Samen maken we diversiteit bespreekbaar: speels en laagdrempelig

Kleuters zijn vaak nieuwsgierig. Ze hebben veel vragen want ze willen volop de wereld verkennen. Dat biedt meteen ook kansen om een thema als diversiteit aan te kaarten en bespreekbaar te maken. Hou het wel speels, laagdrempelig en positief. Deze 6 tips helpen je daarbij.


1. Start zelf het gesprek.

Wees vooral niet bang zijn om gevoelige thema’s in de klasgroep te gooien. Kleuters zijn niet te jong voor kritische gesprekken over huidskleur, beperkingen of verschillen. Met zulke gesprekken zorg je zeker niet voor vooroordelen, integendeel. Door met kleuters te spreken over diversiteit:

  • geef je hen een trots gevoel over hun identiteit
  • leer je hen om verschillen te respecteren én om voor elkaar op te komen bij onrechtvaardige situaties

Een gesprek rond diversiteit met kleuters start je best op een kindvriendelijke en positieve manier aan de hand van:

  • prentenboeken
  • activiteiten zoals ‘zelfportretten schilderen’, ‘ik bouw mijn huis’ of ‘wat ik het liefste eet’ 

2. Denk eraan: ongemakkelijke gesprekken zijn beter dan geen gesprek.

Onderzoek kon nog niet exact bepalen welke woorden, vragen of voorbeelden het best werken tegen vooroordelen. Wat wel zeker is: ongemakkelijke gesprekken hebben een positiever effect dan géén gesprek.  Start dus zeker een gesprek op, ook al zijn er onzekere of ongemakkelijke gevoelens.

3. Geef juiste informatie, op maat van de leeftijd.

Diversiteit kan een moeilijk thema zijn. En jonge kinderen hebben vaak moeite met complexe boodschappen en subtiele nuances. Geef daarom eenvoudige en neutrale antwoorden op vragen als die er zijn. Je kan al pro-actief nadenken over vragen die veel voorkomen. Bijvoorbeeld:

  • Vraag: ‘Wat is een lesbische?’
    Antwoord: ‘Een lesbienne is een meisje dat verliefd wordt op een meisje. Hoe noemen we een meisje die op een jongen valt (of omgekeerd)? Hetero.’
  • Vraag: ‘Kijk, die!,’ zegt een peuter terwijl ze wijst naar een vrouw die in een rolstoel zit.
    Antwoord:  ‘Jij merkt op dat ze in een rolstoel zit. De vrouw kan waarschijnlijk niet (goed) wandelen, dus ze gebruikt haar rolstoel om overal naartoe te gaan. Zoals ik een bril draag om me te helpen zien, helpt de rolstoel haar om ergens naartoe te gaan!”

Tips

  • Geef de informatie neutraal en zonder oordeel mee.
  • Stel beperkingen nooit voor als iets dat zielig of inspirerend is. Beperkingen, huidskleuren, gezinsvormen maken ons tot wie we zijn. En dat is nooit minder of beter dan een ander.
  • Weet je het niet? Antwoord dan bijvoorbeeld:
    • ‘Ik weet het niet. Goede vraag, zullen we het samen opzoeken?’
    • ‘Dat is een belangrijke opmerking, ik heb wat tijd nodig om daarover na te denken. Spreken we daar direct over verder?’

Dat soort antwoord geef je waarschijnlijk ook wanneer je vragen krijgt als:

  • ‘Hoe heet die dinosaurus?’
  • ‘Hoe zien de uitwerpselen van een krab eruit?

4. Beantwoord een vraag met een andere vraag.

Wat antwoord je als een kleuter vraagt: ‘Hé, jongens dragen toch geen rokjes, dat is voor meisjes?’. 

Dan kan je antwoorden: ‘Iedereen mag hier dragen wat die wilt.’ Maar zo lok je geen kritisch gesprek uit. Je kan ook een nieuwe vraag stellen zoals ‘Waarom denk je dat?’. Zo houd je het gesprek open. Bovendien laat je kinderen zelf kritisch nadenken over bestaande denkbeelden of stereotypen. Dat kan leerrijker zijn dan een antwoord te geven op de vraag. 

 

Bij oudere kleuters kunnen deze vragen je helpen:

  • ‘Waarom denk je dat?’
  • ‘Geloof je dat zelf?’
  • ‘Ken je iemand bij wie dat niet zo is?’

5. Stimuleer aandacht voor verschillen én gelijkenissen.

Een gevoel van verbondenheid ontstaat als kleuters het gevoel krijgen dat ze ‘erbij horen’. 
Wil je dat bereiken? Stimuleer dan aandacht en respect voor de onderlinge verschillen, maar zorg ook dat ze elkaars gelijkenissen herkennen.

  • Laat kinderen vertellen (of tekenen) over dagelijkse activiteiten die alle kinderen gemeenschappelijk hebben, zoals ‘wakker worden’, ‘ontbijten’, ‘kleren uitzoeken’, ‘naar school’ of ‘naar bed gaan’. 
  • Voer daarna een gesprek over herkenning. Benadruk daarbij wat gemeenschappelijk is maar stimuleer ook aandacht voor de verschillen. 

Vanuit herkenning ontstaat verbondenheid. Bijvoorbeeld: maak aan de hand van wiskunde (grafiekjes) duidelijk wie houdt van spaghetti of van frietjes.

/

6. Toon het met een prentenboek: daar leren kinderen van.

Prentenboeken zijn daarom een geweldige aanzet om over verschillen (en gelijkenissen) te praten in je klas. Bijvoorbeeld: benoemen van bomen, ingrediënten van een brood of verschillende soorten huizen … 

In het prentenboek ‘Lou op weg naar school’ zie je bijvoorbeeld een erg mooie, brede representatie van verschillende gezinsvormen en verschillende manieren om zich te verplaatsen:

  • ‘Hoe gaan de kinderen naar school?’
  • ‘Wie gaat te voet?’
  • ‘Wie gaat met de fiets?’
  • ‘Wie verplaatst zich in een rolstoel?’ 

Bij het prentenboek ‘Feest voor Ilyas’ kan je een gesprek starten met: ‘Ze zingen in een andere taal. Wie kent nog een andere taal om een verjaardagsliedje in te zingen?’

Hou genoeg ruimte bij het voorlezen om aan kinderen ook de kans te geven om zich te uiten. 
Uit eerder onderzoek blijkt dat leerkrachten soms razendsnel door zo’n boek gaan, uit angst om ‘lastige vragen’ te krijgen. Dat is niet nodig: laat de kinderen die vragen gerust stellen.

 

Tips

  • Leg minder de nadruk op gender en genderrollen.
    Zeg niet ‘eerst de jongens en dan de meisjes naar buiten laten gaan’. Maar wel ‘eerst die met veters, dan diegenen met velcro aan hun schoenen’. Zo leg je minder de nadruk op gender als bepalend verschil, en leer je af om te denken in stereotypen.
  • Maak diversiteit al vroeg bespreekbaar in de klas.
    Door gesprekken op te starten over diversiteit, leg je een basis bij kleuters om ook als volwassene te praten over bijvoorbeeld uiterlijk, raciale kenmerken of klasse. Zo geven we kinderen niet de boodschap dat het onderwerp ‘taboe’ is en dat ze hun info ergens anders moeten zoeken, zoals bij leeftijdsgenootjes of op televisie.  

Lees of leer meer over gesprekken voeren rond diversiteit

Heb je vragen? Wij horen het graag!

Agirdag, O. (2020). Onderwijs in een gekleurde samenleving.

 

Beneke, M. R., & Cheatham, G. A. (2019). Race talk in preschool classrooms: Academic readiness and participation during shared-book reading. Journal of Early Childhood Literacy, 19(1), 107-133.

 

Bishop, R. S. (1990). Windows and mirrors: Children’s books and parallel cultures. In California State University reading conference: 14th annual conference proceedings (pp. 3-12).

 

Cameron, L., Rutland, A., Brown, R., & Douch, R. (2006). Changing children's intergroup attitudes toward refugees: Testing different models of extended contact. Child development, 77(5), 1208-1219.

 

Consuegra, E., Engels, N., & Willegems, V. (2016). Using video-stimulated recall to investigate teacher awareness of explicit and implicit gendered thoughts on classroom interactions. Teachers and Teaching, 22(6), 683-699.

 

de Baerdemaeker, S. (2017, 6 september). Hoe maken twee mama’s een kindje? Kleutergewijs. https://kleutergewijs.wordpress.com/2017/09/06/hoe-maken-twee-mamas-een-kindje/

 

de Bruijn, Y., Amoureus, C., Emmen, R. A. G., & Mesman, J. (2020). Interethnic Prejudice Against Muslims Among White Dutch Children. Journal of Cross-Cultural Psychology, 51(3–4), 203–221. 

 

de Bruijn, Y., Emmen, R. A., & Mesman, J. (2021). Ethnic diversity in children’s books in the Netherlands. Early Childhood Education Journal, 49(3), 413-423.

 

Derman-Sparks, L., Edwards, J. O., & Goins, C. M. (2010). Anti-bias education for young children and ourselves. National Association for the Education of Young Children (2e herziene druk). NAEYC books.

 

Eén. (2021, 31 maart). De wonderjaren | Maken kleuters een onderscheid in huidskleur? [video] Youtube. Geraadpleegd op 10 januari 2023, van https://youtu.be/_Qp7hrCJgAo 

 

Freeman, N. K. (2007). Preschoolers’ perceptions of gender appropriate toys and their parents’ beliefs about genderized behaviors: Miscommunication, mixed messages, or hidden truths?. Early childhood education journal, 34(5), 357-366.

 

Husband, T. (2012). “I don’t see color”: Challenging assumptions about discussing race with young children. Early Childhood Education Journal, 39(6), 365-371.

 

Kelly, D. J., Quinn, P. C., Slater, A. M., Lee, K., Ge, L., & Pascalis, O. (2007). The other-race effect develops during infancy: Evidence of perceptual narrowing. Psychological science, 18(12), 1084-1089.

 

Klefstad, J. M., & Martinez, K. C. (2013). Promoting young children’s cultural awareness and appreciation through multicultural books. Young Children, 68(5), 74-81.

 

LoBue, V., & DeLoache, J. S. (2011). Pretty in pink: The early development of gender‐stereotyped colour preferences. British Journal of Developmental Psychology, 29(3), 656-667.

 

Mesman, J. (2021). Opgroeien in kleur: opvoeden zonder vooroordelen. Uitgeverij Balans.

 

Pektas, F., Emmen, R. A. G., & Mesman, J. (2022). Ingroup and outgroup preference and rejection among young children of different ethnic groups in the Netherlands. Social Development, 00, 1– 16.

 

Perry, S., Skinner-Dorkenoo, A. L., Abaied, J., Osnaya, A., & Waters, S. (2020). Initial evidence that parent-child conversations about race reduce racial biases among White US children.

 

Price, C. L., Ostrosky, M. M., & Santos, R. M. (2016). Reflecting on books that include characters with disabilities. YC Young Children, 71(2), 30-37.

 

Raabe, T., & Beelmann, A. (2011). Development of ethnic, racial, and national prejudice in childhood and adolescence: A multinational meta‐analysis of age differences. Child development, 82(6), 1715-1737.

 

Spiel, E. C., Paxton, S. J., & Yager, Z. (2012). Weight attitudes in 3-to 5-year-old children: Age differences and cross-sectional predictors. Body image, 9(4), 524-527.

 

Su, W., & Di Santo, A. (2012). Preschool children’s perceptions of overweight peers. Journal of Early Childhood Research, 10(1), 19-31.

Dit is een initiatief van stad Antwerpen in samenwerking met AP Hogeschool en docAtlas, leer- en kenniscentrum rond taal, welbevinden en burgerschap.

Logo stad Antwerpen, AP Hogeschool, docAtlas