutergewijs.wordpress.com/2017/09/06/hoe-maken-twee-mamas-een-kindje/
  • de Bruijn, Y., Amoureus, C., Emmen, R. A. G., & Mesman, J. (2020). Interethnic Prejudice Against Muslims Among White Dutch Children. Journal of Cross-Cultural Psychology, 51(3–4), 203–221.
  • de Bruijn, Y., Emmen, R. A., & Mesman, J. (2021). Ethnic diversity in children’s books in the Netherlands. Early Childhood Education Journal, 49(3), 413-423.
  • Derman-Sparks, L., Edwards, J. O., & Goins, C. M. (2010). Anti-bias education for young children and ourselves. National Association for the Education of Young Children (2e herziene druk). NAEYC books.
  • Eén. (2021, 31 maart). De wonderjaren | Maken kleuters een onderscheid in huidskleur? [video] Youtube. Geraadpleegd op 10 januari 2023, van https://youtu.be/_Qp7hrCJgAo
  • Freeman, N. K. (2007). Preschoolers’ perceptions of gender appropriate toys and their parents’ beliefs about genderized behaviors: Miscommunication, mixed messages, or hidden truths?. Early childhood education journal, 34(5), 357-366.
  • Husband, T. (2012). “I don’t see color”: Challenging assumptions about discussing race with young children. Early Childhood Education Journal, 39(6), 365-371.
  • Kelly, D. J., Quinn, P. C., Slater, A. M., Lee, K., Ge, L., & Pascalis, O. (2007). The other-race effect develops during infancy: Evidence of perceptual narrowing. Psychological science, 18(12), 1084-1089.
  • Klefstad, J. M., & Martinez, K. C. (2013). Promoting young children’s cultural awareness and appreciation through multicultural books. Young Children, 68(5), 74-81.
  • LoBue, V., & DeLoache, J. S. (2011). Pretty in pink: The early development of gender‐stereotyped colour preferences. British Journal of Developmental Psychology, 29(3), 656-667.
  • Mesman, J. (2021). Opgroeien in kleur: opvoeden zonder vooroordelen. Uitgeverij Balans.
  • Pektas, F., Emmen, R. A. G., & Mesman, J. (2022). Ingroup and outgroup preference and rejection among young children of different ethnic groups in the Netherlands. Social Development, 00, 1– 16.
  • Perry, S., Skinner-Dorkenoo, A. L., Abaied, J., Osnaya, A., & Waters, S. (2020). Initial evidence that parent-child conversations about race reduce racial biases among White US children.
  • Price, C. L., Ostrosky, M. M., & Santos, R. M. (2016). Reflecting on books that include characters with disabilities. YC Young Children, 71(2), 30-37.
  • Raabe, T., & Beelmann, A. (2011). Development of ethnic, racial, and national prejudice in childhood and adolescence: A multinational meta‐analysis of age differences. Child development, 82(6), 1715-1737.
  • Spiel, E. C., Paxton, S. J., & Yager, Z. (2012). Weight attitudes in 3-to 5-year-old children: Age differences and cross-sectional predictors. Body image, 9(4), 524-527.
  • Su, W., & Di Santo, A. (2012). Preschool children’s perceptions of overweight peers. Journal of Early Childhood Research, 10(1), 19-31.

Dit is een initiatief van stad Antwerpen in samenwerking met AP Hogeschool en docAtlas, leer- en kenniscentrum rond taal, welbevinden en burgerschap.

Logo stad Antwerpen, AP Hogeschool, docAtlas